INTERPERSOONLIJKE COMMUNICATIE
1: INTRODUCTIE
1.1: WAAROM IS EEN CURSUS INTERPERSOONLIJKE COMMUNICATIE (IPC)
NODIG?
= relevant in ons leven
Persoonlijk leven: falen van relaties komt door problemen met IPC
Professioneel leven: IPC als sleutel in professioneel succes
Academisch leven: 3 componenten van onderzoek in
communicatiewetenschappen
o MMC = massamediale communicatie
o OC = organisationele communicatie
o IPC = interpersoonlijke communicatie
IPC als basis van MMC en OC
IPC gebeurt vaak onbewust
1.2: WAAROM EEN CURSUS IPC IN EEN MMC-GECENTREERD CURRICULUM?
1.2.1: MMC KOMT GROTENDEELS NEER OP IPC
MMC gebouwd op processen uit IPC
o Vb. nieuwslezer kijkt recht in lens
Kijker krijgt gevoel alsof nieuwslezer tegen hem spreekt
Beiden zijn processen van betekenisgeving (MMC met extra stap)
IPC MMC
MMC als gemedieerde vorm van IPC?
o IPC is basis, mediatie biedt extra tools
1.2.2: VERVAGENDE GRENZEN TUSSEN MMC EN IPC IN EEN CONTEXT VAN EMC
EN MPC
EMC: elektronisch gemedieerde communicatie
MPC: massa-persoonlijke communicatie
MMC voelt vaak als IPC (ook al wordt er MMC of EMC gebruikt)
o In persoonlijke context: vb. EMC van 1 persoon naar 1 of meerdere via
Instagram, TikTok, …
o In professionele context: vb. online lessen / meetings via Teams, Zoom, …
EMC waarbij 1 zender een boodschap beschikbaar maakt voor vele ontvangers =
MPC
1
, EPC en MPC ook processen van
betekenisgeving
1.2.3: IPC HEEFT IMPACT OP DE EFFECTEN VAN MMC
Gebruik van gezichten in advertenties om aandacht vd consument te trekken
o Groot aandeel van reclame gebruikt gezichten
Vaak niet nodig voor het product (vb. drinken, laptop, meubels, …)
o Onderzoek met eye-tracking
Relatieve aandacht dat een gezicht vraagt = veel hoger dan
relatieve grootte
Gezicht krijgt 4,5x meer aandacht dan het plaats inneemt op
het scherm
Areas of interest (AOI): vb. gezicht aanduiden als AOI in programma
voor eye-tracking
o Gezichten zijn visuele magneten
Bevatten cues: men probeert zaken af te leiden uit het gezicht
Vb. leeftijd, geslacht, emoties, etniciteit, verwantschap,
gezondheid, persoonlijkheid (kan dit ?)
Non-verbale IPC-cues hebben een impact op hoe leuk men de advertentie vindt
o Zie dia 41-70 voor voorbeelden
Let op…:
IPC kan zowel intentioneel als onbedoeld zijn
Betekenis van IPC-cues is vaak onbewust of onbekend
o Communicatie kan zowel expliciet (bedoeld) als impliciet (onbedoeld)
zijn
IPC-cues worden vaak op misleidende manieren gebruikt
o Vb. push-up bh’s, haar verven, plastische chirurgie, …
o Communicatie kan zowel informatief als manipulatief zijn
Evolutionaire psychologie is nodig om te begrijpen waarom sommige IPC-cues
‘werken’ en andere niet
TAKEAWAY 1:
IPC STAAT CENTRAAL IN IEDERS PERSOONLIJKE EN PROFESSIONELE LEVEN.
AL ONZE MMC, EMC EN MPC IS GEBASEERD OP ONZE IPC-COMPETENTIES
2
,2: MODELLEN, DEFINITIES EN ALGEMENE PRINCIPES VAN IPC
2.1: MODELLEN VAN IPC
Klassiek perspectief: communicatie als lineair proces voor het doorgeven van
informatie van zender naar ontvanger
Modern perspectief: communicatie als interactioneel / transactioneel proces
van betekenisgeving door communicators
2.1.1: COMPONENTEN VAN HET COMMUNICATIEPROCES
Bron: oorsprong van de ideeën en gevoelens die uitgedrukt worden
o Doet aan codering: boodschap omzetten in een code
Boodschap: geschreven, gesproken en onuitgesproken elementen van
communicatie waaraan men betekenis toekent
o Kunnen verbaal / non-verbaal zijn
o Kunnen opzettelijk / onopzettelijk, bewust / onbewust verzonden worden
Kanaal: via waar de boodschappen verzonden worden
Ontvanger: persoon die de boodschap decodeert
o Probeert te begrijpen wat de bron gecodeerd heeft
Ruis: alles dat de nauwkeurige ontvangst van een boodschap verstoort
o Externe ruis = fysiek / fysiologisch
o Interne ruis = psychologisch
Feedback: verbale of non-verbale reactie op de boodschap
o Kan opzettelijk of onopzettelijk zijn
Context: de fysieke, fysiologische, psychologische, sociale en culturele omgeving
waarin communicatie plaatsvindt
2.1.2: MODEL VAN LASSWELL
= wie zegt wat via welk kanaal tegen wie met
welk effect?
Problemen met het model van Lasswell:
Is eerder unidirectioneel
o IPC is bidirectioneel / multidirectioneel
Begrippen zoals ‘kanaal’ of ‘medium’ zijn vaag
‘Effect’ is meer dan enkel feedback
Geen aandacht voor de context waarin de communicatie plaatsvindt
Focus ligt op wie, wat, waar en wanneer
o Geen aandacht voor hoe en waarom we communiceren
Communicatie wordt gezien als informatieoverdracht van zender nr ontvanger
Hoofdkritieke
o Onze geest is geen informatieverwerker n
Wel een betekenisverwerker
Waarom we communiceren -> wordt onderzocht in evolutionaire psychologie
Hoe we communiceren + betekenisverwerking -> onderzocht in semiotiek
3
, 2.1.3: DRIE BASISPERSPECTIEVEN
Communicatie-als-actie model:
Boodschappen overbrengen
Oudste & simpelste model
Boodschap wordt verzonden &
ontvangen
o Vb. model van Lasswell
Communicatie-als-interactie model:
Boodschappen uitwisselen
Feedback en context worden toegevoegd
o Er is een terugkoppeling nr de ontvanger
Ook nog een lineair, stapsgewijs model (zoals c-a-a)
Kan de complexiteit van gelijktijdige communicatie niet
vastleggen
o In IPC gaan zowel bron als ontvanger tegelijk boodschappen verzenden en
ontvangen
Communicatie-als-transactie model:
Zender en ontvanger creëren samen betekenis
Meest uitgewerkte & realistische IPC-model
Kan gelijktijdige aard van IPC-interacties vastleggen
o Constante reactie op antwoorden van
gesprekspartner in interactie
IPC wordt gezien als “gecoördineerd management van betekenis”
Toevoeging van feedforward om ontvanger klaar te maken voor informatie
2.2: MODERNE DEFINITIES VAN IPC
Typische onderdelen in definities over communicatie:
Betekenisgeving staat centraal in communicatieprocessen
Communicatie als instrument om relaties te managen
Communicatie als instrument om sociale realiteiten te creëren
Communicatie bevat zowel verbaal als non-verbaal gedrag
Communicatie heeft zowel een biologische als culturele dimensie
2.3: IPC-TEKENS: CUES EN SIGNALEN
Semiotiek = de wetenschap van signalen
o De Saussure & Peirce
o De Saussure: “een teken is iets waar we een betekenis aan koppelen”
Communicatie als waardevolle interactie = gebaseerd op tekens
Betekenisgeving kan zowel als ontvanger en zender
o Ontvanger = cue-reading
o Zender = signaling
4
1: INTRODUCTIE
1.1: WAAROM IS EEN CURSUS INTERPERSOONLIJKE COMMUNICATIE (IPC)
NODIG?
= relevant in ons leven
Persoonlijk leven: falen van relaties komt door problemen met IPC
Professioneel leven: IPC als sleutel in professioneel succes
Academisch leven: 3 componenten van onderzoek in
communicatiewetenschappen
o MMC = massamediale communicatie
o OC = organisationele communicatie
o IPC = interpersoonlijke communicatie
IPC als basis van MMC en OC
IPC gebeurt vaak onbewust
1.2: WAAROM EEN CURSUS IPC IN EEN MMC-GECENTREERD CURRICULUM?
1.2.1: MMC KOMT GROTENDEELS NEER OP IPC
MMC gebouwd op processen uit IPC
o Vb. nieuwslezer kijkt recht in lens
Kijker krijgt gevoel alsof nieuwslezer tegen hem spreekt
Beiden zijn processen van betekenisgeving (MMC met extra stap)
IPC MMC
MMC als gemedieerde vorm van IPC?
o IPC is basis, mediatie biedt extra tools
1.2.2: VERVAGENDE GRENZEN TUSSEN MMC EN IPC IN EEN CONTEXT VAN EMC
EN MPC
EMC: elektronisch gemedieerde communicatie
MPC: massa-persoonlijke communicatie
MMC voelt vaak als IPC (ook al wordt er MMC of EMC gebruikt)
o In persoonlijke context: vb. EMC van 1 persoon naar 1 of meerdere via
Instagram, TikTok, …
o In professionele context: vb. online lessen / meetings via Teams, Zoom, …
EMC waarbij 1 zender een boodschap beschikbaar maakt voor vele ontvangers =
MPC
1
, EPC en MPC ook processen van
betekenisgeving
1.2.3: IPC HEEFT IMPACT OP DE EFFECTEN VAN MMC
Gebruik van gezichten in advertenties om aandacht vd consument te trekken
o Groot aandeel van reclame gebruikt gezichten
Vaak niet nodig voor het product (vb. drinken, laptop, meubels, …)
o Onderzoek met eye-tracking
Relatieve aandacht dat een gezicht vraagt = veel hoger dan
relatieve grootte
Gezicht krijgt 4,5x meer aandacht dan het plaats inneemt op
het scherm
Areas of interest (AOI): vb. gezicht aanduiden als AOI in programma
voor eye-tracking
o Gezichten zijn visuele magneten
Bevatten cues: men probeert zaken af te leiden uit het gezicht
Vb. leeftijd, geslacht, emoties, etniciteit, verwantschap,
gezondheid, persoonlijkheid (kan dit ?)
Non-verbale IPC-cues hebben een impact op hoe leuk men de advertentie vindt
o Zie dia 41-70 voor voorbeelden
Let op…:
IPC kan zowel intentioneel als onbedoeld zijn
Betekenis van IPC-cues is vaak onbewust of onbekend
o Communicatie kan zowel expliciet (bedoeld) als impliciet (onbedoeld)
zijn
IPC-cues worden vaak op misleidende manieren gebruikt
o Vb. push-up bh’s, haar verven, plastische chirurgie, …
o Communicatie kan zowel informatief als manipulatief zijn
Evolutionaire psychologie is nodig om te begrijpen waarom sommige IPC-cues
‘werken’ en andere niet
TAKEAWAY 1:
IPC STAAT CENTRAAL IN IEDERS PERSOONLIJKE EN PROFESSIONELE LEVEN.
AL ONZE MMC, EMC EN MPC IS GEBASEERD OP ONZE IPC-COMPETENTIES
2
,2: MODELLEN, DEFINITIES EN ALGEMENE PRINCIPES VAN IPC
2.1: MODELLEN VAN IPC
Klassiek perspectief: communicatie als lineair proces voor het doorgeven van
informatie van zender naar ontvanger
Modern perspectief: communicatie als interactioneel / transactioneel proces
van betekenisgeving door communicators
2.1.1: COMPONENTEN VAN HET COMMUNICATIEPROCES
Bron: oorsprong van de ideeën en gevoelens die uitgedrukt worden
o Doet aan codering: boodschap omzetten in een code
Boodschap: geschreven, gesproken en onuitgesproken elementen van
communicatie waaraan men betekenis toekent
o Kunnen verbaal / non-verbaal zijn
o Kunnen opzettelijk / onopzettelijk, bewust / onbewust verzonden worden
Kanaal: via waar de boodschappen verzonden worden
Ontvanger: persoon die de boodschap decodeert
o Probeert te begrijpen wat de bron gecodeerd heeft
Ruis: alles dat de nauwkeurige ontvangst van een boodschap verstoort
o Externe ruis = fysiek / fysiologisch
o Interne ruis = psychologisch
Feedback: verbale of non-verbale reactie op de boodschap
o Kan opzettelijk of onopzettelijk zijn
Context: de fysieke, fysiologische, psychologische, sociale en culturele omgeving
waarin communicatie plaatsvindt
2.1.2: MODEL VAN LASSWELL
= wie zegt wat via welk kanaal tegen wie met
welk effect?
Problemen met het model van Lasswell:
Is eerder unidirectioneel
o IPC is bidirectioneel / multidirectioneel
Begrippen zoals ‘kanaal’ of ‘medium’ zijn vaag
‘Effect’ is meer dan enkel feedback
Geen aandacht voor de context waarin de communicatie plaatsvindt
Focus ligt op wie, wat, waar en wanneer
o Geen aandacht voor hoe en waarom we communiceren
Communicatie wordt gezien als informatieoverdracht van zender nr ontvanger
Hoofdkritieke
o Onze geest is geen informatieverwerker n
Wel een betekenisverwerker
Waarom we communiceren -> wordt onderzocht in evolutionaire psychologie
Hoe we communiceren + betekenisverwerking -> onderzocht in semiotiek
3
, 2.1.3: DRIE BASISPERSPECTIEVEN
Communicatie-als-actie model:
Boodschappen overbrengen
Oudste & simpelste model
Boodschap wordt verzonden &
ontvangen
o Vb. model van Lasswell
Communicatie-als-interactie model:
Boodschappen uitwisselen
Feedback en context worden toegevoegd
o Er is een terugkoppeling nr de ontvanger
Ook nog een lineair, stapsgewijs model (zoals c-a-a)
Kan de complexiteit van gelijktijdige communicatie niet
vastleggen
o In IPC gaan zowel bron als ontvanger tegelijk boodschappen verzenden en
ontvangen
Communicatie-als-transactie model:
Zender en ontvanger creëren samen betekenis
Meest uitgewerkte & realistische IPC-model
Kan gelijktijdige aard van IPC-interacties vastleggen
o Constante reactie op antwoorden van
gesprekspartner in interactie
IPC wordt gezien als “gecoördineerd management van betekenis”
Toevoeging van feedforward om ontvanger klaar te maken voor informatie
2.2: MODERNE DEFINITIES VAN IPC
Typische onderdelen in definities over communicatie:
Betekenisgeving staat centraal in communicatieprocessen
Communicatie als instrument om relaties te managen
Communicatie als instrument om sociale realiteiten te creëren
Communicatie bevat zowel verbaal als non-verbaal gedrag
Communicatie heeft zowel een biologische als culturele dimensie
2.3: IPC-TEKENS: CUES EN SIGNALEN
Semiotiek = de wetenschap van signalen
o De Saussure & Peirce
o De Saussure: “een teken is iets waar we een betekenis aan koppelen”
Communicatie als waardevolle interactie = gebaseerd op tekens
Betekenisgeving kan zowel als ontvanger en zender
o Ontvanger = cue-reading
o Zender = signaling
4