BOUWENERGIE
1. WARMTETRANSPORT
a. Basisbegrippen
b. Warmtetransport door geleiding
Warmteweerstand R
Warmtedoorgangscoëfficiënt U
c. Warmtetransportmechanismen
d. Warmtestroomdichtheid Q
2. ENERGIEPRESTATIES VAN GEBOUWEN
a. EPBD
b. Energiebalans
c. Interne warmtewinsten
3. VOCHT
a. Inleiding: probleemstelling
b. Contact met water
Regendoorslag
Opstijgend grondvocht
Bouwvocht
c. Vocht in de lucht
Vochtige lucht
Oppervlaktecondensatie
Inwendige condensatie
Glaser Methode
4. VENTILATIE
a. Inleiding
b. Waarom verluchten?
c. Ventilatie
Ventilatiesystemen
Warmterecuperatie
Ventilatiedebieten
Ventilatie in speciale ruimten
5. FORMULARIUM (TE KENNEN FORMULES)
BOUWENERGIE 1
, 1. WARMTETRANSPORT
Basisbegrippen
TERM SYMBOOL EENHEID
Warmte Q Joule (J)
Een vorm van energie, zal streven naar een evenwichtssituatie → warmtestroom
Temperatuur θ
Thermodynamische temperatuur T Graden Celsius (°C) of Kelvin (K)
De maat voor hoe warm of koud iets is = maat voor de gemiddelde bewegingsenergie van atomen
en moleculen (trillingen)
Warmtestroom (Warmteflux) Φ of Q’ (Phi) Watt (W) of J/s
De hoeveelheid warmte die per seconde wordt overgedragen, vaak van warm naar koud. Dit geeft
de snelheid aan waarmee warmte over een gebied wordt overgedragen.
→ transportmechanismen: geleiding/ conductie, convectie, straling
Warmtetransportmechanismen
3 manieren:
1. Geleiding/ conductie = Doorgeven van bewegingsenergie aan aangrenzende deeltjes (in
vaste stoffen)
2. Convectie = Meevoeren van warmte door een stromend fluïdum (in gassen/ vloeistoffen)
3. Straling = Uitstraling van warmte in de vorm van EM golven. De hoeveelheid ‘warmte’ die
uitgestraald wordt, is afhankelijk van de temperatuur van het voorwerp. (geen medium
nodig)
Warmtestroomdichtheid q W/m2
De warmtestroom per eenheid van oppervlak. Dit geeft aan hoeveel warmte per vierkante meter
oppervlak per seconde wordt overgedragen.
Warmtestroom door een oppervlak.
BOUWENERGIE 2
, Thermische geleidbaarheid of λ (lambda) W/m.K
Warmtegeleidingscoëfficiënt
Geeft aan hoeveel warmte er door een materiaalelement gaat van 1m2 groot en 1m dik bij een
temperatuursverschil van 1 Kelvin
Hoe hoger de lambda waarde, hoe beter de geleiding, hoe slechter de isolatie
λ isolatiematerialen veel hoger indien vochtig > beschermen
Warmteweerstand R m2.K/W
= constructie eigenschap
De weerstand die een materiaal biedt tegen warmteoverdracht. Dit is het omgekeerde van de
thermische geleidbaarheid. Hoe groter de R-waarde, hoe groter de weerstand van een constructie.
Overgangsweerstand Rsi en Rse m2.K/W
(binnen/buiten)
Weerstand tegen warmteoverdracht aan de binnen (Rsi) of buitenzijde (Rse) van een
materiaaloppervlak.
S = surface, i = interior, e = exterior
Verklaring verschil binnen en buiten: buiten is de convectie (stroom van vloeistof of gas) of straling
groter dan binnen door weersomstandigheden + verschillende omgevingstemperaturen van binnen
vs buiten. De richting van de warmtestroom bepaalt Rsi en niet Rse.
Warmtedoorgangscoëfficiënt U W/m2.K
= constructie eigenschap
De hoeveelheid warmte die per seconde en per vierkante meter wordt overgedragen per graad
temperatuurverschil. Deze waarde geeft aan hoe goed een gebouwschil (zoals muur of raam)
warmte doorlaat.
Warmteverliescoëfficiënt H W/K
De totale hoeveelheid warmte die per seconde verloren gaat bij een temperatuurverschil van 1
graad Kelvin of Celsius. Dit wordt gebruikt om het totale warmteverlies door een gebouw of
systeem aan te geven.
Warmteoverdrachtscoëfficiënt hₑ, hᵢ W/m2.K
De hoeveelheid warmte die per vierkante meter oppervlak wordt overgedragen door convectie en/
of straling per graad temperatuurverschil.
hₑ = externe warmteoverdrachtscoëfficiënt; geeft aan hoe snel warmte van het oppervlak van een
materiaal aan de buitenlucht wordt overgedragen via convectie en straling.
hᵢ = interne warmteoverdrachtscoëfficiënt; geeft aan hoe snel warmte van het oppervlak van het
materiaal aan de binnenlucht wordt overgedragen via convectie en straling.
BOUWENERGIE 3
, Warmtetransport door geleiding
Warmteweerstand R
Definitie: R is een eigenschap van materialen en constructies die de mate van weerstand tegen
warmtetransport aangeeft. Hoe groter de R-waarde, hoe beter een materiaal isoleert.
Eenheid: m2.K/W (vierkante meter kelvin per watt). Dit betekent dat de weerstand wordt gemeten
als de hoeveelheid warmte die door een oppervlakte van 1 vierkante meter gaat per graad
temperatuurverschil.
Homogene laag
d: dikte van de homogene laag in de richting van het warmtetransport (in meters)
λui : is de warmtegeleidingscoëfficiënt (hoe goed het materiaal warmte geleidt), in W/(m.K). (ui; U
= rekenwaarde, i = binnentoepassing)
Hoe lager lambda, hoe beter het materiaal isoleert.
Meerdere (homogene) lagen
Wanneer een wand uit verschillende lagen bestaat, kun je de totale warmteweerstand Rc
(meerlaagse constructieweerstand) berekenen door de weerstanden van de individuele lagen op te
tellen.
Samengestelde wanden ∑Rn
Bij samengestelde wanden (meerdere lagen of secties) is de totale warmteweerstand RT het
gemiddelde van de boven- en onderwaarde van de warmteweerstand.
R’T is de bovenwaarde van de warmteweerstand en hangt af van de oppervlakte gewogen U-
waarde (warmtedoorgangscoëfficiënt).
R’’T is de som van de interne overgangsweerstand, de weerstand van de lagen, en de externe
overgangsweerstand.
BOUWENERGIE 4
1. WARMTETRANSPORT
a. Basisbegrippen
b. Warmtetransport door geleiding
Warmteweerstand R
Warmtedoorgangscoëfficiënt U
c. Warmtetransportmechanismen
d. Warmtestroomdichtheid Q
2. ENERGIEPRESTATIES VAN GEBOUWEN
a. EPBD
b. Energiebalans
c. Interne warmtewinsten
3. VOCHT
a. Inleiding: probleemstelling
b. Contact met water
Regendoorslag
Opstijgend grondvocht
Bouwvocht
c. Vocht in de lucht
Vochtige lucht
Oppervlaktecondensatie
Inwendige condensatie
Glaser Methode
4. VENTILATIE
a. Inleiding
b. Waarom verluchten?
c. Ventilatie
Ventilatiesystemen
Warmterecuperatie
Ventilatiedebieten
Ventilatie in speciale ruimten
5. FORMULARIUM (TE KENNEN FORMULES)
BOUWENERGIE 1
, 1. WARMTETRANSPORT
Basisbegrippen
TERM SYMBOOL EENHEID
Warmte Q Joule (J)
Een vorm van energie, zal streven naar een evenwichtssituatie → warmtestroom
Temperatuur θ
Thermodynamische temperatuur T Graden Celsius (°C) of Kelvin (K)
De maat voor hoe warm of koud iets is = maat voor de gemiddelde bewegingsenergie van atomen
en moleculen (trillingen)
Warmtestroom (Warmteflux) Φ of Q’ (Phi) Watt (W) of J/s
De hoeveelheid warmte die per seconde wordt overgedragen, vaak van warm naar koud. Dit geeft
de snelheid aan waarmee warmte over een gebied wordt overgedragen.
→ transportmechanismen: geleiding/ conductie, convectie, straling
Warmtetransportmechanismen
3 manieren:
1. Geleiding/ conductie = Doorgeven van bewegingsenergie aan aangrenzende deeltjes (in
vaste stoffen)
2. Convectie = Meevoeren van warmte door een stromend fluïdum (in gassen/ vloeistoffen)
3. Straling = Uitstraling van warmte in de vorm van EM golven. De hoeveelheid ‘warmte’ die
uitgestraald wordt, is afhankelijk van de temperatuur van het voorwerp. (geen medium
nodig)
Warmtestroomdichtheid q W/m2
De warmtestroom per eenheid van oppervlak. Dit geeft aan hoeveel warmte per vierkante meter
oppervlak per seconde wordt overgedragen.
Warmtestroom door een oppervlak.
BOUWENERGIE 2
, Thermische geleidbaarheid of λ (lambda) W/m.K
Warmtegeleidingscoëfficiënt
Geeft aan hoeveel warmte er door een materiaalelement gaat van 1m2 groot en 1m dik bij een
temperatuursverschil van 1 Kelvin
Hoe hoger de lambda waarde, hoe beter de geleiding, hoe slechter de isolatie
λ isolatiematerialen veel hoger indien vochtig > beschermen
Warmteweerstand R m2.K/W
= constructie eigenschap
De weerstand die een materiaal biedt tegen warmteoverdracht. Dit is het omgekeerde van de
thermische geleidbaarheid. Hoe groter de R-waarde, hoe groter de weerstand van een constructie.
Overgangsweerstand Rsi en Rse m2.K/W
(binnen/buiten)
Weerstand tegen warmteoverdracht aan de binnen (Rsi) of buitenzijde (Rse) van een
materiaaloppervlak.
S = surface, i = interior, e = exterior
Verklaring verschil binnen en buiten: buiten is de convectie (stroom van vloeistof of gas) of straling
groter dan binnen door weersomstandigheden + verschillende omgevingstemperaturen van binnen
vs buiten. De richting van de warmtestroom bepaalt Rsi en niet Rse.
Warmtedoorgangscoëfficiënt U W/m2.K
= constructie eigenschap
De hoeveelheid warmte die per seconde en per vierkante meter wordt overgedragen per graad
temperatuurverschil. Deze waarde geeft aan hoe goed een gebouwschil (zoals muur of raam)
warmte doorlaat.
Warmteverliescoëfficiënt H W/K
De totale hoeveelheid warmte die per seconde verloren gaat bij een temperatuurverschil van 1
graad Kelvin of Celsius. Dit wordt gebruikt om het totale warmteverlies door een gebouw of
systeem aan te geven.
Warmteoverdrachtscoëfficiënt hₑ, hᵢ W/m2.K
De hoeveelheid warmte die per vierkante meter oppervlak wordt overgedragen door convectie en/
of straling per graad temperatuurverschil.
hₑ = externe warmteoverdrachtscoëfficiënt; geeft aan hoe snel warmte van het oppervlak van een
materiaal aan de buitenlucht wordt overgedragen via convectie en straling.
hᵢ = interne warmteoverdrachtscoëfficiënt; geeft aan hoe snel warmte van het oppervlak van het
materiaal aan de binnenlucht wordt overgedragen via convectie en straling.
BOUWENERGIE 3
, Warmtetransport door geleiding
Warmteweerstand R
Definitie: R is een eigenschap van materialen en constructies die de mate van weerstand tegen
warmtetransport aangeeft. Hoe groter de R-waarde, hoe beter een materiaal isoleert.
Eenheid: m2.K/W (vierkante meter kelvin per watt). Dit betekent dat de weerstand wordt gemeten
als de hoeveelheid warmte die door een oppervlakte van 1 vierkante meter gaat per graad
temperatuurverschil.
Homogene laag
d: dikte van de homogene laag in de richting van het warmtetransport (in meters)
λui : is de warmtegeleidingscoëfficiënt (hoe goed het materiaal warmte geleidt), in W/(m.K). (ui; U
= rekenwaarde, i = binnentoepassing)
Hoe lager lambda, hoe beter het materiaal isoleert.
Meerdere (homogene) lagen
Wanneer een wand uit verschillende lagen bestaat, kun je de totale warmteweerstand Rc
(meerlaagse constructieweerstand) berekenen door de weerstanden van de individuele lagen op te
tellen.
Samengestelde wanden ∑Rn
Bij samengestelde wanden (meerdere lagen of secties) is de totale warmteweerstand RT het
gemiddelde van de boven- en onderwaarde van de warmteweerstand.
R’T is de bovenwaarde van de warmteweerstand en hangt af van de oppervlakte gewogen U-
waarde (warmtedoorgangscoëfficiënt).
R’’T is de som van de interne overgangsweerstand, de weerstand van de lagen, en de externe
overgangsweerstand.
BOUWENERGIE 4