100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting politicologie gezondheidsbevordering

Rating
-
Sold
-
Pages
31
Uploaded on
02-01-2026
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting van de cursus politicologie voor de master gezondheidsbevordering

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 2, 2026
Number of pages
31
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Politicologie
Ideologieën
Inleiding & Definitie
 Ideologie is een gedeeld of onderliggend ideeënstelsel.
 Het heeft een centrale plaats in de sociale wetenschappen.
 Er is weinig eensgezindheid over de definitie (begrip met vele
betekenissen).
 Ideologieën bieden een coherente visie voor politieke stromingen.
 Ze worden geponeerd als uiterste posities op politieke breuklijnen.
 Ideologie dient als intellectuele basis en praktisch
machtsinstrument.
Oorsprong & Kritiek
 Antoine Destutt de Tracy (1796): Introduceren als 'Wetenschap van
ideeën'.
 Napoleon : Gaf term een negatieve lading (radicaal, doctrinair, les
ideologes)
 Marx en Engels: sterke negatieve betekenis in ‘de duitse ideologie’
(1885)
o Ideologie is een vervalsing van de werkelijkheid.
o De heersende ideeën zijn de ideeën van de heersende
materiële macht.
o Ideologie fungeert als 'superstructuur' en legitimeert zo de
materiële basis (economische verhoudingen).
 Vladimir Lenin: Behandelde ideologie in beginsel als een neutraal
begrip.
o Pleitte voor een 'socialistische ideologie' (wetenschappelijk
socialisme).
o Verwierp de 'burgerlijke ideologie'.
 Gramsci (gevangen communist in fascisme)
o Culturele hegemonie (1929-35) : cultuur en maatschappij houden
heersende opvattingen in stand => socialistische revolutie blijft uit
o Passieve acceptatie => culturele norm
 Conservatisme (1950) : sceptische houding
o Ideologie wilt verandering maar verandering ligt buiten capaciteiten
mens
o Traditiegebaseerd, ervaring, geschiedenis
Wat is ideologie?
 Omschrijving ‘ good society’
 Commitment to change politcal systems
 Geen wetenschappelijke theorie
o Wetenschap: begrijpen, verklaren, beschrijven, empirisch
o Ideologie: voorschrijven, veranderen of conserveren, gevolgen
 Heywood: 1) world-view 2) desired future 3) HOW
 Synthese: neutraal concept dat verwijst naar actiegericht
gedachtensysteem, naar een set van ideeën die de doelen en middelen
van een sociale actie poneren, motiveren of verklaren
Morfologie van ideologie
 3 bestandsdelen
o Descriptief: analysekader

, o Prescriptief: ideale samenleving, fundamentele niveau, doel,
waarden en normen
o Operationeel: strategie, hoe, gericht op machtstrijd en politieke
steun
 Ideologische analyse niet als wetenschappelijke analyse
Te normatief en niet de nodige interne krtiek
Hebben eigen subjectieve kwaliteitscriteria
Links en rechts
 Mensen hebben nood aan structuur in politieke partijen en een soort
richtingsaanwijzer
 Betekenis is verschoven doorheen jaren
 Ontstaan 7 mei 1789 Louis XVI Franse staten generaal in salle des menus
plaisirs
o Geldproblemen -> stemmen
o Meer macht koning, conservatief= R >< minder macht koning,
hervormingsgezind= L
o Daarna verspreiding via vs kanalen
o Eng en Vs hadden al stabiel 2 partij systeem
 Relevantie ? afhankelijk van verwachtingen
o Ordenen
o Aanduiding van positie en inhoud van groot aantal houdingen en
stellingen
o Algemeen beeld over fundamentel waarden
 Progressief en conservatief
o Niet idem als links en rechts
o Niet idem als behoudingsgezind en veranderingsgezind
 Toenemende complexiteit breuklijnenlandschap
o Niet langer stabiele breuklijnen
o Nieuwe breuklijnen -> partijen zouden zich moeten herpositioneren
 Materialisten (economische groei, welvaart, orde) vs post-
materialisten (individuele vrijheid, zelfontplooiing, zorg voor
milieu -> groene partijen)
 Sociaal-culturele/ morele/ ethisch-culturele links-rechts
breuklijn
 Democratie, gezagrelaties, mensbeeld, normen en
waarden, identiteiten, sociale verhoudingen, …
 Links= vrijheid; rechts = gelijkheid (>< sociaal-
economisch)
ontdubbbeling maar geen samenhang
 Hoefijzermodel, combinatie 2 vormen links-rechts,.. -> vereenvoudigen en
veralgemeniseren complexe gehelen van ideeën
Overzicht ideologieën
 Evolueren mee met tijd en huidige vraagstukken
 Waarden dienen regelmatig geherinterpreteerd worden
 Veel verandering tussen val bastille 1789 en val Berlijnse muur 1989
 Ideaaltypisch beeld: zuivere vorm
 In praktijk vaak combinaties
 Liberalisme
o Abstracter liberalisme: meta-ideologie (breed kader voor debat),
filosofie, algemene fundamentele principes -> rechten en vrijheden
o Partij-ideologisch liberalisme: open-VLD
 Vrijheid van het hoogste goed: individu centraal (vs
gemeenschap)
 Historisch: rationaliteit en wetenschap verdringen religie

,  Thomas Hobbe en John Locke
o Economisch liberalisme: Adam Smith
 Eigenbelang en streven naar nutsmaximalisatie
Onzichtbare hand leidt tot beste collectieve resultaat
o Kernconcepten
 Afwezigheid externe dwang en mogelijkheid talenten
ontplooien
 Nachtwakersstaat: macht als bescherming individu
 Kleine staat
 Positief mensbeeld: rationeel (goed leven kiezen) en
vooruitgangsdenken
 Egoïsme -> vrijheid want anders misbruik macht
 Rechtvaardigheid: gelijk geboren
 Gelijkheid voor wet en politiek
 Gelijke kansen maar geen resultatenMeritocratie
 >< sociale liberalen: sturing van verdeling van de
welvaart
 Tolerantie en diversiteit
 Vrije markt van ideeën
o Stromingen
 Klassiek liberalisme: egoïsme, rationeel individu, negatieve
invulling vrijheid, vrije markt
 Sociaal darwinisme: survival of the fittest kwaliteit
samenleving
 Neoliberalisme
 Modern liberalisme= sociaal/ links liberalisme; John Rawls
 Reactie groeiende sociale ongelijkheid
 HerverdelingsmechanismeGrotere staat
 Positieve vorm vrijheid
 Progressieve stroming
 Conservatisme 19e E
o Edmund Bures: reflections on the revolution of France: afkeer van
hervorming en revolutie want kwaliteitsverlies
o Basispunten
 Respect voor religieuze traditie
 Organisatie samenleving= werk van God
 Stabiliteit en zekerheid identiteit individu
 Pessemistisch mensbeeld
 afhankelijk, egoïstisch, moreel imperfect
 Belang van hiërarchie en autoriteit
 Nood aan pragmatische opstelling
 Belang van normen
 Pessimistisch samenleving beeld
 Geef individu identiteit, veiligheid, geborgenheid,
zekerheid
 Niet maakbaar maar historisch organisch gegroeid
 Ontstaan door samenwerking organen: familie, normen
en waarden en natie
 Sociale hiërarchie
 Natuurlijk gegeven, elk heeft zijn rol
 Rijken steunen de armen
 Autoriteit en leiderschap van nature aanwezig
 Bezit als centrale waarde
 Psychologische veiligheid en sociale zekerheid

,  Stabiliteit door respect + Zelfrealisatie
 Ingrijpen ter bescherming samenleving
o Stromingen
 Autoritair conservatisme : autoritair leiderschap
 Hedendaags conservatisme: NVA
 Pragmatisch of paternalistisch conservatisme:
 Veranderen om te behouden
 Organicisme en plicht : rijken hebben
verantwoordelijkheid vr sociale cohesie en eenheid
 Christendemocratie: vroeger vorm van ^
 Rerum novarum paus LEO XIII 1891
 Kernconcepten
o Christelijke waarden en normen evangelie
 Inspiratie voor politieke inzichten
o Personalisme: mens als hoogste goed
 Mens in relatie tot gemeenschap
 Sociaal gecorrigeerde (door
gemeenschap) markteconomie
 Pragmatisch : streven naar consensus en
compromis in politiek
o Subsidiariteit: staat trekt zich terug uit
samenleving en komt enkel toe bij
gemeenschap-overstijgende beslissingen
 Klassensamenwerking
 neocorporatisme
 socialisme
o marxisme (bruuske overname) vs sociaaldemocratie (geleidijk,
machtdeelname)
o sociale gevolgen industriële revolutie
o Saint-simonisme: eerste socialistische auteurs
o Kernconcepten
 Gemeenschap centraal
 Maakbaarheid
 Samenwerken voor gemeenschappelijke
doetomingenlen
 Gelijkheid = rechtvaardigheid
 Nodig om vrijheid te bereiken
 Behoeften mensen tegemoetkomen
 Herverdeling
 Klasseloze samenleving
 Klasse: zelfde socio-economische positie
 Marxisme: productiemiddelen; conflict
 Sociaaldemocraten: inkomen en status-> ++ klassen
 Nu: groei middenklasse -> gelijke kansen voor alle
mensen ongeacht afkomst en kenmerken
 Gemeenschappelijk bezit: via nationalisering of een
gemengde economie
o Stromingen
 Revolutionair socialisme
 Geweldadige proletarische revolutie
 staatseigendom
 Reformatorisch socialisme
 Democratische weg
 Gemengde economie en herverdeling
$15.54
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
LoSp

Get to know the seller

Seller avatar
LoSp Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
5 year
Number of followers
8
Documents
6
Last sold
10 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions