Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
NEUROLOGIE
Prof. Dr. Ann De Smedt -
Prof. Dr. Alex Michotte -
Prof. Dr. Sebastiaan Engelborghs
Inhoud cursus
Overzicht van de meest courante neurologische aandoeningen.
Meer zeldzame ziektebeelden: niet of niet in detail beschreven.
De nadruk ligt op de dagelijkse medische realiteit, met praktische informatie die voor de vorming tot
basisarts nuttig is.
Voor elke neurologische aandoening:
- Epidemiologie
o Belangrijk voor frequentie!
o Alzheimer en beroerte zeer zeldzaam bij iemand van 20j
- Anamnese
o Moet precies en nauwkeurig zijn
- Klinisch neurologisch onderzoek
o Vind je tekens van de symptomen die je patiënt je vertelt?
- Differentiële diagnose en diagnostisch nazicht
o Diagnosen rangschikken volgens waarschijnlijkheid
o Diagnostisch nazicht is selectief en gericht
▪ Maatschappelijk en socio-economisch bvb
- Behandeling
Belangrijk!
Leerresultaten
- De student moet na het volgen van deze cursus in staat zijn de belangrijkste neurologische
ziektebeelden te herkennen en in urgente situaties voldoende adequaat kunnen handelen.
Studiemateriaal
- Digitaal cursusmateriaal (Vereist): Powerpointpresentatie van HOC
- (Review) Artikels, aanbevolen door docenten (Aanbevolen)
- Handboek (Aanbevolen): Leerboek klinische neurologie, Vol.1 & Vol.2, JBM Kuks en JW
Snoek, Bohn Stafleu van Loghum, 9789036813334, 2016
Examen
- Mondeling (met schriftelijke voorbereiding)
- 2 open vragen
- Casus
1
,Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
Basisprincipes neurologisch onderzoek
1. Onderzoekskamer
+ comfortabele temperatuur
+ voldoende verlichting (bij voorkeur daglicht)
▪ Te fel daglicht kan storend zijn voor pupillen
+ afgeschermd van omgevingslawaai
2. Onderzoekstafel: goed toegankelijk
o Ideaal bed dat automatisch is, als patiënt bvb niet goed te been is
3. Voldoende plaats in de onderzoekskamer
o Gangonderzoek
4. De onderzoeker mag geen koude handen hebben
5. Correct hanteren van materiaal (reflexhamer, stemvork, penlicht,…)
Benodigdheden:
- Kijken
o Vanaf je patiënt uit wachtzaal haalt
- Luisteren
o Ook hetero-anamnese
- Onderzoeksmateriaal
o Reflexhamer
o Pupillampje
o Wattenstaafje
o Tongspatel
o Uitgebreid
▪ Stemvork 128 Hz
▪ Fundoscoop
▪ Snellen visuskaart
Aandachtspunten
- Observeer de patiënt zoveel mogelijk.
o Vb. in de wachtzaal, bij transfers stand/zit/lig, in contact met partner,…
- Belang hetero-anamnese met partner/kinderen/huisarts/…
o Informeer de patiënt hierover en vraag toestemming indien nodig/mogelijk
- Probeer anamnese (en neurologisch onderzoek) terug te brengen naar belangrijkste klacht
van patiënt.
o Hele waslijst aan klachten, vaak warrig verhaal waar je moet gaan zoeken waarvoor
nu exact naar jou komt
- Voer het neurologisch onderzoek uit in een vaste volgorde en op uniforme manier maar
i.f.v. specifieke klacht, ATCD, setting…zijn sommige items belangrijker
Onderverdeling
1. Hogere corticale functies
2. Hals-en nekstreek
3. Craniale zenuwen
4. Motoriek
5. Sensibiliteit
6. Reflexen
7. Coördinatie
8. Gang, stand en evenwicht
o Kan je observeren als je patiënt uit wachtzaal haalt
2
,Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
1. Hogere corticale functies
Inspectie
- Kijken, luisteren,…
- Setting kan je al informatie geven over hogere corticale functies
Bewustzijn (waakzaamheid/alertheid)
- Glasgow Coma Scale (GCS) (eerder traumaschaal, niet op
consultatie)
- Op consultatie eerder nagaan of patiënt deelneemt aan gesprek
en of hij erbij is met zijn aandacht, voert de patiënt het woord of
laat hij iemand anders aan het woord?
Oriëntatie in tijd, plaats en persoon
Spraak
- Normale spraak
o Sneller, trager, hees?
o Vraag dit na aan patiënt of omgeving
o Let hier al op bij het vragen van vorige topics
- Articulatieproblemen (dysartrie)
o Niet goed uitgesproken woorden
- Taalproblemen (afasie)
o Woorden niet correct gebruiken, nieuwe woorden uitvindt
Gecombineerd probleem van afasie en dysartrie maakt het moeilijker qua interpratatie
1. Afasie = Taalprobleem Figuur a Glasgow Coma Scale (GCS)
Screening door arts Score op 15; laagste score is 3/15
- Spontane spraak
- Taalbegrip
- Herhalen
- Benoemen
- Lezen
- Schrijven
Schematisch overzicht
3
, Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
a) Motorische of Broca-afasie (Expressieve afasie)
- Niet-vloeiende spontane taalproductie
o Geen mooie, vlotte grammaticale zinvorming
- Agrammatisme (=onvermogen om woorden om te zetten in zinnen)
- Telegramstijl
o Hier en daar een aantal kernwoorden zonder gebruik van werkwoorden
- Parafasieën (=“ernaast” praten)
o Fonematisch – op klankniveau (vb. lafel i.p.v. tafel)
o Semantisch – op woordniveau (vb. stoeli.p.v. tafel)
- Redelijk taalbegrip, maar problemen met grammaticaal complexe zinnen
- Persevereren
o Zelfde woord dat je gevraagd hebt om te benoemen, steeds laten herhalen
- Patiënt is zich meestal bewust van taalstoornis (verdriet, woede, frustratie).
b) Sensorische of Wernicke-afasie (Receptieve afasie)
- Vloeiende spontane taalproductie
- Paragrammatisme
o Gebruik van lange, grammaticaal ingewikkelde zinnen maakt waarvan de structuur
niet klopt)
▪ itt tot Broca-afasie met korte zinnen en kernwoorden
- Jargon (=onbegrijpelijke taal)
o In eigen taal praten en er niet van bewust zijn
- Parafasieën
- Neologismen (= gebruik van niet bestaande woorden)
- Spreekdrang
o Je krijgt er geen woord tussen
- Patiënt is zich vooral in het begin, niet bewust van zijn taalstoornis
c) Globale afasie
Probleem bij verbinding tussen beide gebieden
- Niet-vloeiende spontane taalproductie
- Zeer ernstige communicatiestoornis
- Alle aspecten van taalproductie en -begrip zijn ernstig verstoord
o Gaat niet begrijpen welke vragen we stellen en gaat er ook niet op kunnen
antwoorden
- Steeds terugkerende zinloze combinaties van klanken (recurring utterances)
o Klanken en automatismen gaan herhalen
- Perseveraties
- Problemen met non-verbale taal
4
NEUROLOGIE
Prof. Dr. Ann De Smedt -
Prof. Dr. Alex Michotte -
Prof. Dr. Sebastiaan Engelborghs
Inhoud cursus
Overzicht van de meest courante neurologische aandoeningen.
Meer zeldzame ziektebeelden: niet of niet in detail beschreven.
De nadruk ligt op de dagelijkse medische realiteit, met praktische informatie die voor de vorming tot
basisarts nuttig is.
Voor elke neurologische aandoening:
- Epidemiologie
o Belangrijk voor frequentie!
o Alzheimer en beroerte zeer zeldzaam bij iemand van 20j
- Anamnese
o Moet precies en nauwkeurig zijn
- Klinisch neurologisch onderzoek
o Vind je tekens van de symptomen die je patiënt je vertelt?
- Differentiële diagnose en diagnostisch nazicht
o Diagnosen rangschikken volgens waarschijnlijkheid
o Diagnostisch nazicht is selectief en gericht
▪ Maatschappelijk en socio-economisch bvb
- Behandeling
Belangrijk!
Leerresultaten
- De student moet na het volgen van deze cursus in staat zijn de belangrijkste neurologische
ziektebeelden te herkennen en in urgente situaties voldoende adequaat kunnen handelen.
Studiemateriaal
- Digitaal cursusmateriaal (Vereist): Powerpointpresentatie van HOC
- (Review) Artikels, aanbevolen door docenten (Aanbevolen)
- Handboek (Aanbevolen): Leerboek klinische neurologie, Vol.1 & Vol.2, JBM Kuks en JW
Snoek, Bohn Stafleu van Loghum, 9789036813334, 2016
Examen
- Mondeling (met schriftelijke voorbereiding)
- 2 open vragen
- Casus
1
,Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
Basisprincipes neurologisch onderzoek
1. Onderzoekskamer
+ comfortabele temperatuur
+ voldoende verlichting (bij voorkeur daglicht)
▪ Te fel daglicht kan storend zijn voor pupillen
+ afgeschermd van omgevingslawaai
2. Onderzoekstafel: goed toegankelijk
o Ideaal bed dat automatisch is, als patiënt bvb niet goed te been is
3. Voldoende plaats in de onderzoekskamer
o Gangonderzoek
4. De onderzoeker mag geen koude handen hebben
5. Correct hanteren van materiaal (reflexhamer, stemvork, penlicht,…)
Benodigdheden:
- Kijken
o Vanaf je patiënt uit wachtzaal haalt
- Luisteren
o Ook hetero-anamnese
- Onderzoeksmateriaal
o Reflexhamer
o Pupillampje
o Wattenstaafje
o Tongspatel
o Uitgebreid
▪ Stemvork 128 Hz
▪ Fundoscoop
▪ Snellen visuskaart
Aandachtspunten
- Observeer de patiënt zoveel mogelijk.
o Vb. in de wachtzaal, bij transfers stand/zit/lig, in contact met partner,…
- Belang hetero-anamnese met partner/kinderen/huisarts/…
o Informeer de patiënt hierover en vraag toestemming indien nodig/mogelijk
- Probeer anamnese (en neurologisch onderzoek) terug te brengen naar belangrijkste klacht
van patiënt.
o Hele waslijst aan klachten, vaak warrig verhaal waar je moet gaan zoeken waarvoor
nu exact naar jou komt
- Voer het neurologisch onderzoek uit in een vaste volgorde en op uniforme manier maar
i.f.v. specifieke klacht, ATCD, setting…zijn sommige items belangrijker
Onderverdeling
1. Hogere corticale functies
2. Hals-en nekstreek
3. Craniale zenuwen
4. Motoriek
5. Sensibiliteit
6. Reflexen
7. Coördinatie
8. Gang, stand en evenwicht
o Kan je observeren als je patiënt uit wachtzaal haalt
2
,Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
1. Hogere corticale functies
Inspectie
- Kijken, luisteren,…
- Setting kan je al informatie geven over hogere corticale functies
Bewustzijn (waakzaamheid/alertheid)
- Glasgow Coma Scale (GCS) (eerder traumaschaal, niet op
consultatie)
- Op consultatie eerder nagaan of patiënt deelneemt aan gesprek
en of hij erbij is met zijn aandacht, voert de patiënt het woord of
laat hij iemand anders aan het woord?
Oriëntatie in tijd, plaats en persoon
Spraak
- Normale spraak
o Sneller, trager, hees?
o Vraag dit na aan patiënt of omgeving
o Let hier al op bij het vragen van vorige topics
- Articulatieproblemen (dysartrie)
o Niet goed uitgesproken woorden
- Taalproblemen (afasie)
o Woorden niet correct gebruiken, nieuwe woorden uitvindt
Gecombineerd probleem van afasie en dysartrie maakt het moeilijker qua interpratatie
1. Afasie = Taalprobleem Figuur a Glasgow Coma Scale (GCS)
Screening door arts Score op 15; laagste score is 3/15
- Spontane spraak
- Taalbegrip
- Herhalen
- Benoemen
- Lezen
- Schrijven
Schematisch overzicht
3
, Basisprincipes neurologisch onderzoek 1ste semester 2020
a) Motorische of Broca-afasie (Expressieve afasie)
- Niet-vloeiende spontane taalproductie
o Geen mooie, vlotte grammaticale zinvorming
- Agrammatisme (=onvermogen om woorden om te zetten in zinnen)
- Telegramstijl
o Hier en daar een aantal kernwoorden zonder gebruik van werkwoorden
- Parafasieën (=“ernaast” praten)
o Fonematisch – op klankniveau (vb. lafel i.p.v. tafel)
o Semantisch – op woordniveau (vb. stoeli.p.v. tafel)
- Redelijk taalbegrip, maar problemen met grammaticaal complexe zinnen
- Persevereren
o Zelfde woord dat je gevraagd hebt om te benoemen, steeds laten herhalen
- Patiënt is zich meestal bewust van taalstoornis (verdriet, woede, frustratie).
b) Sensorische of Wernicke-afasie (Receptieve afasie)
- Vloeiende spontane taalproductie
- Paragrammatisme
o Gebruik van lange, grammaticaal ingewikkelde zinnen maakt waarvan de structuur
niet klopt)
▪ itt tot Broca-afasie met korte zinnen en kernwoorden
- Jargon (=onbegrijpelijke taal)
o In eigen taal praten en er niet van bewust zijn
- Parafasieën
- Neologismen (= gebruik van niet bestaande woorden)
- Spreekdrang
o Je krijgt er geen woord tussen
- Patiënt is zich vooral in het begin, niet bewust van zijn taalstoornis
c) Globale afasie
Probleem bij verbinding tussen beide gebieden
- Niet-vloeiende spontane taalproductie
- Zeer ernstige communicatiestoornis
- Alle aspecten van taalproductie en -begrip zijn ernstig verstoord
o Gaat niet begrijpen welke vragen we stellen en gaat er ook niet op kunnen
antwoorden
- Steeds terugkerende zinloze combinaties van klanken (recurring utterances)
o Klanken en automatismen gaan herhalen
- Perseveraties
- Problemen met non-verbale taal
4