Interpersoonlijke communicatie
Introduction
1. Why you need a course on interpersonal communication (IPC)
Interpersoonlijke communicatie is de basis.
The general relevance of this course in your life
➔ Personal life: relational failure is often associated with interpersonal
2. Why you need a course on IPC in a MMC-centered curriculum
• Massamedia = interpersoonlijke communicatie.
• Interpersoonlijke en massacommunicatie vervagen door het elektronische.
• Effecten van massacommunicatie in grote mate beïnvloedt kunnen worden door
interpersoonlijke communicatie.
1) MC bouwt voort op IPC-processen en komt vaak neer op gemedieerde
interpersoonlijke communicatie.
Om over na te denken: is iets MMC of IPC?
• Fictie: wanneer je naar Friends kijkt, “ben je erbij” door de identificatie met het
camerastandpunt en de inrichting van Central Perk of de appartementen.
• Non-fictie: een nieuwslezer die in de camera kijkt in plaats van naar zijn papier.
• Non-fictie: in een talkshow zoals De Afspraak zit je als kijker mee aan tafel doordat
je je met de camera identificeert en het voelt alsof de presentator ook tot jou spreekt.
Proces van interpersoonlijke communicatie en massamediale communicatie is zo goed
als gelijkend, enkel massamedia komt er nog bij.
MMC largely boils down to IPC
• Is MMC niet gewoon gemedieerde IPC, waarbij de media enkel extra middelen
toevoegen (camerahoek, montage, belichting …)?
• Hoe zou er een andere ‘psychologie’ kunnen zijn voor MMC dan voor IPC, als
communicatie in essentie psychologisch is? En hoe zouden zulke andere
mechanismen zo snel geëvolueerd kunnen zijn, gezien massamedia pas zeer recent
bestaan?
,2) De grenzen tussen MMC en IPC vervagen door EMC (electronically mediated
communication) en vooral MPC (mass-personal communication).
• Persoonlijk: EMC van één persoon naar één of meerdere anderen via Outlook,
Facebook, X, Instagram, TikTok, Snapchat …
• Professioneel: online lessen of vergaderingen via Teams, Zoom …
• MPC: wanneer één zender zijn/haar boodschap elektronisch beschikbaar maakt
voor veel ontvangers
3) Effects of MMC can be highly impacted by aspects of IPC.
Cf. experiments on advertising: manipulating IPC-aspects in ads and measuring impact
a. Using faces (one of the main nonverbal IPC systems) in advertising helps to attract
the attention of the consumer.
Faces are used in advertising extremely often:
• Quantitative content analysis of 39 Flemish magazines containing 883 unique
advertisements.
• Trained encoders (Cohen’s Kappa = 0,682 / p = 0,00) analysed the ads: is there a
prominent face in the ad?
• 63% of all the ads prominently contained a face (while you don’t exactly need a
face to sell bank services, insurances, cars, cell phones, …).
Areas Of Interest (AOI)
• The relative attention that a face demands is much higher than its relative size:
o Mean size of all faces = 2,53 % of the screen surface.
o Mean attention to these faces = 11,28 % of the observation time.
→ Relative attention time is 4,45 times higher than relative size of the face on screen!
Faces are visual magnets because they contain lots of cues
• Onze hersenen zijn geëvolueerd om aandacht te hebben voor gezichten in
interpersoonlijke situaties, dus het is niet verrassend dat we daar automatisch op
reageren.
• Hetzelfde mechanisme zorgt ervoor dat we ook in massamedia letten op gezichten
en gezichtsuitdrukkingen, zoals in reclame, films, nieuws, talkshows en sitcoms.
b. Nonverbal IPC cues in advertising have a clear impact on ad-likeability one of the
main predictors of the advertising effectiveness to be expected from the ad.
• Sommige IPC-signalen zijn onbedoeld, andere bewust; communicatie kan dus
zowel intentioneel als onbedoeld zijn.
• De betekenis van IPC-signalen (zoals vruchtbaarheidskenmerken of symmetrie) is
vaak onbewust; communicatie kan expliciet (bewust) en/of impliciet (onbewust)
zijn.
• IPC-signalen worden soms misleidend gebruikt (bijv. push-up beha’s, cosmetische
chirurgie); communicatie kan dus informatief of manipulatief zijn.
• Om te begrijpen waarom sommige IPC-signalen werken en andere niet, is
evolutionaire psychologie als nieuwe communicatiewetenschap nodig.
➔ Conclusion: a course on IPC is essential in a curriculum dominated by MMC !
TAKEAWAY 01: IPC is central to everyone’s personal and professional life. Moreover,
all our MMC, EMC and MPC is based on our IPC competences.
,Models, definitions and general principles of IPC.
1. Models of IPC: van informatie zenden naar interpersoonlijke transacties
• Klassiek: communicatie is een lineair proces van zender naar ontvanger.
• Modern: communicatie is een interactief/transactief proces van betekenisgeving
tussen communicatiepartners.
Klassieke onderdelen van het communicatieproces:
• Bron: de oorsprong van de ideeën en gevoelens die worden uitgedrukt. De bron zet
een boodschap om in een code, een proces dat coderen (encoding) wordt genoemd.
• Boodschap: geschreven, gesproken en onuitgesproken communicatie-elementen
met betekenis; verbaal of non-verbaal, bewust of onbewust, intentioneel of niet.
• Kanaal: het kanaal waarlangs boodschappen worden verzonden.
• Ontvanger: degene die de boodschap decodeert en probeert te begrijpen wat de
zender bedoelt.
• Ruis: alles wat de juiste ontvangst van de boodschap verstoort, zowel extern (fysiek)
als intern (psychologisch).
• Feedback: verbale of non-verbale reactie op de boodschap, bewust of onbewust.
• Context: de fysieke, fysiologische, psychologische, sociale en culturele omgeving
van communicatie
Klassiek model van Lasswell heeft enkele problemen
• Meestal eenrichtingsverkeer, terwijl IPC vaak tweerichtings-
of meerzijdig is.
• Concepts zoals ‘channel’ of ‘medium’: vaag.
• ‘Effect’ is meer dan alleen feedback.
• Geen aandacht voor de ‘context’ van communicatie.
• Focus ligt op wie (zender & ontvanger), wat (boodschap),
waar & wanneer (kanaal), maar niet op hoe en waarom we
communiceren.
• Communicatie wordt gezien als informatieoverdracht, terwijl de geest vooral
betekenissen verwerkt.
Waarom communiceren we? Evolutionaire psychologie
Hoe communiceren we? Semiotiek
Drie basis perspectieven:
• Communication-as-action model: message transfer
o Oldest and simplest.
o Message is sent and received: cf. Lasswell’s model
, Communication-as-interaction model: message exchange
• Voegt feedback en context toe.
• Blijft een lineair, stapsgewijs proces.
• Vangt niet de complexiteit van gelijktijdige
communicatie, waarbij zender en ontvanger
tegelijk berichten sturen en ontvangen.
Interactiemodellen van communicatie omvatten
feedback als reactie van de ontvanger op een bericht
dat door de bron is verzonden, en context als de
omgeving voor communicatie.
Communication-as-transaction model: meaning creation.
• Meest actuele, verfijnde en realistische model van IPC.
• Vangt het gelijktijdige karakter van IPC: je reageert continu op de ander tijdens een
gesprek.
• IPC wordt gezien als “gecoördineerd beheer van betekenis”.
De afzender en ontvanger van
een bericht communiceren
gelijktijdig met elkaar.
Recap
An Evolving Model for Interpersonal Communication
Human Communication as Action
Human communication is linear, with meaning sent or transferred from
source to receiver.
Human communication occurs when the receiver of the message responds
to the source through feedback. This interactive model views
communication as a linear action–reaction sequence of events within a
specific context.
Human communication is mutually interactive. Meaning is created based
on a concurrent sharing of ideas and feelings. This transaction model
most accurately describes human communication.
Drie perspectieven:
1) Communicatie als actie (lineair)
2) Communicatie als interactie (feedback)
3) Communicatie als transactie (interactief)
Introduction
1. Why you need a course on interpersonal communication (IPC)
Interpersoonlijke communicatie is de basis.
The general relevance of this course in your life
➔ Personal life: relational failure is often associated with interpersonal
2. Why you need a course on IPC in a MMC-centered curriculum
• Massamedia = interpersoonlijke communicatie.
• Interpersoonlijke en massacommunicatie vervagen door het elektronische.
• Effecten van massacommunicatie in grote mate beïnvloedt kunnen worden door
interpersoonlijke communicatie.
1) MC bouwt voort op IPC-processen en komt vaak neer op gemedieerde
interpersoonlijke communicatie.
Om over na te denken: is iets MMC of IPC?
• Fictie: wanneer je naar Friends kijkt, “ben je erbij” door de identificatie met het
camerastandpunt en de inrichting van Central Perk of de appartementen.
• Non-fictie: een nieuwslezer die in de camera kijkt in plaats van naar zijn papier.
• Non-fictie: in een talkshow zoals De Afspraak zit je als kijker mee aan tafel doordat
je je met de camera identificeert en het voelt alsof de presentator ook tot jou spreekt.
Proces van interpersoonlijke communicatie en massamediale communicatie is zo goed
als gelijkend, enkel massamedia komt er nog bij.
MMC largely boils down to IPC
• Is MMC niet gewoon gemedieerde IPC, waarbij de media enkel extra middelen
toevoegen (camerahoek, montage, belichting …)?
• Hoe zou er een andere ‘psychologie’ kunnen zijn voor MMC dan voor IPC, als
communicatie in essentie psychologisch is? En hoe zouden zulke andere
mechanismen zo snel geëvolueerd kunnen zijn, gezien massamedia pas zeer recent
bestaan?
,2) De grenzen tussen MMC en IPC vervagen door EMC (electronically mediated
communication) en vooral MPC (mass-personal communication).
• Persoonlijk: EMC van één persoon naar één of meerdere anderen via Outlook,
Facebook, X, Instagram, TikTok, Snapchat …
• Professioneel: online lessen of vergaderingen via Teams, Zoom …
• MPC: wanneer één zender zijn/haar boodschap elektronisch beschikbaar maakt
voor veel ontvangers
3) Effects of MMC can be highly impacted by aspects of IPC.
Cf. experiments on advertising: manipulating IPC-aspects in ads and measuring impact
a. Using faces (one of the main nonverbal IPC systems) in advertising helps to attract
the attention of the consumer.
Faces are used in advertising extremely often:
• Quantitative content analysis of 39 Flemish magazines containing 883 unique
advertisements.
• Trained encoders (Cohen’s Kappa = 0,682 / p = 0,00) analysed the ads: is there a
prominent face in the ad?
• 63% of all the ads prominently contained a face (while you don’t exactly need a
face to sell bank services, insurances, cars, cell phones, …).
Areas Of Interest (AOI)
• The relative attention that a face demands is much higher than its relative size:
o Mean size of all faces = 2,53 % of the screen surface.
o Mean attention to these faces = 11,28 % of the observation time.
→ Relative attention time is 4,45 times higher than relative size of the face on screen!
Faces are visual magnets because they contain lots of cues
• Onze hersenen zijn geëvolueerd om aandacht te hebben voor gezichten in
interpersoonlijke situaties, dus het is niet verrassend dat we daar automatisch op
reageren.
• Hetzelfde mechanisme zorgt ervoor dat we ook in massamedia letten op gezichten
en gezichtsuitdrukkingen, zoals in reclame, films, nieuws, talkshows en sitcoms.
b. Nonverbal IPC cues in advertising have a clear impact on ad-likeability one of the
main predictors of the advertising effectiveness to be expected from the ad.
• Sommige IPC-signalen zijn onbedoeld, andere bewust; communicatie kan dus
zowel intentioneel als onbedoeld zijn.
• De betekenis van IPC-signalen (zoals vruchtbaarheidskenmerken of symmetrie) is
vaak onbewust; communicatie kan expliciet (bewust) en/of impliciet (onbewust)
zijn.
• IPC-signalen worden soms misleidend gebruikt (bijv. push-up beha’s, cosmetische
chirurgie); communicatie kan dus informatief of manipulatief zijn.
• Om te begrijpen waarom sommige IPC-signalen werken en andere niet, is
evolutionaire psychologie als nieuwe communicatiewetenschap nodig.
➔ Conclusion: a course on IPC is essential in a curriculum dominated by MMC !
TAKEAWAY 01: IPC is central to everyone’s personal and professional life. Moreover,
all our MMC, EMC and MPC is based on our IPC competences.
,Models, definitions and general principles of IPC.
1. Models of IPC: van informatie zenden naar interpersoonlijke transacties
• Klassiek: communicatie is een lineair proces van zender naar ontvanger.
• Modern: communicatie is een interactief/transactief proces van betekenisgeving
tussen communicatiepartners.
Klassieke onderdelen van het communicatieproces:
• Bron: de oorsprong van de ideeën en gevoelens die worden uitgedrukt. De bron zet
een boodschap om in een code, een proces dat coderen (encoding) wordt genoemd.
• Boodschap: geschreven, gesproken en onuitgesproken communicatie-elementen
met betekenis; verbaal of non-verbaal, bewust of onbewust, intentioneel of niet.
• Kanaal: het kanaal waarlangs boodschappen worden verzonden.
• Ontvanger: degene die de boodschap decodeert en probeert te begrijpen wat de
zender bedoelt.
• Ruis: alles wat de juiste ontvangst van de boodschap verstoort, zowel extern (fysiek)
als intern (psychologisch).
• Feedback: verbale of non-verbale reactie op de boodschap, bewust of onbewust.
• Context: de fysieke, fysiologische, psychologische, sociale en culturele omgeving
van communicatie
Klassiek model van Lasswell heeft enkele problemen
• Meestal eenrichtingsverkeer, terwijl IPC vaak tweerichtings-
of meerzijdig is.
• Concepts zoals ‘channel’ of ‘medium’: vaag.
• ‘Effect’ is meer dan alleen feedback.
• Geen aandacht voor de ‘context’ van communicatie.
• Focus ligt op wie (zender & ontvanger), wat (boodschap),
waar & wanneer (kanaal), maar niet op hoe en waarom we
communiceren.
• Communicatie wordt gezien als informatieoverdracht, terwijl de geest vooral
betekenissen verwerkt.
Waarom communiceren we? Evolutionaire psychologie
Hoe communiceren we? Semiotiek
Drie basis perspectieven:
• Communication-as-action model: message transfer
o Oldest and simplest.
o Message is sent and received: cf. Lasswell’s model
, Communication-as-interaction model: message exchange
• Voegt feedback en context toe.
• Blijft een lineair, stapsgewijs proces.
• Vangt niet de complexiteit van gelijktijdige
communicatie, waarbij zender en ontvanger
tegelijk berichten sturen en ontvangen.
Interactiemodellen van communicatie omvatten
feedback als reactie van de ontvanger op een bericht
dat door de bron is verzonden, en context als de
omgeving voor communicatie.
Communication-as-transaction model: meaning creation.
• Meest actuele, verfijnde en realistische model van IPC.
• Vangt het gelijktijdige karakter van IPC: je reageert continu op de ander tijdens een
gesprek.
• IPC wordt gezien als “gecoördineerd beheer van betekenis”.
De afzender en ontvanger van
een bericht communiceren
gelijktijdig met elkaar.
Recap
An Evolving Model for Interpersonal Communication
Human Communication as Action
Human communication is linear, with meaning sent or transferred from
source to receiver.
Human communication occurs when the receiver of the message responds
to the source through feedback. This interactive model views
communication as a linear action–reaction sequence of events within a
specific context.
Human communication is mutually interactive. Meaning is created based
on a concurrent sharing of ideas and feelings. This transaction model
most accurately describes human communication.
Drie perspectieven:
1) Communicatie als actie (lineair)
2) Communicatie als interactie (feedback)
3) Communicatie als transactie (interactief)