Informatie
Thema’s hoorcolleges
- Thema 1: De pedagoog en belang van het kind
- Thema 2: Opvoeding en opvoeddoelen in deze samenleving
- Thema 3: Opvoeding en superdiversiteit
- Thema 4: Invloed Pedagogisch klimaat op opvoeding
- Thema 5: De pedagoog en opvoeden in de wijk
- Thema 6: De pedagoog en opvoeden in een professionele setting
- Thema 7: verantwoordelijkheid van de pedagoog in een organisatie
Rode draad: In hoeverre is omgeving van invloed op opgroeien en opvoeden en welke taak heb jij als
pedagoog daarin
Boeken nodig
- In leiding in de pedagogiek
- Entiek in
, Hoorcollege
Pedagoog en belang van
1
Leerdoelen
het kind
- Je kan een definitie geven van het begrip pedagogiek
- Je kan een omschrijving geven van de visie van Philip Kohnstamm tav pedagogiek
- Je kan omschrijven hoe opvoeddoelen opvoeding normatief bepalen
- Je kent enkele uitgangspunten van de Capability Approach
- Je kent het sociaal -ecologisch model van Uri Bronfenbrenner
PEDAGOGIEK
A. Wat is Pedagogiek
Houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0-18/21 jaar.
Komt van de Griekse term paidagoogia
- Pais = kind
- Agogein = leiden
Synoniemen voor pedagogiek:
- Opvoedkunde: richt zich op de vaardigheden van de opvoeder
- Opvoedingsleer: richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden
- Opvoedingswetenschap: richt zich op het ontwikkelen van theorieën over een methoden met
betrekking tot opvoeden.
PEDAGOGISCH KLIMAAT
A. Pedagogisch klimaat
De inrichting van de omgeving van het pedagogisch werk; waar kinderen opgroeien en opgevoed
worden.
- Start vanuit een visie wat wil je bereiken?
o Plan van aanpak: klimaat, omgeving, relatie
B. Pedagogische driehoek
Pedagogisch concept: het hoe ga je het doen.
Pedagogisch klimaat: denken aan omgeving
Pedagogische relatie: hoe ga je om met het kind
C. Why waarom zo belangrijk
- Een pedagoog begeleidt het opvoedproces door zelfstandig te leren functioneren op de wereld.
- Opvoeding is een proces naar een doel in het belang van het kind. De ouder en pedagoog
zorgen voor mogelijkheden.
,PHILIP KOHNSTAMM
A. Wie is het?
Philip Kohnstamm 1875 Bonn – 1951 Ermelo
- Grondlegger geesteswetenschappelijke pedagogiek
- Pedagogiek is gebaseerd op fundamentele levensbeschouwelijke
waarden
- Persoonlijkheid in wording
B. Zijn visie op pedagogiek
- Pedagogiek is normatief
- Tegen empirische analytisch denken
- Hij verzette zich tegen staatsopvoeding
C. Kohnstamm over opvoeden
- Een kind is een individu in een gemeenschap – kinderen leren kritisch nadenken en hun
eigen antwoorden vormen.
- Opvoeden kan alleen omdat een kind een geweten heeft
- Taal is het medium van opvoeden
o Je kunt ermee uitdrukken
o Je begrijpt er de wereld mee
o Je ontwikkelt er je intelligentie mee
- Leren gaat niet mechanisch, maar via spel en ervaren*
- Normen en waarden: niet opleggen, maar wel doorgeven
- Samenwerkend leren staat centraal, kinderen moeten vrije keuzes krijgen.
D. Kohnstamm & Daltononderwijs
Hij onderzocht in 1924 het Daltononderwijs in Engeland en werd enthousiast.
Kernpunten van Dalton (volgens Kohnstamm):
- Geen stil-zit-en-luisteronderwijs, maar vrijheid en zelfstandigheid.
- Werken met weektaken.
- Leren met plezier en in samenwerking.
, GEESTESWETENSCHAPPELIJKE PEDAGOGIEK
A. Wat is het?
Is een stroming binnen de pedagogiek die kinderen en opvoeding bekijkt vanuit de menselijke
beleving, waarden en betekenissen, in plaats van puur vanuit meten en observeren.
Het gaat niet om cijfers of gedrag meten, maar om begrijpen wat een kind denkt, voelt en ervaart in
de opvoeding
B. Onderzoeksmethoden in geesteswetenschappelijke pedagogiek
Hermeneutiek (interpretatieleer)
Is een onderzoeksmethode waarbij je op een gestructureerde manier probeert te begrijpen waarom
mensen doen wat ze doen, door hun gedrag, woorden en ervaringen te interpreteren.
Dialectiek
Dialectiek gaat over twee meningen die botsen.
Bijvoorbeeld:
vrijheid ↔ regels
ideaal ↔ werkelijkheid
Eerst heb je één mening (these).
Daarna komt de tegenovergestelde mening (antithese).
Door hierover na te denken en te praten, zoek je een oplossing waarin beide een beetje terugkomen.
Dat heet de synthese: een nieuwe, betere oplossing die de twee meningen samenbrengt.
ECOLOGISCH MODEL VAN BRONFENBRENNER, 1979
A. Ecologisch model
- De verschillende lagen hebben invloed op het gedrag van het kind.
- De buitenste 2 lagen hebben invloed op het kind maar het kind niet op de buitenste 2 lagen.
- De nadruk legt op de mensen en instantie die om het kind heen te vinden zijn.
B. Lagen systemen
Microsysteem: directe omgeving van het kind (gezin,
school, vrienden, opvang).
Mesosysteem: de verbindingen tussen microsystemen
(bv. samenwerking ouders–school).
Exosysteem: systemen waar het kind niet direct in zit,
maar die wel invloed hebben (werk van ouders, buurt,
media).
Macrosysteem: de bredere cultuur en maatschappij
(waarden, wetten, economie, religie).
Chronosysteem: de tijdsdimensie (grote
levensgebeurtenissen of maatschappelijke
veranderingen).