Hfdst 1 • Voorlopig Bewind = in feite eerste regering van België (namen spontaan macht over
1830- na onafhankelijk verklaring 4 oktober 1830)
1848 o Besliste om verkiezingen te houden voor Nationaal Congres (wetgevende
vergadering om Grondwet op te stellen)
• De Grondwet = compromis tss liberalen en katholieken
o Basisprincipe v/d Grondwet: nationale soevereiniteit (vertegenwoordigers
v/d natie beslissen over wat in Grondwet staat, niet gestemd door volk DUS
geen volkssoevereiniteit → wel formeel aanwezig WANT volk kon kiezen
welke leden zij in Nationaal Congres wouden)
1. Liberale middenklasse: willen grote hervormingen met oog op expansie v/h
liberalisme MAAR hadden matige houding (= kenmerk v/h vroege liberalisme →
altijd verplicht te onderhandelen met adel)
2. Conservatieve adel + clerus: willen organische band met verleden behouden
(machtsstructuur van voor de Franse Revolutie) en radicale hervormingen
voorkomen
• Grondwet werd opgesteld door het Nationaal Congres
o Rechtstreeks verkozen door het volk MAAR met hogere kiescijns (= bedrag
dat je aan belastingen moest betalen om überhaupt een stem te hebben →
the one percent)
▪ Kiescijns lag zelfs HOGER dan onder Willem 1 → kleine burgerij
wordt uitgeschakeld
▪ Differentiële kiescijns (= op platteland is kiescijns lager dan in
steden) in voordeel van katholieken → op platteland zijn er meer
katholieken, door lagere cijns kunnen er meer stemmen en zullen die
uitslagen meer doorwegen
Als kleine matiging voeren ze capacitair stemrecht in = mensen met diploma
mogen hier eenmalig stemmen
o Samenstelling: adel (grootgrondbezitters) + intellectuelen (advocaten etc.)
→ meer conservatieve/gematigde katholieken dan liberalen/antiklerikalen
zorgt voor goede plaats voor Kerk in Grondwet
o Taalvrijheid in Grondwet MAAR in praktijk maar 1 officiële taal, het Frans (zie
communautaire breuklijn) → Gw. In Frans zegt dat alle macht uitgaat van de
natie MAAR Nederlandse vertaling zegt dat al het gezag uitkomt van het volk
o Prioriteiten v/h Nationaal Congres
▪ Macht v/d koning beperken
❖ Macht moet bij parlement liggen (adel + rijke burgerij)
❖ Parlement maakt de wet + controleren de ministers
❖ Koning is gebonden aan Grondwet
❖ Scheiding der Machten (niet alle macht bij 1 instelling)
❖ Ministeriële verantwoordelijkheid (= ministers zijn politiek
verantwoordelijk voor optreden v/d koning)
➢ Contraseign = handelingen v/d koning moeten worden
ondertekend door minister, zonder handtekening is
koninklijke beslissing niet geldig
▪ Macht v/d burgerij erkennen
❖ Politieke vrijheid moet deel zijn v/d grondrechten
1
, ❖ Parlement moet deze vrijheden bewaken
Heel progressieve grondwet
o Rol v/h parlement
▪ Stemt wetten door rationeel te discussiëren → belangen van
verschillende groepen kunnen met elkaar in overeenstemming
komen met behulp van rede, taak van parlementsleden is die
belangen in rationele termen te formuleren (komt daarna in krant)
▪ Houden toezicht op staat ZONDER veel interventie
❖ Elke staatsinterventie werd aan controle onderworpen →
ervoor zorgen dat niemand zijn macht zou gebruiken om tegen
burgerlijke belangen in te gaan
o Rol v/d overheid
▪ Zorgen voor veiligheid (bv.: leger)
▪ Beschermen eigendom v/h volk → proberen belastingen zo laag
mogelijk te houden
▪ Nachtwakersstaat = staat die orde handhaaft en rechten + vrijheden
v/d burgers beschermt MAAR houdt zich niet bezig met sociale
bescherming (zie soc-econ. Breuklijn)
o Rol v/d politieke vrijheden
▪ Recht om te vergaderen en verenigen
▪ Persvrijheid → voor liberale burgerij erg belangrijk want opiniepers
werd gezien als noodzakelijke aanvulling v/h parlementair systeem
Worden gewaarborgd in de Grondwet MAAR in praktijk door elites naar eigen
belang geïnterpreteerd om eigen macht groot te houden en anderen
(progressieve/democraten) tegen te houden → coalitieverbod etc.
• Het Nationaal Congres = NIET democratisch → kleine club van elites (geen
weerspiegeling v/h volk)
o Revolutie kwam er door de massa, deze massa wordt nu niet
gerepresenteerd in parlement → weinig mensen kunnen stemmen
▪ Waarom hoge kiescijns? → Angst voor volksdemocratie: als armere
bevolking meer inspraak zou krijgen, zou de macht v/d rijken
verminderen
▪ Door internationale context kwam er geen republiek → monarchie:
keuze van koning sterk beïnvloedt door Europese grootmachten
❖ Eerste keuze: Franse hertog van Nemours → geen goede optie
want volgens GB en Pruisen zou Frankrijk hier te veel macht
mee verkrijgen
❖ Juiste keuze: Leopold 1 Van Saksen-Coburg → Duitse prins,
consensusfiguur (groot Europees netwerk, solide militaire en
diplomatieke achtergrond, connecties met GB, protestants
MAAR stemde in om kinderen katholiek op te voeden →
conservatieven moesten geen schrik hebben, etc.)
• Binnenlandse tegenstanders
o Meer en meer opstanden van radicale democraten → voelen zich a/d kant
geschoven
o Orangisten = aanhangers van Willem 1, willen dat België terug deel wordt
van VKN
2