Sneller leren leren. Hoofdzaken onthouden. Efficiënt studeren
(Dominic O’Brien)
Inhoud van het boek: 1. Inleiding (p. 9)
2. Snellezen (p. 13)
3. Notities maken en mind-mapping (p. 23)
4. Geheugen (p. 41)
5. Verbeelding en associatie (p. 49)
6. De linkmethode (p. 55)
7. Visualisatie (p. 61)
8. De reismethode (p. 67)
9. De getallentaal (p. 77)
10. De abstracte wereld van de wetenschap (p. 97)
11. Chemische codes breken (p. 101)
12. Vlot een taal leren (p. 119)
13. Vergeet nooit een citaat (p. 135)
14. Een spreekbeurt houden (p. 151)
15. Historische data onthouden (p. 165)
16. Wiskundige sluipweggetjes (p. 175)
17. Aardrijkskundige tips (p. 189)
18. Je studietijd plannen (p. 195)
1. Inleiding
Dit boek wil ingaan op leren leren, waarbij je trucs aangereikt krijgt om getallen, onbegrijpelijke materie
kan verwerken en kan onthouden. Kinderen worden vaak ingedeeld in een categorie dom of slim.
Vaak dromen jongeren gewoon weg en is het geen gebrek aan concentratie. Verbeelding is dé sleutel
tot een perfect geheugen, dus geloof en vertrouw in jezelf. Het probleem met leerstof is dat ze wordt
aangebracht in een klaslokaal met een bord of papier waarbij kennis over de planeet gefilterd wordt
aangebracht. Dit boek leert je in jouw brein/computer informatie in te voeren om op die manier output
te kunnen leveren. Het is op die manier een persoonlijke handleiding voor je hersenen.
2. Snellezen
We lezen en verwerken veel sneller dan we zelf denken. Traditionele leermethoden hinderen kinderen
eerder dan dat ze hen helpen leren lezen, bv. volgens de fonetische en de ‘kijk-en-zeg-methode’.
Probeer je niet te laten controleren door een binnenstem die je leessnelheid afremt. Het helpt als je je
bewust bent van het feit dat je niet elk woord volledig hoeft op te nemen om het geheel te begrijpen.
Zorg voor een constante oogbeweging/snelheid en dwing je hersenen te denken dat je alles maar één
keer zal lezen. Het gebruik van een aanwijzer bij het lezen kan ook de belasting van je oogspieren
1
, verlichten. Je kan ook je vinger gebruiken om de snelheid van het lezen te bepalen. Hierbij kan je zelfs
proberen twee tot drie zinnen tegelijkertijd te lezen door al wat woorden mee te nemen van de
volgende.
3. Notities maken en mind-mapping
Het nemen van notities heeft heel wat voordelen: het heeft een belangrijke filterfunctie (focus op
hoofdzaken), het geeft je een overzicht bij het studeren, het is je persoonlijke informatie van de
informatie en het helpt je om de dingen te begrijpen. Tot slot biedt het ook een overzicht van een
onderwerp en speelt het in op je verbeelding en je gevoel voor logica en orde.
Er zijn heel wat factoren die kunnen maken dat je aandacht er niet is om een volledige les te
onthouden (stress, onderwerp dat je niet leuk vindt, …). Noteren kan het probleem verlichten. Je moet
niet alles opschrijven, geen doolhof van kaders en pijltjes creëren. Het hoeft ook niet met al té veel
precisie genoteerd zijn, maar noteer wel, want je gaat het niet ‘zomaar’ onthouden op de langere
termijn.
Het menselijk denken is ook onbegrensd. De hersenen bestaan uit neuronen, die telkens bestaan uit
een uitloper (axon) en kleinere uitlopers (dendrieten). Dit axon verzendt boodschappen die de
dendrieten opvangen. Het trefpunt waar informatie uitgewisseld wordt zijn heet de synaps. (kleine
openingen). Elke neuron kan zo 1027 mogelijke connecties maken en de hersenen bevatten ongeveer
tienduizend miljoen neuronen. Het grootste gedeelte van de hersenen (cerebrum) bestaat uit een
linker- en rechterhelft met elk een hersenschors (cortex) die beslissingen, geheugen, spraak en
andere complexe processen regelt. Beide helften controleren mekaar en zijn verbonden door de
hersenbalk (corpus callosum). Volgens de experimenten van psycholoog Roger Sperry heeft elke
hemisfeer specifieke functies, met de rechterhelft die eerder het visuele en creatieve stimuleert en de
linkerhelft die het logisch nadenken stimuleert. De grootste denker maken maximaal gebruik van beide
hersenhelften. Om beide helften optimaal te gebruiken, kan je beter werken met mindmaps.
Bij mindmaps stel je het studieonderwerp voor als centraal beeld, de hoofdthema’s vertakken zich
hieruit, met telkens een eigen titel, kleur en vorm. Daaruit volgen subtakken en deze kunnen allemaal
verbonden worden om de relaties ertussen aan te tonen. Je moet wel een goede structuur aanleggen,
anders kan het een ingewikkelde droedel lijken. De kern van het onderwerp en de hoofdthema’s
moeten duidelijk omschreven zijn; het relatieve belang van elk element is onmiddellijk zichtbaar, het
geeft een ‘instant-overzicht’, er staat geen nutteloos jargon in en het is uniek, apart en gemakkelijk te
onthouden. De mindmap doet een beroep op corticale functies zoals verbeeldingskracht, ruimtelijk
inzicht, verbale vermogens en logisch denken. Het biedt je gedachten ook de mogelijkheid om zich te
vertakken en gaat het vlakke, eenzijdige denken tegen. Je krijgt zicht op de essentie en de betekenis
van het geheel.
Als richtlijnen begin je altijd met een centraal beeld als centrale blikvanger op een groot papier. Per
regel gebruik je maar één sleutelwoord, dus niet meer woorden. Gebruik ook zoveel mogelijk
symbolen of eenvoudige tekeningetjes en verschillende kleuren voor de thema’s. De gedachten hang
2