H6) Gedragsverandering: mechanismen en methoden
6.1) Het ontwikkelen van interventies voor de volksgezondheid
Interventies willen populaties verleiden tot gezonder gedrag. Ze kunnen breed (massamedia) of gericht
(één-op-één) worden ingezet, maar gebruiken dezelfde principes v gedragsverandering.
➔ Eerst wordt bepaald welk gedrag moet veranderen → daarna hoe de interventie wordt uitgevoerd.
PRECEDE-PROCEED-model (Green & Kreuter, 2005)
PRECEDE – voorbereiden op verandering
Bepalen van factoren die gedragsverandering beïnvloeden:
• Predisponerende factoren → kennis, attitudes, overtuigingen, voorkeuren, vaardigheden,
zelfeffectiviteit.
• Faciliterende factoren → omgevingskenmerken die verandering mogelijk maken (sport-
faciliteiten, kookcursussen, kinderopvang).
• Versterkende factoren → beloningen/bekrachtigers (sociale steun, economische voordelen,
sociale normen).
➔ Het model houdt ook rekening met politieke, sociale en omgevingsinvloeden (bv. gezondheids- of
onderwijsbeleid).
PRECEDE:
o Fase 1: sociale diagnose
→ Ontwikkelaars analyseren: gezondheidsproblemen binnen een specifieke doelgroep + bereidheid tot
verandering binnen een gemeenschap
→ Inzicht in GZproblemen, kwaliteit v leven, sterke/zwakke punten, hulpmiddelen en bereidheid tot
verandering.
→ Via forums, focusgroepen, vragenlijsten, interviews: bevolking wordt betrokken ➔ nadruk op co-
creatie = samen met de doelgroep aan de slag gaan.
o Fase 2: diagnose obv epidemiologie, gedrag en omgeving
(epidemiologie = bestuderen v ziektepatronen in versch populaties + relatie met factoren zoals leefwijze)
→ Ontwikkelaars identificeren en evalueren: prevalentie- en indicatiecijfer + welke gedragingen de
doelgroep stelt
→ Identificatie van GZproblemen en gedrags-/omgevingsinvloeden.
→ Analyse van sociale & fysieke omgeving: soms beleidsveranderingen nodig.
o Fase 3: onderwijskundige en ecologische diagnose
→ Ontwikkelaars identificeren en evalueren: prioriteren v gedragingen vd doelgroep + identificeren v
determinanten gelinkt aan (on)gezond gedrag.
• Predisponerende gedragsdeterminanten: kennis, attitudes en waarden
• Bevorderende gedragsdeterminanten: sociale steun, toegankelijkheid v middelen
• Versterkende gedragsdeterminanten: beloningen of strafsystemen
→ Prioriteren van gedragingen uit fase 2.
→ Beoordelen van haalbaarheid en acceptatie van veranderingen.
32
,o Fase 4: overheids- en beleidsdiagnose
→ Ontwikkelaars ontwikkelen en onderzoeken: ontwikkelen v een campagne adhv bewezen
gedragsveranderingstechnieken
→ Afstemming v interventie op beleidsregels en omgevingsvoorwaarden
→ Analyseren v beleid, financiering en organisatorische steun
→ Controleren of het programma aansluit bij beleid van betrokken organisaties (welke factoren
kunnen het programma ondersteunen of belemmeren?).
PROCEED:
o Fase 5: implementatie (leerpad)
→ Ontwikkelaars implementeren: uitvoeren vd campagne / interventie.
→ kan met intermediaire hulp (tussenpersoon die uitvoert zoals leerkracht,…)
o Fase 6: Procesevaluatie (leerpad)
→ Ontwikkelaars evalueren: Wordt de interventie goed uitgevoerd? + Bereikt het de doelgroep?
o Fase 7: Effectevaluatie (leerpad)
→ Ontwikkelaars evalueren directe impact: kortetermijneffecten + analyseren v verandering in kennis,
gedrag,…
o Fase 8: Uitkomstevaluatie (leerpad)
→ Ontwikkelaars evalueren: langetermijneffecten v interventie + analyseren v trends in de GZ.
Leerpad – uitbreiding PRECEDE-PROCEED model
Het PRECEDE-PROCEED model = gezondheidsbevorderend planningsmodel dat gebruikt wordt om
effectieve interventies te analyseren en te ontwikkelen. Het bestaat uit twee fasen:
• PRECEDE
(Predisposing, Reinforcing, and Enabling Constructs in Educational Diagnosis and
Evaluation)
Richt zich op het analyseren v gezondheidsproblemen door sociale, epidemiologische en
gedragsmatige factoren te onderzoeken.
• PROCEED
(Policy, Regulatory, and Organizational Constructs in Educational and Environmental
Development)
Helpt bij de implementatie en evaluatie van interventies.
(afbeelding model volgende pagina)
33
, 6.2) Strategieën om risicogedrag te veranderen - veranderingsstrategieën
Gedragsverandering vraagt kennis over het vergroten v motivatie, beïnvloeden v attitudes en
overtuigingen, en stimuleren v doelgericht gedrag. Dit valt buiten het PRECEDE-PROCEED-
model ➔ andere psychologische raamwerken worden gebruikt.
1. Informatie-Motivatie-Gedragsmodel (Fisher)
Gedragsverandering hangt af van:
• Informatie/kennis → inzicht in het gedrag
• Motivatie → bereidheid om het gedrag uit te voeren
• Gedragsvaardigheden → vaardigheden om het gedrag uit te voeren
2. COM-B-systeem (Michie)
Een gedragssysteem met 3 interactieve elementen:
• Capaciteit → psychologische & fysieke capaciteit, kennis, vaardigheden, vertrouwen
• Gelegenheid → externe factoren die gedrag mogelijk maken, stimuleren of belemmeren
• Motivatie → logische (“koude”) of emotionele (“hete”) processen die gedrag aansturen
Belangrijk: model houdt rekening met individuele + niet-individuele factoren (bv. kosten sportschool,
veilige sportplek, kinderopvang).
34