SIENNA GUESSOUM ; GROEP C
Zelfstudie 1, oktober 2025, Politiek en Actualiteit:
A. De vernieuwing: De Monderne Tijden (1450-1650) Zie tekst blz. 1-7
1) Verklaar de term renaissance. Wat bracht de herbronning aan de oppervlakte?
Ligt het humanisme aan de basis van het Westerse denken? En hoe kan het
beschouwd worden?
Renaissance betekent eigenlijk de ‘wedergeboorte’ van de klassieke oudheid. Het bracht
meer democratische denkbeelden (waarden zoals bv. wijsheid en schoonheid) aan de
oppervlakte. Het humanisme ligt samen met het joods-christelijk denken aan de basis
van het Westerse denken. Het kan beschouwd worden als de voorloper van het
Verlichtingsdenken.
2) Geef en bespreek de drie hoofdkenmerken van het humanisme.
1.
Menselijke persoonlijkheid, menselijke waardigheid en menselijke creativiteit.
Menselijke persoonlijkheid wil zeggen dat men nog steeds geloofd dat je persoonlijkheid
en je leven door de wil van God wordt bepaald, maar ook dat je er zelf vat op hebt.
Menselijke waardigheid wil zeggen dat mensen waardig moeten worden behandeld. In
de late middeleeuwen werden mensen namelijk behandeld als beesten. Dat wou men
veranderen; je moet rekening houden met de menselijke waardigheid. Die waarde vind
je ook nog terug in de Belgische grondwet (art.23 : ‘recht op menswaardig leven)
Menselijke creativiteit gaat over het vermogen om zelf te creëren, naast God. In de kunst
namen ze dan ook afscheid van de typische middeleeuwse kunststijl (namelijk
fantasierijke, donkere, mythische religieuze kunst) en ging men over naar realistische
kunst, men wou de werkelijkheid benaderen.
2.
De mens heeft het vermogen om zelf te denken, oordelen en handelen.
Midden 15de eeuw ontstond de boekdrukkunst. Daardoor kwam er meer vrijheid. Je kon
zelf een boek schrijven en daarin, door middel van satire, kritiek uiten op bv. de
vorst/de staat. Door de hoeveelheid boeken evolueerde ook de wetenschap en dook het
protestantisme op.
3.
Herstel van de beschaving
In de middeleeuwen werd de westerse beschaving volgens de humanisten verpest. Men
wou dit redden en teruggaan naar de Griekse en Romeinse beschaving (de
‘wedergeboorte’). Dat deed men door onderwijs te starten, waarin kinderen van gewone
burgers leerden over theologie, filosofie, algebra, natuurkunde, geschiedenis, Grieks en
Latijn. Later leerden ze ook dichtkunst en welsprekendheid/retorica.
Zelfstudie 1, oktober 2025, Politiek en Actualiteit:
A. De vernieuwing: De Monderne Tijden (1450-1650) Zie tekst blz. 1-7
1) Verklaar de term renaissance. Wat bracht de herbronning aan de oppervlakte?
Ligt het humanisme aan de basis van het Westerse denken? En hoe kan het
beschouwd worden?
Renaissance betekent eigenlijk de ‘wedergeboorte’ van de klassieke oudheid. Het bracht
meer democratische denkbeelden (waarden zoals bv. wijsheid en schoonheid) aan de
oppervlakte. Het humanisme ligt samen met het joods-christelijk denken aan de basis
van het Westerse denken. Het kan beschouwd worden als de voorloper van het
Verlichtingsdenken.
2) Geef en bespreek de drie hoofdkenmerken van het humanisme.
1.
Menselijke persoonlijkheid, menselijke waardigheid en menselijke creativiteit.
Menselijke persoonlijkheid wil zeggen dat men nog steeds geloofd dat je persoonlijkheid
en je leven door de wil van God wordt bepaald, maar ook dat je er zelf vat op hebt.
Menselijke waardigheid wil zeggen dat mensen waardig moeten worden behandeld. In
de late middeleeuwen werden mensen namelijk behandeld als beesten. Dat wou men
veranderen; je moet rekening houden met de menselijke waardigheid. Die waarde vind
je ook nog terug in de Belgische grondwet (art.23 : ‘recht op menswaardig leven)
Menselijke creativiteit gaat over het vermogen om zelf te creëren, naast God. In de kunst
namen ze dan ook afscheid van de typische middeleeuwse kunststijl (namelijk
fantasierijke, donkere, mythische religieuze kunst) en ging men over naar realistische
kunst, men wou de werkelijkheid benaderen.
2.
De mens heeft het vermogen om zelf te denken, oordelen en handelen.
Midden 15de eeuw ontstond de boekdrukkunst. Daardoor kwam er meer vrijheid. Je kon
zelf een boek schrijven en daarin, door middel van satire, kritiek uiten op bv. de
vorst/de staat. Door de hoeveelheid boeken evolueerde ook de wetenschap en dook het
protestantisme op.
3.
Herstel van de beschaving
In de middeleeuwen werd de westerse beschaving volgens de humanisten verpest. Men
wou dit redden en teruggaan naar de Griekse en Romeinse beschaving (de
‘wedergeboorte’). Dat deed men door onderwijs te starten, waarin kinderen van gewone
burgers leerden over theologie, filosofie, algebra, natuurkunde, geschiedenis, Grieks en
Latijn. Later leerden ze ook dichtkunst en welsprekendheid/retorica.