TAAL EN WERELD
SAMENVATTING
1
,H1: TAALCLASSIFICATIE
1.1. Taalclassificatie
Overzicht van de meest erkende classificaties van talen:
De student heeft kennis over de verschillende manieren waarop talen geclassificeerd kunnen worden.
De student kan de meest erkende classificaties benoemen, onderscheiden en illustreren met voorbeelden.
1.1.1. Natuurlijke en kunstmatige talen
Een taal die door mensen als moedertaal verworven wordt, noemen we een natuurlijke taal.
Kenmerken:
o Deze wordt gebruikt voor algemene communicatie.
o Verkeert in een voortdurend proces van verandering. Als onze ervaringswereld verandert, dan ook de
natuurlijke taal.
o Natuurlijke talen kunnen verschillen, maar de mogelijke variatie is beperkt. Natuurlijke talen hebben
algemene principes die aan de grondslag liggen.
Een taal waarvan de structuur, woordenschat en grammatica ontworpen of geconstrueerd is door een (kleine groep)
individu(en), noemen we een kunst- of kunstmatige taal.
Kenmerken:
o Vaak hulptalen, bedoeld om internationale communicatie te vergemakkelijken. De kunsttaal als een soort
lingua franca.
o De meest succesvolle taal is het Esperanto. Deze werd in 1887 ontworpen door de Pool Ludovich
Zamenhof.
o Synoniem voor kunsttaal is constructed language of conlang in het kort.
1.1.2. Levende, dode en bedreigde talen
Als we talen classificeren op basis van de mate van taalactiviteit, kunnen we een onderscheid maken tussen:
Levende talen zijn talen die tot vandaag als eerste taal of moedertaal worden gesproken en van generatie op
generatie worden doorgegeven.
Dode talen worden niet meer als voertaal gebruikt. Ze kan nog onderwezen worden, maar vaak ligt de klemtoon niet
meer op de actieve beheersing ervan. Bijvoorbeeld het Latijn, het Oudgrieks en het Gotisch.
Bedreigde talen worden door weinig mensen als moedertaal gesproken en dreigen zo uit te sterven. Met het verlies
van taal is er ook een verlies van identiteit en een unieke bron van kennis en culturele gebruiken. Bijvoorbeeld het
Fries, het Bretons of het Iers.
2
,1.2. Taalfamilies
De historisch-vergelijkende taalwetenschap is de tak van de taalkunde die gelijkenissen en verschillen tussen talen
probeert vast te stellen en zo relaties tussen talen probeert te onderscheiden.
Taalfamilies zijn groepen van onderling verwante talen.
1.2.1. Indo-Europees
De student heeft inzicht in hoe de verwantschap tussen talen wordt vastgelegd en weet hoe de stamboom van de
Indo-Europese taalfamilie eruitziet.
Het Nederlands behoort tot de Indo-Europese taalfamilie. Volgens de taalkundige paleontologie zou het Indo-
Europees in het vijfde tot het derde millennium voor Christus in de Zuid-Russische of Oekraïense steppen te
situeren zijn. Historische gebeurtenissen hebben de ontwikkeling van talen gestuurd.
De meeste Europese talen stammen af van het Proto-Indo-Europees. Dit werd in Oost-Europa, Centraal-Azië en/of
Anatolië gesproken. Het Proto-Indo-Europees werd vermoedelijk tussen 4500 en 5000 v.C. gesproken.
Er zijn geen teksten die hiervan getuigen, daarom het gebruik van Proto, het is de taal die ooit misschien werd
gesproken door nomadenvolkeren die zich in Europa gesetteld hebben.
Indo-Europees
Oergermaans
Oost-Germaans Noord-Germaans West-Germaans
Gotisch Zweeds Noors Deens IJslands Nederlands Engels Duits Fries
Afrikaans
1.2.2. Reconstructie van de taalfamilies
Dankzij de comparatieve methode -verschillende talen vergelijken- is er een reconstructie gekomen van de
taalfamilies. Via deze methode kwamen ze tot de ontdekking dat bepaalde klanken in een bepaalde taal telkens
vervangen waren door andere in een aantal andere talen en zo een onderling verwantschap toonden.
Taalkundigen in de 18de eeuw geloofden in een perfecte oertaal. Sommige geloofden dat deze door God geschapen
was, anderen geloofden dat ze natuurlijk was ontstaan.
De belangrijkste bron voor de sleutel naar het Oergermaans is de Gotische Wulfila1 uit de 4de eeuw.
1
Een Visigotische bisschop die de Bijbel vertaalde in het Gotisch
3
, Germaanse talen Romaanse talen Niet-Indo-Europese talen
Nederlands vader Frans père Turks baba
Duits vater Italiaans padre Hongaars apa
Engels father Spaans padre Fins isä
Zweeds far Latijn pater …
… …
De student beschrijft en illustreert de klankverschuivingen die ten gronde liggen aan de evolutie van Indo-
Europees naar het Nederlands.
Als je de klanken van de Germaanse en Romaanse talen vergelijkt merk je de eerste klankverschuiving naar het
Germaans op. Dit betekent dat de Germanen bepaalde medeklinkers anders gingen uitspreken dan hun Indo-
Europese voorouders. De gebroeders Grimm beschreven deze klankverandering, om deze reden noemen we dit ook
de wet van Grimm.
o Accentverschuiving
o Naamvallen
Indo-Europees / Romaanse klanken Germaanse klanken
Stemloze plofklanken worden … … stemloze wrijfklanken
o P : pater o F: father
o T : pater o Th : father
o K : coeur o Ch : hart
Stemhebbende plofklanken worden … … stemloos
o B : labium o P : lip
o D : due o T : twee
o G : ager o K : akker
Nadien volgde er de tweede Germaanse klankverschuiving, of de
Hoogduitse klankverschuiving. Dit is de klankverschuiving waar
het Engels, het Nederlands en het Duits uit elkaar groeiden. Deze
verschuiving vond plaats in het zuiden van Duitsland en spreidde
zich richting het noorden.
o Benrather Linie : onderscheid tussen maken en machen
o Uerdinger Linie : onderscheid tussen ik en ich
o Panninerlinie : onderscheid tussen stijl en sjtijl
Eerste klankverschuiving Tweede klankverschuiving
Stemloze occlusieven worden … … fricatieven
o P: helpen, paard o F: helfen, pferd
o T: eten, twee, tijd o S: essen, zwei, zeit
o K: ik o X: ich
Aan de westkant, het huidige België, vonden andere verschuivingen plaats. Er kwam een opsplitsing van het
Hoogduitse tussen het:
o Kustgermaans en
o Het Germaans van het binnenland.
4
SAMENVATTING
1
,H1: TAALCLASSIFICATIE
1.1. Taalclassificatie
Overzicht van de meest erkende classificaties van talen:
De student heeft kennis over de verschillende manieren waarop talen geclassificeerd kunnen worden.
De student kan de meest erkende classificaties benoemen, onderscheiden en illustreren met voorbeelden.
1.1.1. Natuurlijke en kunstmatige talen
Een taal die door mensen als moedertaal verworven wordt, noemen we een natuurlijke taal.
Kenmerken:
o Deze wordt gebruikt voor algemene communicatie.
o Verkeert in een voortdurend proces van verandering. Als onze ervaringswereld verandert, dan ook de
natuurlijke taal.
o Natuurlijke talen kunnen verschillen, maar de mogelijke variatie is beperkt. Natuurlijke talen hebben
algemene principes die aan de grondslag liggen.
Een taal waarvan de structuur, woordenschat en grammatica ontworpen of geconstrueerd is door een (kleine groep)
individu(en), noemen we een kunst- of kunstmatige taal.
Kenmerken:
o Vaak hulptalen, bedoeld om internationale communicatie te vergemakkelijken. De kunsttaal als een soort
lingua franca.
o De meest succesvolle taal is het Esperanto. Deze werd in 1887 ontworpen door de Pool Ludovich
Zamenhof.
o Synoniem voor kunsttaal is constructed language of conlang in het kort.
1.1.2. Levende, dode en bedreigde talen
Als we talen classificeren op basis van de mate van taalactiviteit, kunnen we een onderscheid maken tussen:
Levende talen zijn talen die tot vandaag als eerste taal of moedertaal worden gesproken en van generatie op
generatie worden doorgegeven.
Dode talen worden niet meer als voertaal gebruikt. Ze kan nog onderwezen worden, maar vaak ligt de klemtoon niet
meer op de actieve beheersing ervan. Bijvoorbeeld het Latijn, het Oudgrieks en het Gotisch.
Bedreigde talen worden door weinig mensen als moedertaal gesproken en dreigen zo uit te sterven. Met het verlies
van taal is er ook een verlies van identiteit en een unieke bron van kennis en culturele gebruiken. Bijvoorbeeld het
Fries, het Bretons of het Iers.
2
,1.2. Taalfamilies
De historisch-vergelijkende taalwetenschap is de tak van de taalkunde die gelijkenissen en verschillen tussen talen
probeert vast te stellen en zo relaties tussen talen probeert te onderscheiden.
Taalfamilies zijn groepen van onderling verwante talen.
1.2.1. Indo-Europees
De student heeft inzicht in hoe de verwantschap tussen talen wordt vastgelegd en weet hoe de stamboom van de
Indo-Europese taalfamilie eruitziet.
Het Nederlands behoort tot de Indo-Europese taalfamilie. Volgens de taalkundige paleontologie zou het Indo-
Europees in het vijfde tot het derde millennium voor Christus in de Zuid-Russische of Oekraïense steppen te
situeren zijn. Historische gebeurtenissen hebben de ontwikkeling van talen gestuurd.
De meeste Europese talen stammen af van het Proto-Indo-Europees. Dit werd in Oost-Europa, Centraal-Azië en/of
Anatolië gesproken. Het Proto-Indo-Europees werd vermoedelijk tussen 4500 en 5000 v.C. gesproken.
Er zijn geen teksten die hiervan getuigen, daarom het gebruik van Proto, het is de taal die ooit misschien werd
gesproken door nomadenvolkeren die zich in Europa gesetteld hebben.
Indo-Europees
Oergermaans
Oost-Germaans Noord-Germaans West-Germaans
Gotisch Zweeds Noors Deens IJslands Nederlands Engels Duits Fries
Afrikaans
1.2.2. Reconstructie van de taalfamilies
Dankzij de comparatieve methode -verschillende talen vergelijken- is er een reconstructie gekomen van de
taalfamilies. Via deze methode kwamen ze tot de ontdekking dat bepaalde klanken in een bepaalde taal telkens
vervangen waren door andere in een aantal andere talen en zo een onderling verwantschap toonden.
Taalkundigen in de 18de eeuw geloofden in een perfecte oertaal. Sommige geloofden dat deze door God geschapen
was, anderen geloofden dat ze natuurlijk was ontstaan.
De belangrijkste bron voor de sleutel naar het Oergermaans is de Gotische Wulfila1 uit de 4de eeuw.
1
Een Visigotische bisschop die de Bijbel vertaalde in het Gotisch
3
, Germaanse talen Romaanse talen Niet-Indo-Europese talen
Nederlands vader Frans père Turks baba
Duits vater Italiaans padre Hongaars apa
Engels father Spaans padre Fins isä
Zweeds far Latijn pater …
… …
De student beschrijft en illustreert de klankverschuivingen die ten gronde liggen aan de evolutie van Indo-
Europees naar het Nederlands.
Als je de klanken van de Germaanse en Romaanse talen vergelijkt merk je de eerste klankverschuiving naar het
Germaans op. Dit betekent dat de Germanen bepaalde medeklinkers anders gingen uitspreken dan hun Indo-
Europese voorouders. De gebroeders Grimm beschreven deze klankverandering, om deze reden noemen we dit ook
de wet van Grimm.
o Accentverschuiving
o Naamvallen
Indo-Europees / Romaanse klanken Germaanse klanken
Stemloze plofklanken worden … … stemloze wrijfklanken
o P : pater o F: father
o T : pater o Th : father
o K : coeur o Ch : hart
Stemhebbende plofklanken worden … … stemloos
o B : labium o P : lip
o D : due o T : twee
o G : ager o K : akker
Nadien volgde er de tweede Germaanse klankverschuiving, of de
Hoogduitse klankverschuiving. Dit is de klankverschuiving waar
het Engels, het Nederlands en het Duits uit elkaar groeiden. Deze
verschuiving vond plaats in het zuiden van Duitsland en spreidde
zich richting het noorden.
o Benrather Linie : onderscheid tussen maken en machen
o Uerdinger Linie : onderscheid tussen ik en ich
o Panninerlinie : onderscheid tussen stijl en sjtijl
Eerste klankverschuiving Tweede klankverschuiving
Stemloze occlusieven worden … … fricatieven
o P: helpen, paard o F: helfen, pferd
o T: eten, twee, tijd o S: essen, zwei, zeit
o K: ik o X: ich
Aan de westkant, het huidige België, vonden andere verschuivingen plaats. Er kwam een opsplitsing van het
Hoogduitse tussen het:
o Kustgermaans en
o Het Germaans van het binnenland.
4