Samenvatting toegepaste farmacologie: DEEL 5 – GM i.v.m. supportieve therapie bij
kankerbehandeling
Hoofdstuk 1: supportieve therapie
= alle farmacologische interventies die enkel als doel hebben om de bijwerkingen van de
eigenlijke kankerbehandeling te verminderen
Genezing of effectieve palliatie
Tumoren kunnen zich nog in een lokaal stadium bevinden bij ontdekking, maar kunnen zich
(ondanks heelkunde/ radiotherapie) verspreiden
bij initiële diagnose, naast lokale behandeling, ook al systemische behandeling starten
verspreiding voorkomen
Ideale kankerchemotherapie: uitroeien kankercellen zonder beschadiging gezonde weefsels
bestaat niet daarom bij elke behandeling voordelen van therapie tegen toxiciteit
afwegen
1.1. Cytostatica
Interfereren met DNA-synthese of andere processen noodzakelijk bij celdeling
preferentieel effect op delende cellen
o Tumorcellen: verhoogde mitose-index (‘selectiviteit’ cytostatica)
o Ook mogelijke beschadiging andere delende cellen:
Beenmerg
Gonaden (infertiliteit, premature menopauze)
Maagdarm-tractus (beschadiging mucosa, diarree, Candidiase)
Huid (vnl haarfollikels: reversibele alopecia)
Hematopoëtische cellen (bloedcellen, bloedplaatjes..)
Bij manipuleren antitumorale middelen (bv. Bereiden van infusen) moeten aangepaste
voorzorgen genomen worden
o Maximaal in apotheek voorbereid handeling voor VPK zo veilig mogelijk houden
1.1.1. Principe
Beenmerg vaak beperkende factor beenmergcellen recupereren sneller dan tumorale
cellen
Neutropenie moet volledig hersteld zijn voordat nieuwe cyclus gegeven wordt
Frequentie van chemotherapie cycli: ’s ochtends bloedbeeld nemen om neutrofielen te
bekijken eventueel volgende cyclussen uitstellen
o Neutropenie is belangrijk om te vermijden sepsis en infecties voorkomen
Anemie minder vaak problematisch vaak EPO gegeven om anemie te beperken
1
kankerbehandeling
Hoofdstuk 1: supportieve therapie
= alle farmacologische interventies die enkel als doel hebben om de bijwerkingen van de
eigenlijke kankerbehandeling te verminderen
Genezing of effectieve palliatie
Tumoren kunnen zich nog in een lokaal stadium bevinden bij ontdekking, maar kunnen zich
(ondanks heelkunde/ radiotherapie) verspreiden
bij initiële diagnose, naast lokale behandeling, ook al systemische behandeling starten
verspreiding voorkomen
Ideale kankerchemotherapie: uitroeien kankercellen zonder beschadiging gezonde weefsels
bestaat niet daarom bij elke behandeling voordelen van therapie tegen toxiciteit
afwegen
1.1. Cytostatica
Interfereren met DNA-synthese of andere processen noodzakelijk bij celdeling
preferentieel effect op delende cellen
o Tumorcellen: verhoogde mitose-index (‘selectiviteit’ cytostatica)
o Ook mogelijke beschadiging andere delende cellen:
Beenmerg
Gonaden (infertiliteit, premature menopauze)
Maagdarm-tractus (beschadiging mucosa, diarree, Candidiase)
Huid (vnl haarfollikels: reversibele alopecia)
Hematopoëtische cellen (bloedcellen, bloedplaatjes..)
Bij manipuleren antitumorale middelen (bv. Bereiden van infusen) moeten aangepaste
voorzorgen genomen worden
o Maximaal in apotheek voorbereid handeling voor VPK zo veilig mogelijk houden
1.1.1. Principe
Beenmerg vaak beperkende factor beenmergcellen recupereren sneller dan tumorale
cellen
Neutropenie moet volledig hersteld zijn voordat nieuwe cyclus gegeven wordt
Frequentie van chemotherapie cycli: ’s ochtends bloedbeeld nemen om neutrofielen te
bekijken eventueel volgende cyclussen uitstellen
o Neutropenie is belangrijk om te vermijden sepsis en infecties voorkomen
Anemie minder vaak problematisch vaak EPO gegeven om anemie te beperken
1