INLEIDING
1. Mediatisering van de samenleving
Mediacommunicatie = belangrijk + toenemend in dagelijks leven ( extra bij
behoefte aan info bv COVID-19)
We gaan hier niet altijd bewust mee om.
Er is een algemeen toenemende mediatisering van de samenleving.
= sociale veranderingen in de maatschappij, zowel op macro- als
microniveau, gelinkt aan de toenemende impact van media in de
maatschappij (def.)
2. Rode draden
Mediacommunicatie/gemedieerde communicatie = comprocessen via
een technologisch medium
interpersoonlijke, face-to-face communicatie
Mediacentralisme = media en communicatie te centraal plaatsen in de
samenleving door ze af te zonderen v/d sociaal-economische context
waarin ze opereren (def.)
Technologisch determinisme = het geloof dat technologische
veranderingen een eigen logica volgen die onafhankelijk is van menselijke
wil en zo de drijvende kracht is van sociale veranderingen (def.)
Maatschappijcentrisme = maatschappelijke dynamieken beïnvloeden
de media en media zijn louter een weerspiegeling van de samenleving
Media + communicatie = onlosmakelijk verbonden met op elkaar
inwerkende historische, sociale, politieke, psychologische, culturele, …
processen
Corpus aan communicatiewetenschappelijke theorieën wordt sterk
gevoed door ontwikkelingen &inzichten uit andere disciplines
multidisciplinariteit!
, COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
H1 – BOUWSTENEN VAN EEN DISCIPLINE EN EEN PRAKTIJK
1. Inleiding – Communicatie is meer dan communiceren
Communiceren = meer dan info overbrengen & tekens en symbolen
uitwisselen
Niet reduceren tot rationele/analytische componenten + gevoelens
& sociaal handelen
Theoretische beschouwingen (in boek) in sociale context zien & niet
loskoppelen v. dagelijkse setting
Elke communicatiediscipline is te vergelijken met legoblokken.
Verschillende bouwstenen maken samen verschillende
communicatiemodellen.
2. Het teken als basis voor betekenisvol communiceren
Kernvraag = Hoe ontstaat betekenis?
Het teken = kleinste component van elk communicatieproces
2.1 Semiotiek
BASISCONCEPTEN
Semiotiek = wetenschappelijke leer van tekens hoe verhouden tekens
zich & hoe ontstaat betekenis?
- Grondleggers = Ferdinand de Saussure (1) & Charles Sanders Peirce (2)
Verschil:
1 ‘semiologie’ + klemtoon op sociale functie & relevantie van een
teken
2 ‘semiotiek’ + klemtoon op logische, formele of ‘technische’
functie van een teken
Vandaag: synoniemen van elkaar
3 centrale domeinen van semiotiek:
1. De tekens zelf + hun indeling in soorten
2. De codes/systemen waarbinnen de tekens georganiseerd zijn
3. De brede cultuur waarbinnen de tekens en codes opereren
4 subdomeinen van semiotiek (elk focus op ander aspect relatie teken-
betekenis)
1. Fonologie = studie van klanken en kleinste eenheden (letters) (bv:
“play vier” ipv. play four)
, COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
2. Syntaxis = studie van patronen van tekens die zo betekenis creëren
hoe elementen gestructureerd?
3. Semantiek (!) = studie van relatie tussen teken en betekenis die
een teken krijgt (bv: symbolen verwijzen naar iets, logo’s, …)
4. Pragmatiek = studie van relatie tussen betekenis & gebruiker van
het teken = contextuele & sociale factoren die een rol in
betekeniscreatie (bv: is de verzameling van tekens gebruiksvriendelijk?)
- Onderscheid tss. intensie en extensie van een woord
Intensie = geheel van criteria/kenmerken dat bepaalt of een term
wel kan worden toegepast
Extensie = de klasse van zaken waarop de term correct is toegepast
- Uitwerking term = horrorfilm
Intensie = spanning, personages zoals een moordenaar & hulpeloze
slachtoffers, griezelelementen
Extensie = Orphan, Friday the 13th, It, …
! communicatieprobleem ! extensies van een woord kunnen
verschillen tussen personen DUS (rode draad) =
betekenis/communicatie zal altijd anders zijn voor iedereen.
2.2 Teken, tekensysteem en tekenindeling
Teken centraal in semiotiek = allerkleinste eenheid van communicatie
Daarbij onderscheid tussen 2 kernelementen door De Saussure:
- De betekenaar (signifiant, Sa) = materiële tekenvorm of (fysieke)
verschijningsvorm v/e teken
Bv: een beeld/klank (bv: foto/uitspraak), neergeschreven woord, …
Is dus ook de betekenisdrager
- Het betekende (signifié, Se) = mentale concept/begrip waar de
materiële tekenvorm naar verwijst
- bv. betekenaar = woord ‘hond’/foto van een hond
betekende = idee/concept van dier met 4 poten en staart dat de
betekenaar oproept
MERK OP betekenaars kunnen naargelang persoon een ander
betekende oproepen
(bv: poedel vs. jachthond)
- Relatie tussen Sa en Se is arbitrair en puur gebaseerd op
historische/etymologische afspraak.
Er is bv. geen reden waarom we een dier met 4 poten hond
noemen.
, COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
Enkel sociale behoefte om dat te doen zodat we betekenisvol
kunnen communiceren met elkaar
De Saussure relatie Sa & Se = puur toeval code nodig om
tekens betekenis te geven
- De referent = het eigenlijke fysieke object waar het teken naar
verwijst
MAAR door functie betekende kan een teken al betekenisvol zijn en
communicatie mogelijk maken zonder dat de referent effectief
aanwezig moet zijn
Er zijn ook tekens zoals ‘liefde’ of ‘engel’ die geen concrete
referent hebben.
Referent kan ook verschillend zijn voor dezelfde teken (bv: bij
“auto’)
Zie toepassing (oude examenvraag) p. 43
Om volledige betekenis (significatie) v/e teken te bepalen spreekt
Barthes over denotatie & connotatie:
- Denotatie bevindt zich op primair betekenisniveau =
letterlijke/objectieve betekenis v/e teken
Deel v/d betekenis dat voor iedereen hetzelfde is & waar sociale
consensus over is
Bv: denotatie van vuur = rood, heet natuurelement dat rook &
hitte uitstoot
Komt overeen met Se
- Connotatie op secundair betekenisniveau =
figuurlijke/subjectieve betekenis v/e woord
= een bijbetekenis of associatie
Kan gestuurd worden door specifieke (fysieke) verschijningsvorm
(Sa)
Bv: connotatie vuur = passie/energie/gevaar/warmte/gezelligheid
Kan gesplitst worden in 2 componenten:
- Evaluatieve lading connotatie kan verwijzen naar iets goed,
slecht of neutraal
- Referentiële lading woorden kunnen ook een variabele
betekenis of verwijzing hebben
Betekenis kan wijzigen naargelang persoon, tijdstip, culturele
context
Betekenis & interpretatie v/e woord kan dus verschillen per
door context/tekengebruiker