Inleiding
1) Kracht
2) beweging en evenwicht
3) resulterende kracht
4) wrijving
5) veerkracht, krachtmoment
6) druk, hydrostatische druk, luchtdruk
7) wet van Pascal
8) hydraulisch systeem
9) Archimedeskracht
Begin:
De resulterende kracht = de som van alle krachten die op een voorwerp inwerken.
Symbool:
F res=F 1 + F2 +¿
1) Krachten met dezelfde richting en zin
- Formule: F res=F 1 + F2
Je bepaalt F resmet de kop-staartmethode in één richting.
De resulterende kracht heeft dezelfde richting als de afzonderlijke krachten.
2. Krachten met verschillende richting of zin
- Formule: F res=F 1−F 2
Je bepaalt F resmet de kop-staartmethode.
De richting van F resligt volgens de diagonaal van het parallellogram dat door de krachten
wordt gevormd.
Kracht en evenwicht:
Normaalkracht ( F n)
Wanneer een voorwerp wordt ondersteund door een oppervlak, oefent het oppervlak een
normaalkracht uit op het voorwerp.
Aangrijpingspunt: op het voorwerp dat ondersteund wordt
Richting: loodrecht op het oppervlak
Zin: weg van het oppervlak
Grootte: Bij een horizontaal oppervlak is de normaalkracht even groot als de
gewichtskracht
, Normaalkracht heeft een tegengestelde zin aan de gewichtskracht:
Een voorwerp is in rust of evenwicht wanneer de resulterende kracht nul is in alle richtingen:
F res=0
Horizontale richting (x):
F res, x =0
→ duwkracht en wrijvingskracht heffen elkaar op
Verticale richting (y):
F res, y =0
→ zwaartekracht en normaalkracht heffen elkaar op
Krachtmoment:
een grootheid die het draai-effect van een kracht beschrijft.
Wanneer je een kracht F uitoefent op een afstand r van het draaipunt, onder een hoek θ :
M =F ⋅ r ⋅ sin (θ)Draairichting:
Wijzerzin → M is negatief
Tegenwijzerzin → M is positief
Krachtsarm:
Hoe groter r , hoe groter het krachtmoment
Grotere krachtsarm → minder kracht nodig
Kleinere krachtsarm → meer kracht nodig
Evenwicht:
Een voorwerp is in rust of evenwicht wanneer er geen verandering is van bewegingstoestand:
geen verschuiving
geen draaiing
Evenwichtsvoorwaarden