Woordenlijst Krachtige Leeromgevingen
Woord Betekenis Blz. uit HB Blz. in SV
10%/25% grens = minstens 10% van de leerlingen in Blz. 434 Blz. 112
de eerste graad en minstenst 25% in
de tweede en derde graad secundair
onderwijs
21ste century skills Wel is het zo dat de nadruk op 21ste Blz. 540 Blz. 132-
century skills alles onder één noemer 133
plaatst. Beklemtoont de onderlinge
samenhang van soms sterk
verschillende competenties en helpt
de brug te slaan naar concrete
schoolvakken
Aantikken op de = leerlingen die voldoen aan SES- Blz. 431 Blz. 111
leerlingenkenmerken kenmerken/GOK-indicatoren
Ability grouping = tiering Blz. 408 Blz. 107
= leren werken met niveaugroepen
Active processing principle = je moet iets actief gaan verwerken / Blz. 31
Activiteitengebaseerd = de leerdoelen zijn afhankelijk van Blz. 247 Blz. 65
curriculum wat de leerlingen willen/kunnen doen
Actoren - Microniveau: de leraar, lerende… Blz. 44, 49, 84, Blz. 3, 6,
- Mesoniveau: groep leraren… 91 18, 21
- Macroniveau:
geïnstitutionaliseerde actor
Adaptive instruction = de mate waarin leraren afhankelijk Blz. 374 /
van leerlingenantwoorden, -
prestaties, -noden hun instructie
anders aanpakken
Additive bilingualism = de tweede taal wordt toegevoegd Blz. 496 Blz. 126
aan de eerste taal zonder dat er
taalverlies optreedt.
Advance organizers Doel: aan de start van het leerproces Blz. 345 Blz. 98
voorkennis te bepalen en te activeren
Afstroom = het kiezen van studierichtingen met Blz. 505 Blz. 129
een arbeidsmarktfinaliteit
Aggregatieniveaus micro-, meso- en macroniveau Blz. 42-44 Blz. 1, 3
Analyseren (taxonomie Bloom) = alle cognitieve processen die een Blz. 280 Blz. 82-83
complex geheel splitsen in
samenstellende delen, bepalen hoe
de relaties tussen de delen liggen en
hoe de globale structuur voorgesteld
kan worden
Analystical assessment = zeer analytisch bv. beoordelen / Blz. 103
adhv een rubric
Apestaartjes = organisatie die het gebruik en de Blz. 563 /
gevolgen van mediagebruik thuis
opvolgt
Armoede Blz. 438-449 Blz. 112-
114
Assessment for learning = formatieve evaluatie Blz. 328 Blz. 94
Assessment of learning = summatieve evaluatie Blz. 328 Blz. 94
1
,Assimilatievisie = diversiteit verwerpen en ernaar Blz. 375 Blz. 85
streven om iedereen via eenzelfde
aanpak te benaderen
Atteinment = behaalde punten / Blz. 103
Augmentatie = technologie wordt gebruikt als een Blz. 580 Blz. 139
directe vervanging van andere tools,
waarbij het inzetten van de tool wel
een functionele meerwaarde biedt
voor de didactische aanpak
Authenticiteit = is de taak/test niet super ver Blz. 364 Blz. 102
(evaluatieaanpak) verwijderd van hetgeen we willen
nagaan / is de toetsing een echte
authentieke afbeelding van wat in
realiteit van een leerling verwacht
wordt?
Basic interaction and = BICS = thuistaal Blz. 424, 499 Blz. 111,
communication skills 127
Beelden (images) = een op perceptie gebaseerde Blz. 141 Blz. 32
representatie die deels de
oorspronkelijke perceptuele visuele
structuur van de input heeft
behouden
Begrijpen (taxonomie Bloom) = betekenisvol leren Blz. 280 Blz. 82-83
Behavior evalution = verandert het gedrag? / Blz. 104
Behaviorisme Blz. 117-123 Blz. 26,27-
(voorbeelden), 29, 40-46
131-135, 159-
177
Beibert, Staat en Bonefles wanneer jongens worden uitgesloten Blz. 491 Blz. 124
(2022) zullen vrouwelijke leraren minder
tussenbeide komen
Belangengroepen = stakeholders Blz. 42, 44 Blz. 3
Beliefs = Overtuigingen van actoren Blz. 50, 51 Blz. 7
Bernstein Taalcode Blz. 423 Blz. 110
Beste-werkportfolio = wanneer er enkel op de beste Blz. 356 Blz. 102
werken van iemand gefocust wordt
Betrouwbaarheid = als je iets meermaals meet, dan Blz. 364 Blz. 102,
(evaluatieaanpak) moet je telkens hetzelfde meten 103
BICS = basic interaction and Blz. 424, 499 Blz. 111,
communication skills = thuistaal 127
Binnenklasdifferentiatie = interne differentiatie Blz. 401 Blz. 107
= de klassen zijn heterogeen, maar
een leraar past bij
instructieaanpakken verschillende
groeperingsvormen toe waardoor
(wisselende) subgroepen anders
worden ondersteund
Bos Definitie competentie Blz. 259 Blz. 68
Bourdieu Cultureel kapitaal Blz. 422 Blz. 110
Bowles en Gintis, en Illich = bekendste auteurs in het Blz. 418 Blz. 109
onderwijsdeficitmodel
Bredeschoolaanpak = scholen die actief samenwerken Blz. 81 Blz. 17
met alle actoren in de context van de
school
2
, Bruder Zegt dat leerlingen onafhankelijk / /
moeten zijn en problemen moeten
kunnen oplossen
Bubbl.us Blz. 585 Blz. 140
Butcher-Dickman (1993) geven suggestie aan leraren om Blz. 487-488 Blz. 123
actief te werken aan hun
genderbewustzijn.
CALP = cognitive academic language Blz. 424, 499 Blz. 111,
proficiency = schooltaal 127
Canva Blz. 588 Blz. 140
CBLT = content and language integrated Blz. 507-510 Blz. 130
learning
= immersieonderwijs
= CLIL
= Content based language teaching
Centrale toetsen Blz. 324-326 Blz. 93
Certificerende functie van = kwalificerende functie van Blz. 332 Blz. 95
evaluatie evaluatie
= wanneer een evaluatieaanpak leidt
tot een certificaat, getuigschrift of
diploma
Chaining = aan elkaar koppelen van gedrag en Blz. 135 Blz. 29
nieuwe combinatie herhalen om
gedrag te veranderen
Chunking = dingen aan elkaar hangen Blz. 142 Blz. 33
CIPO-model = Context, Input, Proces en Output Blz. 311 /
Cisgender = indien de genderidentiteit past bij Blz. 475 Blz. 121
de biologische sekse
CLIL = content and language integrated Blz. 507-510 Blz. 130
learning
= immersieonderwijs
= CBLT
= Content based language teaching
Cognitief constructivisme / Blz. 36
Cognitieve academische = taal die men op school gebruikt Blz. 424, 499 Blz. 111,
taalvaardigheid = CALP 127
Cognitieve belasting = cognitive load Blz. 136, 146- Blz. 30, 34
149
Cognitieve strategieën Blz. 178-182 Blz. 47
aanleren
Cognitive academic language = CALP = schooltaal Blz. 424, 499 Blz. 111,
proficiency 127
Cognitive load = cognitieve belasting Blz. 136, 146- Blz. 30, 34
149
Cognitive strategy instruction Blz. 178-182 Blz. 47
(CSI)
Cognitive theory of multimedia / Blz. 31
learning
Cognitivisme Blz. 123-126 Blz. 26, 29-
(voorbeelden), 36, 47-52
135-152, 178-
204
3
Woord Betekenis Blz. uit HB Blz. in SV
10%/25% grens = minstens 10% van de leerlingen in Blz. 434 Blz. 112
de eerste graad en minstenst 25% in
de tweede en derde graad secundair
onderwijs
21ste century skills Wel is het zo dat de nadruk op 21ste Blz. 540 Blz. 132-
century skills alles onder één noemer 133
plaatst. Beklemtoont de onderlinge
samenhang van soms sterk
verschillende competenties en helpt
de brug te slaan naar concrete
schoolvakken
Aantikken op de = leerlingen die voldoen aan SES- Blz. 431 Blz. 111
leerlingenkenmerken kenmerken/GOK-indicatoren
Ability grouping = tiering Blz. 408 Blz. 107
= leren werken met niveaugroepen
Active processing principle = je moet iets actief gaan verwerken / Blz. 31
Activiteitengebaseerd = de leerdoelen zijn afhankelijk van Blz. 247 Blz. 65
curriculum wat de leerlingen willen/kunnen doen
Actoren - Microniveau: de leraar, lerende… Blz. 44, 49, 84, Blz. 3, 6,
- Mesoniveau: groep leraren… 91 18, 21
- Macroniveau:
geïnstitutionaliseerde actor
Adaptive instruction = de mate waarin leraren afhankelijk Blz. 374 /
van leerlingenantwoorden, -
prestaties, -noden hun instructie
anders aanpakken
Additive bilingualism = de tweede taal wordt toegevoegd Blz. 496 Blz. 126
aan de eerste taal zonder dat er
taalverlies optreedt.
Advance organizers Doel: aan de start van het leerproces Blz. 345 Blz. 98
voorkennis te bepalen en te activeren
Afstroom = het kiezen van studierichtingen met Blz. 505 Blz. 129
een arbeidsmarktfinaliteit
Aggregatieniveaus micro-, meso- en macroniveau Blz. 42-44 Blz. 1, 3
Analyseren (taxonomie Bloom) = alle cognitieve processen die een Blz. 280 Blz. 82-83
complex geheel splitsen in
samenstellende delen, bepalen hoe
de relaties tussen de delen liggen en
hoe de globale structuur voorgesteld
kan worden
Analystical assessment = zeer analytisch bv. beoordelen / Blz. 103
adhv een rubric
Apestaartjes = organisatie die het gebruik en de Blz. 563 /
gevolgen van mediagebruik thuis
opvolgt
Armoede Blz. 438-449 Blz. 112-
114
Assessment for learning = formatieve evaluatie Blz. 328 Blz. 94
Assessment of learning = summatieve evaluatie Blz. 328 Blz. 94
1
,Assimilatievisie = diversiteit verwerpen en ernaar Blz. 375 Blz. 85
streven om iedereen via eenzelfde
aanpak te benaderen
Atteinment = behaalde punten / Blz. 103
Augmentatie = technologie wordt gebruikt als een Blz. 580 Blz. 139
directe vervanging van andere tools,
waarbij het inzetten van de tool wel
een functionele meerwaarde biedt
voor de didactische aanpak
Authenticiteit = is de taak/test niet super ver Blz. 364 Blz. 102
(evaluatieaanpak) verwijderd van hetgeen we willen
nagaan / is de toetsing een echte
authentieke afbeelding van wat in
realiteit van een leerling verwacht
wordt?
Basic interaction and = BICS = thuistaal Blz. 424, 499 Blz. 111,
communication skills 127
Beelden (images) = een op perceptie gebaseerde Blz. 141 Blz. 32
representatie die deels de
oorspronkelijke perceptuele visuele
structuur van de input heeft
behouden
Begrijpen (taxonomie Bloom) = betekenisvol leren Blz. 280 Blz. 82-83
Behavior evalution = verandert het gedrag? / Blz. 104
Behaviorisme Blz. 117-123 Blz. 26,27-
(voorbeelden), 29, 40-46
131-135, 159-
177
Beibert, Staat en Bonefles wanneer jongens worden uitgesloten Blz. 491 Blz. 124
(2022) zullen vrouwelijke leraren minder
tussenbeide komen
Belangengroepen = stakeholders Blz. 42, 44 Blz. 3
Beliefs = Overtuigingen van actoren Blz. 50, 51 Blz. 7
Bernstein Taalcode Blz. 423 Blz. 110
Beste-werkportfolio = wanneer er enkel op de beste Blz. 356 Blz. 102
werken van iemand gefocust wordt
Betrouwbaarheid = als je iets meermaals meet, dan Blz. 364 Blz. 102,
(evaluatieaanpak) moet je telkens hetzelfde meten 103
BICS = basic interaction and Blz. 424, 499 Blz. 111,
communication skills = thuistaal 127
Binnenklasdifferentiatie = interne differentiatie Blz. 401 Blz. 107
= de klassen zijn heterogeen, maar
een leraar past bij
instructieaanpakken verschillende
groeperingsvormen toe waardoor
(wisselende) subgroepen anders
worden ondersteund
Bos Definitie competentie Blz. 259 Blz. 68
Bourdieu Cultureel kapitaal Blz. 422 Blz. 110
Bowles en Gintis, en Illich = bekendste auteurs in het Blz. 418 Blz. 109
onderwijsdeficitmodel
Bredeschoolaanpak = scholen die actief samenwerken Blz. 81 Blz. 17
met alle actoren in de context van de
school
2
, Bruder Zegt dat leerlingen onafhankelijk / /
moeten zijn en problemen moeten
kunnen oplossen
Bubbl.us Blz. 585 Blz. 140
Butcher-Dickman (1993) geven suggestie aan leraren om Blz. 487-488 Blz. 123
actief te werken aan hun
genderbewustzijn.
CALP = cognitive academic language Blz. 424, 499 Blz. 111,
proficiency = schooltaal 127
Canva Blz. 588 Blz. 140
CBLT = content and language integrated Blz. 507-510 Blz. 130
learning
= immersieonderwijs
= CLIL
= Content based language teaching
Centrale toetsen Blz. 324-326 Blz. 93
Certificerende functie van = kwalificerende functie van Blz. 332 Blz. 95
evaluatie evaluatie
= wanneer een evaluatieaanpak leidt
tot een certificaat, getuigschrift of
diploma
Chaining = aan elkaar koppelen van gedrag en Blz. 135 Blz. 29
nieuwe combinatie herhalen om
gedrag te veranderen
Chunking = dingen aan elkaar hangen Blz. 142 Blz. 33
CIPO-model = Context, Input, Proces en Output Blz. 311 /
Cisgender = indien de genderidentiteit past bij Blz. 475 Blz. 121
de biologische sekse
CLIL = content and language integrated Blz. 507-510 Blz. 130
learning
= immersieonderwijs
= CBLT
= Content based language teaching
Cognitief constructivisme / Blz. 36
Cognitieve academische = taal die men op school gebruikt Blz. 424, 499 Blz. 111,
taalvaardigheid = CALP 127
Cognitieve belasting = cognitive load Blz. 136, 146- Blz. 30, 34
149
Cognitieve strategieën Blz. 178-182 Blz. 47
aanleren
Cognitive academic language = CALP = schooltaal Blz. 424, 499 Blz. 111,
proficiency 127
Cognitive load = cognitieve belasting Blz. 136, 146- Blz. 30, 34
149
Cognitive strategy instruction Blz. 178-182 Blz. 47
(CSI)
Cognitive theory of multimedia / Blz. 31
learning
Cognitivisme Blz. 123-126 Blz. 26, 29-
(voorbeelden), 36, 47-52
135-152, 178-
204
3