Probleem 2
Leerdoel I: welke soorten wetten zijn er en wat is hun verhouding?
Organieke wetten: wetten tot uitvoering van een grondwettelijke opdracht om een materie bij de wet te
regelen.
Wetten die in detaillering en precisering van grondwettelijke bepalingen inhouden, behoren eveneens
tot bronnen van het staatsrecht; ze zijn nodig voor het begrip van staatsrecht.
Gedecentraliseerde wetgeving
Er zijn twee methoden om wetgeving op te dragen aan andere instanties dan de formele wetgever.
I. Men kan een algemene regeling bevoegdheid aan organen van lagere lichamen geven.
a. Voor provincie en gemeente is een eigen verordende bevoegdheid in de grondwet
gegarandeerd.
II. Verordenende bevoegdheid kan worden verleend aan openbare lichamen voor beroep en
bedrijf en andere openbare lichamen.
Gedelegeerde wetgeving
Delegatie: de wetgever stippelt van bepaalde materies de hoofdlijn uit en draag de uitwerking op aan
een ander orgaan. Meestal aan de regering of aan een minister: binnen het kader van de rijksoverheid.
Het verschil tussen delegatie en attributie:
- Delegatie: eigen bevoegdheid overdragen aan een ander orgaan.
- Attributie: het creëren van een nieuwe bevoegdheid die aan een orgaan als eigen bevoegdheid
wordt toegekend.
Bij beiden voorts de bevoegdheid op eigen gezag en onder eigen verantwoordelijkheid uitgevoerd.
De wet in formele zin is een gezamenlijk besluit van de regering en Staten-Generaal samen.
Andere overheidsorganen, de regering, ministers, organen van provincie en gemeente nemen ook
besluiten. Het verschil tussen de besluiten gaat om de vorm, het orgaan dat de wet heeft gemaakt.
De wet in materiele zin wordt door inhoud gekenmerkt. Een wet in materiële zin is een besluit dat
algemeen is, dat voor herhaalde toepassing vatbaar is, dat bestemd is om buiten het bestuur te werken
en dat burgers of overheidsorganen bindt.
- ‘Algemeen’ - niet gericht tot bepaalde (rechts) personen of betrekking hebbend op bepaalde,
aanwijsbare objecten.
- ‘Voor herhaalde toepassing vatbaar’ - geldend voor een onbepaald aantal gevallen.
- ‘Buiten het bestuur werken’ – zuiver interne voorschriften worden uitgesloten.
- Verbindend karakter - bevoegd vastgesteld en dwingend.
Leerdoel II: Hoe ziet de wetgevingsprocedure eruit?
Interne voorbereiding door de regering
I. Voorbereiding wetsvoorstel
Het initiatiefrecht ligt bij de Tweede Kamer, toch wordt gewoonlijk het indienen van wetsvoorstellen
gedaan door de regering.
Dit wordt gedaan door de minister tot wiens gebied het onderwerp van de wet behoort.
Het wetsvoorstel moet, behalve een centrale gedachte, ook vorm krijgen (geredigeerd worden).
Die minister kan een Commissie benoemen, die belast zijn met het voorbereiden van het wetsvoorstel.
- Voor belangrijke beslissingen wordt een staatscommissie gekozen, bij Koninklijk besluit.
Om reacties buiten het Parlement uit te lokken wordt het vaak via het internet ter consultatie
aangeboden of wordt er een nota aan de Tweede Kamer verzonden.
II. Ministerraad
Het eerste stadium is indiening bij de ministerraad. Het wordt aan alle ministers rondgezonden, zij
kunnen opmerkingen maken in de vergadering van de Raad.
, III. Raad van State
Wanneer de ministerraad akkoord is, wordt het wetsvoorstel bij de afdeling advisering van de Raad
van State ter overweging aanhangig gemaakt door de koning op voordracht van de betrokken minister.
De Raad van State wordt gehoord, dit houdt in dat de afdeling advisering van de Raad van State een
advies uitbrengt over voorstellen van de wet (binnen 2 weken).
- Beoordelingskader: (i) constitutionele analyse, (ii) juridische analyse, (iii) uitvoeringsanalyse
en (iv) analyse van de gevolgen van het voorstel voor de rechtspraktijk.
Mocht de afdeling wijzigingen voorstellen, overweegt de minister of deze wijzigingen moeten worden
aangebracht. De afdeling fungeert als het ware als het bestuurlijk geweten van de regering.
Als de minister belangrijke wijzigingen daadwerkelijk overweegt, moet de ministerraad opnieuw
beraadslagen.
Hierna zendt de minister het aan de koning met het verzoek het voorstel te willen zenden aan de
Tweede Kamer der Staten generaal.
Voorbereidend onderzoek door Tweede Kamer
Met indiening treedt het wetsvoorstel in de openbaarheid. Wetsvoorstellen worden door de voorzitter
van de Kamer in handen van een vaste Commissie gesteld.
De Commissie onderzoekt het wetsvoorstel en brengt een verslag uit.
- Als het verslag vragen bevat, wordt de betrokken minister gevraagd te reageren in een nota.
- Geef deze opmerkingen aanleiding tot wijziging, voegt de minister bij de nota, een nota van
wijziging toe.
Plenaire behandeling. Amendementen
Hierna volgt de beraadslagingen in de plenaire Kamer, waar leden van de Tweede Kamer met de
betrokken bewindspersonen in debat gaan over het voorstel en eventuele amendementen die ze
indienen.
Als de Tweede Kamer een amendement aanneemt, is het wetsvoorstel gewijzigd.
- De minister kan door een nota van wijziging ook wijzigen.
De minister kan ook verklaren dat het amendement onaanvaardbaar is (Hangt af van politieke
consequenties).
- De regering trekt het wetsvoorstel in (zolang de Eerste Kamer niet heeft beslist).
o De minister wil geen verantwoordelijkheid dragen voor de geamendeerde wet.
o Dit kan Alleen Als de Staten generaal het voorstel nog niet heeft aangenomen.
- De minister dient bij aanneming ontslag in.
- Totaal of gedeeltelijke kabinetscrisis, als het onaanvaardbaar is voor meerdere ministers.
Alleen de Tweede Kamer kan beslissen of een amendement ontoelaatbaar is.
Ontoelaatbaar: indien het een strekking heeft koma tegengesteld aan die van het wetsvoorstel, of
indien er tussen de inhoud van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband
bestaat.
Wijze van besluiten Tweede Kamer:
- Zonder stemming: aanwezige leden kunnen aantekening vragen dat zij geacht te hebben
worden tegengestemd.
- Handopsteken is de standaardprocedure.
- Hoofdelijke stemmen is voorgeschreven indien een lid daar om vraagt.
Behandeling in Eerste Kamer
Voorbereidend onderzoek vooraf aan openbare beraadslaging. De Eerste Kamer kan, naar aanleiding
van discussies, een wetsvoorstel aanvaarden of verwerpen (geen recht van amendement).
- Meerderheidsregel.
Leerdoel I: welke soorten wetten zijn er en wat is hun verhouding?
Organieke wetten: wetten tot uitvoering van een grondwettelijke opdracht om een materie bij de wet te
regelen.
Wetten die in detaillering en precisering van grondwettelijke bepalingen inhouden, behoren eveneens
tot bronnen van het staatsrecht; ze zijn nodig voor het begrip van staatsrecht.
Gedecentraliseerde wetgeving
Er zijn twee methoden om wetgeving op te dragen aan andere instanties dan de formele wetgever.
I. Men kan een algemene regeling bevoegdheid aan organen van lagere lichamen geven.
a. Voor provincie en gemeente is een eigen verordende bevoegdheid in de grondwet
gegarandeerd.
II. Verordenende bevoegdheid kan worden verleend aan openbare lichamen voor beroep en
bedrijf en andere openbare lichamen.
Gedelegeerde wetgeving
Delegatie: de wetgever stippelt van bepaalde materies de hoofdlijn uit en draag de uitwerking op aan
een ander orgaan. Meestal aan de regering of aan een minister: binnen het kader van de rijksoverheid.
Het verschil tussen delegatie en attributie:
- Delegatie: eigen bevoegdheid overdragen aan een ander orgaan.
- Attributie: het creëren van een nieuwe bevoegdheid die aan een orgaan als eigen bevoegdheid
wordt toegekend.
Bij beiden voorts de bevoegdheid op eigen gezag en onder eigen verantwoordelijkheid uitgevoerd.
De wet in formele zin is een gezamenlijk besluit van de regering en Staten-Generaal samen.
Andere overheidsorganen, de regering, ministers, organen van provincie en gemeente nemen ook
besluiten. Het verschil tussen de besluiten gaat om de vorm, het orgaan dat de wet heeft gemaakt.
De wet in materiele zin wordt door inhoud gekenmerkt. Een wet in materiële zin is een besluit dat
algemeen is, dat voor herhaalde toepassing vatbaar is, dat bestemd is om buiten het bestuur te werken
en dat burgers of overheidsorganen bindt.
- ‘Algemeen’ - niet gericht tot bepaalde (rechts) personen of betrekking hebbend op bepaalde,
aanwijsbare objecten.
- ‘Voor herhaalde toepassing vatbaar’ - geldend voor een onbepaald aantal gevallen.
- ‘Buiten het bestuur werken’ – zuiver interne voorschriften worden uitgesloten.
- Verbindend karakter - bevoegd vastgesteld en dwingend.
Leerdoel II: Hoe ziet de wetgevingsprocedure eruit?
Interne voorbereiding door de regering
I. Voorbereiding wetsvoorstel
Het initiatiefrecht ligt bij de Tweede Kamer, toch wordt gewoonlijk het indienen van wetsvoorstellen
gedaan door de regering.
Dit wordt gedaan door de minister tot wiens gebied het onderwerp van de wet behoort.
Het wetsvoorstel moet, behalve een centrale gedachte, ook vorm krijgen (geredigeerd worden).
Die minister kan een Commissie benoemen, die belast zijn met het voorbereiden van het wetsvoorstel.
- Voor belangrijke beslissingen wordt een staatscommissie gekozen, bij Koninklijk besluit.
Om reacties buiten het Parlement uit te lokken wordt het vaak via het internet ter consultatie
aangeboden of wordt er een nota aan de Tweede Kamer verzonden.
II. Ministerraad
Het eerste stadium is indiening bij de ministerraad. Het wordt aan alle ministers rondgezonden, zij
kunnen opmerkingen maken in de vergadering van de Raad.
, III. Raad van State
Wanneer de ministerraad akkoord is, wordt het wetsvoorstel bij de afdeling advisering van de Raad
van State ter overweging aanhangig gemaakt door de koning op voordracht van de betrokken minister.
De Raad van State wordt gehoord, dit houdt in dat de afdeling advisering van de Raad van State een
advies uitbrengt over voorstellen van de wet (binnen 2 weken).
- Beoordelingskader: (i) constitutionele analyse, (ii) juridische analyse, (iii) uitvoeringsanalyse
en (iv) analyse van de gevolgen van het voorstel voor de rechtspraktijk.
Mocht de afdeling wijzigingen voorstellen, overweegt de minister of deze wijzigingen moeten worden
aangebracht. De afdeling fungeert als het ware als het bestuurlijk geweten van de regering.
Als de minister belangrijke wijzigingen daadwerkelijk overweegt, moet de ministerraad opnieuw
beraadslagen.
Hierna zendt de minister het aan de koning met het verzoek het voorstel te willen zenden aan de
Tweede Kamer der Staten generaal.
Voorbereidend onderzoek door Tweede Kamer
Met indiening treedt het wetsvoorstel in de openbaarheid. Wetsvoorstellen worden door de voorzitter
van de Kamer in handen van een vaste Commissie gesteld.
De Commissie onderzoekt het wetsvoorstel en brengt een verslag uit.
- Als het verslag vragen bevat, wordt de betrokken minister gevraagd te reageren in een nota.
- Geef deze opmerkingen aanleiding tot wijziging, voegt de minister bij de nota, een nota van
wijziging toe.
Plenaire behandeling. Amendementen
Hierna volgt de beraadslagingen in de plenaire Kamer, waar leden van de Tweede Kamer met de
betrokken bewindspersonen in debat gaan over het voorstel en eventuele amendementen die ze
indienen.
Als de Tweede Kamer een amendement aanneemt, is het wetsvoorstel gewijzigd.
- De minister kan door een nota van wijziging ook wijzigen.
De minister kan ook verklaren dat het amendement onaanvaardbaar is (Hangt af van politieke
consequenties).
- De regering trekt het wetsvoorstel in (zolang de Eerste Kamer niet heeft beslist).
o De minister wil geen verantwoordelijkheid dragen voor de geamendeerde wet.
o Dit kan Alleen Als de Staten generaal het voorstel nog niet heeft aangenomen.
- De minister dient bij aanneming ontslag in.
- Totaal of gedeeltelijke kabinetscrisis, als het onaanvaardbaar is voor meerdere ministers.
Alleen de Tweede Kamer kan beslissen of een amendement ontoelaatbaar is.
Ontoelaatbaar: indien het een strekking heeft koma tegengesteld aan die van het wetsvoorstel, of
indien er tussen de inhoud van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband
bestaat.
Wijze van besluiten Tweede Kamer:
- Zonder stemming: aanwezige leden kunnen aantekening vragen dat zij geacht te hebben
worden tegengestemd.
- Handopsteken is de standaardprocedure.
- Hoofdelijke stemmen is voorgeschreven indien een lid daar om vraagt.
Behandeling in Eerste Kamer
Voorbereidend onderzoek vooraf aan openbare beraadslaging. De Eerste Kamer kan, naar aanleiding
van discussies, een wetsvoorstel aanvaarden of verwerpen (geen recht van amendement).
- Meerderheidsregel.