Chemie samenvatting 3 ASO, Examen 2
Inhoud:
1. Bouw van het atoom
o Protonen, neutronen en elektronen
o Massa en lading
o Atoomkern en elektronenmantel
2. Atoomnummer en massagetal
o Atoomnummer (Z)
o Massagetal (A)
o Aantal neutronen
3. Elektronenconfiguratie
o Schillen (K–Q)
o Opvulling van schillen
o Grootte van atomen
4. Lewisnotatie en valentie-elektronen
5. Periodiek systeem der elementen (PSE)
o Perioden en groepen
o Metalen, niet-metalen en edelgassen
o Overgangsmetalen
o Lanthaniden en actiniden
6. Chemische reacties
o Fysische vs. chemische verschijnselen
o Reagentia en reactieproducten
o Wet van behoud van massa en atomen
o Synthese en analyse
7. Energie bij chemische reacties
o Chemische energie
o Exo-energetische reacties
o Endo-energetische reacties
8. Bindingen en verbindingen
o Edelgasconfiguratie
o Ionvorming
o Ionbinding en ionroosters
o Meeratomige ionen
9. Covalente binding (atoombinding)
o Moleculen en moleculeroosters
o Datieve binding
10.Atoomroosters en allotropie
o Diamant en grafiet
11.Metaalbinding en legeringen
12.Naamgeving van stoffen
o Voorvoegsels (mono, di, tri, …)
, Deeltjes Symbool Relatieve massa Relatieve lading
Kern Proton P+ 1 +1 (positief)
kern Neutron N° 1 0 (neutraal)
mantel elektron e- Op boek -1 (negatief)
Protonen en neutronen hebben dezelfde massa, elektronen zijn veel lichter. De massa van een atoom
zit voornamelijk in de kern.
Protonen en elektronen hebben dezelfde lading maar tegengesteld teken (+1 en -1)
Atoomnummer en atoommassa:
Het atoomnummer Z: aantal protonen en het aantal elektronen. Schrijf je links onderaan het
symbool van het element.
Het massagetal A van een atoom: de som van het aantal protonen en neutronen in de atoomkern.
Je schrijft het links bovenaan het symbool van het element
Aantal neutronen = A – Z
Elektronenconfiguratie
Een atoom heeft 7 energieniveaus of schillen
K L M N O P Q
Niet bij elk atoom zijn alle schillen gevuld. De K schil bevat 2 elektronen. Als het vul is gaan de
elektronen naar de L schil, deze schil bevat 8 elektronen. De volgende is de M schil die kan ook 8
bevatten.
de andere schillen hebben andere getallen en een andere opvulling.
Let op !! = elektronenen gaan eerst appart dan pas gaan paren!
Hoe meer schillen een atoom heeft, hoe groter die atoom is.
De lewisnotatie
Inhoud:
1. Bouw van het atoom
o Protonen, neutronen en elektronen
o Massa en lading
o Atoomkern en elektronenmantel
2. Atoomnummer en massagetal
o Atoomnummer (Z)
o Massagetal (A)
o Aantal neutronen
3. Elektronenconfiguratie
o Schillen (K–Q)
o Opvulling van schillen
o Grootte van atomen
4. Lewisnotatie en valentie-elektronen
5. Periodiek systeem der elementen (PSE)
o Perioden en groepen
o Metalen, niet-metalen en edelgassen
o Overgangsmetalen
o Lanthaniden en actiniden
6. Chemische reacties
o Fysische vs. chemische verschijnselen
o Reagentia en reactieproducten
o Wet van behoud van massa en atomen
o Synthese en analyse
7. Energie bij chemische reacties
o Chemische energie
o Exo-energetische reacties
o Endo-energetische reacties
8. Bindingen en verbindingen
o Edelgasconfiguratie
o Ionvorming
o Ionbinding en ionroosters
o Meeratomige ionen
9. Covalente binding (atoombinding)
o Moleculen en moleculeroosters
o Datieve binding
10.Atoomroosters en allotropie
o Diamant en grafiet
11.Metaalbinding en legeringen
12.Naamgeving van stoffen
o Voorvoegsels (mono, di, tri, …)
, Deeltjes Symbool Relatieve massa Relatieve lading
Kern Proton P+ 1 +1 (positief)
kern Neutron N° 1 0 (neutraal)
mantel elektron e- Op boek -1 (negatief)
Protonen en neutronen hebben dezelfde massa, elektronen zijn veel lichter. De massa van een atoom
zit voornamelijk in de kern.
Protonen en elektronen hebben dezelfde lading maar tegengesteld teken (+1 en -1)
Atoomnummer en atoommassa:
Het atoomnummer Z: aantal protonen en het aantal elektronen. Schrijf je links onderaan het
symbool van het element.
Het massagetal A van een atoom: de som van het aantal protonen en neutronen in de atoomkern.
Je schrijft het links bovenaan het symbool van het element
Aantal neutronen = A – Z
Elektronenconfiguratie
Een atoom heeft 7 energieniveaus of schillen
K L M N O P Q
Niet bij elk atoom zijn alle schillen gevuld. De K schil bevat 2 elektronen. Als het vul is gaan de
elektronen naar de L schil, deze schil bevat 8 elektronen. De volgende is de M schil die kan ook 8
bevatten.
de andere schillen hebben andere getallen en een andere opvulling.
Let op !! = elektronenen gaan eerst appart dan pas gaan paren!
Hoe meer schillen een atoom heeft, hoe groter die atoom is.
De lewisnotatie