10.1
Voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinkt.
Voedingsstoffen: bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen.
Koolhydraten (sachariden):
- functie: brandstoffen, bouwstoffen en reservestoffen.
- brood, bananen, tarwe, graan.
- ze worden opgeslagen als glycogeen.
VB functie: glucose wordt in cel omgezet naar de ATP.
- DNA en receptoren bevatten suikers.
Vetten (lipiden):
- functie: brandstoffen, bouwstoffen en reservestoffen.
- goeie suikers en slechte suikers.
- boter, chips en avocado
- celmembraan bestaat uit vetten.
Eiwitten (proteïnen):
- functie: bouwstoffen en brandstoffen
- kwark, vlees en vis
Enzymen, receptoren en spieren bestaan uit eiwitten.
Water:
- functie: bouwstof, transport en temperatuur
- bij warmte ga je zweten en geef je warmte af
Mineralen (zouten):
- functie: bouwstof en beschermende stof
-vis, melk en kaas
- botten bestaan uit calciummineraal
Vitaminen:
- functie: beschermende stof en bouwstof
- groente en fruit
- belangrijk voor een goed werkend immuunsysteem en stofwisseling
- vaak onderdeel van enzymen
Voedingsvezels:
- onverteerbare koolhydraten uit celwanden van planten
- voor een gezonde werking van de darmen.
- voeding voor darmbacteriën= prebiotica
- vertering
Darmflora: bacteriën in de darmen
- trainen het immuunsysteem en breken bepaalde voedingstoffen af.
Probiotica= voedsel met levende bacteriën.