HERACLITUS (CA. 543 V.C.)
Filosofie van het worden:
o Alles is in permanente verandering ("Alles vloeit, niets blijft").
o Vuur als oerstof: symboliseert zowel creatie als destructie.
o "Oorlog is de vader van alle dingen": conflict en tegengestelden zijn
fundamenteel.
o Eenheid der tegengestelden: complementair, vloeiend in elkaar over,
ambiguïteit (bv. zee als leven en dood).
o "Je kunt niet tweemaal in dezelfde rivier stappen" vanwege constante
verandering.
o Kosmos is geordend (geen chaos), ondanks verandering.
PARMENIDES (CA. 515-440 V.C.)
Filosofie van het zijn:
o "Het zijnde is, het niet-zijnde is niet": alles wat gedacht/gesproken kan
worden, bestaat op enige wijze. Het onbestaande bestaat dus ook.
o Het zijnde is:
Niet ontstaan (geen begin/einde).
Ondeelbaar (geen gradaties).
Onbeweeglijk en begrensd (er is niet buiten het zijnde).
Volmaakt en bolvormig.
o Kritiek op zintuiglijke waarneming: verandering en ontstaan zijn illusies.
o Vorm: mythos (godin, verzen), inhoud: logos (rationeel).
SOCRATES (469-399 V.C.)
Ethisch intellectualisme:
o Deugd = inzicht: moreel goed handelen is een gevolg van inzicht en hangt
daarmee samen, tegelijk is deugd een gevolg van moreel goed handelen.
o Dialoog (dia-logos): zoeken naar objectieve definities van ethische
concepten (bv. rechtvaardigheid).
o Ironie: doet alsof hij onwetend is om anderen tot inzicht te brengen.
o Tegen sofisten: hij gelooft in objectieve waarheid.
, PLATO (428-347 V.C.)
Twee werelden:
o Zintuiglijke wereld: Veranderlijk, onvolmaakt (meningen).
o Ideeënwereld: Eeuwig, perfect (ware kennis).
Het Goede: Hoogste Idee, transcendent ("aan gene zijde van het zijn").
Ziel: Gelijk een wagenmenner met twee paarden (rede vs. driften).
o Menselijke ziel bestaat uit 3 delen:
Redelijk deel => verstandigheid
Vurig deel = inborst, gemoed => dapperheid
Begerend deel => matigheid
Als elk deel doet wat het moet doen => deugd
Als alle 3 in harmonie: rechtvaardigheid
Methoden
Dialectiek: Vragen stellen om tot waarheid te komen.
Anamnese: Kennis is herinnering aan de Ideeën.
Maieutiek: Socratische methode om inzicht te "bevallen".
Ethiek
Ideale staat die uit 3 klassen bestaat:
1. Archondes: bovenaan de staat = koning-filosofen => VERSTANDIGHEID
2. De helpers (bv leger, politie) => DAPPERHEID
3. Ambachtslui => MATIGHEID
Filosofie van het worden:
o Alles is in permanente verandering ("Alles vloeit, niets blijft").
o Vuur als oerstof: symboliseert zowel creatie als destructie.
o "Oorlog is de vader van alle dingen": conflict en tegengestelden zijn
fundamenteel.
o Eenheid der tegengestelden: complementair, vloeiend in elkaar over,
ambiguïteit (bv. zee als leven en dood).
o "Je kunt niet tweemaal in dezelfde rivier stappen" vanwege constante
verandering.
o Kosmos is geordend (geen chaos), ondanks verandering.
PARMENIDES (CA. 515-440 V.C.)
Filosofie van het zijn:
o "Het zijnde is, het niet-zijnde is niet": alles wat gedacht/gesproken kan
worden, bestaat op enige wijze. Het onbestaande bestaat dus ook.
o Het zijnde is:
Niet ontstaan (geen begin/einde).
Ondeelbaar (geen gradaties).
Onbeweeglijk en begrensd (er is niet buiten het zijnde).
Volmaakt en bolvormig.
o Kritiek op zintuiglijke waarneming: verandering en ontstaan zijn illusies.
o Vorm: mythos (godin, verzen), inhoud: logos (rationeel).
SOCRATES (469-399 V.C.)
Ethisch intellectualisme:
o Deugd = inzicht: moreel goed handelen is een gevolg van inzicht en hangt
daarmee samen, tegelijk is deugd een gevolg van moreel goed handelen.
o Dialoog (dia-logos): zoeken naar objectieve definities van ethische
concepten (bv. rechtvaardigheid).
o Ironie: doet alsof hij onwetend is om anderen tot inzicht te brengen.
o Tegen sofisten: hij gelooft in objectieve waarheid.
, PLATO (428-347 V.C.)
Twee werelden:
o Zintuiglijke wereld: Veranderlijk, onvolmaakt (meningen).
o Ideeënwereld: Eeuwig, perfect (ware kennis).
Het Goede: Hoogste Idee, transcendent ("aan gene zijde van het zijn").
Ziel: Gelijk een wagenmenner met twee paarden (rede vs. driften).
o Menselijke ziel bestaat uit 3 delen:
Redelijk deel => verstandigheid
Vurig deel = inborst, gemoed => dapperheid
Begerend deel => matigheid
Als elk deel doet wat het moet doen => deugd
Als alle 3 in harmonie: rechtvaardigheid
Methoden
Dialectiek: Vragen stellen om tot waarheid te komen.
Anamnese: Kennis is herinnering aan de Ideeën.
Maieutiek: Socratische methode om inzicht te "bevallen".
Ethiek
Ideale staat die uit 3 klassen bestaat:
1. Archondes: bovenaan de staat = koning-filosofen => VERSTANDIGHEID
2. De helpers (bv leger, politie) => DAPPERHEID
3. Ambachtslui => MATIGHEID