Deel 1. Algemene Oriëntatie [NSw. + oud wetboek Sv.]
Hoofdstuk 1. Wat is Strafrecht?
Afdeling 1. Het verschijnsel “strafrecht”
Het fenomeen “stra-en” – van jongs af mee in contact (bv. in de familie, op school…)
Opgelegd leed voor het begaan van een bepaalde (niet-)gedraging
Vergeldend karakter
Ingetoomd door recht – oog om oog, tand om tand (hoe gek ook) werkte beteugelend;
riep een proportionaliteit in stand à niet meer dan oog; niet meer dan tand
Vermijdt een escalatie van wraak
Proportioneel (qua grootte en in persoon; enkel de dader en niet familie straIen)
Strafrecht als beleidsinstrument – kanaliseren vd vergeldingsbehoeftes en intomen
ongebreidelde overheidsmacht ≠ enige functie strafrecht; SR is ook een instrument van
gedragsbeheersing/-sturing (normconform gedrag, bv. aangifte belastingen, afdwingen)
- Maatschappelijke ordening en sociale controle (instrumentele dimensie)
- Intomen ordenings- en controlebevoegdheid (rechtsbeschermingsdimensie)
Afdeling 2. Het begrip “strafrecht” – didactische omschrijvingen
Definitieprobleem – misdrijf = gedrag waar straf op staat; straf = sanctie die van gedrag
misdrijf maakt (kip en het ei, cirkelredenering); ook geldboetes in administratief recht…
Strafrecht in ruime zin – omvat zowel mat. als form. SR; = geheel aan rechtsregels die:
- Bepalen onder welke voorwaarden overheid specifieke gedragingen (misdrijven)
specifieke sancties (strafrechtelijke sancties) kan opleggen en uitvoeren
- Omschrijven waaruit deze gedragingen & sancties bestaan
- Voorschrijven hoe daartoe bevoegde instanties hun recht (en soms plicht) om
misdrijven vast te stellen en sancties op te leggen moet uitoefenen
Materieel SR – strafbaar gedrag en straIen (NSw., bijzondere wetten)
Formeel SR – procedure mbt vaststelling, vervolging en berechting (Sv., WVH, EAB)
è Samenhang: kunnen niet zonder elkaar, zijn bijzonder met elkaar verweven
,Hoofdstuk 2. Codificatie
Afdeling 1. Het Belgisch Strafwetboek (OSw. en NSw.)
Strafwetboek 1867 – onderging veel wijzigingen; hing met haken aan elkaar
- Klassieke visie: homo economicus (kandidaat-dader overweegt rationeel de
voor- en nadelen waarbij de potentiële straf het nadeel vergroot
- Drieledige indeling – misdaden, wanbedrijven en overtredingen
- Idee van ‘sociaal verweer’ (bescherming maatschappij van gevaarlijke personen),
idee van ‘nieuw sociaal verweer’ (met oog op re-integratie en rechten), de
ontkrachting vh homo economicus-denken en de aandacht voor het individu
è Evoluties: in de vorm van omstandige verbouwingen en wijzigingen adhv talloze
aparte wetten (waaronder de “proceduretruc” correctionalisering)
Nieuw Strafwetboek 2024 – “strafwetboek voor de 20ste E”; “renovatie ipv nieuwbouw”
- Opgeschoond en herschikt
- Vele nieuwigheden beperkten zich louter tot ‘verwettelijking’ rechtspraak
- Afstappen drieledige indeling grootste nieuwtjeà nu: misdrijven in 8 strafniveaus
- Geen spectaculaire nieuwe benadering
Afdeling 2. Het Belgisch Wetboek van Strafvordering (Sv.)
Wetboek Strafvordering 1808 – nieuw wetboek vereist maar onmogelijk vòòr 08/04/’26
- Compromis: maatschappelijk en individueel belang
- Compromis: eIiciëntie en rechtsbescherming
- Inquisitoire (onderzoeksfase) en accusatoire (vonnisfase) procedures
- Talloze (punctuele) wijzigingen à verlies overzicht; rommelig resultaat
- Nog geen nieuw wetboek, zal er (niet snel) komen
- Aanpassingen aan NSw. noodzakelijk (voor vermijden van onoplosbare knopen)
è Aanpassingswet wordt verwacht, voorlopig sommige wisselwerkingen onzeker
HEADS-UP mbt vragen SPR:
- Eerste onderscheid: vraag betrekking tot onderzoeksfase of vonnisfase?
- Bij onderzoeksfase, ten tweede: opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek?
,Hoofdstuk 3. Situering SR tss andere rechtsdisciplines
Afdeling 1. Autonomie van het strafrecht
Relatieve autonomie – Het SR is niet volledig autonoom en evenmin slechts een
hulprecht van andere rechtstakken à tav andere rechtstakken relatieve autonomie
§1. Functionele autonomie
Eigen normen en belangen –schept ‘eigen, exclusief strafrechtelijke gedragsnormen’
Meer dan alleen sanctierecht à heeft een autonome rechtsvormende functie
(vb strafbepalingen schuldig verzuim, valsheid in geschriften… anders niet strafbaar)
Eigen handhavingsapparaat – specificiteit van strafrechtelijke afhandeling van
inbreuken op de rechtsordening; ‘hardware’ anders dan de rest vh gerechtelijk apparaat
§2. De conceptuele autonomie van het strafrecht
Eigen invulling begrippen – vb. eigendom: verbeurdverklaring geldsom bankrekening;
Burgerrechtelijk = schuldvordering tav bank (geen eigendom over geldsom);
Strafrechtelijk à verbeurdverklaring mgl ondanks burgerrechtelijke kwalificatie
Uitzondering art. 16 V.T.Sv. – strafrechter gehouden tot regels burgerlijk recht mbt
diens beslissing omtrent bestaan/uitvoering overeenkomst waarover betwisting bestaat
(ook uitz. igv echtscheidsgeschil; zie later rnr. 2115)
§3. Autonomie van het strafprocesrecht tav het gerechtelijk recht
Aanvullende werking GerW tenzij onverenigbaar – art. 2 GerW verklaart de regels vh
‘burgerlijk procesrecht’ toepasselijk, tenzij onverenigbaar fundamentele beginselen SPR
(vb. art. 736 GerW: meedelen alle stukken aan elkaar ≠ verenigbaar met zwijgrecht)
Afdeling 2. Publiekrechtelijk karakter
Strafrecht = publiek recht – zaak tussen individu en de staat
- Staat = sterker dan individu à beschermingsmechanismen ingebouwd
- Burgerlijke schadevordering = louter privaatrechtelijk ‘aanhangsel’ aan de
publieke vordering
Strafrecht = van openbare orde – contracten sluiten in strijd met strafrecht ≠ mogelijk
,Hoofdstuk 4. Indelingen van het Strafrecht
Afdeling 1. Algemeen en bijzonder strafrecht
Algemeen strafrecht – regels die gelden voor alle misdrijven (2 componenten)
- ‘Algemeen deel’ (Boek I) NSw.
- + complementaire wetten (“bevatten basisbeginselen vh materiële SR”)
o Complementaire wet = belangrijke wet buiten NSw. & Sv. (!!kruisverw.!!)
Vb SR: jeugddelinquentiedecreet, interneringswet, wet beveiligingsmaatregel…
Vb SPR: interneringswet, huiszoeking, politieambt, wet voorlopige hechtenis…
Bijzonder strafrecht – regels die specifieke gedragingen strafbaar stellen en
toepasselijke stra-en bepalen
- ‘Bijzonder deel’ (Boek II) NSw.
- + rest vd strafwetten die: specifieke gedragingen strafbaar stellen
o Enorme diversiteit mbt materie, personen & plaats
o Bijzonder strafrecht als instrument van bestuur en gedragsbeïnvloeding
Art. 77 NSw: Alg. SR (incl. ‘complementaire wetten’) = v.t. op alle misdrijven vh Bijz. SR
“behoudens andersluidende bepalingen” (toepassing lex specialis)
Art. 11 BWHI: Hetzelfde geldt op voor het communautair & regionaal SR (= alg. SR v.t.)
afwijkende bepalingen soms onderworpen aan “eensluidend advies Min.Raad”
Art. 78 NSw: Regelt huidige bijz. strafwetten igv niet tijdig aangepast op de 8 strafniv.’s
Wat met de definities begin Boek II (art. 79, 80 en 81)?
- Gelden in principe enkel voor Boek II
>< vaak te extrapoleren naar andere wetgeving (behoudens uitzonderingen)
Afdeling 2. Buitenlands en internationaal strafrecht
Buitenlands strafrecht – Duits, Frans, Nederlands… strafrecht
Vergelijking nuttig (er zijn gn ‘laboratoria’ à vergelijkbare staat =~ next best thing)
Soms zelfs nodig (vb. dubbele strafbh mbt grensoverschrijdende misdrijven)
Internationaal SR – int.nat. misdrijven, ad hoc tribunalen, ISH & rechtsmacht en -hulp
Int.nat.’e misdrijven [verdagen, int.nat. gew.terecht (zelfs bij strijdige nat. wetg.)]
Primaire (overnemen) en secundaire (bijspringen) rechtshulp
Europeanisering: wederzijdse erkenning beslissingen magistraten EU-lidstaten
,Deel 2. De Strafwet
Hoofdstuk 0. Het Legaliteitsbeginsel (LB)
BestraIen = verregaande inbreuk rechten & vrijheden (beroving leven, vrijheid, geld…)
Wet = bescherming tegen willekeur & macht overheid; fundamenteel:
- Basis ve rechtsstaat
- Schept rechtszekerheid
- LB fungeert als ontradingsbeginsel (wet waarschuwt, vooraleer te straIen)
- Vastgelegd in Gw. en internationale verdragen (bv. 7.1 EVRM, 12 & 14 Gw.)
o “Nurembergclausule” (7.2 EVRM, 1 NSw.) = één belangrijke uitz. op LB
o Regularisering praktijk Nuremberg tribunalen: wat onder nationale wet
niet strafbaar of zelfs legaal is/was, kan misdrijf uitmaken igv
internationaal (kern)misdrijf
- Aan “erosie” onderhevig à toenemend aantal (straf)wetten, soms vaag verwoord
Materieelrechtelijk, verschillende dimensies:
1) Strafbaarstellingen (voldoende precieze omschrijving strafbaar gedrag)
o Te vage wet kan niet (“lex certa”-beginsel, of precisiegebod) (WM)
2) Wet bepaalt stra-en (RM kan enkel ‘volgens WM strafbaar gedrag’ straIen met
enkel door WM voorziene stra@en)
3) Strafwetten strikt geïnterpreteerd (RM)
4) Strafwetten niet retroactief (WM en RM) [nu enorm actueel mbt NSw.]
LB heeft procesrechtelijk een andere draagwijdte:
- LB biedt bescherming tegen willekeur d.m.v. scheppen rechtszekerheid
- (onderzoeks-)bevoegdheden (=uitz op grondrechten) vereisen wet als grondslag
o Kwaliteitsgaranties mbt wet (toegankelijk, subsidiair, proportioneel)
o Wet moet door overheidsoptreden worden gerespecteerd
- LB kan ook betekenen (in andere landen) dat OM verplicht is tot vervolgen
o In BE: opportuniteitsbeginsel als tegengestelde/tegenhanger vh LB
§ OM krijgt beleidsmarge en beoordelingsvrijheid (seponering)
Uitz. EU-fraudezaken vh Europees OM moeten vervolgd w’en (cf. LB)
, Hoofdstuk 1. LB en de bronnen vh SR
Materiële strafrecht in BE heeft krachtens LB een geschreven, wettelijk karakter
è Sluit gewoonte & rechtspraak uit als formele bron van nieuwe strafbaarstellingen
Strafbepalingen moeten bij wet of krachtens een wet zijn uitgevaardigd
- Bij wet
o Formele wet (= federale wet, decreten en ordonnanties)
- Krachtens een (formele) wet
o Materiële wet (= besluiten, reglementen…) binnen perken vd wet
§1. Internationale verdragen
Internationale verdragen en hun bepalingen, mbt SR, kunnen formele bron van SR zijn
è Zo ook het afgeleid recht (normatieve bepalingen uitgevaardigd door instellingen,
krachtens internationale verdragen opgericht)
è Echter nuance bij de voorrang van normen met directe werking
o ENKEL mgl met oog op tegengaan straf(procedureel-)rechtelijke
strijdigheid van nationaal recht
o NOOIT rechtstreekse bron van strafbaarheid of strafverzwaring
Uitz. Nurembergclausule (1 NSw., 7.2 EVRM, 15.2 IVBPR)
- Trend: EU steeds meer aandacht voor strafrecht (samenwerking & integratie)
o Sinds Verdrag Lissabon: normalisering (zoals eengemaakte markt eerder)
Internationale bronnen:
- Grondrechten
o EVRM & IVBPR (BuPo)
- Europese samenwerking & integratie:
o HvEU, milieustrafrecht…
o Samenwerkingsinstrumenten: bewijsverzameling, uitvoering straIen…
- Rechtsmachtsrecht (werking SR in de ruimte)
- Internationale rechtshulp strafzaken: primair (overnemen) & secundair (bijstand)
Hoofdstuk 1. Wat is Strafrecht?
Afdeling 1. Het verschijnsel “strafrecht”
Het fenomeen “stra-en” – van jongs af mee in contact (bv. in de familie, op school…)
Opgelegd leed voor het begaan van een bepaalde (niet-)gedraging
Vergeldend karakter
Ingetoomd door recht – oog om oog, tand om tand (hoe gek ook) werkte beteugelend;
riep een proportionaliteit in stand à niet meer dan oog; niet meer dan tand
Vermijdt een escalatie van wraak
Proportioneel (qua grootte en in persoon; enkel de dader en niet familie straIen)
Strafrecht als beleidsinstrument – kanaliseren vd vergeldingsbehoeftes en intomen
ongebreidelde overheidsmacht ≠ enige functie strafrecht; SR is ook een instrument van
gedragsbeheersing/-sturing (normconform gedrag, bv. aangifte belastingen, afdwingen)
- Maatschappelijke ordening en sociale controle (instrumentele dimensie)
- Intomen ordenings- en controlebevoegdheid (rechtsbeschermingsdimensie)
Afdeling 2. Het begrip “strafrecht” – didactische omschrijvingen
Definitieprobleem – misdrijf = gedrag waar straf op staat; straf = sanctie die van gedrag
misdrijf maakt (kip en het ei, cirkelredenering); ook geldboetes in administratief recht…
Strafrecht in ruime zin – omvat zowel mat. als form. SR; = geheel aan rechtsregels die:
- Bepalen onder welke voorwaarden overheid specifieke gedragingen (misdrijven)
specifieke sancties (strafrechtelijke sancties) kan opleggen en uitvoeren
- Omschrijven waaruit deze gedragingen & sancties bestaan
- Voorschrijven hoe daartoe bevoegde instanties hun recht (en soms plicht) om
misdrijven vast te stellen en sancties op te leggen moet uitoefenen
Materieel SR – strafbaar gedrag en straIen (NSw., bijzondere wetten)
Formeel SR – procedure mbt vaststelling, vervolging en berechting (Sv., WVH, EAB)
è Samenhang: kunnen niet zonder elkaar, zijn bijzonder met elkaar verweven
,Hoofdstuk 2. Codificatie
Afdeling 1. Het Belgisch Strafwetboek (OSw. en NSw.)
Strafwetboek 1867 – onderging veel wijzigingen; hing met haken aan elkaar
- Klassieke visie: homo economicus (kandidaat-dader overweegt rationeel de
voor- en nadelen waarbij de potentiële straf het nadeel vergroot
- Drieledige indeling – misdaden, wanbedrijven en overtredingen
- Idee van ‘sociaal verweer’ (bescherming maatschappij van gevaarlijke personen),
idee van ‘nieuw sociaal verweer’ (met oog op re-integratie en rechten), de
ontkrachting vh homo economicus-denken en de aandacht voor het individu
è Evoluties: in de vorm van omstandige verbouwingen en wijzigingen adhv talloze
aparte wetten (waaronder de “proceduretruc” correctionalisering)
Nieuw Strafwetboek 2024 – “strafwetboek voor de 20ste E”; “renovatie ipv nieuwbouw”
- Opgeschoond en herschikt
- Vele nieuwigheden beperkten zich louter tot ‘verwettelijking’ rechtspraak
- Afstappen drieledige indeling grootste nieuwtjeà nu: misdrijven in 8 strafniveaus
- Geen spectaculaire nieuwe benadering
Afdeling 2. Het Belgisch Wetboek van Strafvordering (Sv.)
Wetboek Strafvordering 1808 – nieuw wetboek vereist maar onmogelijk vòòr 08/04/’26
- Compromis: maatschappelijk en individueel belang
- Compromis: eIiciëntie en rechtsbescherming
- Inquisitoire (onderzoeksfase) en accusatoire (vonnisfase) procedures
- Talloze (punctuele) wijzigingen à verlies overzicht; rommelig resultaat
- Nog geen nieuw wetboek, zal er (niet snel) komen
- Aanpassingen aan NSw. noodzakelijk (voor vermijden van onoplosbare knopen)
è Aanpassingswet wordt verwacht, voorlopig sommige wisselwerkingen onzeker
HEADS-UP mbt vragen SPR:
- Eerste onderscheid: vraag betrekking tot onderzoeksfase of vonnisfase?
- Bij onderzoeksfase, ten tweede: opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek?
,Hoofdstuk 3. Situering SR tss andere rechtsdisciplines
Afdeling 1. Autonomie van het strafrecht
Relatieve autonomie – Het SR is niet volledig autonoom en evenmin slechts een
hulprecht van andere rechtstakken à tav andere rechtstakken relatieve autonomie
§1. Functionele autonomie
Eigen normen en belangen –schept ‘eigen, exclusief strafrechtelijke gedragsnormen’
Meer dan alleen sanctierecht à heeft een autonome rechtsvormende functie
(vb strafbepalingen schuldig verzuim, valsheid in geschriften… anders niet strafbaar)
Eigen handhavingsapparaat – specificiteit van strafrechtelijke afhandeling van
inbreuken op de rechtsordening; ‘hardware’ anders dan de rest vh gerechtelijk apparaat
§2. De conceptuele autonomie van het strafrecht
Eigen invulling begrippen – vb. eigendom: verbeurdverklaring geldsom bankrekening;
Burgerrechtelijk = schuldvordering tav bank (geen eigendom over geldsom);
Strafrechtelijk à verbeurdverklaring mgl ondanks burgerrechtelijke kwalificatie
Uitzondering art. 16 V.T.Sv. – strafrechter gehouden tot regels burgerlijk recht mbt
diens beslissing omtrent bestaan/uitvoering overeenkomst waarover betwisting bestaat
(ook uitz. igv echtscheidsgeschil; zie later rnr. 2115)
§3. Autonomie van het strafprocesrecht tav het gerechtelijk recht
Aanvullende werking GerW tenzij onverenigbaar – art. 2 GerW verklaart de regels vh
‘burgerlijk procesrecht’ toepasselijk, tenzij onverenigbaar fundamentele beginselen SPR
(vb. art. 736 GerW: meedelen alle stukken aan elkaar ≠ verenigbaar met zwijgrecht)
Afdeling 2. Publiekrechtelijk karakter
Strafrecht = publiek recht – zaak tussen individu en de staat
- Staat = sterker dan individu à beschermingsmechanismen ingebouwd
- Burgerlijke schadevordering = louter privaatrechtelijk ‘aanhangsel’ aan de
publieke vordering
Strafrecht = van openbare orde – contracten sluiten in strijd met strafrecht ≠ mogelijk
,Hoofdstuk 4. Indelingen van het Strafrecht
Afdeling 1. Algemeen en bijzonder strafrecht
Algemeen strafrecht – regels die gelden voor alle misdrijven (2 componenten)
- ‘Algemeen deel’ (Boek I) NSw.
- + complementaire wetten (“bevatten basisbeginselen vh materiële SR”)
o Complementaire wet = belangrijke wet buiten NSw. & Sv. (!!kruisverw.!!)
Vb SR: jeugddelinquentiedecreet, interneringswet, wet beveiligingsmaatregel…
Vb SPR: interneringswet, huiszoeking, politieambt, wet voorlopige hechtenis…
Bijzonder strafrecht – regels die specifieke gedragingen strafbaar stellen en
toepasselijke stra-en bepalen
- ‘Bijzonder deel’ (Boek II) NSw.
- + rest vd strafwetten die: specifieke gedragingen strafbaar stellen
o Enorme diversiteit mbt materie, personen & plaats
o Bijzonder strafrecht als instrument van bestuur en gedragsbeïnvloeding
Art. 77 NSw: Alg. SR (incl. ‘complementaire wetten’) = v.t. op alle misdrijven vh Bijz. SR
“behoudens andersluidende bepalingen” (toepassing lex specialis)
Art. 11 BWHI: Hetzelfde geldt op voor het communautair & regionaal SR (= alg. SR v.t.)
afwijkende bepalingen soms onderworpen aan “eensluidend advies Min.Raad”
Art. 78 NSw: Regelt huidige bijz. strafwetten igv niet tijdig aangepast op de 8 strafniv.’s
Wat met de definities begin Boek II (art. 79, 80 en 81)?
- Gelden in principe enkel voor Boek II
>< vaak te extrapoleren naar andere wetgeving (behoudens uitzonderingen)
Afdeling 2. Buitenlands en internationaal strafrecht
Buitenlands strafrecht – Duits, Frans, Nederlands… strafrecht
Vergelijking nuttig (er zijn gn ‘laboratoria’ à vergelijkbare staat =~ next best thing)
Soms zelfs nodig (vb. dubbele strafbh mbt grensoverschrijdende misdrijven)
Internationaal SR – int.nat. misdrijven, ad hoc tribunalen, ISH & rechtsmacht en -hulp
Int.nat.’e misdrijven [verdagen, int.nat. gew.terecht (zelfs bij strijdige nat. wetg.)]
Primaire (overnemen) en secundaire (bijspringen) rechtshulp
Europeanisering: wederzijdse erkenning beslissingen magistraten EU-lidstaten
,Deel 2. De Strafwet
Hoofdstuk 0. Het Legaliteitsbeginsel (LB)
BestraIen = verregaande inbreuk rechten & vrijheden (beroving leven, vrijheid, geld…)
Wet = bescherming tegen willekeur & macht overheid; fundamenteel:
- Basis ve rechtsstaat
- Schept rechtszekerheid
- LB fungeert als ontradingsbeginsel (wet waarschuwt, vooraleer te straIen)
- Vastgelegd in Gw. en internationale verdragen (bv. 7.1 EVRM, 12 & 14 Gw.)
o “Nurembergclausule” (7.2 EVRM, 1 NSw.) = één belangrijke uitz. op LB
o Regularisering praktijk Nuremberg tribunalen: wat onder nationale wet
niet strafbaar of zelfs legaal is/was, kan misdrijf uitmaken igv
internationaal (kern)misdrijf
- Aan “erosie” onderhevig à toenemend aantal (straf)wetten, soms vaag verwoord
Materieelrechtelijk, verschillende dimensies:
1) Strafbaarstellingen (voldoende precieze omschrijving strafbaar gedrag)
o Te vage wet kan niet (“lex certa”-beginsel, of precisiegebod) (WM)
2) Wet bepaalt stra-en (RM kan enkel ‘volgens WM strafbaar gedrag’ straIen met
enkel door WM voorziene stra@en)
3) Strafwetten strikt geïnterpreteerd (RM)
4) Strafwetten niet retroactief (WM en RM) [nu enorm actueel mbt NSw.]
LB heeft procesrechtelijk een andere draagwijdte:
- LB biedt bescherming tegen willekeur d.m.v. scheppen rechtszekerheid
- (onderzoeks-)bevoegdheden (=uitz op grondrechten) vereisen wet als grondslag
o Kwaliteitsgaranties mbt wet (toegankelijk, subsidiair, proportioneel)
o Wet moet door overheidsoptreden worden gerespecteerd
- LB kan ook betekenen (in andere landen) dat OM verplicht is tot vervolgen
o In BE: opportuniteitsbeginsel als tegengestelde/tegenhanger vh LB
§ OM krijgt beleidsmarge en beoordelingsvrijheid (seponering)
Uitz. EU-fraudezaken vh Europees OM moeten vervolgd w’en (cf. LB)
, Hoofdstuk 1. LB en de bronnen vh SR
Materiële strafrecht in BE heeft krachtens LB een geschreven, wettelijk karakter
è Sluit gewoonte & rechtspraak uit als formele bron van nieuwe strafbaarstellingen
Strafbepalingen moeten bij wet of krachtens een wet zijn uitgevaardigd
- Bij wet
o Formele wet (= federale wet, decreten en ordonnanties)
- Krachtens een (formele) wet
o Materiële wet (= besluiten, reglementen…) binnen perken vd wet
§1. Internationale verdragen
Internationale verdragen en hun bepalingen, mbt SR, kunnen formele bron van SR zijn
è Zo ook het afgeleid recht (normatieve bepalingen uitgevaardigd door instellingen,
krachtens internationale verdragen opgericht)
è Echter nuance bij de voorrang van normen met directe werking
o ENKEL mgl met oog op tegengaan straf(procedureel-)rechtelijke
strijdigheid van nationaal recht
o NOOIT rechtstreekse bron van strafbaarheid of strafverzwaring
Uitz. Nurembergclausule (1 NSw., 7.2 EVRM, 15.2 IVBPR)
- Trend: EU steeds meer aandacht voor strafrecht (samenwerking & integratie)
o Sinds Verdrag Lissabon: normalisering (zoals eengemaakte markt eerder)
Internationale bronnen:
- Grondrechten
o EVRM & IVBPR (BuPo)
- Europese samenwerking & integratie:
o HvEU, milieustrafrecht…
o Samenwerkingsinstrumenten: bewijsverzameling, uitvoering straIen…
- Rechtsmachtsrecht (werking SR in de ruimte)
- Internationale rechtshulp strafzaken: primair (overnemen) & secundair (bijstand)