Prof. B. Weyts
Emma Poortmans
, VERBINTENISSENRECHT – prof B. Weyts
UITGANGSPUNTEN:
● Verbintenissenrecht anno 2020.
o Waar gaat het verbintenissenrecht naartoe?
o Wetsontwerp voor een nieuw verbintenissenrecht van Koen Geens
(geen kracht van wet geworden).
o Evolutie (ipv revolutie): loutere hercodificatie?
o Wat is de toekomst van het verbintenissenrecht?
● Verbintenissenrecht = “Moeder van het recht”
o Omvat:
Verbintenissen uit eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen
Verbintenissen uit rechtsfeiten (= feit waaraan de rechtsgevolgen
gekoppeld wordt) => BCA en oneigenlijke contracten Vb: iemand
krast op wagen vandalisme (buitencontractuele relatie tav
schadeverwekker)
o Kern van het privaatrecht: regelt de verhoudingen tussen individuen
<-> publiekrecht: regelt de rechtsverhoudingen tussen overheid en
individuen.
Verduidelijking van het begrip individu: een titularis van een subjectief
recht (natuurlijk persoon [NP] of een rechtspersoon [RP])
o Het dagelijks leven is ermee doordrongen. aankoop brood, huwelijk, …
● Doelstellingen verbintenissenrecht:
o Bindende kracht overeenkomst m.h.o. op een efficiënt en rechtszeker verloop van
het rechtsverkeer (rechter mag niet zomaar herschrijven)
o Contractsvrijheid gehuldigd, steunend op individuele vrijheid en autonomie
iedereen is vrij om te contracteren
o Maatschappelijke rechtvaardigheid idealiter iedereen zelfde kennis enzovoort
maar in praktijk is dat niet machtsonevenwichten
● Recente evolutie van oud naar nieuw recht
o Regels van oud BW van 1804 (= code Napoleon) achterhaald?
o Maar rechtspraak heeft gezorgd voor evolutie, waardoor verbintenissenrecht de
“tand des tijds” relatief goed heeft doorstaan.
o Hoge verwachtingen van Boek 5 BW (ook boek 1)
1
,DEEL 1: HET BEGRIP VERBINTENIS EN DE SOORTEN
VERBINTENISSEN.
HOOFDSTUK 1: HET BEGRIP VERBINTENIS.
Een vermogensrechtelijke verbintenis.
● Definitie: art. 5.1 BW = Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een
schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een
prestatie mag eisen.
o Ontleding definitie:
A. Het is een rechtsband tussen personen. (bv: huurder en verhuurder)
B. Ontstaan uit een Rechtshandeling [RH] of een andere menselijke
gedraging waaraan de wet of rechtspraak rechtsgevolgen
vastknoopt.
C. Met als voorwerp het doen ontstaan van in geld waardeerbare
aanspraken.
D. Kan in rechte worden afgedwongen.
A. RECHTSBAND TUSSEN PERSONEN.
● Tussen minstens 2 personen.
● Waarbij de ene een vorderingsrecht heeft op de andere (= een aanspraak
aan een persoon op een bepaalde gedraging).
● <-> zakelijk recht: geeft zeggenschap op een zaak (vb. eigendom, vruchtgebruik,
erfpacht, opstal, …).
● Verschil in geldingskracht!
Zakelijk recht: geldt erga omnes (= een absolute werking = moet
door iedereen gerespecteerd worden). Bv: eigendomsrecht op stuk grond
Verbintenis: geldt in principe inter partes (gelden in beginsel tussen
partijen; derden hebben in beginsel geen uitstaan mee)
● Dit moet echter genuanceerd worden: zien we later!
B. ONTSTAAN UIT RH OF ANDERE GEDRAGINGEN (ZOALS RECHTSFEITEN).
● Een rechtshandeling = een handeling waarbij rechtsgevolgen worden beoogd (art.
1.3 BW)
o Eenzijdig of meerzijdig.
Uit overeenkomst: rechtsband tussen minstens 2 personen =>
meerzijdige RH met het oog op het doen ontstaan van
rechtsgevolgen.
● Vb. koop, huur, …
Uit eenzijdige RH: ook erkent door Cassatie.
● Onderscheiden van rechtsfeiten. (≠ rechtshandeling)
o Staan centraal in het BCA.
o Geen rechtsgevolgen beoogt.
o Vb. fout, gebrekkige zaak, …
o art. 5.3 BW
C. MET HET ONTSTAAN VAN IN GELD WAARDEERBARE AANSPRAKEN TOT VOORWERP.
● Verbintenis om iets te doen, niet te doen of iets te geven (overdracht van een
2
, zakelijk recht).
● Onderscheid dat vaak gemaakt wordt: Inspannings- of resultaatsverbintenis.
● Maakt in het vermogen van de schuldeiser [SE] een in geld waardeerbare
vermogenspost uit en in het vermogen van de schuldenaar [SA] een passief dat
zijn vermogen belast. Bv: ik verkoop boek voor €70 en er wordt een akkoord
gesloten. Die €70 zal dan een in geld waardeerbare vermogenspost uitmaken in
het vermogen van de schuldeiser
D. KAN IN RECHTE WORDEN AFGEDWONGEN.
● Bij niet vrijwillige uitvoering van de verbintenis: afdwingbaarheid in
rechte, eventueel onder dwangsom. Bv: €10 /dag vanaf te laat leveren
● Onderscheid met andere verbintenissen zoals de natuurlijke verbintenissen en de
vriendschappelijke afspraken. Bv: we spreken af dat ik je volgende week naar het
station breng niet afdwingbaar in de rechtbank
NATUURLIJKE VERBINTENIS:
Art. 5.2 BW
= verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen. Restitutie is niet mogelijk
voor een natuurlijke verbintenis die zonder vergissing of dwang werd nagekomen. De erkenning,
zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet een verbintenis ontstaan.
Restitutie is niet mogelijk zie lid 2 in principe tot niets gehouden maar wel terugvordering
onmogelijk wnr zonder vergissing en zonder dwang betaald.
Uitgangspunt: situeren tussen morele plichten en vermogensrechtelijke verbintenissen?
● Morele plichten: men voelt zich moreel verplicht om dit te doen => niet in rechte
afdwingbaar.
● Wanneer omzetting in vermogensrechtelijke verbintenis?
o Afweging is niet gemakkelijk
o Door bepaalde gedragingen (bv. Financieel instaan voor de opvoeding
van een kind) kan een persoon zijn louter moreel engagement omzetten in
een natuurlijke verbintenis.
o Deze kan afdwingbaar worden en dus een vermogensrechtelijke
verbintenis genoemd worden.
o 2 voorwaarden:
1. De schuldenaar moet erkennen dat hij tot nakoming is gehouden
door de vrijwillige nakoming van een louter morele plicht
● Verbintenis die geldig bestaat maar die in beginsel niet in rechte
kan worden afgedwongen, hoewel ze – wanneer ze vrijwillig werd
nagekomen- niet kan leiden tot de terugvordering van prestaties
[artikel 1235, lid 2 BW].
2. De gehoudenheid van de schuldenaar wordt door de maatschappij
als vanzelfsprekend aanvaard
● Noopt tot terughoudendheid = niet alles wat iemand belooft of
doet, mag zomaar als een juridische verbintenis worden gezien
● Rekening houdend met maatschappelijke evoluties = Wat de
maatschappij “vanzelfsprekend” vindt, kan doorheen de tijd
veranderen
3