Inhoud 3 Buitenwanden 31
Hoofdstuk 1: inleiding 2 3.1 Materialen 31
1 Bouwmethodiek 3 3.2 Aandachtspunten 31
2 Bouwmethoden 4 4 Vloeren, balken, kolommen 34
3 Onderdelen gebouw 5 4.1 BETON 34
Hoofdstuk 1A: bouwmaterialen – bouwproducten – 4.2 HOUT 37
bouwelementen 7 4.3 STAAL 39
1 Metalen 7 5 Platte daken 39
2 Keramische producten en silicaten 7 5.1 Materialen 39
3 Kunststoffen 8 5.2 Aandachtspunten 40
4 Composieten 8 5.3 Bouwdetails 41
Hoofdstuk 2: veiligheid 9 6 Hellende daken 41
1 Structurele veiligheid (Eurocodes) 9 6.1 Vormen 41
1.1 Definities 9 6.2 Begrippen 41
1.2 Kracht en spanning 10 6.3 Structuurtypes 42
1.3 Sterkte en stabiliteit 11 6.4 Dichtingsmaterialen 42
1.4 Ontwerpvuistregels 13 6.5 Aandachtspunten 42
1.5 Berekeningen 13 6.6 Bouwdetails 43
1.6 Soorten vloeren 13 7 Materialen 43
1.7 Soorten balken 15 7.1 Gewapend beton 43
1.8 Soorten kolommen 16 7.2 Betonblokken 55
1.9 Verbindingen 16 7.3 Mortel 55
1.10 Bijzondere accidentele belastingen 16 7.4 Metselwerk 56
2 Gebruiksveiligheid 17 7.5 Silicaatstenen, cellenbeton, gipsblokken 61
2.1 Trappen 17 7.6 Thermische isolatie 62
2.2 (Deur) openingen 18 7.7 Glas 65
2.3 Glas 18 7.8 Hout 70
3 Brandveiligheid 18 7.9 Bitumen 74
3.1 Ontwikkeling brand 19 7.10 Pannen 76
3.2 Wetgeving 19 Hoofdstuk 4: Comfort 78
4 Sociale veiligheid (Niet in Eurocode) 21 1 Bruikbaarheid 78
4.1 Inbraakveiligheid 21 1.1 Verblijfsruimtes 78
Hoofdstuk 3: Constructie en materialen 23 1.2 Vervormingen 78
1 Fundering 23 2 Energiezuinigheid 79
1.1 Sondering 23 2.1 Thermische isolatie 79
1.2 Soorten ondergrond 23 2.2 Energieprestatie 80
1.3 Aardingslus 23 2.3 Binnenklimaat 81
1.4 Fundering op “staal” 23 3 Gezondheid 82
1.5 Paalfundering 24 3.1 Geluidshinder 82
2 Kelderwanden 26 3.2 Vochtoverlast 83
2.1 Bouwputbeschoeiing 26 3.3 Luchtverversing 85
2.2 Materialen 28 3.4 Daglichtvoorziening 86
2.3 Aandachtspunten 28 Begrippen – symbolen – formules 87
3.4 Bouwdetails 29
MOGELIJKE EXAMENVRAGEN: “Stalen damwanden worden in de waterbouw
Hoofdstuk 1: inleiding toegepast om de sterkte van een kering te
Geen examenvragen, maar wel veel begrippen vergroten.
die gekend moeten zijn. Om daarbij de vereiste levensduur van 100 jaar
Hoofdstuk 2: veiligheid te garanderen wordt een corrosietoeslag
Brandveiligheid (marc loves it) toegevoegd
Hoofdstuk 3: constructie en materialen aan de benodigde dikte die de dikteafname
1 vraag over beton door roestvorming compenseert.”
1 vraag over hout - 2 details uitwerken
1 vraag over iets anders o Vloer – fundering – muur
- Geef uitleg over de sterkteklasse van beton o Vloer – wand
- Geef uitleg over verschillende voegen die men o Wand – dak
moet voorziet in metselwerk Hoofdstuk 4: comfort
Op 20 punten
- Vraag: roesten van damwanden?
1
, Bouwtechnologie 1: ruwbouw
Hoofdstuk 1: inleiding
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Duurzaam: minimaliseren van de milieu-impact gedurende de ganse levenscyclus van het gebouw.
Milieu-impact:
- Grondstoffenschaarste
- Pollutie (vervuiling) grond, water, lucht
- Klimaatverandering (CO²)
- Biodiversiteit (aantal soorten organismen) die met 50% daalt tegen 2100
Levenscyclus: ontginning → fabricage → constructie → gebruik en onderhoud → renovatie → afbraak → afval
→ hergebruik of recyclage
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt
tegen het klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de
toekomstige gebruikers kunnen communiceren.
Bij het bouwen kan men:
- Ter plaatse maken (gieten van beton, metselen van bakstenen)
- Vooraf in de fabriek maken (prefabriceren (en op de werft monteren of toepassen (houten spanten, stalen
liggers)
➔ In beide gevallen is er bijzondere aandacht nodig voor de verbindingen tussen bouwelementen.
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Bouwen zodat het blijft staan betekent:
- Onder invloed van krachten het gebouw veilig bruikbaar moet zijn
o Veilig: mag niet breken of instabiel zijn/worden
o Bruikbaar: geen te grote doorbuiging of trillingen
- Krachten ten gevolge van:
o Eigengewichten: van de bouwelementen
o Vaste nuttige belastingen: afwerking, muren
o Veranderlijke nuttige belastingen: opgelegde belasting (personen en meubels), verplaatsbare wanden,
klimaatbelasting (wind, sneeuw..)
- Onder invloed van deze krachten ontstaan er spanningen (kracht per oppervlakte-eenheid) en vervormingen.
o Veilig: de optredende spanning moet kleiner blijven dan de sterkte (spanning bij breuk) en de
elementen mogen niet te slank zijn.
o Bruikbaar: de optredende doorbuiging of trillingsfrequentie moet kleiner blijven dan een bepaalde
waarde.
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Het gebouw moet voldoende weerstand bieden tegen de klimaatomstandigheden:
- Voldoende warmte of koelte tijdens alle seizoenen
- Beschutting tegen vochtindringing ten gevolge van regen en sneeuw
- Beschutting tegen wind, bliksem
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Technisch kunnen interpreteren wil zeggen dat:
- Je de vakterminologie moet beheersen
2
, - Je inzicht moet hebben in de principes
- Je verbanden moet kunnen leggen tussen verschillende delen van de inhoud
- Je met behulp van de vorige drie in staat moet zijn om zowel grafieken, tabellen als figuren te kunnen
interpreteren.
Het interpreteren is bovendien niet enkel zuiver technisch, maar wil ook zeggen dat:
- Je moet je inleven in het ontwerp
- Je moet verbanden zien tussen de technische uitvoering en de conceptuele ideeën van de ontwerper
- Je moet de esthetische aspecten van het ontwerp zien
- Je moet kunnen begrijpen welke gebruikservaringen/ welke beleving de ontwerper wol overbrengen op de
toekomstige gebruikers.
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Kunnen communiceren wil zeggen dat:
- Je de vakterminologie moet beheersen
- Je inzicht moet hebben in de principes
- Je verbanden moet kunnen leggen tussen verschillende delen van de inhoud
- Je met behulp van de vorige drie in staat moet zijn om zowel mondeling als schriftelijk te kunnen communiceren
- Je de esthetica en de beleving van een ontwerp moet kunnen uitleggen
- Je de grens tussen de zorg voor de esthetische en belevingsaspecten en de technische haalbaarheid ervan
moeten kunnen opzoeken en verdedigen.
1 Bouwmethodiek
Grote verscheidenheid in gebouwen door:
- Functie (menselijk welbevinden)
- architectonische stijl, vorm, materialen
- constructie (locatie/land/cultuur)
- duurzaamheids- en economische aspecten
- renovaties (wijzigende functies - energetische renovaties)
- natuurlijke omstandigheden (klimaat/terrein)
- wettelijke voorschriften
- beschikbaarheid van materialen, technieken, personeel
Utilitaire functie:
- Ruimtelijk : deelruimten met oppervlakte, hoogte, vorm
- Scheidend : wind, vocht, geluid, licht, warmte, inkijk, brand,
stank, stof, inbrekers, gronddruk, waterdruk, ook omgekeerd
bijvoorbeeld zoo, opslag gevaarlijke stoffen, gevangenis, ..
- Verbindend : deuren, ramen, trappen, liften, leidingschachten
- Conditionerend : installaties
- Dragend : weerstand tegen belastingen, waterafvoer…
Maatschappelijke en andere functies:
- Verbindend, inspirerend, uitdagend
- Esthetische kwaliteit
- Uitdrukken van maatschappijvisie en persoonlijkheid
Gebouwen:
- Woningbouw: verblijf dag en nacht, privacy, kleine wooneenheden, dragende wanden, kleine overspanningen
o Huis
- Utiliteitsbouw: verblijf dag (behalve bvb. rusthuis), grote eenheden, kolommen-balken-skelet, grote
overspanningen
o Gemeentehuis, onderwijsvampus, winkelcentrum
3
, Bouwproces bestaat uit:
- programma (initiatief, haalbaarheid, projectdefinitie)
- ontwerp (vlekkenplan, voorlopig en definitief ontwerp)
- uitwerking (bestek, prijsvorming, contracten)
- bouw (voorbereiding, uitvoering, oplevering)
- gebruik (beheer: energie, water, afval,…)
- renovatie (hergebruik) of sloop (recyclage)
2 Bouwmethoden
Alle objecten die krachten moeten opnemen bezitten een draagstructuur.
De draagstructuur kan het hele object zijn (massiefbouw) of een deel ervan (skeletbouw):
- Massiefbouw: valt de structuur samen met de gebouwschil (en invulwanden): vb. piramide, kerk, …
- Skeletbouw: is de gebouwschil apart van de structuur en kan deze los van de structuur vervangen worden: vb.
indianentent, skeletstructuur met invulmetselwerk, …
Alle krachten moeten via de draagstructuur en dan via de fundering naar de ondergrond overgebracht worden,
zowel bij massiefbouw (bijna uitsluitend via lijnlasten) als skeletbouw (bijna uitsluitend via puntlasten)
Bij massiefbouw worden de verticale en horizontale krachten door het geheel van wanden naar de fundering
geleid. De structurele (dragende) en scheidende functie worden door dezelfde bouwdelen waargenomen.
Bij skeletbouw worden de verticale krachten altijd door het skelet (niet de schil) overgedragen naar de
fundering. De horizontale krachten worden door het skelet alleen overgedragen (ongeschoord raamwerk met
vaste verbindingen) of door stijve schoorconstructies in het gebouw zoals invulwanden, windverbanden,
kokers (geschoord raamwerk met scharnierende verbindingen).
De scheidende functie wordt waargenomen door de gebouwschil (of binnenwanden) en de structurele
(dragende) functie door het skelet.
Massiefbouw kan uitgevoerd worden door stapelen (baksteen, natuursteen, betonsteen) , gieten (gietbouw, beton)
assemblage/montage (geprefabriiceerd beton, hout en staal)
4
Hoofdstuk 1: inleiding 2 3.1 Materialen 31
1 Bouwmethodiek 3 3.2 Aandachtspunten 31
2 Bouwmethoden 4 4 Vloeren, balken, kolommen 34
3 Onderdelen gebouw 5 4.1 BETON 34
Hoofdstuk 1A: bouwmaterialen – bouwproducten – 4.2 HOUT 37
bouwelementen 7 4.3 STAAL 39
1 Metalen 7 5 Platte daken 39
2 Keramische producten en silicaten 7 5.1 Materialen 39
3 Kunststoffen 8 5.2 Aandachtspunten 40
4 Composieten 8 5.3 Bouwdetails 41
Hoofdstuk 2: veiligheid 9 6 Hellende daken 41
1 Structurele veiligheid (Eurocodes) 9 6.1 Vormen 41
1.1 Definities 9 6.2 Begrippen 41
1.2 Kracht en spanning 10 6.3 Structuurtypes 42
1.3 Sterkte en stabiliteit 11 6.4 Dichtingsmaterialen 42
1.4 Ontwerpvuistregels 13 6.5 Aandachtspunten 42
1.5 Berekeningen 13 6.6 Bouwdetails 43
1.6 Soorten vloeren 13 7 Materialen 43
1.7 Soorten balken 15 7.1 Gewapend beton 43
1.8 Soorten kolommen 16 7.2 Betonblokken 55
1.9 Verbindingen 16 7.3 Mortel 55
1.10 Bijzondere accidentele belastingen 16 7.4 Metselwerk 56
2 Gebruiksveiligheid 17 7.5 Silicaatstenen, cellenbeton, gipsblokken 61
2.1 Trappen 17 7.6 Thermische isolatie 62
2.2 (Deur) openingen 18 7.7 Glas 65
2.3 Glas 18 7.8 Hout 70
3 Brandveiligheid 18 7.9 Bitumen 74
3.1 Ontwikkeling brand 19 7.10 Pannen 76
3.2 Wetgeving 19 Hoofdstuk 4: Comfort 78
4 Sociale veiligheid (Niet in Eurocode) 21 1 Bruikbaarheid 78
4.1 Inbraakveiligheid 21 1.1 Verblijfsruimtes 78
Hoofdstuk 3: Constructie en materialen 23 1.2 Vervormingen 78
1 Fundering 23 2 Energiezuinigheid 79
1.1 Sondering 23 2.1 Thermische isolatie 79
1.2 Soorten ondergrond 23 2.2 Energieprestatie 80
1.3 Aardingslus 23 2.3 Binnenklimaat 81
1.4 Fundering op “staal” 23 3 Gezondheid 82
1.5 Paalfundering 24 3.1 Geluidshinder 82
2 Kelderwanden 26 3.2 Vochtoverlast 83
2.1 Bouwputbeschoeiing 26 3.3 Luchtverversing 85
2.2 Materialen 28 3.4 Daglichtvoorziening 86
2.3 Aandachtspunten 28 Begrippen – symbolen – formules 87
3.4 Bouwdetails 29
MOGELIJKE EXAMENVRAGEN: “Stalen damwanden worden in de waterbouw
Hoofdstuk 1: inleiding toegepast om de sterkte van een kering te
Geen examenvragen, maar wel veel begrippen vergroten.
die gekend moeten zijn. Om daarbij de vereiste levensduur van 100 jaar
Hoofdstuk 2: veiligheid te garanderen wordt een corrosietoeslag
Brandveiligheid (marc loves it) toegevoegd
Hoofdstuk 3: constructie en materialen aan de benodigde dikte die de dikteafname
1 vraag over beton door roestvorming compenseert.”
1 vraag over hout - 2 details uitwerken
1 vraag over iets anders o Vloer – fundering – muur
- Geef uitleg over de sterkteklasse van beton o Vloer – wand
- Geef uitleg over verschillende voegen die men o Wand – dak
moet voorziet in metselwerk Hoofdstuk 4: comfort
Op 20 punten
- Vraag: roesten van damwanden?
1
, Bouwtechnologie 1: ruwbouw
Hoofdstuk 1: inleiding
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Duurzaam: minimaliseren van de milieu-impact gedurende de ganse levenscyclus van het gebouw.
Milieu-impact:
- Grondstoffenschaarste
- Pollutie (vervuiling) grond, water, lucht
- Klimaatverandering (CO²)
- Biodiversiteit (aantal soorten organismen) die met 50% daalt tegen 2100
Levenscyclus: ontginning → fabricage → constructie → gebruik en onderhoud → renovatie → afbraak → afval
→ hergebruik of recyclage
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt
tegen het klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de
toekomstige gebruikers kunnen communiceren.
Bij het bouwen kan men:
- Ter plaatse maken (gieten van beton, metselen van bakstenen)
- Vooraf in de fabriek maken (prefabriceren (en op de werft monteren of toepassen (houten spanten, stalen
liggers)
➔ In beide gevallen is er bijzondere aandacht nodig voor de verbindingen tussen bouwelementen.
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Bouwen zodat het blijft staan betekent:
- Onder invloed van krachten het gebouw veilig bruikbaar moet zijn
o Veilig: mag niet breken of instabiel zijn/worden
o Bruikbaar: geen te grote doorbuiging of trillingen
- Krachten ten gevolge van:
o Eigengewichten: van de bouwelementen
o Vaste nuttige belastingen: afwerking, muren
o Veranderlijke nuttige belastingen: opgelegde belasting (personen en meubels), verplaatsbare wanden,
klimaatbelasting (wind, sneeuw..)
- Onder invloed van deze krachten ontstaan er spanningen (kracht per oppervlakte-eenheid) en vervormingen.
o Veilig: de optredende spanning moet kleiner blijven dan de sterkte (spanning bij breuk) en de
elementen mogen niet te slank zijn.
o Bruikbaar: de optredende doorbuiging of trillingsfrequentie moet kleiner blijven dan een bepaalde
waarde.
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Het gebouw moet voldoende weerstand bieden tegen de klimaatomstandigheden:
- Voldoende warmte of koelte tijdens alle seizoenen
- Beschutting tegen vochtindringing ten gevolge van regen en sneeuw
- Beschutting tegen wind, bliksem
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Technisch kunnen interpreteren wil zeggen dat:
- Je de vakterminologie moet beheersen
2
, - Je inzicht moet hebben in de principes
- Je verbanden moet kunnen leggen tussen verschillende delen van de inhoud
- Je met behulp van de vorige drie in staat moet zijn om zowel grafieken, tabellen als figuren te kunnen
interpreteren.
Het interpreteren is bovendien niet enkel zuiver technisch, maar wil ook zeggen dat:
- Je moet je inleven in het ontwerp
- Je moet verbanden zien tussen de technische uitvoering en de conceptuele ideeën van de ontwerper
- Je moet de esthetische aspecten van het ontwerp zien
- Je moet kunnen begrijpen welke gebruikservaringen/ welke beleving de ontwerper wol overbrengen op de
toekomstige gebruikers.
Duurzaam bouwen: op een duurzame manier iets maken dat blijft staan en dat de gebruikers beschermt tegen het
klimaat. Om dit te verwezenlijken moet ik kunnen interpreteren en met het bouwteam en de toekomstige gebruikers
kunnen communiceren.
Kunnen communiceren wil zeggen dat:
- Je de vakterminologie moet beheersen
- Je inzicht moet hebben in de principes
- Je verbanden moet kunnen leggen tussen verschillende delen van de inhoud
- Je met behulp van de vorige drie in staat moet zijn om zowel mondeling als schriftelijk te kunnen communiceren
- Je de esthetica en de beleving van een ontwerp moet kunnen uitleggen
- Je de grens tussen de zorg voor de esthetische en belevingsaspecten en de technische haalbaarheid ervan
moeten kunnen opzoeken en verdedigen.
1 Bouwmethodiek
Grote verscheidenheid in gebouwen door:
- Functie (menselijk welbevinden)
- architectonische stijl, vorm, materialen
- constructie (locatie/land/cultuur)
- duurzaamheids- en economische aspecten
- renovaties (wijzigende functies - energetische renovaties)
- natuurlijke omstandigheden (klimaat/terrein)
- wettelijke voorschriften
- beschikbaarheid van materialen, technieken, personeel
Utilitaire functie:
- Ruimtelijk : deelruimten met oppervlakte, hoogte, vorm
- Scheidend : wind, vocht, geluid, licht, warmte, inkijk, brand,
stank, stof, inbrekers, gronddruk, waterdruk, ook omgekeerd
bijvoorbeeld zoo, opslag gevaarlijke stoffen, gevangenis, ..
- Verbindend : deuren, ramen, trappen, liften, leidingschachten
- Conditionerend : installaties
- Dragend : weerstand tegen belastingen, waterafvoer…
Maatschappelijke en andere functies:
- Verbindend, inspirerend, uitdagend
- Esthetische kwaliteit
- Uitdrukken van maatschappijvisie en persoonlijkheid
Gebouwen:
- Woningbouw: verblijf dag en nacht, privacy, kleine wooneenheden, dragende wanden, kleine overspanningen
o Huis
- Utiliteitsbouw: verblijf dag (behalve bvb. rusthuis), grote eenheden, kolommen-balken-skelet, grote
overspanningen
o Gemeentehuis, onderwijsvampus, winkelcentrum
3
, Bouwproces bestaat uit:
- programma (initiatief, haalbaarheid, projectdefinitie)
- ontwerp (vlekkenplan, voorlopig en definitief ontwerp)
- uitwerking (bestek, prijsvorming, contracten)
- bouw (voorbereiding, uitvoering, oplevering)
- gebruik (beheer: energie, water, afval,…)
- renovatie (hergebruik) of sloop (recyclage)
2 Bouwmethoden
Alle objecten die krachten moeten opnemen bezitten een draagstructuur.
De draagstructuur kan het hele object zijn (massiefbouw) of een deel ervan (skeletbouw):
- Massiefbouw: valt de structuur samen met de gebouwschil (en invulwanden): vb. piramide, kerk, …
- Skeletbouw: is de gebouwschil apart van de structuur en kan deze los van de structuur vervangen worden: vb.
indianentent, skeletstructuur met invulmetselwerk, …
Alle krachten moeten via de draagstructuur en dan via de fundering naar de ondergrond overgebracht worden,
zowel bij massiefbouw (bijna uitsluitend via lijnlasten) als skeletbouw (bijna uitsluitend via puntlasten)
Bij massiefbouw worden de verticale en horizontale krachten door het geheel van wanden naar de fundering
geleid. De structurele (dragende) en scheidende functie worden door dezelfde bouwdelen waargenomen.
Bij skeletbouw worden de verticale krachten altijd door het skelet (niet de schil) overgedragen naar de
fundering. De horizontale krachten worden door het skelet alleen overgedragen (ongeschoord raamwerk met
vaste verbindingen) of door stijve schoorconstructies in het gebouw zoals invulwanden, windverbanden,
kokers (geschoord raamwerk met scharnierende verbindingen).
De scheidende functie wordt waargenomen door de gebouwschil (of binnenwanden) en de structurele
(dragende) functie door het skelet.
Massiefbouw kan uitgevoerd worden door stapelen (baksteen, natuursteen, betonsteen) , gieten (gietbouw, beton)
assemblage/montage (geprefabriiceerd beton, hout en staal)
4