Probleem 3 – Aanhouden en bevoegdheid
Leerdoel I: Wat is opsporing en wie kunnen optreden als opsporingsambtenaar?
In het voorbereidend onderzoek zal worden onderzocht of er een strafbaar feit is gepleegd en of een
verdachte kan worden gevonden. Bovendien zal bewijsmateriaal tegen deze verdachten worden
verzameld.
Opzichten van een ‘voorbereiding’:
I. De officier van justitie zo op basis van dit onderzoek kunnen beslissen of de verdachte voor
een rechter zal worden gedagvaard om te worden berecht of een strafbeschikking zal
ontvangen.
II. Het verzamelen van bewijsmateriaal op basis waarvan de rechter de vragen van artikel 350 Sr
zal kunnen beantwoorden.
Tijdens een voorbereidend onderzoek kan de verdachte worden aangehouden en aan een verhoor
worden onderworpen. De wet geeft aan in welke gevallen en op welke wijze dergelijke ingrijpende
bevoegdheden mogen worden uitgeoefend (legaliteitsbeginsel).
Voorbereidend onderzoek (132 Sv): het onderzoek dat aan het onderzoek ter terechtzitting
voorafgaat. Het wetboek van strafvordering noemt over het algemeen slechtste uitzonderlijke
onderzoeksfase die tezamen het voorbereidend onderzoek vormen:
- Het opsporingsonderzoek
- Het verkennend onderzoek; bedoeld om een beeld te krijgen van een bepaalde sector waarvan
vermoed wordt dat er georganiseerde criminaliteit plaatsvindt.
Bijna iedere strafzaak begint met een opsporingsonderzoek.
- Onder verantwoordelijkheid van een officier van justitie.
- Het onderzoek wordt verricht door opsporingsambtenaren.
- De rechter-commissaris kan onderzoekshandelingen verrichten maar moet ook toestemming
geven voor ingrijpende onderzoeksactiviteiten.
Opsporingsonderzoek
Verdenking: wanneer op grond van feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden is gerezen dat
een strafbaar feit heeft plaatsgevonden.
Proactief onderzoek: een opsporingsonderzoek op het moment waar nog geen verdenking bestaat.
Speciaal voor de aanpak van de georganiseerde criminaliteit zijn bijzondere opsporingsbevoegdheden
in het leven geroepen, die al In de fase voorafgaande aan de verdenking kunnen worden toegepast.
Controlebevoegdheden: veel bijzondere wetten geven de mogelijkheid om controles uit te voeren.
Controle: toezicht op de naleving van een wet.
- Controle is geen gericht onderzoek naar een bepaalde persoon.
Medewerking aan controles is verplicht. De weigering mee te werken is zelfstandig strafbaar gesteld.
Controle en opsporing gaan dikwijls hand in hand, twee situaties zijn te onderscheiden:
I. Een feit wordt geconstateerd dat strafbaar is gesteld in de wet op grond waarvan het werd
gecontroleerd.
II. Een feit wordt geconstateerd dat in een andere wet strafbaar is gesteld (voortgezette
toepassing van bevoegdheden).
Verbod van détournement de pouvoir: controlebevoegdheden mogen niet worden misbruikt om de
opsporing te vereenvoudigen.
, Aanvang van het opsporingsonderzoek
Aangifte: een verklaring van het slachtoffer of een andere persoon waarin deze meldt dat een strafbaar
feit heeft plaatsgevonden. Aangifte kan mondeling, schriftelijk of digitaal.
- Bij verdenking van sommige delicten mag Alleen worden vervolgd wanneer het slachtoffer
een klacht indient (art. 164 Sv).
Verzuim van aangifte in bepaalde gevallen, kan strafbaar zijn.
Opsporingsambtenaren
Bij het verrichten van de opsporingstaak wordt veelvuldig inbreuk gemaakt op rechten.
Opsporingsbevoegdheden mogen uitsluitend worden uitgeoefend door opsporingsambtenaren.
- Opsporingsambtenaren: ambtenaren die door de wet belast worden met de taak strafbare feiten
op te sporen.
Twee categorieën opsporingsambtenaren:
I. Algemene opsporingsambtenaren (art. 141 Sv): deze personen hebben tot taak de opsporing
van alle strafbare feiten.
II. Buitengewone opsporingsambtenaren (art. 142 Sv): deze personen hebben tot taak beperkt tot
de opsporing van strafbare feiten uiteen of enkele bijzondere wetten.
Het OM als leider van het onderzoek
De verantwoordelijkheid voor alle opsporingsactiviteiten berust bij de Officier van Justitie.
De centrale plaats van de OvJ blijkt ook uit het feit dat alleen de OvJ vorderingen kan doen bij de
rechter-commissaris.
Het OM heeft het gezag over het opsporingsonderzoek. Het opsporen van strafbare feiten door de
politie kan op veel verschillende manieren plaatsvinden en de wijze waarop het OM betrokken is bij
opsporing is zeer divers.
De politie is bezig met opsporing, maar met een zeer grote mate van zelfstandigheid.
- De invloed van het OM kan beperkt zijn tot het bepalen van beleid.
Opsporingsbevoegdheden
Ten behoeve van de opsporing is het soms onvermijdelijk om bepaalde ingrijpende methoden toe te
passen:
- Bevoegdheden ten aanzien van personen: aanhouding, voorlopige hechtenis, etc;
- Bevoegdheden ten aanzien van voorwerpen: inbeslagneming;
- Steunbevoegdheden: betreden van plaatsen, doorzoeking van plaatsen, etc;
- Bijzondere opsporingsbevoegdheden: stelselmatige observatie en opnemen van
telecommunicatie, etc.
Veel van de hier besproken bevoegdheden hebben een algemene regeling in het Wetboek van
Strafvordering en daarnaast een bijzondere regeling in bijzondere wetten.
II: Wanneer mag iemand worden aangehouden?
Leerdoel Staande houden en legitimatieplicht
Het minst ingrijpende vrijheidsbeperkende dwangmiddel dat op verdachten toegepast kan worden is de
staandehouding. De staandehouding heeft als enige doel de identiteit van de verdachte te achterhalen.
- De verdachte kan op basis van zijn zwijgrecht straffeloos weigeren zijn persoongegevens
mede te delen.
- Het opgeven van valse persoonsgegevens is strafbaar (art. 435 4 Sr)
De bevoegdheid tot het vorderen dat een legitimatiebewijs wordt getoond, kan ook gebruikt worden
om de identiteit van een verdachte vast te stellen.
- Dit mag alleen worden gedaan wanneer dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening
van de taak van de politie.
Leerdoel I: Wat is opsporing en wie kunnen optreden als opsporingsambtenaar?
In het voorbereidend onderzoek zal worden onderzocht of er een strafbaar feit is gepleegd en of een
verdachte kan worden gevonden. Bovendien zal bewijsmateriaal tegen deze verdachten worden
verzameld.
Opzichten van een ‘voorbereiding’:
I. De officier van justitie zo op basis van dit onderzoek kunnen beslissen of de verdachte voor
een rechter zal worden gedagvaard om te worden berecht of een strafbeschikking zal
ontvangen.
II. Het verzamelen van bewijsmateriaal op basis waarvan de rechter de vragen van artikel 350 Sr
zal kunnen beantwoorden.
Tijdens een voorbereidend onderzoek kan de verdachte worden aangehouden en aan een verhoor
worden onderworpen. De wet geeft aan in welke gevallen en op welke wijze dergelijke ingrijpende
bevoegdheden mogen worden uitgeoefend (legaliteitsbeginsel).
Voorbereidend onderzoek (132 Sv): het onderzoek dat aan het onderzoek ter terechtzitting
voorafgaat. Het wetboek van strafvordering noemt over het algemeen slechtste uitzonderlijke
onderzoeksfase die tezamen het voorbereidend onderzoek vormen:
- Het opsporingsonderzoek
- Het verkennend onderzoek; bedoeld om een beeld te krijgen van een bepaalde sector waarvan
vermoed wordt dat er georganiseerde criminaliteit plaatsvindt.
Bijna iedere strafzaak begint met een opsporingsonderzoek.
- Onder verantwoordelijkheid van een officier van justitie.
- Het onderzoek wordt verricht door opsporingsambtenaren.
- De rechter-commissaris kan onderzoekshandelingen verrichten maar moet ook toestemming
geven voor ingrijpende onderzoeksactiviteiten.
Opsporingsonderzoek
Verdenking: wanneer op grond van feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden is gerezen dat
een strafbaar feit heeft plaatsgevonden.
Proactief onderzoek: een opsporingsonderzoek op het moment waar nog geen verdenking bestaat.
Speciaal voor de aanpak van de georganiseerde criminaliteit zijn bijzondere opsporingsbevoegdheden
in het leven geroepen, die al In de fase voorafgaande aan de verdenking kunnen worden toegepast.
Controlebevoegdheden: veel bijzondere wetten geven de mogelijkheid om controles uit te voeren.
Controle: toezicht op de naleving van een wet.
- Controle is geen gericht onderzoek naar een bepaalde persoon.
Medewerking aan controles is verplicht. De weigering mee te werken is zelfstandig strafbaar gesteld.
Controle en opsporing gaan dikwijls hand in hand, twee situaties zijn te onderscheiden:
I. Een feit wordt geconstateerd dat strafbaar is gesteld in de wet op grond waarvan het werd
gecontroleerd.
II. Een feit wordt geconstateerd dat in een andere wet strafbaar is gesteld (voortgezette
toepassing van bevoegdheden).
Verbod van détournement de pouvoir: controlebevoegdheden mogen niet worden misbruikt om de
opsporing te vereenvoudigen.
, Aanvang van het opsporingsonderzoek
Aangifte: een verklaring van het slachtoffer of een andere persoon waarin deze meldt dat een strafbaar
feit heeft plaatsgevonden. Aangifte kan mondeling, schriftelijk of digitaal.
- Bij verdenking van sommige delicten mag Alleen worden vervolgd wanneer het slachtoffer
een klacht indient (art. 164 Sv).
Verzuim van aangifte in bepaalde gevallen, kan strafbaar zijn.
Opsporingsambtenaren
Bij het verrichten van de opsporingstaak wordt veelvuldig inbreuk gemaakt op rechten.
Opsporingsbevoegdheden mogen uitsluitend worden uitgeoefend door opsporingsambtenaren.
- Opsporingsambtenaren: ambtenaren die door de wet belast worden met de taak strafbare feiten
op te sporen.
Twee categorieën opsporingsambtenaren:
I. Algemene opsporingsambtenaren (art. 141 Sv): deze personen hebben tot taak de opsporing
van alle strafbare feiten.
II. Buitengewone opsporingsambtenaren (art. 142 Sv): deze personen hebben tot taak beperkt tot
de opsporing van strafbare feiten uiteen of enkele bijzondere wetten.
Het OM als leider van het onderzoek
De verantwoordelijkheid voor alle opsporingsactiviteiten berust bij de Officier van Justitie.
De centrale plaats van de OvJ blijkt ook uit het feit dat alleen de OvJ vorderingen kan doen bij de
rechter-commissaris.
Het OM heeft het gezag over het opsporingsonderzoek. Het opsporen van strafbare feiten door de
politie kan op veel verschillende manieren plaatsvinden en de wijze waarop het OM betrokken is bij
opsporing is zeer divers.
De politie is bezig met opsporing, maar met een zeer grote mate van zelfstandigheid.
- De invloed van het OM kan beperkt zijn tot het bepalen van beleid.
Opsporingsbevoegdheden
Ten behoeve van de opsporing is het soms onvermijdelijk om bepaalde ingrijpende methoden toe te
passen:
- Bevoegdheden ten aanzien van personen: aanhouding, voorlopige hechtenis, etc;
- Bevoegdheden ten aanzien van voorwerpen: inbeslagneming;
- Steunbevoegdheden: betreden van plaatsen, doorzoeking van plaatsen, etc;
- Bijzondere opsporingsbevoegdheden: stelselmatige observatie en opnemen van
telecommunicatie, etc.
Veel van de hier besproken bevoegdheden hebben een algemene regeling in het Wetboek van
Strafvordering en daarnaast een bijzondere regeling in bijzondere wetten.
II: Wanneer mag iemand worden aangehouden?
Leerdoel Staande houden en legitimatieplicht
Het minst ingrijpende vrijheidsbeperkende dwangmiddel dat op verdachten toegepast kan worden is de
staandehouding. De staandehouding heeft als enige doel de identiteit van de verdachte te achterhalen.
- De verdachte kan op basis van zijn zwijgrecht straffeloos weigeren zijn persoongegevens
mede te delen.
- Het opgeven van valse persoonsgegevens is strafbaar (art. 435 4 Sr)
De bevoegdheid tot het vorderen dat een legitimatiebewijs wordt getoond, kan ook gebruikt worden
om de identiteit van een verdachte vast te stellen.
- Dit mag alleen worden gedaan wanneer dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening
van de taak van de politie.