Public relations is een strategisch communicatieproces dat relaties bouwt tussen organisaties
en hun publiek die gunstig zijn voor beide partijen
voorbeelden
● Interne communicatie
● crisiscommunicatie
● pr
● corporate marketing
● employer marketing
● content marketing
● social media
● performance marketing
● branding
Strategische communicatie management = doelbewuste gebruik van communicatie om een
specifiek doel of resultaat te bereiken. Het gaat erom de juiste boodschap aan de juiste persoon
(of doelgroep) op het juiste moment via het juiste kanaal te krijgen om een doel te bereiken
● Waarom wordt pr als iets negatief gezien?
○ er zit iets achter, iets camoufleren
■ bv wieler wh in Rwanda: dictatuur —> met pr doet land zich beter voor
dan dat het is
○ negatieve connotatie: beter voordoen als/ iets willen toedekken
■ pr-stunt, media-aandacht krijgen
● waarom een deukhoed met een preskaartje?
○ perscommunicatie is deel van pr
○ Uitbouwen, onderhouden van relaties met de media
○ hoe kan je in de media aandacht komen en waarom wil je dat?
■ ’gratis’ reclame
■ geloofwaardigheid —> externe bron met autoriteit heeft een hogere
geloofwaardigheid die vrijwillig schrijft over de organisatie
■ reclame herken je als reclame —> wordt duidelijk beter voorgesteld dan
dat het in de realiteit is
● journalisten die reclame maken is niet goed voor hun imago/
geloofwaardigheid
Wat is PR?
● Bezig zijn met media, persberichten versturen
● media-relaties onderhouden
● pr-campagnes opzetten
● eventen organiseren
● reputatiemanagement: reageren op wat er gebeurt
● productbeheer: gekoppeld aan producten die media-aandacht verkrijgen
1
,Hoofdstuk 1: maatschappelijke trends
1.1 iedereen gaat digitaal - voordelen
Maatschappelijke verschuivingen en veranderingen beïnvloeden de communicatie van een
bedrijf meer dan ooit —> meer verbredingen, verdiepingen, vernieuwing en verbinding met
andere disciplines (= holistische visie)
1.2 iedereen gaat digitaal
Digitalisering is het meest voelbaar binnen het communicatie- en medialandschap. Grootte
verschil tussen online en offline reclame is dat je gemakkelijker de boodschap kunt verspreiden
naar intermediairs
● Onmiddellijk respons: de neiging om overal onmiddellijk op te reageren
○ golden hours —> golden minutes
● global audience: publiek op enorme schaal aanspreken en reactie krijgen, geen
geografische beperkingen
● Betere kennis van publiek via direct feedback aan publieksgroepen door verschillende
media
● Tweerichtingscommunicatie
● kostenbeperkend: bv email sturen is goedkoop
○ belangrijk om een website te hebben
● medialandschap verandert gestaag: technisch en inhoudelijk
○ toenemend belang van beeldcultuur
○ minder tekst: de toepassing is steeds dezelfde; op specifieke tijdstippen en
locaties door middel van digitale schermen te informeren, benaderen en of
verleiden
○ geluid: grote factor om emoties aan te spreken- hoogwaardige surround zogrt
voor experience economy
○ AI: maakt de beperkingen die er zijn makkelijker op te lossen
○ markt voor beeldschermcommunicatie
■ narrowcasting: een kleinere groep bereiken in een specifieke context
met specifieke boodschap bv in een warenhuis reclame plaatsen bij de
producten
■ info casting: algemene term voor informeren
■ Digital signage: algemene term van gedigitaliseerde affiches
■ Digital out of home (DOOH): digitale schermen in openbare plaatsen
worden gebruikt om dynamische boodschappen over te brengen
2
,1.3 Vier media shifts
Door de komst van de videorecorder met vaste schijf komt er een intrede van media shifts
1. Timeshift: je kijkt op elk moment naar wat je wilt, je bent niet meer gebonden aan de tijd
(impact op lineair zendschema)
2. place shift: je bent niet meer gebonden aan een plaats en kan alles overal bekijken
3. Formate shift:
a. Iedereen heeft een scherm, vroeger was er 1 per huishouden
b. Responsive web design: lay-out van de website aanpassen aan de
verschillende schermafmetingen (meer mogelijkheden om te communiceren)
4. Crowdsourcing of shifting: door user generated content kan iedereen content
verspreiden en ben je minder afhankelijk
Gevolgen
1. Maatschappij vormt zich anders
2. medium is the message
3. doorbraak van tweerichtingsverkeer bij het internet
1.4 experience economy (= belevenis economie)
—> Belevenis en dienstverlenende economie kende een boost
Ook trend van broad naar narrowcasting- rekening houden met
● Edu- en infotainment: onderwijs en informatie in een boeiende interactieve verpakking
● het spelelement: altijd een spel verbonden aan de media —> creëert ontspanning
● de mobile generatie
● het long tail effect (heeft te maken met de wereldwijde digitalisatie): select marketing
van minder aantrekkelijke producten of diensten. Het draait om het idee dat in een
digitale economie producten die een kleine markt aanspreken gezamenlijk net zo
waardevol kunnen zijn als populaire producten
○ kenmerken
■ grotere beschikbaarheid
■ lagere kosten
■ vraag naar diversiteit
○ voorbeelden
■ streamingdiensten
■ contentplatforms
■ e-commerce
4 soorten domeinen van ervaring bij de belevingseconomie
1. Entertainment
2. onderwijs (educatie)
3. esthetisch: beleven van schoonheid en creativiteit
4. Ontspanning/ escapisme van het dagelijkse leven of de werkelijkheid
publieksgroepen kunnen:
● Actief
● passief meedoen
● louther absorberen
● ondergedompeld worden in de experience
3
, 1.5 gevolg van digitalisering
● Globalisering
● Individualisering en het aangaan van (tijdelijke) allianties
○ individualisering <-> samenleving waar groep belangrijker is
○ onze sl hecht meer belang aan het individu op zich
○ vandaag kan je gemakkelijk in tijdelijke groepen gaan
● Onthiërarchisering: er wordt minder belang gehecht aan de hiërarchie
● Bedrijf relaties: organisaties houden relaties uit eigen belangen
oplossing: verbinden door verhalen te vertellen en contacten te leggen
1.6 termen die de invulling van het vakgebied bepalen
● Legitimiteit: bedrijven moeten verantwoording afleggen
● license to operate: niet alleen MVO is belangrijk maar ook over doen en laten
organiseren, bedrijven moeten altijd verantwoording afleggen en dan krijgen ze de
license to operate
○ is ongeveer hetzelfde als legitimatie
● vertrouwen: nood aan, niet misbruiken
● social corporate responsibility (CSR)= ieder bedrijf heeft een eigen sociale
verantwoordelijkheid
● triple bottom line: 3p’s (people, planet en profit)
4