Les 1: infectious diseases inleiding
Classificatie virussen
- Met / zonder envelop → afhankelijk hiervan is integratie anders
- Dubbelstreng / enkelstreng → afhankelijk hiervan gaat de
replicatie anders zijn
- DNA / RNA → afhankelijk hiervan gaat de replicatie anders zijn
- Deze 3 dingen gaan al veel zeggen over hoe viruspartikels zich
gaan gedragen tijdens infectie
- Tijdens infectie => virussen moeten altijd dezelfde cyclus
doorgaan → kunnen zichzelf niet repliceren, hebben
gastheercel nodig
Replicatie van virussen
- Normale eukaryote cel heeft enkel
polymerases om van enkelstrengig naar
dubbelstrengig naar mRNA → alleen dit kan
gebruikt worden om in eiwitten omgezet te
worden
- Volle lijnen = overzettingen die de humane gastheer zelf heeft
,Classificatie bacteriën
- A-c kokken in respectievelijk streptoligging, pakketjes en trosjes
- D-f respectievelijk een staaf, een vibrio en een spiril
- G-i cellen met respectievelijk monotriche, lofotriche en peritriche flagellen
- J poolkorrels
- K-l centrale, respectievelijk eindstandige spore (clostridium)
- Afhankelijk van de vormen kunnen ze in verschillende conformaties liggen →
hier wordt snel naar gekeken voor classificaties
- Maar ook Gram+ vs Gram-
- Daarmee weet je de structuur van die bacterie →
celwand ziet er anders uit, links = Gram+
- Gram- = 2 membranen
- Heeft grote impact naar hoe je ernaar gaat behandelen
→ niet alle antibiotica gaat werken op allebei
Wetenschappelijke nomenclatuur en
systematiek
- Link tussen fylogenie (= verwantschap) en taxonomie
- Meer en meer gebaseerd op (volledige) DNA sequenties
o Fenotypisch → genotypisch → fylogenetisch
- Species concept is problematisch bij bacteriën want er is geen seksuele
voortplanting
- Gebaseerd op DNA conservatie
Taxonomie
- Hiërarchische classificatie op basis van
fenotype en evolutionair verwantschap
, - We focussen vooral op genus en species → behalve als we het gaan hebben over de
enterobactericeae
- Nomenclatuur is binomiaal en volgt het systeem van doctor en botanist Carl
Linnaeus in ganse biologie: genus +
species naam
o Vaak Latijnse of Griekse
afleidingen, soms
verwijzend naar een
fenotype of een persoon
o Nieuwe namen moeten
regels volgen: ‘international
code of nomenclature of
bacteria’
Commensale pathogenen
- Sommige micro-organismen worden regelmatig gevonden in culturen van de
normale flora maar veroorzaken ook regelmatig ziekte
o S. pneumoniae
o Neisseria meningitidis
o H. influenzae b
o Streptokokkus pyogenes
- Deze micro-organismen hebben virulentie factoren die suggereren dat ze regelmatig
in nauw contact komen met elementen van het IS
o Capsule
o IgA protease
o Pili
o Anti-phagocytic proteins
- Immunisatie voorkomt ziekte maar elimineert ook kolonisatie
o Hib conjugate
o Prevnar
o Meningococcal immunization
, Wat is het verschil tussen een pathogeen en een commensaal?
- Pathogenen hebben de inherente eigenschap om anatomische barrières te passeren
of andere gastheer defensie strategieën te doorbreken die de overleving en
vermenigvuldiging van andere bacteriën wel tegenhouden
- De meeste pathogenen kunnen zich daarom vestigen in een niche waar meestal
geen andere stabiele microbiële populaties zijn
- Deze invasieve eigenschappen zijn essentieel voor hun overleving in de natuur. En ze
zijn vaak gastheer specifiek
- Pathogeniciteit is de reflectie van evolutie tussen een micro-organisme en een
specifieke gastheer
o Ziekte is vaak het gevolg van een microbiële aanpassingsstrategie, een
experiment dat soms fout gaat. Dat kan zowel door de gastheer als de
microbe gebeuren
o Virulentiefactoren (bv. Biofilmvorming) kunnen ook een biologische functie
hebben in niet-pathogene context
o Ecologische principes zijn van toepassing op zowel commensalen als
pathogenen die samenleven in het humane landschap
Bacteriële pathogeniciteit – een “lifestyle”
- De gastheer binnendringen
- Een niche vinden
- Intiem interageren met de gastheer
- Repliceren
- Persist/volhouden
- Verspreiding/exit
- Evolutie – experimenteren – de ervaring delen
- Ziekte is een optie: klinische ziekte is altijd het resultaat van een gastheer-pathogeen
interactie → niet iedereen wordt ziek wanneer die een pathogeen organisme
binnenkrijgen
Classificatie virussen
- Met / zonder envelop → afhankelijk hiervan is integratie anders
- Dubbelstreng / enkelstreng → afhankelijk hiervan gaat de
replicatie anders zijn
- DNA / RNA → afhankelijk hiervan gaat de replicatie anders zijn
- Deze 3 dingen gaan al veel zeggen over hoe viruspartikels zich
gaan gedragen tijdens infectie
- Tijdens infectie => virussen moeten altijd dezelfde cyclus
doorgaan → kunnen zichzelf niet repliceren, hebben
gastheercel nodig
Replicatie van virussen
- Normale eukaryote cel heeft enkel
polymerases om van enkelstrengig naar
dubbelstrengig naar mRNA → alleen dit kan
gebruikt worden om in eiwitten omgezet te
worden
- Volle lijnen = overzettingen die de humane gastheer zelf heeft
,Classificatie bacteriën
- A-c kokken in respectievelijk streptoligging, pakketjes en trosjes
- D-f respectievelijk een staaf, een vibrio en een spiril
- G-i cellen met respectievelijk monotriche, lofotriche en peritriche flagellen
- J poolkorrels
- K-l centrale, respectievelijk eindstandige spore (clostridium)
- Afhankelijk van de vormen kunnen ze in verschillende conformaties liggen →
hier wordt snel naar gekeken voor classificaties
- Maar ook Gram+ vs Gram-
- Daarmee weet je de structuur van die bacterie →
celwand ziet er anders uit, links = Gram+
- Gram- = 2 membranen
- Heeft grote impact naar hoe je ernaar gaat behandelen
→ niet alle antibiotica gaat werken op allebei
Wetenschappelijke nomenclatuur en
systematiek
- Link tussen fylogenie (= verwantschap) en taxonomie
- Meer en meer gebaseerd op (volledige) DNA sequenties
o Fenotypisch → genotypisch → fylogenetisch
- Species concept is problematisch bij bacteriën want er is geen seksuele
voortplanting
- Gebaseerd op DNA conservatie
Taxonomie
- Hiërarchische classificatie op basis van
fenotype en evolutionair verwantschap
, - We focussen vooral op genus en species → behalve als we het gaan hebben over de
enterobactericeae
- Nomenclatuur is binomiaal en volgt het systeem van doctor en botanist Carl
Linnaeus in ganse biologie: genus +
species naam
o Vaak Latijnse of Griekse
afleidingen, soms
verwijzend naar een
fenotype of een persoon
o Nieuwe namen moeten
regels volgen: ‘international
code of nomenclature of
bacteria’
Commensale pathogenen
- Sommige micro-organismen worden regelmatig gevonden in culturen van de
normale flora maar veroorzaken ook regelmatig ziekte
o S. pneumoniae
o Neisseria meningitidis
o H. influenzae b
o Streptokokkus pyogenes
- Deze micro-organismen hebben virulentie factoren die suggereren dat ze regelmatig
in nauw contact komen met elementen van het IS
o Capsule
o IgA protease
o Pili
o Anti-phagocytic proteins
- Immunisatie voorkomt ziekte maar elimineert ook kolonisatie
o Hib conjugate
o Prevnar
o Meningococcal immunization
, Wat is het verschil tussen een pathogeen en een commensaal?
- Pathogenen hebben de inherente eigenschap om anatomische barrières te passeren
of andere gastheer defensie strategieën te doorbreken die de overleving en
vermenigvuldiging van andere bacteriën wel tegenhouden
- De meeste pathogenen kunnen zich daarom vestigen in een niche waar meestal
geen andere stabiele microbiële populaties zijn
- Deze invasieve eigenschappen zijn essentieel voor hun overleving in de natuur. En ze
zijn vaak gastheer specifiek
- Pathogeniciteit is de reflectie van evolutie tussen een micro-organisme en een
specifieke gastheer
o Ziekte is vaak het gevolg van een microbiële aanpassingsstrategie, een
experiment dat soms fout gaat. Dat kan zowel door de gastheer als de
microbe gebeuren
o Virulentiefactoren (bv. Biofilmvorming) kunnen ook een biologische functie
hebben in niet-pathogene context
o Ecologische principes zijn van toepassing op zowel commensalen als
pathogenen die samenleven in het humane landschap
Bacteriële pathogeniciteit – een “lifestyle”
- De gastheer binnendringen
- Een niche vinden
- Intiem interageren met de gastheer
- Repliceren
- Persist/volhouden
- Verspreiding/exit
- Evolutie – experimenteren – de ervaring delen
- Ziekte is een optie: klinische ziekte is altijd het resultaat van een gastheer-pathogeen
interactie → niet iedereen wordt ziek wanneer die een pathogeen organisme
binnenkrijgen