Hoofdstuk 1: inleiding en situering van life events
A single event can shape our lives or change the course of
history.
1.1 Continuüm van gebeurtenissen en ervaringen
- In meerdere of mindere mate impactvol
- Oorzaak?
Kenmerken van gebeurtenis of ervaring
Persoonsgebonden factoren van het individu en context
- ‘Negatieve’ ervaringen en gebeurtenissen
term negatief vermijden, in de plaats ‘ingrijpend’, ‘onaangenaam’ of
‘destabiliserend’
- Continuüm van minst ingrijpend naar meest ingrijpend: !Spectrum:
Dagelijkse gebeurtenissen
Meevallende en tegenvallende gebeurtenissen
Levensomstandigheden
Life events
Traumatische ervaringen
kunnen allemaal op een spectrum geplaatst worden
(vb: aangenaam – onaangenaam)
- Onderscheid tussen gebeurtenissen en ervaringen:
Gebeurtenis = Wat werkelijk gebeurt (objectief)
Ervaring =Wat de gebeurtenis met iemand doet (subjectief)
1) Dagelijkse gebeurtenissen:
- Aangenaam of onaangenaam
- Situaties die eindigen
- Je hebt hier keuze in (weggaan of anders mee omgaan)
- Stress is mogelijk
- Niet levensbedreigend
Hierbij belangrijk:
Intensiteit belangrijk voor de impact die het op jou gaat hebben
Interpretatie = belangrijk (invloed subjectief welbevinden)
2) Meevallende en tegenvallende gebeurtenissen:
- Gebeurtenissen die je op het einde van de dag aan iemand wil vertellen
- Je gaat situatie decoderen en daarna reageren met gepast gedrag
1
, - Interpretatie = belangrijk
- Oplossend vermogen belangrijk
- vb: afwas is opeens gedaan op kot door kotgenote als je de persoon leuk vindt zal je denken dat
dit uit goede bedoeling is, als je de persoon niet leuk vindt zal je denken dat degene het gedaan
heeft uit slechte bedoeling
Hierbij belangrijk:
Opstapeling (vb van kleine leuke gebeurtenissen) & intensiteit
3) Levensomstandigheden:
- Structurele aspecten van het leven op maatschappelijk, economisch, sociaal
vlak,...
- Aanhoudend karakter (niet 1x of van korte duur)
- Zowel aangename als onaangename
- Soms dusdanige invloed dat eerder hoort onder traumatische ervaringen
4) Life events
- = levensgebeurtenissen of ingrijpende gebeurtenissen
- Levensomstandigheden en life events beïnvloeden elkaar
Vb: mensen die een kind krijgen = impact op levensomstandigheden
Definitie:
Ingrijpende gebeurtenissen die zich in de loop van iemands leven kunnen voordoen,
en die als uitzonderlijk of betekenisvol kunnen worden ervaren.
Ze hebben het potentieel om destabiliserend te zijn en kunnen een diepgaande
invloed uitoefenen op het functioneren en welzijn van een persoon.
het is subjectief en tentatief geformuleerd
doet zich niet in iedereens leven voor
niet iedereen vindt dit destabiliserend: POTENTIEEL
5) Traumatische ervaringen
Trauma is not what happens to you,but what happens inside you. -
Gabor Maté
- Complexe gevolgen van ingrijpende gebeurtenis
- Je kunt nooit voor iemand beslissen of iets traumatisch is of niet
(intiem/persoonlijk)
daarom ervaringen (en geen gebeurtenissen)
- Zinderen en nazinderen van een onverwerkte moeilijke ervaring
- Per definitie ondraaglijk en onaanvaardbaar
- Niet elk life event leidt tot trauma!!
- Niet elk trauma heeft life event als oorzaak!!
Onderzoek Bessel van der Kolk naar effect van trauma in de hersenen:
- Analyse van hersenscans van mensen met traumatische ervaringen die deze
nog niet verwerkt hadden
2
, - Conclusie: TRAUMA IS PREVERBAAL
Wie trauma ervaart kan daar niet meteen taal aan geven en is niet in staat
daar een samenhangend verhaal van te maken
- Twee oorzaken:
1) Significante afname hersenactiviteit in centrum van Broca bij oproepen
traumatische ervaring (centrum van broca: onder woorden voeren wat er
gebeurd)
2) Brodmanns gebied 19 zeer actief bij oproepen van traumatische ervaringen
Betekent dat hersenen niet doorhadden wanneer ervaring gedaan was
Duidelijk dat traumatische ervaringen gefragmenteerd worden opgeslaan
in onze hersenen
- Expliciet verhaal
- Impliciete gefragmenteerde gewaarwordingen of sensaties
- Getraumatiseerde mensen zitten chronisch vast in overlevingsmodus
- Deze automatische en instinctieve reactie is te begrijpen adhv dit onderzoek
- Niet elk trauma is hetzelfde, verschillende soorten trauma:
‘Grote T’-trauma
- Gevolgen van ernstige (identificeerbare, overspelende en pijnlijke) life events die op
elke leeftijd kunnen voorkomen.
- Geheel aan destabiliserende innerlijke gevolgen van een life event
- Voelt als aanslag op ons leven of gevoel van ‘zelf’
- Gevoelens van hulpeloosheid, angst, onveiligheid…
- Definities van trauma zijn vaak ‘Grote T’-trauma (zoals in DSM-5-TR)
- Veel verschillende onderverdelingen mogelijk (zie volgende pagina)
Aantal mogelijke onderverdelingen van ‘grote T’-trauma o.b.v.:
1) Intentie aan de grondslag van een life event dat tot traumatische ervaring
leidde
niet-intentioneel <-> intentioneel
3
, (zaken buiten onze wil, vb natuurramp <-> bedoeling ander te kwetsen, vb oorlog,
verkrachting, partnergeweld, …)
2) Aard en oorzaak van traumatische ervaring
3) Frequentie van de gebeurtenissen die traumatische ervaringen tot gevolg
hebben
Verdeling naar aard en oorzaak van traumatische ervaring:
- Oorlogstrauma
- Seksueel trauma
- Schoktrauma
- Collectief trauma
- …
Verdeling o.b.v. frequentie van gebeurtenis met traumatische ervaringen tot gevolg:
1) Type I-trauma
- Eenmalig plots en onverwacht life event
- Confrontatie met de dood en/of ernstige aantasting van de fysieke of psychische
integriteit
- Zelf meemaken of getuige zijn of vernemen
- Vb traumatische ervaring van overval in winkel (zelf als je er uitkomt zonder enige schade)
psychische integriteit is aangetast
2) Type II-trauma
- Chronische traumatische ervaringen
- Meestal geen duidelijk begin en eind
- Vb Huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel misbruik…
3) Type III-trauma
- Gevarieerde en meervoudige traumatische ervaringen
- Vaak gestart bij vroegkinderlijk trauma en van interpersoonlijke aard
- Hechtingsfiguren zijn vaak voornaamste oorzaak
- Complex trauma
Belangrijk als hulpverlener om onderscheid te maken
- Mogelijkse nood aan gespecialiseerde therapie: Type III > Type II > Type I
- Best combinatie van onderverdelingen van ‘grote T’-trauma!
(niet enkel type, maar ook aard, oorzaak, …)
(toepassing p.28-30 in handboek examenvraag!!!! welke combinatie van
onderverdelingen van grote T-trauma zie je in deze casus terugkomen?)
Toepassing: Niet intentioneel, Shocktrauma , Type I
4