• VRG-codex (deel 2)
- Oud Burgerlijk Wetboek
- Nieuw Burgerlijk Wetboek
Boek 1: Algemene bepalingen
Boek 2: Personen, familie en relatievermogensrecht
Boek 3: Goederen
Titel 1: algemene bepalingen
Titel 2: Indelingen van goederen
1. Definities (Codex)
Art. 3.41 BW GOEDEREN
Art. 3.38 BW VOORWERPEN
Art. 3.39 BW DIEREN
PERSONEN
• Een natuurlijke persoon = persoon van vlees en bloed
• Een rechtspersoon= rechtssubject, dat geen natuurlijke persoon is, maar wel
drager is van rechten en plichten, waardoor het kan deelnemen aan het
rechtsverkeer (vb. een vennootschap)
, 2. Indeling van de goederen
1. Lichamelijke en onlichamelijke (voorwerpen)
Art. 3.40 BW
Voorbeelden:
• Lichamelijke voorwerpen:
Een auto – tastbaar, verplaatsbaar en juridisch een roerend goed.
Een huis – een onroerend goed, maar wel lichamelijk.
Een boek – roerend lichamelijk goed.
Een laptop – tastbaar en verhandelbaar.
Een schilderij – ook al heeft het artistieke waarde, het is een lichamelijk goed.
• Onlichamelijke voorwerpen:
Octrooien of intellectuele eigendomsrechten
Vorderingen (bijvoorbeeld een schuldvordering op iemand)
Licenties (zoals een softwarelicentie)
Rechten van vruchtgebruik
Aandeel