Deel 4: EVALUEREN kun je leren (HB blz. 291-371)
1. Het BELANG van EVALUATIE (HB blz. 297-298)
- 3 redenen waarom we evalueren volgens Jarvis (2010):
1. Om vast te stellen wat de sterktes en zwaktes van leerlingen zijn en hoe we hen als leraren verder
vooruit kunnen helpen
o = evaluatie als instrument om het vervolg van de leer- en instructieaanpak te ondersteunen
2. Om een standaard aan te geven, waaraan we de prestaties of competenties van leerlingen
kunnen afwegen
3. Om na te kijken welke onderwijsdoelen bereikt werden door de leerlingen
ð Evaluatie heeft verschillende betekenissen en functies!
ð Evaluatie staat nooit op zich, maar hangt samen met keuzes van leraren, een team, een
opleiding, een school…
- Evaluatie moet in balans staan met de doelen en de onderwijs-
en leeractiviteiten (= didactische balans)
o Leraren moeten best vanaf het begin nadenken over
hun evaluatieaanpak en niet uitstellen tot het einde
(Biggs)
ð Zie evaluatie het best als een startpunt van een leerproces
2. Een DEFINITIE (HB blz. 299-301)
- Er zijn heel wat definities afhankelijk van de context, het perspectief van stakeholders,
onderwijsdoelen…
- Definitie van Thorpe (1988):
o Evaluatie = het totale proces van het verzamelen, analyseren en interpreteren van informatie
over elk mogelijk aspect van een instructie-activiteit, met als doel een uitspraak te doen over
de effectiviteit, de efficiëntie en/of een andere impact
Þ Evaluatie bestaat uit deelprocessen en deelproducten:
1. Er moet informatie worden verzameld
2. Het is vaak noodzakelijk om de verzamelde informatie te registreren en op te slaan, zodat
ze systematisch kan worden opgevolgd
3. Die informatie wordt geanalyseerd en vervolgens geïnterpreteerd
4. Tot slot wordt er een uitspraak gedaan of een beslissing genomen over het al dan niet
bereiken van onderwijsdoelen
- Evaluatie kan op de drie aggregatieniveaus:
o Micro: evalueren van een leerling
o Meso: inspectie van een school
o Macro: Minister van Onderwijs die centrale toetsen wil invoeren
85
, ð Ondanks de vele definities van evaluatie, vinden we vrijwel steeds dezelfde kernprocessen terug
die we expliciet van elkaar kunnen onderscheiden:
1. Meten: het verzamelen (en registreren en behouden) van informatie – testen/toetsen
2. Evalueren: of het waarderen van de meetresultaten – analyseren en interpreteren van
gemeten informatie
3. Beslissen: komen tot een conclusie/uitspraak zoals het geven van een score of het
aanpassen van het verdere leerproces, het bijsturen van opdrachten, heroriënteren van
leerlingen naar een andere studierichting…
ð Leraren nemen een beslissing op basis va waardering die op een meting is gebaseerd. De
beslissing hoeft geen score te zijn! De beslissing kan ook een pass/fail-beslissing (= je hebt het
leerdoel wel of niet bereikt) zijn
3. DIMENSIES in evaluatie (HB blz. 302-363)
Evaluatie is multidimensionaal, we onderscheiden volgende dimensies:
1. Op welk aggregatieniveau wordt de evaluatie uitgevoerd?
2. Wat is de functie van de evaluatie?
3. Wie voert de evaluatie uit?
4. Op welk type leerdoelen richt de evaluatie zich?
5. Wanneer wordt de evaluatie opgezet?
6. Welke technieken worden gebruikt bij evaluatie? Welke tools kan je gebruiken?
3.1 Op welk AGGREGATIENIVEAU wordt de evaluatie uitgevoerd? (HB blz. 302-327)
Evaluatie vindt plaats op de drie aggregatieniveaus: micro-, meso- en macroniveau.
3.1.1 MICRONIVEAU (HB blz. 302-309)
Focus van de evaluatie
- Evaluatie kan betrekking hebben op alle variabelen, processen en actoren die zich situeren op het
microniveau van het referentiekader:
o Lerende
o Instructieverantwoordelijke
o Instructieactiviteiten
o Leeractiviteiten
o Organisatie
- Wanneer men kijkt naar evaluatie ligt de focus vaak op het microniveau
o Er wordt vaak gekeken of de leerdoelen bereikt zijn (microniveau). Maar er zijn ook andere
aspecten (zeker i.f.v. algemene kwaliteitszorg) die aandacht verdienen (meso- en
macroniveau)
86
, Over criterium-, norm- en zelfgerichte evaluatie
- Soorten evaluatie:
o Criteriumgerichte evaluatie/criterion-referenced asseessment
§ = Leerlingen worden gemeten aan de hand van dezelfde standaard/criterium
§ Er wordt vooraf een standaard vastgelegd
§ Wordt als de meest objectieve vorm van evaluatie ervaren, doordat:
• Criterium is voor iedereen hetzelfde, ligt vooraf vast en is niet afhankelijk van
de groepssamenstelling
§ Het gevolg hiervan kan zijn dat ofwel heel veel, maar soms ook heel weinig leerlingen
het leerdoel bereiken
§ Doel: selectie of het nemen van een finale beslissing
§ Voorbeelden:
• Casus Estella
• Bij opdracht 100m lopen: iedereen die binnen de 15 sec finisht is geslaagd
o Normgerichte evaluatie/norm-referenced assessment
§ = deze vorm van evaluatie rangschikt de leerlingen ten opzichte van elkaar en daarbij
speelt de – al dan niet toevallige – samenstelling van de groep een rol
§ Er wordt gekeken/vergeleken met de prestaties van de groep
§ Groep speelt een grote rol
• Afhankelijk van de groepssamenstelling heeft een leerling het leerdoel wel
of niet bereikt
§ Deze vorm van evaluatie wordt vaak als minder objectief ervaren
§ Wordt vaak gebruikt: gemiddelden op rapport, mediaan…
§ Levert minder informatie op in vergelijking met criteriumgerichte evaluatie: lag de
norm eerder laag of hoog?
• Het is niet duidelijk wat nu precies gekend is en wat de ondergrens is
§ Voorbeelden:
• Casus Yashin
• Gemiddelde van iedereen en wie sneller loopt dan M+1sec is geslaagd
• Ingangsexamen dokter
o Zelfgerichte evaluatie/ipsative assessment/self-referential assessment
§ = de prestatie van de leerling wordt niet vergeleken met die van andere leerlingen,
maar met (de eerdere prestaties) die van de leerling zelf
§ Wordt vooral gebruikt in het middelbaar beroepsonderwijs en het buitengewoon
onderwijs omdat vele leerlingen de leerdoelen niet behalen + in contexten waar
leerbaarheid in het oog wordt gehouden
§ Niet bekend in het Vlaamse onderwijs
§ Wordt soms als oneerlijk ervaren wanneer er verschillende beslissingen uit
voortvloeien
§ Is een ‘duurzame’ vorm van toetsing
§ Voorbeelden:
• Casus Kim
• Indien men bij test 2 sneller loopt dan bij test 1, ben je geslaagd.
87
, De kwaliteit van de evaluatie op het microniveau
Evaluatie wordt niet enkel gebruikt om te kijken of de leerlingen de leerdoelen hebben behaald, maar ook
kom leraren te evalueren en te kijken naar de kwaliteit van gebruikte toetsen en examens.
ð Je moet jezelf afvragen waarom je evalueert!
o Getuigenschrift/diploma uitreiken: om te bepalen of leerling kan verder studeren
o Evolutie van leerlingen bepalen
o Om leerlingen te motiveren
o Om eigen lesgeven te evalueren
ð Ga na of (de manier waarop) je evalueert omdat men het altijd al gedaan heeft ó evidence
informed:
o Soms doen we dingen uit gewoonte, zonder dat wetenschappelijk onderzoek aan de basis ligt
o Het is belangrijk om de theorie achter de praktijk te zien!
3.1.2 MESONIVEAU (HB blz. 310-317)
Focus van de evaluatie
- Evaluatie op mesoniveau richt zich op het evalueren van de kwaliteit van een volledig programma,
een volledige school of een volledig opleidingsinstituut
- Vaak een onderdeel van interne kwaliteitszorg
o Scholen moeten bewijzen aan de financierende overheid dat zij kwaliteitsvol bezig zijn met
het bereiken van de onderwijsdoelen
o Responsabilisering van onderwijsinstellingen
o Accountability – improvement
§ Accountability: verantwoording omdat je subsidies krijgt
§ Improvement: kwaliteit van onderwijs verhogen (hoe gaan we kwaliteit verbeteren?)
- De inspectie voerde in 2017 het referentiekader voor onderwijskwaliteit (=OK) in, hiermee
beoordelen zij scholen:
Kwaliteitszorg op mesoniveau
88
1. Het BELANG van EVALUATIE (HB blz. 297-298)
- 3 redenen waarom we evalueren volgens Jarvis (2010):
1. Om vast te stellen wat de sterktes en zwaktes van leerlingen zijn en hoe we hen als leraren verder
vooruit kunnen helpen
o = evaluatie als instrument om het vervolg van de leer- en instructieaanpak te ondersteunen
2. Om een standaard aan te geven, waaraan we de prestaties of competenties van leerlingen
kunnen afwegen
3. Om na te kijken welke onderwijsdoelen bereikt werden door de leerlingen
ð Evaluatie heeft verschillende betekenissen en functies!
ð Evaluatie staat nooit op zich, maar hangt samen met keuzes van leraren, een team, een
opleiding, een school…
- Evaluatie moet in balans staan met de doelen en de onderwijs-
en leeractiviteiten (= didactische balans)
o Leraren moeten best vanaf het begin nadenken over
hun evaluatieaanpak en niet uitstellen tot het einde
(Biggs)
ð Zie evaluatie het best als een startpunt van een leerproces
2. Een DEFINITIE (HB blz. 299-301)
- Er zijn heel wat definities afhankelijk van de context, het perspectief van stakeholders,
onderwijsdoelen…
- Definitie van Thorpe (1988):
o Evaluatie = het totale proces van het verzamelen, analyseren en interpreteren van informatie
over elk mogelijk aspect van een instructie-activiteit, met als doel een uitspraak te doen over
de effectiviteit, de efficiëntie en/of een andere impact
Þ Evaluatie bestaat uit deelprocessen en deelproducten:
1. Er moet informatie worden verzameld
2. Het is vaak noodzakelijk om de verzamelde informatie te registreren en op te slaan, zodat
ze systematisch kan worden opgevolgd
3. Die informatie wordt geanalyseerd en vervolgens geïnterpreteerd
4. Tot slot wordt er een uitspraak gedaan of een beslissing genomen over het al dan niet
bereiken van onderwijsdoelen
- Evaluatie kan op de drie aggregatieniveaus:
o Micro: evalueren van een leerling
o Meso: inspectie van een school
o Macro: Minister van Onderwijs die centrale toetsen wil invoeren
85
, ð Ondanks de vele definities van evaluatie, vinden we vrijwel steeds dezelfde kernprocessen terug
die we expliciet van elkaar kunnen onderscheiden:
1. Meten: het verzamelen (en registreren en behouden) van informatie – testen/toetsen
2. Evalueren: of het waarderen van de meetresultaten – analyseren en interpreteren van
gemeten informatie
3. Beslissen: komen tot een conclusie/uitspraak zoals het geven van een score of het
aanpassen van het verdere leerproces, het bijsturen van opdrachten, heroriënteren van
leerlingen naar een andere studierichting…
ð Leraren nemen een beslissing op basis va waardering die op een meting is gebaseerd. De
beslissing hoeft geen score te zijn! De beslissing kan ook een pass/fail-beslissing (= je hebt het
leerdoel wel of niet bereikt) zijn
3. DIMENSIES in evaluatie (HB blz. 302-363)
Evaluatie is multidimensionaal, we onderscheiden volgende dimensies:
1. Op welk aggregatieniveau wordt de evaluatie uitgevoerd?
2. Wat is de functie van de evaluatie?
3. Wie voert de evaluatie uit?
4. Op welk type leerdoelen richt de evaluatie zich?
5. Wanneer wordt de evaluatie opgezet?
6. Welke technieken worden gebruikt bij evaluatie? Welke tools kan je gebruiken?
3.1 Op welk AGGREGATIENIVEAU wordt de evaluatie uitgevoerd? (HB blz. 302-327)
Evaluatie vindt plaats op de drie aggregatieniveaus: micro-, meso- en macroniveau.
3.1.1 MICRONIVEAU (HB blz. 302-309)
Focus van de evaluatie
- Evaluatie kan betrekking hebben op alle variabelen, processen en actoren die zich situeren op het
microniveau van het referentiekader:
o Lerende
o Instructieverantwoordelijke
o Instructieactiviteiten
o Leeractiviteiten
o Organisatie
- Wanneer men kijkt naar evaluatie ligt de focus vaak op het microniveau
o Er wordt vaak gekeken of de leerdoelen bereikt zijn (microniveau). Maar er zijn ook andere
aspecten (zeker i.f.v. algemene kwaliteitszorg) die aandacht verdienen (meso- en
macroniveau)
86
, Over criterium-, norm- en zelfgerichte evaluatie
- Soorten evaluatie:
o Criteriumgerichte evaluatie/criterion-referenced asseessment
§ = Leerlingen worden gemeten aan de hand van dezelfde standaard/criterium
§ Er wordt vooraf een standaard vastgelegd
§ Wordt als de meest objectieve vorm van evaluatie ervaren, doordat:
• Criterium is voor iedereen hetzelfde, ligt vooraf vast en is niet afhankelijk van
de groepssamenstelling
§ Het gevolg hiervan kan zijn dat ofwel heel veel, maar soms ook heel weinig leerlingen
het leerdoel bereiken
§ Doel: selectie of het nemen van een finale beslissing
§ Voorbeelden:
• Casus Estella
• Bij opdracht 100m lopen: iedereen die binnen de 15 sec finisht is geslaagd
o Normgerichte evaluatie/norm-referenced assessment
§ = deze vorm van evaluatie rangschikt de leerlingen ten opzichte van elkaar en daarbij
speelt de – al dan niet toevallige – samenstelling van de groep een rol
§ Er wordt gekeken/vergeleken met de prestaties van de groep
§ Groep speelt een grote rol
• Afhankelijk van de groepssamenstelling heeft een leerling het leerdoel wel
of niet bereikt
§ Deze vorm van evaluatie wordt vaak als minder objectief ervaren
§ Wordt vaak gebruikt: gemiddelden op rapport, mediaan…
§ Levert minder informatie op in vergelijking met criteriumgerichte evaluatie: lag de
norm eerder laag of hoog?
• Het is niet duidelijk wat nu precies gekend is en wat de ondergrens is
§ Voorbeelden:
• Casus Yashin
• Gemiddelde van iedereen en wie sneller loopt dan M+1sec is geslaagd
• Ingangsexamen dokter
o Zelfgerichte evaluatie/ipsative assessment/self-referential assessment
§ = de prestatie van de leerling wordt niet vergeleken met die van andere leerlingen,
maar met (de eerdere prestaties) die van de leerling zelf
§ Wordt vooral gebruikt in het middelbaar beroepsonderwijs en het buitengewoon
onderwijs omdat vele leerlingen de leerdoelen niet behalen + in contexten waar
leerbaarheid in het oog wordt gehouden
§ Niet bekend in het Vlaamse onderwijs
§ Wordt soms als oneerlijk ervaren wanneer er verschillende beslissingen uit
voortvloeien
§ Is een ‘duurzame’ vorm van toetsing
§ Voorbeelden:
• Casus Kim
• Indien men bij test 2 sneller loopt dan bij test 1, ben je geslaagd.
87
, De kwaliteit van de evaluatie op het microniveau
Evaluatie wordt niet enkel gebruikt om te kijken of de leerlingen de leerdoelen hebben behaald, maar ook
kom leraren te evalueren en te kijken naar de kwaliteit van gebruikte toetsen en examens.
ð Je moet jezelf afvragen waarom je evalueert!
o Getuigenschrift/diploma uitreiken: om te bepalen of leerling kan verder studeren
o Evolutie van leerlingen bepalen
o Om leerlingen te motiveren
o Om eigen lesgeven te evalueren
ð Ga na of (de manier waarop) je evalueert omdat men het altijd al gedaan heeft ó evidence
informed:
o Soms doen we dingen uit gewoonte, zonder dat wetenschappelijk onderzoek aan de basis ligt
o Het is belangrijk om de theorie achter de praktijk te zien!
3.1.2 MESONIVEAU (HB blz. 310-317)
Focus van de evaluatie
- Evaluatie op mesoniveau richt zich op het evalueren van de kwaliteit van een volledig programma,
een volledige school of een volledig opleidingsinstituut
- Vaak een onderdeel van interne kwaliteitszorg
o Scholen moeten bewijzen aan de financierende overheid dat zij kwaliteitsvol bezig zijn met
het bereiken van de onderwijsdoelen
o Responsabilisering van onderwijsinstellingen
o Accountability – improvement
§ Accountability: verantwoording omdat je subsidies krijgt
§ Improvement: kwaliteit van onderwijs verhogen (hoe gaan we kwaliteit verbeteren?)
- De inspectie voerde in 2017 het referentiekader voor onderwijskwaliteit (=OK) in, hiermee
beoordelen zij scholen:
Kwaliteitszorg op mesoniveau
88