Politicologie
Hoofdstuk 11: Federalisme & decentralisatie
Staat de staat onder druk?
Staat? Centrale organisatievorm
3 centrale elementen:
1) Territorium
- Een staat heeft een territoriale basis (grenzen, afbakening)
- Binnen haar eigen grenzen kan een staat zijn eigen regels opleggen
2) Soevereiniteit
- Hoogste gezag
- Intern soevereiniteit = Het is de staat is het grootste orgaan
- Extern soevereiniteit = Als een andere staat gaat binnen vallen worden
regels overtreden
3) Gemeenschap
- De bevolking zijn burgers van de staat
! Maar de staat staat onder druk (extern) !
Voorbeeld: Landen kiezen om bij de EU te komen, dit wordt gezien als hun
severiteit op te geven
Voorbeeld: Culturele kenmerken verdwijnen in gemeenschappen
Voorbeeld: Staten worden uitgedaagd door externe factoren
Welke vormen van territoriale organisatie bestaan er?
, - Elke staat heeft territoriale deelgebieden, maar deze hebben niet overal
evenveel macht
Voorbeeld: Gemeentes, provincies, county’s, waterschappen, …
Verschillende vormen van territoriale organisatie van de staat:
1. Unitaire staat
- Territoriale deelgebieden hebben weinig of geen bevoegdheden
- Staat wordt vanuit 1 centraal punt bestuurd (=nationale staat)
- Grotere deelgebieden beschikken niet over grote autonomie:
onderschikt bestuur
- Nationale staat behoudt soevereiniteit
Voorbeeld: Nederland Griekenland, Ierland, …
2. Confederale staat
- Samenwerkingsverband tussen nationale staten die allemaal hun
autonomie behouden
- Soevereiniteit ligt nog altijd bij de staten
- Unanimiteit: staten kunne enkel dingen samendoen als iedereen
akkoord gaat
- Elke deelnemende staat behoudt mogelijkheid om uit de unie te
stappen
3. Federale staat
- 2 niveaus van besluitvorming die beide autonoom & soeverein zijn
- Aanwezigheid/vertegenwoordiging van deelstaten in besluitvorming
op federaal niveau
- Self rule: deelstaten kunnen zonder inmenging van federale
staat hun eigen beleid voeren
- Shared rule: Deelstaten zijn nodig om federale beslissingen
te nemen
Voorbeeld: Senaat, …
Hoofdstuk 11: Federalisme & decentralisatie
Staat de staat onder druk?
Staat? Centrale organisatievorm
3 centrale elementen:
1) Territorium
- Een staat heeft een territoriale basis (grenzen, afbakening)
- Binnen haar eigen grenzen kan een staat zijn eigen regels opleggen
2) Soevereiniteit
- Hoogste gezag
- Intern soevereiniteit = Het is de staat is het grootste orgaan
- Extern soevereiniteit = Als een andere staat gaat binnen vallen worden
regels overtreden
3) Gemeenschap
- De bevolking zijn burgers van de staat
! Maar de staat staat onder druk (extern) !
Voorbeeld: Landen kiezen om bij de EU te komen, dit wordt gezien als hun
severiteit op te geven
Voorbeeld: Culturele kenmerken verdwijnen in gemeenschappen
Voorbeeld: Staten worden uitgedaagd door externe factoren
Welke vormen van territoriale organisatie bestaan er?
, - Elke staat heeft territoriale deelgebieden, maar deze hebben niet overal
evenveel macht
Voorbeeld: Gemeentes, provincies, county’s, waterschappen, …
Verschillende vormen van territoriale organisatie van de staat:
1. Unitaire staat
- Territoriale deelgebieden hebben weinig of geen bevoegdheden
- Staat wordt vanuit 1 centraal punt bestuurd (=nationale staat)
- Grotere deelgebieden beschikken niet over grote autonomie:
onderschikt bestuur
- Nationale staat behoudt soevereiniteit
Voorbeeld: Nederland Griekenland, Ierland, …
2. Confederale staat
- Samenwerkingsverband tussen nationale staten die allemaal hun
autonomie behouden
- Soevereiniteit ligt nog altijd bij de staten
- Unanimiteit: staten kunne enkel dingen samendoen als iedereen
akkoord gaat
- Elke deelnemende staat behoudt mogelijkheid om uit de unie te
stappen
3. Federale staat
- 2 niveaus van besluitvorming die beide autonoom & soeverein zijn
- Aanwezigheid/vertegenwoordiging van deelstaten in besluitvorming
op federaal niveau
- Self rule: deelstaten kunnen zonder inmenging van federale
staat hun eigen beleid voeren
- Shared rule: Deelstaten zijn nodig om federale beslissingen
te nemen
Voorbeeld: Senaat, …