Godsdienst In der Waarheid Hoofdstuk 1-4
1.2
Een afvallige= iemand die een christen lijkt te zijn en die deel uitmaakt van de kerk, maar
uiteindelijk de kerk verlaat.
o Een afvallige is NIET:
Een niet-christen
Een ongelovige
Een worstelende christen
Mensen die christen waren en ophouden christen te zijn
o Een afvallige is WEL:
Iemand die zich binnen Gods verbondsgemeenschap bevindt, deel
uitmaakt van de zichtbare kerk, wiens geloof in CHristus wordt beleden,
een gelovige lijkt te zijn, mogelijk zelfs deelneemt aan het Heilig
Avondmaal en lid is van de gemeente, en later bewust en opzettelijk zijn
geloof in Christus afwijst en de verbondsgemeenschap verlaat.
Iemand die nooit echt christen is geweest.
God gebruikt verhalen van afvalligen om Zijn volk te waarschuwen, maar dat betekent
niet dat mensen daadwerkelijk hun redding kunnen verliezen. God gebruikt de
voorbeelden en waarschuwingen om Zijn volk aan te moedigen trouw te blijven aan het
geloof.
1.3
Kennis over de basispunten van het geloof is onmisbaar om God te dienen.
Het begrijpen van de Bijbel en het bidden tot God zijn ondenkbaar zonder kennis van
God.
Kenmerk geloofspunten: ze formuleren een samenvattende waarheid uit de Bijbel op een
puntige manier.
Als je die geloofspunten kent, kan je beter bijbellezen:
o Bijbelgedeelte verbinden met de rode draad in de Bijbel
o Nadenken over de hoofdlijnen van het christelijk geloof is een effectief middel
tegen dodelijke dwaling.
1.4
In de Bijbel staat geen bewijs van het bestaan van God.
o Geen rationeel bewijs van het bestaan van God, alleen tekenen van Zijn majesteit.
Eigenschappen van God:
o Morele eigenschappen(karakter):
Goedheid
Barmhartigheid
Genade
Geduld
Rechtvaardigheid
Handhaving van Zijn heiligheid
Wijsheid
Kennis
Wil
o Wezenlijke eigenschappen (zeggen iets over hoe God de morele eigenschappen
bezit):
Eenvoudigheid
Geestelijkheid
, 2
Eeuwigheid
Onbegrijpelijkheid
Onveranderlijkheid
Oneindigheid
Excurs: naamgeving van Gods eigenschappen (Bavinck, Magnalia Dei, 9.4)
o Rooms-Katholiek: ‘negatieve/ontkennende’ en ‘positieve/stellende’
eigenschappen
o Luthers: ‘quiescente/rustende’ en ‘operatieve/werkende’ eigenschappen
o Gereformeerd: ‘onmededeelbare’ en ‘mededeelbare’ eigenschappen
o Anders: ‘transcendente’ en ‘immanente’ eigenschappen – de eerste groep
belangrijk tegenover polytheïsme en pantheïsme, de tweede groep belangrijk
tegenover deïsme en atheïsme.
Bavinck, onmededeelbare eigenschappen (9,5):
o 1.Onafhankelijk – Hand. 17:25, Rom. 11:36
o 2.Onveranderlijk – Jak. 1:17
o 3.Eenvoudig – Ps. 36:10, Joh. 5:25, 1 Joh. 1:5
o 4.Eeuwig – Ps. 90:2
o 5.Alomtegenwoordig – Ps. 139:7, Hand. 17:27-28
Bavinck, mededeelbare eigenschappen (9.7-9.9):
o 1.Leven – Hebr. 10:31
o 2.Geest – Joh. 4:24
o 3.Zelfbewustzijn – Matth. 11:27, 1 Kor. 2:10
o 4.Wil – Ps. 115:3, Spr. 21:1, Dan. 4:35
o 5.Macht – Gen. 18:14, Jer. 32:27
o 6.Wijsheid – Spr. 8:22-31, Rom. 16:27
o 7.Goedheid – Matth. 10:18
o 8.Genade – Ps. 103:8
o 9.Heiligheid – Ex. 19:5-6, 1 Petr. 2:9
o 10.Gerechtigheid - Ps. 45:8, Job. 34:10
o 11.Lankmoedigheid – Rom. 3:25
o 12.Liefde – Joh. 3:16
o 13.Goedertierenheid – Gen. 39:21, Jes. 54:10
o 14.Welbehagen – Mat. 11:26
1.5
Ds Boer: Hoe krijg ik een genadig God?
Ds Berkhof: Bestaat God?
Godsbewijzen
o Metafytisch argument:
Elke verandering is begonnen met een oorzaak.
De eerste oorzaak van alle veranderingen is zelf niet begonnen.
Deze Onbewogen Beweger is God.
Alle oorzaken vormen een serie.
Geen ding wordt door zichzelf veroorzaakt. Iets moet de allereerste
oorzaak zijn geweest voor deze serie oorzaken. Dit is God.
Alles wat bestaat is ontstaan en verdwijnt.