Verklaringsmoddelen 1: Dimensie
1 – De objectiverbare feiten
Inleiding & kadering binnen het
orthopedagogisch grondplan
Kadering binnen het OPG: De focus ligt vooral op het microniveau en de relatie
tussen de cliënt en het cliëntsysteem. Daarnaast is er een link met het mesoniveau,
dat deze relatie kan beïnvloeden, bijvoorbeeld via de buurt waarin iemand woont. Tot
slot speelt ook het macroniveau mee, omdat dit bepaalt hoe mensen zich verhouden
tot elkaar en tot bredere maatschappelijke systemen.
Om te overleven hebben mensen basisvoorzieningen nodig MAAR om te
bestaan hebben mensen relaties nodig. Een probleem op 1 dimensie: gaan
we verklaren vanuit 4 dimensies.
Start: de relatie tussen mensen
Elke relatie heeft 4 lagen (4 dimensies)
Elke laag geeft inzichten over deze relatie
Grondlegger: Iván Böszörményi-Nagy (NOTCH-uitgesproken)
Nagy beschrijft 4 invalshoeken die helpen om te begrijpen wat er tussen
mensen gebeurt. Omdat we vaak werken met complexe relaties, geven deze
vier dimensies ons een overzichtelijk kader.
Zo krijgen we een volledig beeld van de situatie van de cliënt in zijn context. We
vermijden dat we te snel oordelen op één enkel aspect, want elke dimensie krijgt
haar eigen plaats. Daardoor missen we minder snel belangrijke kansen voor
groei. Het helpt ons én de cliënt om te zien dat er niet één juiste aanpak is, maar
dat het traject van de cliënt door alle vier de dimensies loopt.
Vanuit 4 dimensies kijken = contextueel denken:
Dimensie 1: dimensie van de feitelijke gegevens
Dimensie 2: dimensie van de psyche
Dimensie 3: dimensie van de interacties
Dimensie 4: dimensie van de relationele ethiek
Dimensie 5: de ontische dimensie
Belangerijk om weten rond de dimensies !!!:
1. Elke dimensie is even 2. Ze geven respect voor 3. Elke theorie over het
belangrijk, er is geen héél het menselijk functioneren
rangorde. cliëntsysteem, over past er in.
minstens 3
generaties.
4. Helpt om veel 5. Helpt /
informatie over een gemeenschappelijke
cliënt te verzamelen taal in de
én om lege gaatjes te hulpverlening.
vullen.
, 1 Theoretische toelichting
1.1 Opsomming
Deze dimensie staat centraal rond feiten; dit zijn zaken zijn die wij allemaal hetzelfde gaan bekijken. Er is
alleen zwart en wit daar is geen grijze zone!! Welke feiten vinden plaats in de omgeving van de cliënt die
invloed op hem/haar hebben. We kijken ook objectief (=onafhankelijk van persoonlijke
gevoelens, meningen of voorkeuren, en is gebaseerd op feiten en
controleerbare informatie). Tot slot kijken we ook naar de voorafgaande
generaties. Deze boven of onder u mama, oma, bomma of kind.
Voorbeeldje?: Ik ben de oudste dit is een (feit). Voor Arthur maakt dit wel een verschil,
aangezien hij het op deze manier ervaart. (objectief) PROF: haar mama met 3 op de kamer,
moeder streeft daarom zij ernaar dat elk kind slaapt eigen slaapkamer heeft (MINSTENS 3 generaties
invloed)
1. Het biologisch Geslacht, leeftijd, geboorte, dood, zwangerschap, erfelijke
en medisch ziekten, lichamelijke ziekten, huidige lichamelijke
kader van een toestand, seksuele oriëntatie …
persoon, zijn BELANGERIJK: als je de diagnose ASS krijgt, is dit GEEN
gezin, zijn feit maar een assumptie.
familie. Voorbeeldje?: De leeftijd of lichaamsgrootte van een jongen
kan invloed hebben op een relatie of leeftijdsverschil en op hoe
mensen met elkaar omgaan. MAAR OOK een psychiatrische
diagnose of psychopathologie is voor Nagy (en andere
systeemdenkers) geen vaststaand feit, maar eerder een
mogelijke uiting van onderliggende (communicatie)problemen.
2. Het financieel Financieel: (gezins)inkomen en schulden
en materieel Materieel: arbeid en tewerkstelling, huisvesting, materiële
kader mogelijkheden, enzovoort.
Voorbeeldje?: Heb je schulden, heb je een appartement of
huis, heb je een elektrische rolstoel, ...
3. Het wettelijk Burgerlijk statuut, kinderen ten laste (volgens de wet),
en juridisch voogdijschap, veroordelingen, verblijfsstatuut, enzovoort.
kader Voorbeeldje?: ben je veroordeeld door de wet?, heb je een
strafblad?, heb je een verblijfsstatuut?
4. Het Het gaat hier over het ruimer materieel kader waarbinnen
economisch en het gezin/familie zich situeert: hoog/laagconjunctuur
ecologisch (goede tijden, slechte tijden…), socio-economische status,
kader economische stromingen (kapitalisme, communisme,
neoliberalisme…)
Ecologisch kader: milieuomstandigheden, klimaat,
enzorvoort.
Voorbeeldje?: Leven dat duurder wordt, indexering mee- of
tegengaat
5. Het Relatie-en samenlevingsvormen, kinderen, gender en de
sociologisch manier waarop dit momenteel cultureel en
en cultureel maatschappelijk geduid/geduld wordt,
kader migratieachtergrond en -geschiedenis, enzovoort.
Voorbeeldje?: Met wie leven we samen, Met hoeveel woon je
samen?, Hoe word er gekeken naar gender binnen in de
familie.
6. Het historisch Het betreft hier feiten, gebeurtenissen uit het verleden of
kader heden, die het leven van de cliënt kleuren, historische
feiten van het persoonlijk leven.
2
1 – De objectiverbare feiten
Inleiding & kadering binnen het
orthopedagogisch grondplan
Kadering binnen het OPG: De focus ligt vooral op het microniveau en de relatie
tussen de cliënt en het cliëntsysteem. Daarnaast is er een link met het mesoniveau,
dat deze relatie kan beïnvloeden, bijvoorbeeld via de buurt waarin iemand woont. Tot
slot speelt ook het macroniveau mee, omdat dit bepaalt hoe mensen zich verhouden
tot elkaar en tot bredere maatschappelijke systemen.
Om te overleven hebben mensen basisvoorzieningen nodig MAAR om te
bestaan hebben mensen relaties nodig. Een probleem op 1 dimensie: gaan
we verklaren vanuit 4 dimensies.
Start: de relatie tussen mensen
Elke relatie heeft 4 lagen (4 dimensies)
Elke laag geeft inzichten over deze relatie
Grondlegger: Iván Böszörményi-Nagy (NOTCH-uitgesproken)
Nagy beschrijft 4 invalshoeken die helpen om te begrijpen wat er tussen
mensen gebeurt. Omdat we vaak werken met complexe relaties, geven deze
vier dimensies ons een overzichtelijk kader.
Zo krijgen we een volledig beeld van de situatie van de cliënt in zijn context. We
vermijden dat we te snel oordelen op één enkel aspect, want elke dimensie krijgt
haar eigen plaats. Daardoor missen we minder snel belangrijke kansen voor
groei. Het helpt ons én de cliënt om te zien dat er niet één juiste aanpak is, maar
dat het traject van de cliënt door alle vier de dimensies loopt.
Vanuit 4 dimensies kijken = contextueel denken:
Dimensie 1: dimensie van de feitelijke gegevens
Dimensie 2: dimensie van de psyche
Dimensie 3: dimensie van de interacties
Dimensie 4: dimensie van de relationele ethiek
Dimensie 5: de ontische dimensie
Belangerijk om weten rond de dimensies !!!:
1. Elke dimensie is even 2. Ze geven respect voor 3. Elke theorie over het
belangrijk, er is geen héél het menselijk functioneren
rangorde. cliëntsysteem, over past er in.
minstens 3
generaties.
4. Helpt om veel 5. Helpt /
informatie over een gemeenschappelijke
cliënt te verzamelen taal in de
én om lege gaatjes te hulpverlening.
vullen.
, 1 Theoretische toelichting
1.1 Opsomming
Deze dimensie staat centraal rond feiten; dit zijn zaken zijn die wij allemaal hetzelfde gaan bekijken. Er is
alleen zwart en wit daar is geen grijze zone!! Welke feiten vinden plaats in de omgeving van de cliënt die
invloed op hem/haar hebben. We kijken ook objectief (=onafhankelijk van persoonlijke
gevoelens, meningen of voorkeuren, en is gebaseerd op feiten en
controleerbare informatie). Tot slot kijken we ook naar de voorafgaande
generaties. Deze boven of onder u mama, oma, bomma of kind.
Voorbeeldje?: Ik ben de oudste dit is een (feit). Voor Arthur maakt dit wel een verschil,
aangezien hij het op deze manier ervaart. (objectief) PROF: haar mama met 3 op de kamer,
moeder streeft daarom zij ernaar dat elk kind slaapt eigen slaapkamer heeft (MINSTENS 3 generaties
invloed)
1. Het biologisch Geslacht, leeftijd, geboorte, dood, zwangerschap, erfelijke
en medisch ziekten, lichamelijke ziekten, huidige lichamelijke
kader van een toestand, seksuele oriëntatie …
persoon, zijn BELANGERIJK: als je de diagnose ASS krijgt, is dit GEEN
gezin, zijn feit maar een assumptie.
familie. Voorbeeldje?: De leeftijd of lichaamsgrootte van een jongen
kan invloed hebben op een relatie of leeftijdsverschil en op hoe
mensen met elkaar omgaan. MAAR OOK een psychiatrische
diagnose of psychopathologie is voor Nagy (en andere
systeemdenkers) geen vaststaand feit, maar eerder een
mogelijke uiting van onderliggende (communicatie)problemen.
2. Het financieel Financieel: (gezins)inkomen en schulden
en materieel Materieel: arbeid en tewerkstelling, huisvesting, materiële
kader mogelijkheden, enzovoort.
Voorbeeldje?: Heb je schulden, heb je een appartement of
huis, heb je een elektrische rolstoel, ...
3. Het wettelijk Burgerlijk statuut, kinderen ten laste (volgens de wet),
en juridisch voogdijschap, veroordelingen, verblijfsstatuut, enzovoort.
kader Voorbeeldje?: ben je veroordeeld door de wet?, heb je een
strafblad?, heb je een verblijfsstatuut?
4. Het Het gaat hier over het ruimer materieel kader waarbinnen
economisch en het gezin/familie zich situeert: hoog/laagconjunctuur
ecologisch (goede tijden, slechte tijden…), socio-economische status,
kader economische stromingen (kapitalisme, communisme,
neoliberalisme…)
Ecologisch kader: milieuomstandigheden, klimaat,
enzorvoort.
Voorbeeldje?: Leven dat duurder wordt, indexering mee- of
tegengaat
5. Het Relatie-en samenlevingsvormen, kinderen, gender en de
sociologisch manier waarop dit momenteel cultureel en
en cultureel maatschappelijk geduid/geduld wordt,
kader migratieachtergrond en -geschiedenis, enzovoort.
Voorbeeldje?: Met wie leven we samen, Met hoeveel woon je
samen?, Hoe word er gekeken naar gender binnen in de
familie.
6. Het historisch Het betreft hier feiten, gebeurtenissen uit het verleden of
kader heden, die het leven van de cliënt kleuren, historische
feiten van het persoonlijk leven.
2