Algemene rechtsleer
Deel I Wat is recht?
Inleiding: een moeilijke vraag
Ultieme definitie ontbreekt geen eenduidig antwoord op vraag wat recht is
Hebben we wel een definitie nodig?
in sommige vakgebied bv. chemie – geen definitie nodig
in recht wel behoefte
- Essentialistische opvatting: recht heeft essentie (kernelement dat altijd en overal te vinden
is, waardoor je recht kunt onderscheiden van andere fenomenen) – essentie wel nog niet
gevonden tot nu toe
- Conventionalistische opvatting: wat recht is en wat niet, is een conventie (afspraak tussen
mensen), inhoud ligt niet vast op voorhand = mensen onderling bepalen wat recht is
wat nu recht is, misschien vroeger niet (buitenechtelijke kinderen erkennen)
Recht kent vele vormen
Bv. statelijk recht, gewoonterecht, religieus recht, natuurrecht,..
Definities van verschillend recht = vergelijking met families
ze hebben wel iets gemeen, maar allemaal misschien iets anders
bv andere familienaam, genetisch of niet verwant (iedereen andere kenmerken met elkaar)
Recht = standpuntafhankelijk of maatschappijafhankelijk
je kijkt naar recht vanuit je eigen positie
kunt niet over recht spreken zonder zelf een standpunt in te nemen over wat recht is
Voorbeeld: is abortus toegelaten volgens het recht?
M1: religieus recht: nee
M2: Belgisch statelijk recht: ja, onder bepaalde voorwaarden
Gevolgen conventionalistische opvatting recht is relatie naar plaats en tijd
Sociale constructie met een geschiedenis (door handelingen van mensen tot stand)
Focus: diverse kenmerken ipv essentie van recht
1
,Titel 1. Fundamentele transformaties van de mensenmaatschappij
Mensen zijn sociale wezens: leven krijgt betekenis in relatie tot anderen
Streven naar bevrediging van basale behoeften, verlangens en neigingen
Overdracht van ervaringen en inzichten van vroegere generaties vormt het grootste deel van de
kennis die we nodig hebben om met de hedendaagse realiteit om te gaan
Sociale ontwikkeling binnen gemeenschap, gevolg van:
- Materiële facetten (ecol, econ, technol,..)
- Ideële facetten (kennis, overtuiging, waarden, gewoonten,..)
- Sociale instituten en praktijken (bv. gezin, kinderopvang, onderwijs,..)
instituten: patronen van sociale orde die maatschappelijke behoeften lenigen
Bv gezien
praktijken: alledaagse handelingen en manier waarop ze gebruikelijk worden verricht in
maatschappij (patronen)
Bv wachten in wachtzaal bij dokter, kraambezoek
Niet elke gemeenschap is sociaal even complex hoe groter, hoe organisatorisch uitgewerkter
Maar wel onvermijdelijk dat er bepaalde hiërarchie bestaat binnen gemeenschap
Elke gemeenschap: basisbehoeften voor rekening
Bv watervoorziening, voedselbedeling, bescherming van gezondheid en veiligheid, verdediging tegen
buitenstaanders, behoud interne orde,..
(in complexere gemeenschappen eerder bedeeld aan instituten dan individuen)
Hoe? Twee vormen van specialisatie
horizontale specialisatie : macht en bevoegdheden verdeeld worden onder functionele eenheden
die elk op hetzelfde niveau staan (bv. gezin waarbij er iemand de hond uitlaat, kookt, afwas doet,..)
verticale specialisatie : hiërarchisch verschillende niveaus de planning, inrichting en uitvoering
van activiteiten waarnemen (bv. bedrijf met baas, werknemers met verschillende taak)
Recht heeft verschillende betekenis en functie naargelang organisationele structuur van een
gemeenschap of maatschappij (ook naar gelang het sterker is uitgebouwd)
recht is wel aanwezig in elke samenleving!
alleen betekent het niet altijd hetzelfde
2
,Hierna bespreken we volgende samenlevingen:
- Jager-voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten
Chronologisch opgebouwd, maar betekent niet dat de latere samenlevingen ‘verder’ staan qua
evolutie, ze zijn gewoon complexer qua structuur (in hoofd houden)
Hoofdstuk 1. Jager-voedselverzamelaars
Wanneer? Vanaf ontstaan mensheid tot intrede landbouwsamenleving (+- 12.000 v.Chr.)
Kenmerken
clans van ongeveer 25 mensen (familiebanden)
clans zijn deel van groter netwerk van naburige clans
egalitair (uitz. man – vrouw)
= geen leiderschap
Er kan wel uitzonderlijk in crisismomenten een leider aangeduid worden, maar deze verdwijnt dan
bij stabilisatie van de crisis
Indien leider: obv persoonlijke kwaliteiten (bv vaardigheden van het jagen, overtuigingskracht)
goederdeling en wederkerigheid: voedsel wordt verdeeld, wie meer gevangen zou hebben,
draagt meer bij aan de clan
Rest van goederen zijn van individuen bv. potten en pannen van heel de clan (mogelijkheid om te
ruilen of te schenken)
Kennen diverse regels en gebruiken
ivm bezit en gebruik van goederen (onderverdeeld in vijf categorieën)
- Land en waterbronnen
- Roerende goederen (ruilsysteem)
- Geschoten wild, geoogst voedsel en dergelijke
- Mensen (arbeid en seksuele en reproductieve capaciteiten) – kosteloze hulpverlening
- Heilige kennis
Ook over persoonlijk letsel, huwelijksbeperkingen
Bv. diefstal, overspel, incest, fysiek geweld,..
3
, Onmiddellijke wederkerige clans JVV = verbruiken vergaarde voedsel onmiddellijk, relatief
eenvoudige, draagbare en snel gemaakte gereedschappen en wapens
Grote techniek, kleine arbeid
- Flexibel, minder afhankelijk van langdurige engagementen met anderen, waardoor kleine
groepjes zich gemakkelijk(er) losscheuren en eigen weg kunnen gaan
Uitgesteld wederkerige clans JVV = arbeidsintensieve artefacten, ze gebruiken allerlei technieken en
waardevolle instrumenten en hulpmiddelen voor voedselvoorzieningen (bv. vangnetten)
Arbeidsintensief (grote arbeid) voorzien slechts in loop van maanden voedsel
- Bewerken en bewaren voedsel
- Onderhouden de plekken waar voedsel in het wild voorkomt
- Uithuwelijken: mannen kunnen vrouwelijke nakomelingen uithuwelijken
- Duurzame en dragende relaties nodig (tijd, energie en middelen nodig om te investeren in
opbrengsten die nog lang op zich zullen laten wachten) daardoor meer uitgebreide
aanspraken op goederen dan bij onmiddellijke clans
Waarom uithuwelijken? Is investeren in de toekomst door meerdere partijen
Bv. toekomstige man: geeft voorafgaand reeks giften en diensten + lange onderhandelingen
toont economische waarde van toekomstige vrouw, deze zal ook de toekomstige opbrengsten
vertegenwoordigen
= veel werk en moeite in stoppen, geen instant beslissing
Hoofdstuk 2. Chiefdoms
Wanneer? Vanaf +- 5000 v.Chr.
Kenmerken
sedentaire samenlevingsvorm (niet meer nomadisch zoals JVV)
van 100 tot 10.000 per chiefdom
erfelijke sociale stratificatie
ongelijkheid (geen egalitaire samenlevingsvorm)
Duidelijke onderscheiden rollen
- Erfelijke leider (chef) en eliteklasse vs krijgers, ambachtslieden, gewone mensen
- Chef = goddelijk persoon (stamt af van goden, geesten of mythische voorvaderen)
bijzondere krachten, positieve invloed op vruchtbaarheid van vrouwen en land
deel van eliteklasse die heerst over (zie boven), onderscheid elite en rest betreft de landbouw
(elite laat zich hier niet mee in), toch verbruiken de elite meer goederen dan de rest van de
bevolking (worden ook goederen aan hun afgestaan)
- In grootschaligere chiefdoms: macht onderverdeeld door verschillende lagen van chefs
Bv onderchef X opperchef
4
Deel I Wat is recht?
Inleiding: een moeilijke vraag
Ultieme definitie ontbreekt geen eenduidig antwoord op vraag wat recht is
Hebben we wel een definitie nodig?
in sommige vakgebied bv. chemie – geen definitie nodig
in recht wel behoefte
- Essentialistische opvatting: recht heeft essentie (kernelement dat altijd en overal te vinden
is, waardoor je recht kunt onderscheiden van andere fenomenen) – essentie wel nog niet
gevonden tot nu toe
- Conventionalistische opvatting: wat recht is en wat niet, is een conventie (afspraak tussen
mensen), inhoud ligt niet vast op voorhand = mensen onderling bepalen wat recht is
wat nu recht is, misschien vroeger niet (buitenechtelijke kinderen erkennen)
Recht kent vele vormen
Bv. statelijk recht, gewoonterecht, religieus recht, natuurrecht,..
Definities van verschillend recht = vergelijking met families
ze hebben wel iets gemeen, maar allemaal misschien iets anders
bv andere familienaam, genetisch of niet verwant (iedereen andere kenmerken met elkaar)
Recht = standpuntafhankelijk of maatschappijafhankelijk
je kijkt naar recht vanuit je eigen positie
kunt niet over recht spreken zonder zelf een standpunt in te nemen over wat recht is
Voorbeeld: is abortus toegelaten volgens het recht?
M1: religieus recht: nee
M2: Belgisch statelijk recht: ja, onder bepaalde voorwaarden
Gevolgen conventionalistische opvatting recht is relatie naar plaats en tijd
Sociale constructie met een geschiedenis (door handelingen van mensen tot stand)
Focus: diverse kenmerken ipv essentie van recht
1
,Titel 1. Fundamentele transformaties van de mensenmaatschappij
Mensen zijn sociale wezens: leven krijgt betekenis in relatie tot anderen
Streven naar bevrediging van basale behoeften, verlangens en neigingen
Overdracht van ervaringen en inzichten van vroegere generaties vormt het grootste deel van de
kennis die we nodig hebben om met de hedendaagse realiteit om te gaan
Sociale ontwikkeling binnen gemeenschap, gevolg van:
- Materiële facetten (ecol, econ, technol,..)
- Ideële facetten (kennis, overtuiging, waarden, gewoonten,..)
- Sociale instituten en praktijken (bv. gezin, kinderopvang, onderwijs,..)
instituten: patronen van sociale orde die maatschappelijke behoeften lenigen
Bv gezien
praktijken: alledaagse handelingen en manier waarop ze gebruikelijk worden verricht in
maatschappij (patronen)
Bv wachten in wachtzaal bij dokter, kraambezoek
Niet elke gemeenschap is sociaal even complex hoe groter, hoe organisatorisch uitgewerkter
Maar wel onvermijdelijk dat er bepaalde hiërarchie bestaat binnen gemeenschap
Elke gemeenschap: basisbehoeften voor rekening
Bv watervoorziening, voedselbedeling, bescherming van gezondheid en veiligheid, verdediging tegen
buitenstaanders, behoud interne orde,..
(in complexere gemeenschappen eerder bedeeld aan instituten dan individuen)
Hoe? Twee vormen van specialisatie
horizontale specialisatie : macht en bevoegdheden verdeeld worden onder functionele eenheden
die elk op hetzelfde niveau staan (bv. gezin waarbij er iemand de hond uitlaat, kookt, afwas doet,..)
verticale specialisatie : hiërarchisch verschillende niveaus de planning, inrichting en uitvoering
van activiteiten waarnemen (bv. bedrijf met baas, werknemers met verschillende taak)
Recht heeft verschillende betekenis en functie naargelang organisationele structuur van een
gemeenschap of maatschappij (ook naar gelang het sterker is uitgebouwd)
recht is wel aanwezig in elke samenleving!
alleen betekent het niet altijd hetzelfde
2
,Hierna bespreken we volgende samenlevingen:
- Jager-voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten
Chronologisch opgebouwd, maar betekent niet dat de latere samenlevingen ‘verder’ staan qua
evolutie, ze zijn gewoon complexer qua structuur (in hoofd houden)
Hoofdstuk 1. Jager-voedselverzamelaars
Wanneer? Vanaf ontstaan mensheid tot intrede landbouwsamenleving (+- 12.000 v.Chr.)
Kenmerken
clans van ongeveer 25 mensen (familiebanden)
clans zijn deel van groter netwerk van naburige clans
egalitair (uitz. man – vrouw)
= geen leiderschap
Er kan wel uitzonderlijk in crisismomenten een leider aangeduid worden, maar deze verdwijnt dan
bij stabilisatie van de crisis
Indien leider: obv persoonlijke kwaliteiten (bv vaardigheden van het jagen, overtuigingskracht)
goederdeling en wederkerigheid: voedsel wordt verdeeld, wie meer gevangen zou hebben,
draagt meer bij aan de clan
Rest van goederen zijn van individuen bv. potten en pannen van heel de clan (mogelijkheid om te
ruilen of te schenken)
Kennen diverse regels en gebruiken
ivm bezit en gebruik van goederen (onderverdeeld in vijf categorieën)
- Land en waterbronnen
- Roerende goederen (ruilsysteem)
- Geschoten wild, geoogst voedsel en dergelijke
- Mensen (arbeid en seksuele en reproductieve capaciteiten) – kosteloze hulpverlening
- Heilige kennis
Ook over persoonlijk letsel, huwelijksbeperkingen
Bv. diefstal, overspel, incest, fysiek geweld,..
3
, Onmiddellijke wederkerige clans JVV = verbruiken vergaarde voedsel onmiddellijk, relatief
eenvoudige, draagbare en snel gemaakte gereedschappen en wapens
Grote techniek, kleine arbeid
- Flexibel, minder afhankelijk van langdurige engagementen met anderen, waardoor kleine
groepjes zich gemakkelijk(er) losscheuren en eigen weg kunnen gaan
Uitgesteld wederkerige clans JVV = arbeidsintensieve artefacten, ze gebruiken allerlei technieken en
waardevolle instrumenten en hulpmiddelen voor voedselvoorzieningen (bv. vangnetten)
Arbeidsintensief (grote arbeid) voorzien slechts in loop van maanden voedsel
- Bewerken en bewaren voedsel
- Onderhouden de plekken waar voedsel in het wild voorkomt
- Uithuwelijken: mannen kunnen vrouwelijke nakomelingen uithuwelijken
- Duurzame en dragende relaties nodig (tijd, energie en middelen nodig om te investeren in
opbrengsten die nog lang op zich zullen laten wachten) daardoor meer uitgebreide
aanspraken op goederen dan bij onmiddellijke clans
Waarom uithuwelijken? Is investeren in de toekomst door meerdere partijen
Bv. toekomstige man: geeft voorafgaand reeks giften en diensten + lange onderhandelingen
toont economische waarde van toekomstige vrouw, deze zal ook de toekomstige opbrengsten
vertegenwoordigen
= veel werk en moeite in stoppen, geen instant beslissing
Hoofdstuk 2. Chiefdoms
Wanneer? Vanaf +- 5000 v.Chr.
Kenmerken
sedentaire samenlevingsvorm (niet meer nomadisch zoals JVV)
van 100 tot 10.000 per chiefdom
erfelijke sociale stratificatie
ongelijkheid (geen egalitaire samenlevingsvorm)
Duidelijke onderscheiden rollen
- Erfelijke leider (chef) en eliteklasse vs krijgers, ambachtslieden, gewone mensen
- Chef = goddelijk persoon (stamt af van goden, geesten of mythische voorvaderen)
bijzondere krachten, positieve invloed op vruchtbaarheid van vrouwen en land
deel van eliteklasse die heerst over (zie boven), onderscheid elite en rest betreft de landbouw
(elite laat zich hier niet mee in), toch verbruiken de elite meer goederen dan de rest van de
bevolking (worden ook goederen aan hun afgestaan)
- In grootschaligere chiefdoms: macht onderverdeeld door verschillende lagen van chefs
Bv onderchef X opperchef
4