Voedingsleer
Inhoud
Voedingsleer ............................................................................................................ 1
Hoofdstuk 1: voedingsleer als onderdeel van gezondheidsleer ................................. 2
Hoofdstuk 2: energiemetabolisme ....................................................................... 20
Hoofdstuk 3: vitaminen ....................................................................................... 32
Hoofdstuk 4: mineralen en sporenelementen........................................................ 37
Hoofdstuk 5: vetten ............................................................................................. 42
Hoofdstuk 6: water.............................................................................................. 52
Hoofdstuk 7: Koolhydraten en voedingsvezels ....................................................... 65
Hoofdstuk 8: Eiwitten .......................................................................................... 81
Hoofdstuk 9: voeding en stofwisseling: het spijsverteringsstelsel ........................... 91
Organiseren van praktijklessen in GO ................................................................... 97
1
,Hoofdstuk 1: voedingsleer als onderdeel van gezondheidsleer
Voedingsleer = humane voeding = de studie van voeding in relatie tot het brede begrip
gezondheid
Dagelijks voedingspatroon:
- Eten en drinken
- Sociale context
- Manier waarop men consumeert
Voedingsmiddel: alles wat je eet of drinkt (bv. brood, groenten, vlees, koekjes, fruitsap,
water, … ) ze zijn samengesteld uit verschillende voedingsstoffen.
Voedingsstof: er zijn 7 groepen van voedingsstoffen:
- Suikers, koolhydraten of sachariden
- Eiwitten of proteïnen
- Vetten of lipiden
- Voedingsvezels
- Water
- Mineralen
- Vitaminen
→deze voedingsstoffen moeten in bepaalde verhoudingen worden opgenomen cfr.
‘evenwichtige voeding’.
Basisbegrippen:
voedsel Alles wat gegeten en gedronken kan worden voor het leveren van energie,
voor het behoud en opbouw van de weefsels of voor het goed functioneren
van het organisme.
voedingsmiddel Product die met of zonder behandeling dienst kan doen als voedsel. Bv.
rauwe aardappel wordt na het koken voedsel.
- Basisvoedingsmiddelen: VM die zonder bewerking voedsel kan zijn:
bv. rauwe groenten, fruit, …
- Bewerkte voedingsmiddelen: VM die bewerkt zijn om als voedsel te
worden gebruikt. Bv. gekookte groenten, gerookt spek, …
- Samengestelde voedingsmiddelen: VM waarin verschillende VM
verwerkt zijn om tot een nieuw voedsel te komen. Bv. macaroni met
ham en kaassaus, ovenschotel, ….
Voedingsstof of Chemisch definieerbaar bestanddeel van een voedingsmiddel,
nutriënt Zorgt voor:
- Groei
- Instandhouding lichaam
2
, - Goed functioneren lichaam
We onderscheiden:
- Vetten of lipiden
- Suikers of koolhydraten of sachariden
- Eiwitten of proteïnen
- Vitaminen
- Mineralen
- Voedingsvezels
- Water
Opmerking
- Alcohol levert energie maar is niet noodzakelijk → geen
voedingsstof
- Niet elke voedingsstof is aanwezig in elk voedingsmiddel
Gezondheid Gezondheid slaat niet alleen op het lichamelijk functioneren, maar
evengoed op iemands mentaal functioneren. Een persoon kan in optimale
fysieke gezondheid verkeren en zich vitaal en vol energie voelen, maar kan
tegelijkertijd mentaal moeilijkheden ervaren. Kan ook andersom, patiënten
met fysieke of chronische aandoeningen kunnen mentaal toch goed in hun
vel zitten.
Drie dimensies: (bio-psychosociaal model)
- Fysiek
- Mentaal
- sociaal
Optimale voeding = Evenwichtige voeding
Bevat alle noodzakelijke voedingsstoffen om ons lichaam optimaal te laten
functioneren en gezond te houden
Anorganische en Organische stoffen Anorganische stoffen
organische stoffen Organische verbindingen = Geen koolstof (C) bevatten
verbindingen tussen koolstof • Mineralen en water.
(C), waterstof (H) en zuurstof
(O).
• Lipiden, koolhydraten,
proteïnen en
voedingsvezels en
vitaminen
Macro- en
micronutriënten Macronutriënten Micronutriënten
Relatief grote hoeveelheden Kleine hoeveelheden van op te nemen
van op te nemen • Vitaminen en mineralen
3
, • Koolhydraten, lipiden, 1. Macromineralen:
proteïnen, water en - > 0,01% van totale
voedingsvezels lichaamsgewicht
- In grote hoeveelheden
opgenomen worden (> 100
mg/ dag)
- Vb. Ca, P, K, Na, Cl, Mg, S…
2. Sporen- of oligo-elementen:
- < 0,01% van totale
lichaamsgewicht
- In kleine hoeveelheden
opgenomen worden (< 100
mg/dag)
- Vb. Fe, Cu, Se, I, F, Zn…
3. Ultrasporen:
- Gering aandeel, <10mg)
- <1 mg/ dag
Vb. Cr, Cd, Br, Sn…
Energieleverende Stoffen die het lichaam voorzien van energie. Koolhydraten, proteïnen en
nutriënten lipiden. (andere voedingsstoffen leveren geen energie maar zijn betrokken
bij andere biochemische processen van het lichaam)
Essentiële, semi- Essentiële Semi-essentiële Niet-essentiële
essentiële en niet- voedingsstoffen voedingsstoffen voedingsstoffen
essentiële
voedingsstoffen
Kan het lichaam Worden in Kunnen in ons lichaam
zelf niet aanmaken onvoldoende mate aangemaakt worden,
(uit andere aangemaakt in ons uit andere VS.
voedingsstoffen). lichaam. Vb.
→ opname via → Aanvulling via • Glucose
voeding nodig! voeding • Cholesterol
Vb. → Supplementen • Meeste
• Essentiële Vb. aminozuren
aminozuren • Vitamine A
• Essentiële • Vitamine D
vetzuren • Vitamine K
4
Inhoud
Voedingsleer ............................................................................................................ 1
Hoofdstuk 1: voedingsleer als onderdeel van gezondheidsleer ................................. 2
Hoofdstuk 2: energiemetabolisme ....................................................................... 20
Hoofdstuk 3: vitaminen ....................................................................................... 32
Hoofdstuk 4: mineralen en sporenelementen........................................................ 37
Hoofdstuk 5: vetten ............................................................................................. 42
Hoofdstuk 6: water.............................................................................................. 52
Hoofdstuk 7: Koolhydraten en voedingsvezels ....................................................... 65
Hoofdstuk 8: Eiwitten .......................................................................................... 81
Hoofdstuk 9: voeding en stofwisseling: het spijsverteringsstelsel ........................... 91
Organiseren van praktijklessen in GO ................................................................... 97
1
,Hoofdstuk 1: voedingsleer als onderdeel van gezondheidsleer
Voedingsleer = humane voeding = de studie van voeding in relatie tot het brede begrip
gezondheid
Dagelijks voedingspatroon:
- Eten en drinken
- Sociale context
- Manier waarop men consumeert
Voedingsmiddel: alles wat je eet of drinkt (bv. brood, groenten, vlees, koekjes, fruitsap,
water, … ) ze zijn samengesteld uit verschillende voedingsstoffen.
Voedingsstof: er zijn 7 groepen van voedingsstoffen:
- Suikers, koolhydraten of sachariden
- Eiwitten of proteïnen
- Vetten of lipiden
- Voedingsvezels
- Water
- Mineralen
- Vitaminen
→deze voedingsstoffen moeten in bepaalde verhoudingen worden opgenomen cfr.
‘evenwichtige voeding’.
Basisbegrippen:
voedsel Alles wat gegeten en gedronken kan worden voor het leveren van energie,
voor het behoud en opbouw van de weefsels of voor het goed functioneren
van het organisme.
voedingsmiddel Product die met of zonder behandeling dienst kan doen als voedsel. Bv.
rauwe aardappel wordt na het koken voedsel.
- Basisvoedingsmiddelen: VM die zonder bewerking voedsel kan zijn:
bv. rauwe groenten, fruit, …
- Bewerkte voedingsmiddelen: VM die bewerkt zijn om als voedsel te
worden gebruikt. Bv. gekookte groenten, gerookt spek, …
- Samengestelde voedingsmiddelen: VM waarin verschillende VM
verwerkt zijn om tot een nieuw voedsel te komen. Bv. macaroni met
ham en kaassaus, ovenschotel, ….
Voedingsstof of Chemisch definieerbaar bestanddeel van een voedingsmiddel,
nutriënt Zorgt voor:
- Groei
- Instandhouding lichaam
2
, - Goed functioneren lichaam
We onderscheiden:
- Vetten of lipiden
- Suikers of koolhydraten of sachariden
- Eiwitten of proteïnen
- Vitaminen
- Mineralen
- Voedingsvezels
- Water
Opmerking
- Alcohol levert energie maar is niet noodzakelijk → geen
voedingsstof
- Niet elke voedingsstof is aanwezig in elk voedingsmiddel
Gezondheid Gezondheid slaat niet alleen op het lichamelijk functioneren, maar
evengoed op iemands mentaal functioneren. Een persoon kan in optimale
fysieke gezondheid verkeren en zich vitaal en vol energie voelen, maar kan
tegelijkertijd mentaal moeilijkheden ervaren. Kan ook andersom, patiënten
met fysieke of chronische aandoeningen kunnen mentaal toch goed in hun
vel zitten.
Drie dimensies: (bio-psychosociaal model)
- Fysiek
- Mentaal
- sociaal
Optimale voeding = Evenwichtige voeding
Bevat alle noodzakelijke voedingsstoffen om ons lichaam optimaal te laten
functioneren en gezond te houden
Anorganische en Organische stoffen Anorganische stoffen
organische stoffen Organische verbindingen = Geen koolstof (C) bevatten
verbindingen tussen koolstof • Mineralen en water.
(C), waterstof (H) en zuurstof
(O).
• Lipiden, koolhydraten,
proteïnen en
voedingsvezels en
vitaminen
Macro- en
micronutriënten Macronutriënten Micronutriënten
Relatief grote hoeveelheden Kleine hoeveelheden van op te nemen
van op te nemen • Vitaminen en mineralen
3
, • Koolhydraten, lipiden, 1. Macromineralen:
proteïnen, water en - > 0,01% van totale
voedingsvezels lichaamsgewicht
- In grote hoeveelheden
opgenomen worden (> 100
mg/ dag)
- Vb. Ca, P, K, Na, Cl, Mg, S…
2. Sporen- of oligo-elementen:
- < 0,01% van totale
lichaamsgewicht
- In kleine hoeveelheden
opgenomen worden (< 100
mg/dag)
- Vb. Fe, Cu, Se, I, F, Zn…
3. Ultrasporen:
- Gering aandeel, <10mg)
- <1 mg/ dag
Vb. Cr, Cd, Br, Sn…
Energieleverende Stoffen die het lichaam voorzien van energie. Koolhydraten, proteïnen en
nutriënten lipiden. (andere voedingsstoffen leveren geen energie maar zijn betrokken
bij andere biochemische processen van het lichaam)
Essentiële, semi- Essentiële Semi-essentiële Niet-essentiële
essentiële en niet- voedingsstoffen voedingsstoffen voedingsstoffen
essentiële
voedingsstoffen
Kan het lichaam Worden in Kunnen in ons lichaam
zelf niet aanmaken onvoldoende mate aangemaakt worden,
(uit andere aangemaakt in ons uit andere VS.
voedingsstoffen). lichaam. Vb.
→ opname via → Aanvulling via • Glucose
voeding nodig! voeding • Cholesterol
Vb. → Supplementen • Meeste
• Essentiële Vb. aminozuren
aminozuren • Vitamine A
• Essentiële • Vitamine D
vetzuren • Vitamine K
4