Sociale psychologie
Kennismaking met de sociale psychologie
Studieobject van de sociale psychologie
Gebiedsomschrijving
Definitie Gordon Allport: de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en handelingen van de mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen.
-Een wetenschappelijke studie:
• Itt intuïtieve kennis of het gezond verstand
• Beweringen die empirisch getoetst kunnen worden
-3 onderzoeksmethodes om te zoeken naar samenhang
• Begrijpende methode
o Gevalstudie
o Nauwgezetter en systematischer dan de intuïtieve benadering
o Beperking: subjectiviteit
• Correlationele methode (vergelijkende methode)
o Samenhang tussen variabelen uitgedrukt in een correlatie
o Toont geen oorzakelijk verband aan
o Positieve-, negatieve- en nulcorrelatie
• Experimentele methode
o Maakt het mogelijk om te onderzoeken of een bepaalde variabele invloed
heeft op een andere
o Afhankelijke variabele: te meten variabele
o Onafhankelijke variabele: variabele die gemanipuleerd wordt of
verandert
o Experimentele en controle groep
o Causaal verband aantonen (oorzakelijke relatie)
-De empirische cyclus
, -Gedachten, gevoelens en handelingen van mensen
• A-B-C model:
Behaviour of
Affectieve Cognitief
gedrags
component component
component
• Innerlijke gedragsaspecten → objectief observeerbaar
• Directe weg: bv een feitelijke keuze laten maken
• Indirecte weg: bv het laten beoordelen van uitspraken
• Bv ‘autoritarisme’
-Feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van anderen
• Feitelijke of directe aanwezigheid
• Voorgestelde aanwezigheid
Vb. maken van keuzes rekening houdend met de mening van personen die niet
aanwezig zijn
• Impliciete aanwezigheid: gedrag wordt mee gestuurd door onzichtbare instanties
(bv door de overheid of school)
-Enkele aanvullingen op de definitie van Allport
• Ook hoe we zelf inspelen op anderen
• Bewuste (intentionele) beïnvloeding en onbewuste beïnvloeding
Conclusie: het gaat niet om een specifiek gedrag, elk gedrag kan sociaal zijn. Het
gaat om te wijze waarop naar het gedrag wordt gekeken
Eigen invalshoek van de sociale psychologie
-Onderscheid met sociologie
• Sociologie: aandacht voor de meer globale groepskenmerken van het gedrag
Vb. onderzoek van agressie
,Enkele belangrijke evoluties
Kenmerken van bij het ontstaan
-Sterke experimentele traditie
• Op een eenduidige manier aantonen welke factoren invloed hebben
• Storende variabelen kunnen onder controle worden gehouden
• Eerste sociaal psychologische experimenten dateren van einde 19e E
o Experiment van Norman Triplett
-Nauwe band tussen theorie en praktijk
• Invloed WO II
• Praktische problemen die moesten worden opgelost
o Hoe moreel van de troepen op peil houden?
o Hoe de burgerbevolking mobiliseren?
o Hoe de burgerbevolking aanzetten om zuinig om te springen met voedsel
en grondstoffen?
• Kurt Lewin: veldtheorie (geeft aan dat het gedrag G van mensen een functie is van
het karakter K en de omgeving of situatie S)
• Vanaf 1950: explosie aan theorieën
→ Nieuw onderzoek om de theorie te toetsen
• Veel van de klassieke theorieën stammen uit de jaren ’50 en ‘60
Latere aandachtspunten
-Ethische aandachtspunten
• Mensen werden soms blootgesteld aan ethisch betwistbare handelingen (bv.
Toedienen van elektroshocks – gevangenisexperiment van Zimbardo)
• Internationaal werd een deontologische code opgesteld
o Informeren van de deelnemer
o Schriftelijke bevestiging van deelname
o Na experiment informeren
-De culturele verscheidenheid
• Veralgemeenbaarheid van conclusies? – vaak onderzoek met studenten
• Belang van replicatieonderzoek (resultaten zouden bv erg westers kunnen zijn,
dat tegengaan)
• Crossculturele psychologie: hoe worden bepaalde gedragsaspecten beïnvloed
door de cultuur
o Geert Hofstede: individualistische – collectivistische culturen
, -Het belang van biologische factoren
• Evolutionaire psychologie
• Sociale neuropsychologie
-Inschakelen van nieuwe technologieën
• Gebruik computer voor het creëren van virtuele wereld
o Bv onderzoek naar het Kameleoneffect (onbewust nabootsen van
houdingen, gewoonten, gezichtsuitdrukkingen en andere gedragingen van
de interactiepartner)
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu
-Definitie: de verwachtingen of voorschriften die leven binnen een groep over de wijze
waarop men zich tov een bepaald object dient op te stellen of te gedragen.
Kunnen verband houden met: handelen, denken en voelen
Kunnen expliciet (geafficheerd, wetteksten of reglementen) en impliciet (nergens
uitgeschreven, gewoon voelen) zijn
Hoe normen ontstaan
Van bovenaf opgelegde normen
In groepen met een duidelijk Bijvoorbeeld bij de
hiërarchie brandweer bij de brandweer.
Wordt hier niet verder uitgewerkt.
Normen die ontstaan binnen de groep
-Parlementair systeem: resultaat van overleg en rationele besluitvorming
-Normen als product van sociale vergelijking
• Non-verbale dialoog (aftasten wat anderen over iets denken)
• In situaties waarvan we niet weten hoe we erover moeten denken
• Proberen te komen tot een gemeenschappelijke kijk = sociale normering
• Experiment met autokinetisch effect (Muzafer Sherif) → onderzoek naar
informatieve sociale beïnvloeding: mensen alleen maken hun eigen
Kennismaking met de sociale psychologie
Studieobject van de sociale psychologie
Gebiedsomschrijving
Definitie Gordon Allport: de wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten, gevoelens en handelingen van de mensen beïnvloed worden door de
feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen.
-Een wetenschappelijke studie:
• Itt intuïtieve kennis of het gezond verstand
• Beweringen die empirisch getoetst kunnen worden
-3 onderzoeksmethodes om te zoeken naar samenhang
• Begrijpende methode
o Gevalstudie
o Nauwgezetter en systematischer dan de intuïtieve benadering
o Beperking: subjectiviteit
• Correlationele methode (vergelijkende methode)
o Samenhang tussen variabelen uitgedrukt in een correlatie
o Toont geen oorzakelijk verband aan
o Positieve-, negatieve- en nulcorrelatie
• Experimentele methode
o Maakt het mogelijk om te onderzoeken of een bepaalde variabele invloed
heeft op een andere
o Afhankelijke variabele: te meten variabele
o Onafhankelijke variabele: variabele die gemanipuleerd wordt of
verandert
o Experimentele en controle groep
o Causaal verband aantonen (oorzakelijke relatie)
-De empirische cyclus
, -Gedachten, gevoelens en handelingen van mensen
• A-B-C model:
Behaviour of
Affectieve Cognitief
gedrags
component component
component
• Innerlijke gedragsaspecten → objectief observeerbaar
• Directe weg: bv een feitelijke keuze laten maken
• Indirecte weg: bv het laten beoordelen van uitspraken
• Bv ‘autoritarisme’
-Feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van anderen
• Feitelijke of directe aanwezigheid
• Voorgestelde aanwezigheid
Vb. maken van keuzes rekening houdend met de mening van personen die niet
aanwezig zijn
• Impliciete aanwezigheid: gedrag wordt mee gestuurd door onzichtbare instanties
(bv door de overheid of school)
-Enkele aanvullingen op de definitie van Allport
• Ook hoe we zelf inspelen op anderen
• Bewuste (intentionele) beïnvloeding en onbewuste beïnvloeding
Conclusie: het gaat niet om een specifiek gedrag, elk gedrag kan sociaal zijn. Het
gaat om te wijze waarop naar het gedrag wordt gekeken
Eigen invalshoek van de sociale psychologie
-Onderscheid met sociologie
• Sociologie: aandacht voor de meer globale groepskenmerken van het gedrag
Vb. onderzoek van agressie
,Enkele belangrijke evoluties
Kenmerken van bij het ontstaan
-Sterke experimentele traditie
• Op een eenduidige manier aantonen welke factoren invloed hebben
• Storende variabelen kunnen onder controle worden gehouden
• Eerste sociaal psychologische experimenten dateren van einde 19e E
o Experiment van Norman Triplett
-Nauwe band tussen theorie en praktijk
• Invloed WO II
• Praktische problemen die moesten worden opgelost
o Hoe moreel van de troepen op peil houden?
o Hoe de burgerbevolking mobiliseren?
o Hoe de burgerbevolking aanzetten om zuinig om te springen met voedsel
en grondstoffen?
• Kurt Lewin: veldtheorie (geeft aan dat het gedrag G van mensen een functie is van
het karakter K en de omgeving of situatie S)
• Vanaf 1950: explosie aan theorieën
→ Nieuw onderzoek om de theorie te toetsen
• Veel van de klassieke theorieën stammen uit de jaren ’50 en ‘60
Latere aandachtspunten
-Ethische aandachtspunten
• Mensen werden soms blootgesteld aan ethisch betwistbare handelingen (bv.
Toedienen van elektroshocks – gevangenisexperiment van Zimbardo)
• Internationaal werd een deontologische code opgesteld
o Informeren van de deelnemer
o Schriftelijke bevestiging van deelname
o Na experiment informeren
-De culturele verscheidenheid
• Veralgemeenbaarheid van conclusies? – vaak onderzoek met studenten
• Belang van replicatieonderzoek (resultaten zouden bv erg westers kunnen zijn,
dat tegengaan)
• Crossculturele psychologie: hoe worden bepaalde gedragsaspecten beïnvloed
door de cultuur
o Geert Hofstede: individualistische – collectivistische culturen
, -Het belang van biologische factoren
• Evolutionaire psychologie
• Sociale neuropsychologie
-Inschakelen van nieuwe technologieën
• Gebruik computer voor het creëren van virtuele wereld
o Bv onderzoek naar het Kameleoneffect (onbewust nabootsen van
houdingen, gewoonten, gezichtsuitdrukkingen en andere gedragingen van
de interactiepartner)
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu
-Definitie: de verwachtingen of voorschriften die leven binnen een groep over de wijze
waarop men zich tov een bepaald object dient op te stellen of te gedragen.
Kunnen verband houden met: handelen, denken en voelen
Kunnen expliciet (geafficheerd, wetteksten of reglementen) en impliciet (nergens
uitgeschreven, gewoon voelen) zijn
Hoe normen ontstaan
Van bovenaf opgelegde normen
In groepen met een duidelijk Bijvoorbeeld bij de
hiërarchie brandweer bij de brandweer.
Wordt hier niet verder uitgewerkt.
Normen die ontstaan binnen de groep
-Parlementair systeem: resultaat van overleg en rationele besluitvorming
-Normen als product van sociale vergelijking
• Non-verbale dialoog (aftasten wat anderen over iets denken)
• In situaties waarvan we niet weten hoe we erover moeten denken
• Proberen te komen tot een gemeenschappelijke kijk = sociale normering
• Experiment met autokinetisch effect (Muzafer Sherif) → onderzoek naar
informatieve sociale beïnvloeding: mensen alleen maken hun eigen