wetenschap
Psychologie: De wetenschap die menselijk gedrag bestudeert en de
geestelijke en mentale processen. (Bijvoorbeeld: hoe neem je je omgeving
waar en hoe nemen anderen deze omgeving waar.) Ondanks dat de
omgeving subjectief is, kan de interpretatie van deze wereld anders zijn.
Zes belangrijke perspectieven binnen de psychologie:
1. Biologisch
Menselijk gedrag en geestelijke processen worden bepaald door
onze biologie. Een groot deel van ons gedrag en ons denken wordt
beïnvloed door wat er in ons lichaam gebeurt.
- Hersenen en zenuwstelsel -> alcohol beïnvloedt de ontwikkeling
van je hersenen en brein
- Hormonen
- Genen -> Genetische kwetsbaarheid, ben je meer vatbaar voor
depressies en andere stoornissen?
De neuropsychologie: bepaalde vermogens kunnen verdwijnen door
beschadiging van bepaald gebieden van de hersenen, en de
evolutionaire psychologie: onze genetische opmaak die onze
fundamentele gedragingen veroorzaakt is gevormd door de
omstandigheden waarin onze voorouders verkeerden.
René Descartes stelde het eerste radicaal nieuwe idee voor om een
scheiding tussen de spirituele geest en het fysieke lichaam.
Empiristen formuleerden echter veel kritiek hierop. Ze beweren dat
waarnemingen ervaringen en experimenten de enige ware bronnen
van kennis zijn.
2. Cognitief
De geest staat centraal, menselijk gedrag wordt veroorzaakt door
geestelijke processen. Het gaat vooral over gedachten, leren,
geheugen en perceptie. Voorbeelden: Wilhelm Wundt wou
onderzoeken uit welke onderdelen de waarneming bestaat hij
noemde deze onderdelen elementen. Hoe nemen wij de wereld
waar en hoe ervaren wij dingen. Wat kunnen we wel en wat kunnen
we niet herinneren.
3. Behavioristisch
Het gedrag staat centraal, om de mens te begrijpen kijken we louter
naar gedrag en hoe dit beïnvloedt wordt door objectief
waarneembare zaken in de omgeving.
Voorbeelden: behandeling van specifieke fobieën werkt het beste
door blootstelling aan hetgeen wat je eng vindt en dat je leert dat je
angst in de situatie af kan nemen.
4. Whole-person
Om menselijk gedrag te begrijpen moeten we kijken naar de hele
persoon. Het onderbewuste, groeimogelijkheden en sterke kanten,
stabiele karaktereigenschappen.
, 5. Ontwikkelings
Menstelijk gedrag verandert gedurende de levensloop op
voorspelbare wijze. Door invloed van:
- Nature → biologisch perspectief
- Nurture → behavoristisch persepectief
Voorbeelden: Eetgedrag bij jonge kinderen
6. Sociocultureel
Menselijk gedrag wordt beïnvloed door alle lagen uit de
maatschappij die het individu omringen.
Psychologie is een wetenschap. Alles wat er bekend is, is
wetenschappelijk onderzocht. Dat is ook belangrijk omdat we graag willen
weten wat er gebeurd als er iets veranderd in gezinssamenstellingen etc.
Er worden vaak metingen gedaan doormiddel van vragenlijsten en
observeren. ook worden er experimenten gedaan. Wilhelm Wundt wordt
gezien als de eerste onderzoekspsycholoog, hij deed onderzoek bij de
Universiteit van Leipzig.
College 2: Biopsychologie,
neurowetenschappen en de menselijke aard
Biopsychologie & neurowetenschappen
Biopsychologie = specialisme in de psychologie dat de interactie tussen
biologie, gedrag en de omgeving bestudeert.
Neurowetenschappen = interdisciplinair veld dat de relatie tussen
hersenen en geest onderzoekt.
Kennis van de biopsychologie en neurowetenschappen helpt een
pedagoog om gedrag, leren en ontwikkeling beter te begrijpen vanuit de
samenhang tussen lichaam, brein en omgeving. vb: begrip van
ontwikkeling, signaleren van problemen.
De hersenen waren lange tijd niet populair, er werd gedacht dat het hart
veel belangrijker was. Het hart zou de plek zijn waar de ‘geest’ zat.
Genen & epigenetica
Kinderen krijgen van hun ouders genetische informatie mee. Dit vormt
een unieke genetische blauwdruk, het genotype. In (bijna) elke
lichaamscel zit hetzelfde DNA in chromosomen, met daarin een code voor
al je erfelijke eigenschappen. Het fenotype is het totaal van alle
waarneembare eigenschappen, is een combinatie van genen &
omgevingsinvloeden. Genen coderen niet alleen voor uiterlijke
kenmerken, ook voor psychologische kenmerken, bijvoorbeeld
, temperament. Het epigenoom zorgt ervoor dat een gen wel of niet actief
is, het is het besturingssysteem van je DNA.
We hebben een zenuwstelsel en een endocrien stelsel, hier worden alle
processen in je lichaam door gestuurd. De zenuwstelsels communiceert
met neurotransmitters, het endocriene stelsel werkt met hormonen.
Plasticiteit: de hersenen ontwikkelen langzaam, nog tot ver in de
adolescentie is er ontwikkeling & levenslang zijn er veranderingen door
plasticiteit. Motorische gebieden zijn als eerste niet meer plastisch.
Franz Gall
Lang was het idee dat de hersenen een orgaan waren zoals alle
andere organen en als een eenheid functioneerden. In de 19e eeuw:
gebieden in de hersenen hebben specifieke functies. Een belangrijke
implicatie was dat opvoeding en onderwijs belangrijker werden
gevonden, door opvoeding kun je je hersenen immers vormen.
Anatomie hersenen
4 kwabben van de corex
Frontaal kwab
Zit vooraan in je hersenen.
Niet directe zintuigelijke
informatie, moet het dus
doen met informatie uit de
rest van de hersenen. Hier
zitten de executieve
functies, beslissen,
redeneren,
persoonlijkheid, ophalen
herinneringen.
Partiëaal kwab
Als je aangeraakt wordt voel je waar dat is met het partiëaal kwab.
Het maakt je bewust van de ruimte waarin je bent, en waar dingen
in de ruimte zijn ten opzichte van jou. Ook belangrijk voor betekenis
geven aan taal.
Occipitaal kwab
Helpt bij het verwerken, integreren en interpreteren van visuele
informatie. Werkt samen met het associatiegebied in partiaalkwab
en temporaalkwab.
Temporaal kwab
Belangrijk voor het gebied van auditieve informatie en taalbegrip.
Het limbisch systeem is een verzameling structuren die belangrijk is voor
de verwerking van emoties en geuren. (boek)
College 3: sensatie en perceptie & vormen
van bewustzijn
We zien niet wat er in het bewustzijn van anderen plaatsvindt. We kunnen
alleen in ons eigen hoofd kijken en vanuit onze eigen perceptie kijken. Er