WISKUNDE – THEORIE CURSUS
WAAROM WISKUNDE GEVEN AAN KLEUTERS
STEM = science technology engineering mathematics
CLEMENTS & SARAMA
1. Kinderen die als kleuter weinig wiskunde zagen hebben later meer wiskundige
problemen
-> Lagerinkomsten vaak ook minder wisk = meer problemen + zelf later meer problemen
met lezen etc. “years of promise” = cruciaalste jaren voor de ontwikkeling van wiskunde.
Wiskunde = bouwsteen -> vele vormen van kennis
2. Voor kleuters naar de kleuterklas gaan -> al informele kennis bezitten + vinden wisk leuk!
Door het spelen in de klas ontwikkelen: informele kennis MAAR toch: nog problemen…
deze kennis linken ze niet aan wat ze zien leren in de klas
(Hun informele kennis moet omgebracht worden naar formele kennis)
=> Kennisniveau = noodzakelijk om te kunnen denken
3. Brein van kleuters opmerkelijke veranderdering belangrijk: veel experimenteren zodat
hun brein structuur en organisatie veranderd
Verandering meest onder invloed van complexe activiteiten
KRACHTIG ONDERWIJS
3 HOOFDDOELEN: wiskundekennis – wiskundige vaardigheden – wiskunige inzichten: door
deze 3 doelen: kleuters zich later:
- Kwalificeren (later wiskunde en kennis kunnen toepassen in een job)
- Socialiseren (wiskunde => nodig om deel uit te maken van de samenleving)
- Persoonlijkheid (wiskunde zorgt ervoor dat je je talenten en persoonlijkheid ontwikkelt
Als je kleuters iets wil aanleren altijd DOELGERICHT
KO: positief gevoel meegeven: 3 doelen bereiken via een goede visie op wiskunde, goede
pedagogiek en didactiek + door het opvolgen van je kleuters op wiskundig vlak
Big ideas
= fundamentele ideeën uit wiskunde (cruciaal leermoment)
Bereikt: verschuiving in hun denken = fundamenteel leren: verandering in basisstructuur
(gaat een lampje branden)
- Deep-lebel-learning realiseren? onderwijs wil de onderliggende structuur raken
Eenmaal je het snapt: niet meer kwijt geraken + inzichten steeds ingewikkelder maken
1
, Ontwikkelingsdoelen
= Doelen die je nastreeft verplicht door het decreet
-> Nastreven, niet bereiken = inspanningsplicht en geen resultaatsplicht
Getallen
Meten
Ruimte of meetkunde
Enkel bij eindtermen = bereiken en resultaatsplicht !!!
(!!!) OD p.21 en 22
Leerplandoelen
-> Deze volgen kom je tot het ontwikkelingsdoel -> opgedeeld in ≠ domeinen (tellen,
kardinatie, translatie en ordinatie
Hierna nog eens verdeeld in deelrubrieken
Afkortingen
DB = doelenboek
GO = gemeenschap onderwijs
GET = domein getallen
MET = meten
MTK = meetkunde (enkel ovsg)
RUI = ruimte
STR = strategien en attitudes (ovsg)
Leertrajecten
-> Stappen die je onderneemt om tot het ontwik doel te geraken
nagaan welke doelen je moet stellen en met wat je begint en wat je eindigt
Leertraject = 3 delen
1. Duidelijke doelen
2. Leerlijn: hier vindt je het niveau dat ze hebben en zullen hebben na dit leertraject
3. De aanpak: hoe kan je je doelen het beste bereiken -> didactische principes:
- Motovatieprincipe
- Activiteitsprincipe
- Aanschouwelijkheidsprincipe
- Diferentiatieprincipe
- Integratieprincipe
- Herhalinfsprincipe
- Beperking en geleidelijkheidsprincipe
Kleuters: van trapsgewijs vorderen: motorisch mentaal redeneren (ijsbergmethode)
CPA-aanpak
2
WAAROM WISKUNDE GEVEN AAN KLEUTERS
STEM = science technology engineering mathematics
CLEMENTS & SARAMA
1. Kinderen die als kleuter weinig wiskunde zagen hebben later meer wiskundige
problemen
-> Lagerinkomsten vaak ook minder wisk = meer problemen + zelf later meer problemen
met lezen etc. “years of promise” = cruciaalste jaren voor de ontwikkeling van wiskunde.
Wiskunde = bouwsteen -> vele vormen van kennis
2. Voor kleuters naar de kleuterklas gaan -> al informele kennis bezitten + vinden wisk leuk!
Door het spelen in de klas ontwikkelen: informele kennis MAAR toch: nog problemen…
deze kennis linken ze niet aan wat ze zien leren in de klas
(Hun informele kennis moet omgebracht worden naar formele kennis)
=> Kennisniveau = noodzakelijk om te kunnen denken
3. Brein van kleuters opmerkelijke veranderdering belangrijk: veel experimenteren zodat
hun brein structuur en organisatie veranderd
Verandering meest onder invloed van complexe activiteiten
KRACHTIG ONDERWIJS
3 HOOFDDOELEN: wiskundekennis – wiskundige vaardigheden – wiskunige inzichten: door
deze 3 doelen: kleuters zich later:
- Kwalificeren (later wiskunde en kennis kunnen toepassen in een job)
- Socialiseren (wiskunde => nodig om deel uit te maken van de samenleving)
- Persoonlijkheid (wiskunde zorgt ervoor dat je je talenten en persoonlijkheid ontwikkelt
Als je kleuters iets wil aanleren altijd DOELGERICHT
KO: positief gevoel meegeven: 3 doelen bereiken via een goede visie op wiskunde, goede
pedagogiek en didactiek + door het opvolgen van je kleuters op wiskundig vlak
Big ideas
= fundamentele ideeën uit wiskunde (cruciaal leermoment)
Bereikt: verschuiving in hun denken = fundamenteel leren: verandering in basisstructuur
(gaat een lampje branden)
- Deep-lebel-learning realiseren? onderwijs wil de onderliggende structuur raken
Eenmaal je het snapt: niet meer kwijt geraken + inzichten steeds ingewikkelder maken
1
, Ontwikkelingsdoelen
= Doelen die je nastreeft verplicht door het decreet
-> Nastreven, niet bereiken = inspanningsplicht en geen resultaatsplicht
Getallen
Meten
Ruimte of meetkunde
Enkel bij eindtermen = bereiken en resultaatsplicht !!!
(!!!) OD p.21 en 22
Leerplandoelen
-> Deze volgen kom je tot het ontwikkelingsdoel -> opgedeeld in ≠ domeinen (tellen,
kardinatie, translatie en ordinatie
Hierna nog eens verdeeld in deelrubrieken
Afkortingen
DB = doelenboek
GO = gemeenschap onderwijs
GET = domein getallen
MET = meten
MTK = meetkunde (enkel ovsg)
RUI = ruimte
STR = strategien en attitudes (ovsg)
Leertrajecten
-> Stappen die je onderneemt om tot het ontwik doel te geraken
nagaan welke doelen je moet stellen en met wat je begint en wat je eindigt
Leertraject = 3 delen
1. Duidelijke doelen
2. Leerlijn: hier vindt je het niveau dat ze hebben en zullen hebben na dit leertraject
3. De aanpak: hoe kan je je doelen het beste bereiken -> didactische principes:
- Motovatieprincipe
- Activiteitsprincipe
- Aanschouwelijkheidsprincipe
- Diferentiatieprincipe
- Integratieprincipe
- Herhalinfsprincipe
- Beperking en geleidelijkheidsprincipe
Kleuters: van trapsgewijs vorderen: motorisch mentaal redeneren (ijsbergmethode)
CPA-aanpak
2