Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 75 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Inleiding tot de Archeologie 2025-26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 75 pagina's

Dit is een totaalpakket van de combinatie tussen de hoorcolleges en de Powerpoints. Ik noteer de exacte woorden van de prof en vind hier soms extra uitleg over om concepten te verduidelijken. Dit is dus een gedetailleerd overzicht en geen schema. Enkel het eerste hoorcollege is niet verwerkt in deze samenvatting, aangezien het niet echt theorie was. Met deze samenvatting was mijn resultaat een 15/20.

Voorbeeld van de inhoud

Geschiedenis van de archeologie
Voorbeeld uit de actualiteit => er zijn muurtekeningen (gedigitaliseerd) gevonden in Arabisch woestijn
van 12000 jaar oud => wat is er speciaal aan? De functie ervan: het idee is dat deze dienden als wegwijs
naar waar het water was in woestijn (dit kwam veel voor op verschillende zandstenen in het woestijn
zelf); interessant is dat kameel vol zit, dus vruchtbaar
We gaan kijken naar verschillende denkstromen en hoe bepaalde wijze van denken de theorie hebben
gevormd => deze zijn het uitgangspunt van alle interpretatie en conclusie in de archeologie
Wat is archeologie? = humane interdisciplinaire wetenschap die gericht is op detectie, identificatie,
analyse, interpretatie van de materiële resten en sporen van menselijke activiteiten/gedragingen in het
verleden
 Doel: Het verleden te kunnen reconstrueren Situaties en ontwikkelingen in dit verleden en in
het gedrag van de mens te kunnen identificeren en verklaren
Archeologie heeft te maken met je wereldbeeld => als we dit brengen naar de wetenschap gaat dit dus
een invloed hebben op wat je ziet, welke methode je gaat toepassen en welke data je gaat interpreteren
3 paradigma’s waaruit we handelen:
1) Theory: interpretatieve veld
2) Discours: ideologisch veld
3) Methode: empirisch veld
 Deze paradigma’s kunnen we dus zien als modellen en theorieën die het denkkader vormt ven
waaruit data wordt geanalyseerd en beschreven.
Mooi voorbeeld => Alle praktijken die worden uitgevoerd komen uit de theorie (theoretische =
praktische archeologie), wat betekent dat geen enkel archeologische data onafhankelijk staat van de
theorie (je kan zeggen dat een pot 400 jaar oud is, maar dit zegt eigenlijk niets totdat je dit gaat
interpreteren, daar heb je archeologische theorie voor nodig!). Archeologische theorie omvat:
1) Het herkennen van patronen in data
2) Het interpreteren van artefacten
3) Betekenis geven aan een context, etc

 Je hebt een kom uit Turkije => je herkent hier de patronen in en je gaat het kommetje dus in
hokjes plaatsen obv stijlkenmerken = dit valt onder cultuurhistorisch paradigma
 Je ziet Knossos; het is niet zo zeer een paleis, maar een plek voor sociale, religieuze bijeenkomst
(zelfde data, maar verschillende interpretatie dus)
 Plattegrond van de Maya’s => sites worden gezien als primitieve nederzettingen

,Johnson: Interpretatie van de archeoloog is noodzakelijk om de feiten en data te laten leven.
We hebben twee graven, wat zijn de
verschillen naargelang context:
Bij het eerste liggen er bijgaven (metalen
artefacten, bijlen, spelden, gouden
kettingen) => we interpreteren dit als
offers, dat het een belangrijke, rijke
persoon was (en met deze associatie leg
je veel waarde bij de artefacten en dat ze
geassocieerd worden met rijkdom, maar
dat is in onze maatschappij! Projecteren
van ons hedendaags beeld op verleden). Het zou ook een andere cultuur of geloof kunnen hebben:
geloven in het hiernamaals waarin je gelooft dat alles wat je meeneemt in je graf ook meegaat in je leven
later. Het ander graf kan dus christelijk zijn. Er is ook een verschil in gender: er worden andere zaken
meegegeven aan vrouwen als voor mannen. We zien dus dat de assumpties die we maken, verbonden
zijn met ons wereldbeeld.
De archeologische theorie gaat bepalen waar je wel of geen belang aan moet geven en hoe je data vorm
gaat geven.
Voorbeeld: je vindt 1000 scherven van 500vchr op een site, dus je gaat ervan uit dat deze scherven uit
500vchr zijn. Hierbij vind je hout uit 500nchr, wat kan een verklaring zijn? Je moet dus zien wat de
meest plausibele oplossing is.
 Een verklaring zou kunnen zijn dat er verstoring is. Je context is niet gesloten, dus het kan dat
er residueel of intrusief materiaal er is tussengekomen.
 Je moet dus alle mogelijke interpretaties evalueren en de beste eruit kiezen.
Voorbeeld: Watkins had veel archeologische sites geplot en zag dat deze sites verbonden konden worden
door een rechte lijn (=Ley Lines). Er is ook kritiek hierop dat stelt dat ze vroeger geen geometrische
kennis hadden, dus dat dit te primitief was om uit te voeren. Of dat deze lijnen zelfs een heilige of
religieuze betekenis zouden kunnen hebben, naargelang de interpretatie. Vandaag zien we dat het niet
dat geval was, want er is een immens rijk aantal aan sites die je altijd kan verbinden met lijnen en we
weten dat prehistorische mensen eigenlijk wel in staat waren om lijnen te trekken, dus geen goede punt
van kritiek.
Die theorie is dus van belang, want we kunnen de artefacten in het verleden plaatsen door onze kennis
van het heden te gebruiken. We moeten dus verleden zo goed mogelijk proberen reconstrueren en daar
een narratief rond creëren (want het verleden bestaat alleen in de dingen die wij erover zeggen!). Dit
theoretisch kader is dus een soort toolbox waaruit je verschillende opties hebt om data te interpreteren.
We zijn nu het verst in onderzoek, dus we maken selectie tussen de beste opties die we hebben.
Deze paradigma’s blijven lopend! In de lessen zullen we deze paradigma’s categoriseren, maar dit
betekent niet dat er een sterk begin -en eindpunt was. Ze vloeiden in elkaar over en bouwden verder op
elkaar.
Mensen hebben in het verleden ook altijd interesse gehad in het verleden: persoonlijk (vooroudercultus),
religieuze en propaganda doeleinden (om een link te maken met je voorouders). De eerste officiële
archeoloog ooit is koning Nabonidus uit de Neo-babylonische tijd (550vchr). Hij ging opgravingen
doen om vroegere tempels te herstellen tot oorspronkelijke vorm om in gunstig daglicht te stellen voor
de goden (religieus motief). Vroeger lagen er funderingsdeposieten in tempels en hij ging ze obv die
deposits proberen dateren (ook al zat hij ernaast). Hij ging ook standbeelden herstellen van Akkadische
heersers om te proberen bewijzen dat hij daarvan afstamde.

,  Je ziet dus dat hij de eerste was die een datering wou koppelen aan archeologische data. Hier
zaten zowel persoonlijke als politieke als religieuze doeleinden achter.
Voorbeeld: keizer Augustus ging heel slim verleden gebruiken om keizercultus te verheerlijken. Hij
ging alle vergoddelijken van Caesar om te tonen dat hij macht verdient door ook bouwprojecten verder
te zetten. Hij ging dus bewust politiek-ideologisch dingen uit het verleden herstellen om verleden te
verheerlijken en keizercultus op gang te brengen.
Renaissance => we komen uit de Middeleeuwen (=breuk met cultuur van Romeinen en Grieken, weinig
kunst en geletterdheid) en er kwam een terugverlangen en interesse naar de klassieke kunst, we moesten
ze herontdekken. Dit zorgde ervoor dat we kwamen tot het eerste paradigma:

1) Het antiquarisme (15e-18e eeuw) = het hebben van artefacten, het aanleggen van
collecties, zonder belang te hechten aan functie en betekenis ervan, want het waren sociale elite
die de Griekse / Romeinse cultuur (dit verspreidt geleidelijk) wilden omarmen en hiermee hun
status wilden tonen. Dit lag als basis van hun opleiding in het onderwijs.
Deze zoektocht naar de antieke cultuur werd geleid door schriftelijke bronnen => de Bijbel en teksten
van Homerus werden gebruikt om opzoek te gaan naar sites. Het was vooral object gericht: het ging
dus niet om de betekenis, maar om het terugvinden en het tentoonstellen ervan. Dit wordt dus een elite
activiteit die men ‘conspicuous consumption’ (je doet dit om bepaalde doeleinde te bereiken) noemt,
waarin men deze artefacten ging tentoonstellen om rijkdom en status te vertonen. Je kon deze artefacten
vaak niet in je huis brengen, dus in een cabinet of curiosities om verzameling op een plek te kunnen
tentoonstellen. Deze bronnen werden vergezeldigd met de cultuur van toen, want toen was het summum
van cultuur, het maakte dus niet uit of je kopieën had. Dit zorgde er dus voor dat er een enorme
exploratiefase ten start was.
De elite omarmen de antieke cultuur en er werd een Grand Tour opgericht. Dit was een deel van uw
studies waarin je ter plekke naar de Griekse / Romeinse cultuur ging om meer te leren en te waarderen
van de klassieke kunst (er werden kurkmodellen van gemaakt, waarheidsgetrouw qua schaal want ze
moesten dit thuis ook hebben). Er kwam dus veel toerisme van de rijke burgerij en adel die de oudheden
willen bezoeken en artefacten terug meenamen. Het ging vooral om mediterrane wereld en later West-
Europa. Er ontstonden ook verenigingen die vandaag nog bestaan om de waarden en artefacten te
bespreken en hier publicaties van te maken (vb. Society of Antiquaries of London).
De exploratiefase was niet enkel
belangrijk voor hen, maar ook voor
ons vandaag. Doordat ze deden aan
documentatie kunnen we adhv hun
schetsen time shots van die tijden
krijgen. Je ziet bijvoorbeeld dat er een
moskee zat binnen een tempel
(Turken vs. Grieken), dit geeft ons
dus veel informatie. Ook blijven de
schetsen over als enige bron van
artefacten die we vandaag niet meer hebben zoals gebombardeerde Parthenon.
Napoleon had een expeditie naar Egypte (niet om cultuur in kaart te brengen, want was bijzaak), want
ze wilden alles documenteren (maar er zat vooral een politiek, militair doel achter om kolonie te
stichten). Hij nam in deze exploratiefase verschillende wetenschappers en kunstenaars mee. Hij vond de
steen van Rosetta (= belangrijk want er stonden hiëroglyfen op) en nam deze mee naar Frankrijk. Hele
beschrijving van documentatie in Description de l’Egypte (1809-1813) en dit zorgde voor Egyptomanie
in Europa. Het stopte hier niet bij, er werden sites gezocht en er was sprake van de eerste opgravingen.

, De eerste opgravingen kunnen we projecteren op Pompeii. Hier vonden we tunnels die werden gegraven
om artefacten te verzamelen in de 18e eeuw (om musea te vullen, vb. villa papyri). Het waren dus geen
opgravingen om het verleden te verstaan, maar echt object gericht. Het gevolg hiervan zijn
plunderingen om collecties te vullen. Vaak uit nationalistische motieven bij het creëren van eigen
staten. Musea in Europa hebben artefacten uit andere landen die nu willen onderhandelen om het terug
naar land van herkomst te brengen (Luxor obelisk in Parijs).
 Nadeel aan antiquaristische fase: alles werd geplunderd en uit context gehaald, wat
problematisch is voor archeologen, want dat is juist wat we nodig hebben. Ze verstonden het
verleden niet, maar ze begonnen te zien dat artefacten wel iets betekenden voor het verleden.
(fries van Parthenon in het VK)
Hele antiquaristische fase is het begin van de Europese identiteit en ook het idee van superioriteit. Alles
wordt gezien vanuit Europees perspectief.

2) 19e eeuw begin van de Moderne Archeologie

Bij al die verhandelingen vonden we ook stenen artefacten. Hoe werden ze geïnterpreteerd in christelijke
kader? Want geschiedenis was al beschreven en je had zelfs precieze data van ontstaan van de wereld.
Ze gingen ervan uit dat het een donderinslag was, maar er was geen plaats voor de prehistorie, het waren
volgens hen restanten van afgedwaalde mensen of de zondevloed. Alle geologische opbouw waren fases
van goddelijke rampen en creatie. Er beginnen uiteindelijk ontwikkelingen te komen die stellen dat de




mens ouder is. We hebben dus twijfels over de ouderdom van de mens. We gaan vondsten beginnen
doen waarvan we ze niet meer kunnen terug linken aan context (zoals die van Frere en Schmerling).
Er was ook het idee dat er oudere en recentere artefacten waren. We gaan terug naar directeur van
museum in Denemarken, Thomsen. Hij gaat die artefacten opdelen in materialen categorieën (Bronstijd
artefacten en Ijzertijd artefacten => classificeren). Hij ging dus relatief dateren van oud naar jong, maar
met denkkader van 6000 jaar vchr.
Geologie en archeologie gaan hand in hand. Er kwamen ontwikkeling in de geologie. Hutton beschrijft
het begrip van stratigrafie (1785): de oudste lagen liggen onderdaan en omgekeerd en opgravingen tonen
dus verschillende tijdsfases. Lyell is ook heel belangrijk, want hij stelt het principe van
uniformitarianisme (1833). Hij heeft bestudeerd hoe de aarde vandaag werkt met alle geologische
processen en hij zag al deze principes ook in het verleden ipv de zondvloeden. Hij begint te beseffen dat
de aarde veel ouder is en dat de restanten van menselijke artefacten ook veel ouder kan zijn. Dit ging
dus tegen het huidige wereldbeeld in. Hij geloofde nog wel in goddelijke creatie.
Daarna kwam Darwin met evolutietheorie. Hij begon bij Origin of Species (1859) met zijn eigen
waarnemingen met Lyell’s ideeën. Hij vroeg zich af hoe soorten evolueren en bindt hier theorie van
survival of the fittest, waarin de best aangepaste gaan winnen en overleven. We zitten dus niet meer met
goddelijke creaties, maar met evolutie (iets continue dat blijft aanpassen). Lamark zei dat door mutatie
de slechte varianten verdwijnenen en het is dus niet meer god’s keuze die ertoe doet.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
5 januari 2026
Aantal pagina's
75
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$7.21

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
2 weken geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen