PSYCHOLOGIE SEM 1
Deel 3: Afstemmen op je cliënt
Biologische basis van gedrag
- Bio-psychosociaal model = wisselwerking
- Bio psychologie of gedragsbiologie bestudeert de interactie tussen biologie, gedrag
en omgeving
Evolutietheorie en genetica
1) Gedrag en mentale processen als resultaat van evolutie
- Het geleidelijk proces van biologische verandering van een soort doordat die zich
succesvol aanpast aan zijn omgeving.
Darwin (19e eeuw)
- De kustlijn van Zuid-Amerika werd bestudeerd
- Gelijkenissen tussen allerlei dieren en planten
- “alle levende wezens, inclusief de mensen, delen een gemeenschappelijke
voorgeschiedenis” ><creationisme
On the Origin of Species (1859)
- Natuurlijke selectie: drijvende kracht achter de evolutie, waardoor de omgeving de
best aangepaste organismen ‘selecteert’
- Welke kenmerken (ook gedragskenmerken) dragen bij tot de overleving van de
soort?
- Voorbeeld: empathie!
Toepassing op de psychologie
- Aangeboren/overgeërfde voorkeuren, neigingen, angsten…
- Gedrag evolueert uit de interactie tussen erfelijkheid en de eisen die de omgeving
stelt
o Kritiek: betekent dit dat we niet verantwoordelijk zijn voor ons gedrag?
1
, 2) Genen en hun rol in psychologisch functioneren
Genetisch materiaal= de blauwdruk die zowel fysieke als psychologische kenmerken vastlegt
Genotype: kenmerken van een organisme zoals die genetisch zijn vastgelegd
Fenotype: waarneembaar fysieke kenmerken van een organisme (lichamelijke kenmerken,
‘bedrading’ van de hersenen,...
➢ Ook omgevingsinvloeden: voeding, ziekte, stress
Chromosomen, genen en DNA
- Elke cel in ons lichaam bevat een verzameling biologische instructues voor het
opbouwen van het organisme
o Chromosomen:
▪ elke cel bevat met één complete set van 23 paar chromosomen, dus
46
▪ lange, dunne en spiraalvormige draad dat bestaat uit DNA
o DNA:
▪ Lang, complex molecuul dat info bevat over alle genetische
eigenschappen (genen)
o Gen:
▪ Een stukje DNA met de codes voor de erfelijke lichamelijke en
psychische eigenschappen
Op de chromosomen
- Genen in bepaalde volgorde
- Opdrachten die bepalen hoe en wanneer genen tot expressie komen
Chromosomale afwijkingen
- Vb. syndroom van Down of Trisomie 21: extra kopie van chromosoom 21, dus 47 ip
46.
Twee chromosomen (van de 46): geslachtschromosomen
- Een chromosoom dat onze lichamelijke geslachtskenmerken bepaalt
- Vrouwen hebben 2 X – chromosomen, mannen een X en Y
- Chromosomale afwijkingen: syndroom van Turner (ontbreken van 1 X-chromosoom)
en syndroom van Klinefelter (1 of meer extra X-chromosomen)
2
,Verklaren genen onze psychische processen?
- Complex!!
o Intelligentie
o Persoonlijkheid
o Psychische stoornissen
o Seksuele geaardheid
o Lees- en taalstoornissen
- Invloeden van meerdere genen op psychologische processen
- Schrijf psychologische processen nooit uitsluitend aan erfelijkheid toe (determinisme)
- Soms fouten in deze opdrachten of defecte genen (of: “variaties” // neurodiversiteit)
o Vb hersenverlamming, mentale beperking, ontwikkelingsproblemen, ADHD,
ASS, schizofrenie, bipolaire stoornis,…
o Niet een enkele genetische oorzaak, maar tal van gen varianten die het risico
verhogen
- Epi genetica: info bovenop de genetische info door invloeden uit omgeving
Het hormoonstelsel
- De 2 interne signaalsystemen van het lichaam
o Het zenuwstelsel
o Het endocriene stelsel (hormoonstelsel)
- Gebruiken beide chemische boodschappers om door her gehele lichaam info te
versturen
o Biologische basis voor denken, voelen, doen
o Effecten van middelen
o Inzicht in aandoeningen
1) Communicatie in het lichaam via hormonen
- Hormonen brengen signalen over die invloed hebben op lichaamsfuncties en ook op
gedrag en emoties
2) Belangrijke klieren en hun functies
- Onthoud:
o Bijnieren (fight/flight)
o Ovaria
o Testikels
o Hypofyse (hormoonreacties, basisfuncties)
3) De rol van hormonen bij stress
- Eerste reactie: zenuwstelsel (fight-or-flight); zeer snel
- Tweede reactie: hormoonstelsel (vb. adrenaline) ondersteunt de eerste reactie
- Wat met chronische stress?
3
, Het zenuwstelsel
Communicatie in het lichaam via neuronen
- Neuron: bouwsteen van het zenuwstelsel
- Neuronen (zenuwcellen): gespecialiseerd in het ontvangen en doorsturen van
informatie naar andere cellen in het lichaam
- Zenuwstelsel: netwerk van neuronen dat berichten in prikkels van elektrische en
chemische energie door het lichaam transporteert.
- Langs receptoren info over watertemperatuur
- Signaal door duizenden sensorische neuronen
- Langs het ruggenmerg en via schakelcellen (interneuronen)
- Respons: door motorische neuronen worden spieren, organen, klieren geactiveerd
- Sensorische neuron: geeft boodschappen door van sensorische receptoren naar
CSZ
- Motorische neuron: geeft boodschappen door van het CSZ naar de spieren of
klieren
- Interneuron: geeft boodschappen door van het ene neuron naar het andere
- Het neuron ontvangt zenuwimpulsen via dendrieten en soma
- Impulsen exciteren of inhiberen het cellichaam
- Het neuron stuurt een signaal via het axon naar de knopen van Ranvier
- Gliacellen: ondersteunen neuronen (>MS)
- Eindknopjes bevatten pakketjes met neurotransmitter
- Deze scheuren open en geven hun inhoud af aan de synaps
- Synaptische transmissie: synaptisch membraan laat de neurotransmitters door
- Worden opgenomen door de receptoren en het signaal wordt verder geleid
- Neurotransmittermoleculen worden afgebroken of heropgenomen
- Plasticiteit van neuronen: neuronen hebben het vermogen zich aan te passen te
veranderen – nieuwe ervaringen, leren, compensatie na defect
4
Deel 3: Afstemmen op je cliënt
Biologische basis van gedrag
- Bio-psychosociaal model = wisselwerking
- Bio psychologie of gedragsbiologie bestudeert de interactie tussen biologie, gedrag
en omgeving
Evolutietheorie en genetica
1) Gedrag en mentale processen als resultaat van evolutie
- Het geleidelijk proces van biologische verandering van een soort doordat die zich
succesvol aanpast aan zijn omgeving.
Darwin (19e eeuw)
- De kustlijn van Zuid-Amerika werd bestudeerd
- Gelijkenissen tussen allerlei dieren en planten
- “alle levende wezens, inclusief de mensen, delen een gemeenschappelijke
voorgeschiedenis” ><creationisme
On the Origin of Species (1859)
- Natuurlijke selectie: drijvende kracht achter de evolutie, waardoor de omgeving de
best aangepaste organismen ‘selecteert’
- Welke kenmerken (ook gedragskenmerken) dragen bij tot de overleving van de
soort?
- Voorbeeld: empathie!
Toepassing op de psychologie
- Aangeboren/overgeërfde voorkeuren, neigingen, angsten…
- Gedrag evolueert uit de interactie tussen erfelijkheid en de eisen die de omgeving
stelt
o Kritiek: betekent dit dat we niet verantwoordelijk zijn voor ons gedrag?
1
, 2) Genen en hun rol in psychologisch functioneren
Genetisch materiaal= de blauwdruk die zowel fysieke als psychologische kenmerken vastlegt
Genotype: kenmerken van een organisme zoals die genetisch zijn vastgelegd
Fenotype: waarneembaar fysieke kenmerken van een organisme (lichamelijke kenmerken,
‘bedrading’ van de hersenen,...
➢ Ook omgevingsinvloeden: voeding, ziekte, stress
Chromosomen, genen en DNA
- Elke cel in ons lichaam bevat een verzameling biologische instructues voor het
opbouwen van het organisme
o Chromosomen:
▪ elke cel bevat met één complete set van 23 paar chromosomen, dus
46
▪ lange, dunne en spiraalvormige draad dat bestaat uit DNA
o DNA:
▪ Lang, complex molecuul dat info bevat over alle genetische
eigenschappen (genen)
o Gen:
▪ Een stukje DNA met de codes voor de erfelijke lichamelijke en
psychische eigenschappen
Op de chromosomen
- Genen in bepaalde volgorde
- Opdrachten die bepalen hoe en wanneer genen tot expressie komen
Chromosomale afwijkingen
- Vb. syndroom van Down of Trisomie 21: extra kopie van chromosoom 21, dus 47 ip
46.
Twee chromosomen (van de 46): geslachtschromosomen
- Een chromosoom dat onze lichamelijke geslachtskenmerken bepaalt
- Vrouwen hebben 2 X – chromosomen, mannen een X en Y
- Chromosomale afwijkingen: syndroom van Turner (ontbreken van 1 X-chromosoom)
en syndroom van Klinefelter (1 of meer extra X-chromosomen)
2
,Verklaren genen onze psychische processen?
- Complex!!
o Intelligentie
o Persoonlijkheid
o Psychische stoornissen
o Seksuele geaardheid
o Lees- en taalstoornissen
- Invloeden van meerdere genen op psychologische processen
- Schrijf psychologische processen nooit uitsluitend aan erfelijkheid toe (determinisme)
- Soms fouten in deze opdrachten of defecte genen (of: “variaties” // neurodiversiteit)
o Vb hersenverlamming, mentale beperking, ontwikkelingsproblemen, ADHD,
ASS, schizofrenie, bipolaire stoornis,…
o Niet een enkele genetische oorzaak, maar tal van gen varianten die het risico
verhogen
- Epi genetica: info bovenop de genetische info door invloeden uit omgeving
Het hormoonstelsel
- De 2 interne signaalsystemen van het lichaam
o Het zenuwstelsel
o Het endocriene stelsel (hormoonstelsel)
- Gebruiken beide chemische boodschappers om door her gehele lichaam info te
versturen
o Biologische basis voor denken, voelen, doen
o Effecten van middelen
o Inzicht in aandoeningen
1) Communicatie in het lichaam via hormonen
- Hormonen brengen signalen over die invloed hebben op lichaamsfuncties en ook op
gedrag en emoties
2) Belangrijke klieren en hun functies
- Onthoud:
o Bijnieren (fight/flight)
o Ovaria
o Testikels
o Hypofyse (hormoonreacties, basisfuncties)
3) De rol van hormonen bij stress
- Eerste reactie: zenuwstelsel (fight-or-flight); zeer snel
- Tweede reactie: hormoonstelsel (vb. adrenaline) ondersteunt de eerste reactie
- Wat met chronische stress?
3
, Het zenuwstelsel
Communicatie in het lichaam via neuronen
- Neuron: bouwsteen van het zenuwstelsel
- Neuronen (zenuwcellen): gespecialiseerd in het ontvangen en doorsturen van
informatie naar andere cellen in het lichaam
- Zenuwstelsel: netwerk van neuronen dat berichten in prikkels van elektrische en
chemische energie door het lichaam transporteert.
- Langs receptoren info over watertemperatuur
- Signaal door duizenden sensorische neuronen
- Langs het ruggenmerg en via schakelcellen (interneuronen)
- Respons: door motorische neuronen worden spieren, organen, klieren geactiveerd
- Sensorische neuron: geeft boodschappen door van sensorische receptoren naar
CSZ
- Motorische neuron: geeft boodschappen door van het CSZ naar de spieren of
klieren
- Interneuron: geeft boodschappen door van het ene neuron naar het andere
- Het neuron ontvangt zenuwimpulsen via dendrieten en soma
- Impulsen exciteren of inhiberen het cellichaam
- Het neuron stuurt een signaal via het axon naar de knopen van Ranvier
- Gliacellen: ondersteunen neuronen (>MS)
- Eindknopjes bevatten pakketjes met neurotransmitter
- Deze scheuren open en geven hun inhoud af aan de synaps
- Synaptische transmissie: synaptisch membraan laat de neurotransmitters door
- Worden opgenomen door de receptoren en het signaal wordt verder geleid
- Neurotransmittermoleculen worden afgebroken of heropgenomen
- Plasticiteit van neuronen: neuronen hebben het vermogen zich aan te passen te
veranderen – nieuwe ervaringen, leren, compensatie na defect
4