100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting examen economisch- en ondernemingsrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
23
Uploaded on
04-01-2026
Written in
2025/2026

Inleiding ondernemingsrecht, Bewijs in ondernemingszaken, verplichtingen van ondernemingen, de handelszaak, handelstussenpersonen, betalingsachterstand, onderneming in moeilijkheden (insolventiewetgeving), marktpraktijken en consumentenbescherming, overeenkomsten met consumenten, overeenkomsten tussen ondernemingen, bescherming consument bij verkoop consumptiegoederen (garanties,...) + oefeningen cases met antwoorden

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 4, 2026
Number of pages
23
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

1

Economische en ondernemingsrecht
H1 – Inleiding

Economisch recht = rechtsregels die in het economisch leven moeten nageleefd worden. WIE? B2B en
B2B

Ondernemingsrecht= Marktrecht=
 rechtsregels over oprichting, regels die ondernemingen moeten respecteren
organisatie, werking of stopzetting van bij het verdelen van goederen en diensten op de
een onderneming. markt. (Beschermen de concurrenten,
consumenten en kleine spaarders)

Geschiedenis:
 Wetboek van Koophandel  Wetboek van Economisch Recht
 Handelaar  onderneming (= uitoefenen van een economische activiteit)
 Meer bevoegheid voor de ondernemingsrechtbank (vroeger rechtbank van koophandel)

Toepassing en voorrangen:

Burgerlijk recht Economisch recht

= ALGEMEEN recht = BIJZONDER recht = AFWIJKEND recht

= van toepassing op ALLE Omdat het niet algemeen is, Regels ER zijn anders dan BR
burgers  BW maar specifiek voor vb. regels rond bewijswaarde
ondernemers en activiteiten van een factuur zijn anders (bij
ER wordt niet-geprotesteerde
factuur aanvaard, bij BR is dat
niet zo)

LEX SPECIALIS LEGI DEROGAT GENERALI! (Bijzondere wetgeving heeft voorang op algemene
wetgeving)
d.w.z.. Economisch recht voorrang heeft op Burgerlijk recht

H2 – FUND. ELEMENTEN – BRONNEN ECONOMISCH RECHT
4 klassieke bronnen: wetgeving, rechspraak, rechtsleer en gewoonterecht

Wetgeving:
 Wetboek Economisch Recht – WER – vanaf 2013
 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen – vanaf 2019
 Burgerlijk Wetboek: boek 3 goederenrecht, …
 K.B.’s en M.B.’s
 Internationale verdragen: Richtlijnen, verordeningen en besluiten
Vb. Het Weens Koopverdrag 1980, politiewerk over grens
Basis = verdrag van Lissabon
Richtlijnen  moeten omgezet worden naar nationale wetgeving
Vb. EU laders  uniform OF Proximus kan niet alle spelers op de markt opkopen of richtlijn
oorstokjes
 Te vinden op diplomatie.be en EUR-lex – europa.be

Hoe noemt het nieuwe systeem dat gebruikt werd bij het maken van het nieuwe Wetboek?

Het PANDECTENSYSTEEM: indeling in boeken, titels, hoofdstukken + alg bepalingen vooraan.

, 2

Rechtspraak
- Ondernemingsrechtbanken - vonnissen
- Hoven van beroep - Arresten
- Hof van Cassatie – Arresten

Rechtsleer
 Heeft indirecte invloed

Gewoonterecht
= gebruiken (diamantsector) of vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen meerdere ondernemers =
belangrijk in Economisch Recht
Sinds nieuw BW (art. 1)  gewoonterecht minder belangrijk

H3 – FUND. ELEMENTEN – ONDERNEMINGSRECHTBANK
 Ondernemingsrechtbank in elk ambtgebied
 9: Antwerpen (mt lokale afdelingen), BXL NL, BXL FR, Leuven, Gent, Eupen, Luik, Henegouwen,
Nijvel
 Beroepen: naar Brussel – 2 aanleggen mogelijk
 Elke afdeling bevat meerdere kamers (= afh. Van grootte afdeling)

Elke kamer:
 1 voorzitter (beroepsmagistraat
 2 lekenrechters (geen juridische opleiding, ben door K. vr 5 jr)
 Griffier (bij faillissement)
 OM (advies) – PdK bijgestaan door substituten

Vorderingen:
= Alle geschillen tussen ondernemingen
 Onderneming wil procedure starten tegen niet-onderneming  vrederechter
 Niet-onderneming wil procedure starten tegen onderneming  OR
Bevoegdheden:
 Materiële bevoegdheid: is de Ondernemings RB bevoegd?
 Territoriale bevoegdheid: locatie van de rechtbank?

Eerst kijken naar de materiële bevoegdheid, dan pas kijken locatie van de rechtbank.
Def Ondernemingen (artikel 1 WER)

Ondernemingen 1. Vennootschappen NV’s, BVBA’s,…
2. Éénmanszaak Persoon in zaak, als persoon in
gezin (Welk petje heeft hij op?)
3. Vzw’s


Wat is wel/geen onderneming? Zie artikel 1 WER
Geen onderneming: “ieder publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt
op een MARKT”.

 NMBS, Bpost  biedt diensten aan op een markt  OR
 FAVV, autokeuring, Nationale Bank, Belgocontrol  = geen onderneming
Een publiekrechtelijke persoon die iets doet voor het algemeen belang = geen onderneming

, 3

Wanneer wel of niet naar de ondernemingsrechtbank?




 🧑‍💼 Werknemer vs werkgever → Arbeidsrechtbank
 🏠 Geschil over huur woning → Vrederechter
 👨‍👩‍👧‍👦 Echtscheiding, familierecht → Familierechtbank
 🧾 Fiscale of belastingzaken → Rechtbank van eerste aanleg (fiscale kamer)
 📑 Strafrechtelijk feit (bv. oplichting, diefstal) → Strafrechtbank

🧠 Tips voor je examen:

 Check altijd de hoedanigheid van de partijen (onderneming of niet?).

 Bepaal het voorwerp van het geschil (economisch of burgerlijk?).

 Kijk naar het bedrag van de vordering (< of > €5.000).

 Raadpleeg artikel 573 tot 574 Ger.W. voor de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank.

 Raadpleeg artikel 590 e.v. Ger.W. voor de bevoegdheid van het vredegerecht
Zie art. XX.12 A° = insolventieprocedure (is ALTIJD ondernemingsRB) + bevoegdheden in Ger. Wet.b 
staat allemaal bij def. onderneming

Als particulier de eisende partij is, mag die kiezen.
Ofwel Burgerlijke RB, ofwel Ondern. RB.
 Verschil: werkn van de RB is anders
Bewijs van ondernemingsRB is gemakkelijker
Ondernemingsrechtbank = sneller
Bij strikte regels = beter de burgerlijke RB.

De aanleg  art. 617 Ger. Wetb
= afh. Van het bedrag

H4 - Het bewijs in ondernemingszaken
Bewijs = boek 8  bewijslast

 WIE moet bewijs leveren? Art. 8.4 BW
 HOE kan die dat doen, met welke bewijzen?  Art. 8.1 , 8.8 en 8.9 BW
1. Verstaanbare inhoud
2. Duurzaam voor een bepaalde periode (vb. een bestelling, een huurovereenkomst
3. Moet ongewijzigd blijven
4. Gelijk welke drager
$13.26
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
kristelpirquin

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
kristelpirquin Katholieke Hogeschool Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
1 month
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions