Wat is levenslooppsychologie?
Wetenschap die bestudeert hoe het gedrag van mensen (motorisch, sociaal, emotioneel,
taal,…) veranderd in de loop van het leven.
- Elke mens is anders, toch zijn er gelijkenissen
- De wetenschap zoekt patronen in hoe het gedrag evolueert doorheen de levensfasen
- Begrijpen hoe de veranderingen gebeuren en wat daarin een rol speelt
Indeling in fasen
4 delen in ontwikkelingspsychologie:
- Kinderpsychologie
- Jeugdpsychologie
- Psychologie van de volwassenheid
- Psychologie van de ouderdom
Factoren die de ontwikkeling sturen
= nature-nurture-debat
- Nature: erfelijke aanleg/DNA meeste invloed
- Nurture: omgeving en ervaringen meeste invloed
- Beiden: wisselwerking tussen erfelijkheid en omgevingsinvloeden
De rol van erfelijkheid
= -wat is aangeboren?
- DNA, bevat genen verspreid over 46 chromosomen
- Genen zorgen voor aanmaak eiwitten
o Belangrijk voor de bouw en het functioneren van het lichaam, vb. hersenen
o Impact op intelligentie, temperament, verlangens, gevoelens,…
,Weinig invloed op
Toch: erfelijkheid alleen is niet genoeg!
• Juiste moment
• Gepaste omgeving
Rol van het milieu of de omgeving
• = impact van omgevingsfactoren op de groei/ontwikkeling
• Kritische/gevoelige periodes
VB: gevolgen van sociale isolatie
“mensen hebben andere mensen nodig om volwaardig mens te worden.”
• Eerste waar we aan denken: opvoeding thuis…
• De wijze waarop ouders met hun kinderen omgaan, is bijzonder belangrijk voor de
ontwikkeling van het individu. Effecten beperken zich niet tot de kindertijd en de
adolescentie, maar kunnen levenslang doorgaan.
De interactie tussen erfelijkheid en milieu
- Hoeveel gewicht?
Soms meer het ene, soms meer het andere…
Vb. lichaamslengte – motorische ontwikkeling – taal die het kind spreekt…
- Wat is het meest belangrijk?
Uit elkaar halen is zeer moeilijk, want vaak zeer verstrengeld…
Erfelijke invloed
= direct
= indirect
De psychosociale identiteitstheorie van Erikson
• Opeenvolging van 8 verschillende levensfasen
• In elke fase zich emotioneel/sociaal aanpassen aan nieuwe situaties
• Zo werken aan uitbouw van de psychosociale identiteit = ‘je goed voelen in je vel en
in je omgeving’: in harmonie zijn met jezelf en je sociale omgeving
,in elke levensfase een kernconflict:
- 8 kernconflicten in de levensloop
- Wordt verder telkens per leeftijdsfase concreet gemaakt
De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget
, • Onderzoek naar evolutie denken en handelen van kinderen
• Hoe denken kinderen en gaan ze met problemen om (= intelligentie)?
• Hoe evolueert dit?
• Verschillende stadia
• Grote evolutie bij kinderen en jongeren
• Manier waarop denken evolueert is universeel
• Inhoud van het denken is verschillend
• Invloed opvoeding en cultuur
4 stadia in ontwikkeling denken en handelen
• Sensomotorische periode (baby):
via zintuigen motorisch leren reageren
• Pre-operationele periode (peuter/kleuter):
taal, kunnen denken, nog geen onderscheid fantasie – werkelijkheid
• Concreet operationele periode (schoolkind):
logisch denken, concrete problemen beantwoorden
• Formeel operationele periode (adolescent):
abstract en complexer denken
• Volgorde is universeel, tempo ontwikkeling verschilt per kind
• Impact intellectuele aanleg en temperament
Impact ervaringen en mate waarin omgeving stimuleert
Wat is cognitie?