Media-economie en mediastructuren
Les 1:
Actuele uitdagingen
- media moeten zich aanpassen en dan zullen ze blijven bestaan
- schaal is belangrijk (hoe meer kijkers, hoe meer de kosten gespreid worden)
o dit kan je doen door bedrijven over te nemen, grotere schaal creëren
- telefoon is onze nieuwe krant (iedereen is asociaal)
Wat is media-economie?
Afbakening: media
- Productie, distributie, content commercialiseren
- Vanaf jaren 80 beginnen kijken naar media-economie door commercialisering
van kranten (liberalisering v/d markten)
Afbakening: economie
- Relatie tussen vraag en aanbod (prijs afspreken)
Wetenschap van de schaarste
- Hoe schaarse middelen op efficiënte wijze inzetten om aan de vraag tegemoet te
komen?
- Gebruik van productiefactoren
o Arbeid: creatief en zakelijk talent (‘people business’)
o Grondstoffen: materieel of immaterieel
o Kapitaal: van eigenaars, investeerders of beursgang
Contradictie: schaarste in tijden van overvloed
- Media-economie gekenmerkt door overvloed
- Gigantische toename van aanbod (content & platformen)
- MAAR: schaarste creëert waarde
- Niet langer technologische schaarste maar kunstmatige schaarste
o Strategieën om schaarste te creëren
- Tijd van consument blijft schaars
o Mediabedrijven moeten aandacht (en tijd) van consument winnen om
economische waarde te creëren
Afbakening: media-economie
- Combinatie van mediastudies en economie
- Toepassen van economische theorieën, concepten en principes om werking te
verklaren
- Begrijpen welke invloed financieel-economische krachten/structuren op media-
industrie/bedrijven/producten uitoefenen
- Sterk gelinkt aan politieke economie van de communicatie
o Media als ruilwaarde: niet altijd met geld, ook met aandacht betalen
,Macro vs micro-economie
- Macro-economie bestudeert eerder de economie als geheel, waardoor de
analyse veelal op nationaal en soms zelfs globaal niveau gebeurt (export/import,
inflatie, monetair, crisis of groei)
- Micro-economie betreft een nauwer perspectief omdat het de activiteiten van
specifieke aspecten van de economie bestudeert (consumenten, bedrijven,
markten)
- De focus van media-economie is eerder micro-economisch (hoe functioneert
een bepaalde media-industrie?) en minder macro-economisch (wat is de
bijdrage van een bepaalde media-industrie tot de totale economie?), hoewel dit
laatste perspectief niet onbelangrijk is (politieke economie meer op globale)
Theorieën over de onderneming
Verschillende types ondernemingen
- Functies: producten – aggregator – distributeur
- Omvang: groot en klein, lokaal en internationaal
- Eigendom: beursgenoteerd, familie-eigendom, overheid
Theorieën over bestaan en functioneren van (media)bedrijven
- Neoklassieke theorie
Streeft winstmaximalisatie na
Middelen efficiënt inzetten (kosten-batenanalyse)
Markt creëert beste uitkomst
- Kritiek op neoklassieke theorie
Niet elk mediabedrijf streeft zoveel mogelijk winst na
Overheid om negatieve uitkomt van markt te remediëren
- Transactiekostentheorie
Bedrijven als alternatief voor de markt
Marktcontracten productie per productie (eenmalige producties)
▪ Losse arbeidscontracten voor specifieke opdracht
▪ Impliceert transactiekosten (onderhandeling)
Centrale organisatie als substituut voor markt (seriële producties)
▪ Langdurige arbeidscontracten in hiërarchisch verband
▪ Impliceert coördinatiekosten (management)
Bedrijf als coördinatiekosten < transactiekosten
▪ Speelt vaak rol bij overnames in media
- Agencytheorie
Relaties tussen eigenaars en managers
Tegenstrijdige belangen en conflict = principaal-agent probleem
▪ Eigenaars: winstmaximalisatie
▪ Manager: eigen agenda, loon, aanzien
Incentives om belangen gelijk te schalen (prestatiecontract)
Verschuiving eigendomsstructuur in media
▪ Familiale bedrijven (eigenaar = manager)
▪ Beursgenoteerd (eigenaar =/= manager)
,No business like media business
1. Cultureel goed: cultureel en democratische functie
a. Zit in collectief geheugen
b. Cultuur goed en niet louter commercieel
2. Publiek belang
a. Niet noodzakelijk winstmaximalisatie
3. Publiek goed
a. Niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar
b. Media = publiek goed
4. Minder concurrentie
a. Monopolie of oligopolie
5. Indirecte prijsrelatie
a. Tweevoudig marktmodel: voor sommige media betaal je niet omdat
iemand anders dit betaalt voor je (vb. adverteerders)
6. Aandacht: eyeballs
a. Media vergt veel van je tijd
7. Ervaringsgoed
a. Kwaliteit moet je ervaren, pas erna weet je of het de moeite waard was
8. Risicovol
a. Succes is niet te voorspellen
b. Grote investering met weinig rendement is mogelijk
9. Niet-fysiek: digitale distributie
10. Aparte kostenstructuur
a. Hoge vaste kosten
Les 2:
Unieke context in België
➢ mediamarkt is opgesplitst in 2 markten
➢ media draait om taal, zorgt ervoor hoe groot je markt is
➢ Vlaamse markt zoekt toenadering naar Nederland
➢ Wallonië zoekt toenadering naar Frankrijk en Luxemburg
Complexe staatstructuur
3 cultuurgemeenschappen
- Sinds 1980 zijn gemeenschappen bevoegd voor media
- 3 gescheiden markten, mediaorganisaties, ministers, mediadecreten en
mediaregulator
- VL: Cieltje Van Achter, WL: Jacqueline Galant & DUI: Gregor Freches
Kleine markt brengt economische uitdagingen
- Marktgrootte = cruciaal voor vraag en aanbod
- Populatie heeft grote impact op financiering content (kostennadeel)
o Consumentenbestedingen
o Reclame-investeringen
o Overheidsfinanciering
- Impact op beschikbaarheid arbeid (personeel en talent)
, - Kleine markten (en hun bedrijven) hebben een kostennadeel
- Marktgrootte biedt indicatie van financiële conditie mediamarkt
o Minder inkomstenbronnen
o Minder mogelijkheden tot exploitatie van content
o Beperktere mogelijkheid tot export (taal)
o Moeilijkere financiering van content
- Typisch sterkere graad overheidsinterventie en –steun
Belgische markt bestaat feitelijk niet
- Mediabedrijfsbelangen stoppen doorgaans aan de taalgrens
o Pogingen om te investeren in andere taalgemeenschap bleek niet altijd
even succesvol in het verleden (uitzonderingen)
- Cultureel nabije buitenland bleek wel een werkbare optie om schaal uit te
breiden (internationale expansie)
o Nauwe verwevenheid Vlaanderen – Nederland
o Nauwe verwevenheid Wallonië – Frankrijk en Luxemburg
Krachtlijnen van ons medialandschap
- Vlaanderen is grootste markt (6,7m), met sterke mediabedrijven, internationaal
vertakt, gediversifieerde belangen (diagonale expansie)
- Wallonië is significant kleiner (3,6m), grote invloed van buitenlandse
mediabedrijven, uitdaging voor lokale mediabedrijven
- Duitstalige markt is zeer klein (78.000 inwoners), nauwelijks leefbaar als
mediamarkt (Grenz Echo), maar toch een eigen publiek omroep BRF
3 gemeenschappen, 3 mediaregulatoren
- Marktregulator is belast met toezicht op de goede werking van de markt en de
naleving van de gedragsregels
- Specifiek voor de audiovisuele sector (mediadecreet)
Complexe staatsstructuur
- Federale regulator voor elektronische communicatie
o Toezicht op telecomnetwerken (en digitale platformen)
o Allocatie van telecomfrequenties
- Samenwerking met mediaregulatoren
Aantal aspecten worden nog federaal bepaald
Enkele spelers (Telenet, Proximus, …) doen aan 4g, … maar bieden ook tv aan =>
belangrijk om samen te werken tussen de regulatoren
Kranten & digitale kranten = 0% BTW
Les 1:
Actuele uitdagingen
- media moeten zich aanpassen en dan zullen ze blijven bestaan
- schaal is belangrijk (hoe meer kijkers, hoe meer de kosten gespreid worden)
o dit kan je doen door bedrijven over te nemen, grotere schaal creëren
- telefoon is onze nieuwe krant (iedereen is asociaal)
Wat is media-economie?
Afbakening: media
- Productie, distributie, content commercialiseren
- Vanaf jaren 80 beginnen kijken naar media-economie door commercialisering
van kranten (liberalisering v/d markten)
Afbakening: economie
- Relatie tussen vraag en aanbod (prijs afspreken)
Wetenschap van de schaarste
- Hoe schaarse middelen op efficiënte wijze inzetten om aan de vraag tegemoet te
komen?
- Gebruik van productiefactoren
o Arbeid: creatief en zakelijk talent (‘people business’)
o Grondstoffen: materieel of immaterieel
o Kapitaal: van eigenaars, investeerders of beursgang
Contradictie: schaarste in tijden van overvloed
- Media-economie gekenmerkt door overvloed
- Gigantische toename van aanbod (content & platformen)
- MAAR: schaarste creëert waarde
- Niet langer technologische schaarste maar kunstmatige schaarste
o Strategieën om schaarste te creëren
- Tijd van consument blijft schaars
o Mediabedrijven moeten aandacht (en tijd) van consument winnen om
economische waarde te creëren
Afbakening: media-economie
- Combinatie van mediastudies en economie
- Toepassen van economische theorieën, concepten en principes om werking te
verklaren
- Begrijpen welke invloed financieel-economische krachten/structuren op media-
industrie/bedrijven/producten uitoefenen
- Sterk gelinkt aan politieke economie van de communicatie
o Media als ruilwaarde: niet altijd met geld, ook met aandacht betalen
,Macro vs micro-economie
- Macro-economie bestudeert eerder de economie als geheel, waardoor de
analyse veelal op nationaal en soms zelfs globaal niveau gebeurt (export/import,
inflatie, monetair, crisis of groei)
- Micro-economie betreft een nauwer perspectief omdat het de activiteiten van
specifieke aspecten van de economie bestudeert (consumenten, bedrijven,
markten)
- De focus van media-economie is eerder micro-economisch (hoe functioneert
een bepaalde media-industrie?) en minder macro-economisch (wat is de
bijdrage van een bepaalde media-industrie tot de totale economie?), hoewel dit
laatste perspectief niet onbelangrijk is (politieke economie meer op globale)
Theorieën over de onderneming
Verschillende types ondernemingen
- Functies: producten – aggregator – distributeur
- Omvang: groot en klein, lokaal en internationaal
- Eigendom: beursgenoteerd, familie-eigendom, overheid
Theorieën over bestaan en functioneren van (media)bedrijven
- Neoklassieke theorie
Streeft winstmaximalisatie na
Middelen efficiënt inzetten (kosten-batenanalyse)
Markt creëert beste uitkomst
- Kritiek op neoklassieke theorie
Niet elk mediabedrijf streeft zoveel mogelijk winst na
Overheid om negatieve uitkomt van markt te remediëren
- Transactiekostentheorie
Bedrijven als alternatief voor de markt
Marktcontracten productie per productie (eenmalige producties)
▪ Losse arbeidscontracten voor specifieke opdracht
▪ Impliceert transactiekosten (onderhandeling)
Centrale organisatie als substituut voor markt (seriële producties)
▪ Langdurige arbeidscontracten in hiërarchisch verband
▪ Impliceert coördinatiekosten (management)
Bedrijf als coördinatiekosten < transactiekosten
▪ Speelt vaak rol bij overnames in media
- Agencytheorie
Relaties tussen eigenaars en managers
Tegenstrijdige belangen en conflict = principaal-agent probleem
▪ Eigenaars: winstmaximalisatie
▪ Manager: eigen agenda, loon, aanzien
Incentives om belangen gelijk te schalen (prestatiecontract)
Verschuiving eigendomsstructuur in media
▪ Familiale bedrijven (eigenaar = manager)
▪ Beursgenoteerd (eigenaar =/= manager)
,No business like media business
1. Cultureel goed: cultureel en democratische functie
a. Zit in collectief geheugen
b. Cultuur goed en niet louter commercieel
2. Publiek belang
a. Niet noodzakelijk winstmaximalisatie
3. Publiek goed
a. Niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar
b. Media = publiek goed
4. Minder concurrentie
a. Monopolie of oligopolie
5. Indirecte prijsrelatie
a. Tweevoudig marktmodel: voor sommige media betaal je niet omdat
iemand anders dit betaalt voor je (vb. adverteerders)
6. Aandacht: eyeballs
a. Media vergt veel van je tijd
7. Ervaringsgoed
a. Kwaliteit moet je ervaren, pas erna weet je of het de moeite waard was
8. Risicovol
a. Succes is niet te voorspellen
b. Grote investering met weinig rendement is mogelijk
9. Niet-fysiek: digitale distributie
10. Aparte kostenstructuur
a. Hoge vaste kosten
Les 2:
Unieke context in België
➢ mediamarkt is opgesplitst in 2 markten
➢ media draait om taal, zorgt ervoor hoe groot je markt is
➢ Vlaamse markt zoekt toenadering naar Nederland
➢ Wallonië zoekt toenadering naar Frankrijk en Luxemburg
Complexe staatstructuur
3 cultuurgemeenschappen
- Sinds 1980 zijn gemeenschappen bevoegd voor media
- 3 gescheiden markten, mediaorganisaties, ministers, mediadecreten en
mediaregulator
- VL: Cieltje Van Achter, WL: Jacqueline Galant & DUI: Gregor Freches
Kleine markt brengt economische uitdagingen
- Marktgrootte = cruciaal voor vraag en aanbod
- Populatie heeft grote impact op financiering content (kostennadeel)
o Consumentenbestedingen
o Reclame-investeringen
o Overheidsfinanciering
- Impact op beschikbaarheid arbeid (personeel en talent)
, - Kleine markten (en hun bedrijven) hebben een kostennadeel
- Marktgrootte biedt indicatie van financiële conditie mediamarkt
o Minder inkomstenbronnen
o Minder mogelijkheden tot exploitatie van content
o Beperktere mogelijkheid tot export (taal)
o Moeilijkere financiering van content
- Typisch sterkere graad overheidsinterventie en –steun
Belgische markt bestaat feitelijk niet
- Mediabedrijfsbelangen stoppen doorgaans aan de taalgrens
o Pogingen om te investeren in andere taalgemeenschap bleek niet altijd
even succesvol in het verleden (uitzonderingen)
- Cultureel nabije buitenland bleek wel een werkbare optie om schaal uit te
breiden (internationale expansie)
o Nauwe verwevenheid Vlaanderen – Nederland
o Nauwe verwevenheid Wallonië – Frankrijk en Luxemburg
Krachtlijnen van ons medialandschap
- Vlaanderen is grootste markt (6,7m), met sterke mediabedrijven, internationaal
vertakt, gediversifieerde belangen (diagonale expansie)
- Wallonië is significant kleiner (3,6m), grote invloed van buitenlandse
mediabedrijven, uitdaging voor lokale mediabedrijven
- Duitstalige markt is zeer klein (78.000 inwoners), nauwelijks leefbaar als
mediamarkt (Grenz Echo), maar toch een eigen publiek omroep BRF
3 gemeenschappen, 3 mediaregulatoren
- Marktregulator is belast met toezicht op de goede werking van de markt en de
naleving van de gedragsregels
- Specifiek voor de audiovisuele sector (mediadecreet)
Complexe staatsstructuur
- Federale regulator voor elektronische communicatie
o Toezicht op telecomnetwerken (en digitale platformen)
o Allocatie van telecomfrequenties
- Samenwerking met mediaregulatoren
Aantal aspecten worden nog federaal bepaald
Enkele spelers (Telenet, Proximus, …) doen aan 4g, … maar bieden ook tv aan =>
belangrijk om samen te werken tussen de regulatoren
Kranten & digitale kranten = 0% BTW