Lesdoelen psychologie
De student kan een systemische analyse maken van praktijksituaties.
Definitie van een systeem:
Het systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen. Het gaat niet alleen
om de delen op zich, ook niet om het geheel, maar om de doelgerichte betrekkingen tussen
de delen.
Belangrijke subsystemen binnen een gezin
- Echtpaar subsysteem
- Opvoeder- kind subsysteem
- Subsysteem naar geslacht
Systeemgericht werken
- Systeemgericht werken betekent niet dat je per definitie met het gehele gezin/ alle
gezinsleden samenwerkt.
- De benaming ‘systeemgericht’ duidt meer op een visie van waaruit je naar een cliënt
kijkt.
Interactiepatronen
- Symmetrische interactie
Het gedrag van de een wordt gevolgd door eenzelfde soort gedrag van de
ander (concurrentie)
- Complementaire interactie
Het gedrag van de een roept tegengesteld gedrag van de ander op.
Interactiepatronen zijn moeilijk te doorbreken, bewustwording is belangrijk.
Genogram Systeempentagram
Alle dimensies zijn even belangrijk
, Rol van de pedagoog
- Boven de sociaal werker neemt tijdelijk de regie van de opvoeders over
- Naast de sociaal werker geeft de regie weer terug aan de opvoeders
- Buiten de sociaal werker verlaat het gezin.
Systeemtheorieën
- Algemene systeemtheorie
Von Bertalanffy (vanaf 1928)
- Structurele theorie
Minuchin (vanaf 1974)
- Strategische theorie (communicatietheorie)
(Haley, 1967) / Watzlawick (vanaf 1974)
- Contextuele (intergenerationele) theorie
(Ackerman, 1966) / Boszormenyi-Nagy (vanaf 1983)
Algemene systeemtheorie
- Verschillende delen beïnvloeden elkaar circulair
- Wisselwerking met de omgeving
- Gedrag heeft functie, een doel
- Eenheid bestuurt zichzelf
Circulair proces met wederzijdse beïnvloeding
Input throughput output
- Beïnvloeding over en weer
- Vanuit de algemene systeemtheorie maakt men ook onderscheid in subsystemen
(maar dat geldt ook voor de andere theorieën)
Binnen een gezin kan dat op meerdere manieren:
1. Ouders/opvoeders kinderen
2. Naar geslacht
3. Partnersubsystemen
Kernbegrippen algemene systeemtheorie
Open en gesloten systeem
- Open systeem staat in continue verbinden met de omgeving
- Gesloten systeem geen uitwisseling met de omgeving (in de praktijk komt dit
zelfden voor, denk aan gezin Ruinerwold)
Equipotentialiteit en equifinaliteit
- Equipotentialiteit een bepaalde beginsituatie kan leiden tot verschillende
eindtoestanden.
- Bijvoorbeeld: kater, te weinig drinken, stress hoofdpijn
- Equifinaliteit een symptoom kan het gevolg zijn van verschillende
begintoestanden
- Bijvoorbeeld: moeder vond prestatie altijd belangrijk kan zorgen voor later goede
prestatie maar kan ook zorgen voor slechte prestaties
De student kan een systemische analyse maken van praktijksituaties.
Definitie van een systeem:
Het systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen. Het gaat niet alleen
om de delen op zich, ook niet om het geheel, maar om de doelgerichte betrekkingen tussen
de delen.
Belangrijke subsystemen binnen een gezin
- Echtpaar subsysteem
- Opvoeder- kind subsysteem
- Subsysteem naar geslacht
Systeemgericht werken
- Systeemgericht werken betekent niet dat je per definitie met het gehele gezin/ alle
gezinsleden samenwerkt.
- De benaming ‘systeemgericht’ duidt meer op een visie van waaruit je naar een cliënt
kijkt.
Interactiepatronen
- Symmetrische interactie
Het gedrag van de een wordt gevolgd door eenzelfde soort gedrag van de
ander (concurrentie)
- Complementaire interactie
Het gedrag van de een roept tegengesteld gedrag van de ander op.
Interactiepatronen zijn moeilijk te doorbreken, bewustwording is belangrijk.
Genogram Systeempentagram
Alle dimensies zijn even belangrijk
, Rol van de pedagoog
- Boven de sociaal werker neemt tijdelijk de regie van de opvoeders over
- Naast de sociaal werker geeft de regie weer terug aan de opvoeders
- Buiten de sociaal werker verlaat het gezin.
Systeemtheorieën
- Algemene systeemtheorie
Von Bertalanffy (vanaf 1928)
- Structurele theorie
Minuchin (vanaf 1974)
- Strategische theorie (communicatietheorie)
(Haley, 1967) / Watzlawick (vanaf 1974)
- Contextuele (intergenerationele) theorie
(Ackerman, 1966) / Boszormenyi-Nagy (vanaf 1983)
Algemene systeemtheorie
- Verschillende delen beïnvloeden elkaar circulair
- Wisselwerking met de omgeving
- Gedrag heeft functie, een doel
- Eenheid bestuurt zichzelf
Circulair proces met wederzijdse beïnvloeding
Input throughput output
- Beïnvloeding over en weer
- Vanuit de algemene systeemtheorie maakt men ook onderscheid in subsystemen
(maar dat geldt ook voor de andere theorieën)
Binnen een gezin kan dat op meerdere manieren:
1. Ouders/opvoeders kinderen
2. Naar geslacht
3. Partnersubsystemen
Kernbegrippen algemene systeemtheorie
Open en gesloten systeem
- Open systeem staat in continue verbinden met de omgeving
- Gesloten systeem geen uitwisseling met de omgeving (in de praktijk komt dit
zelfden voor, denk aan gezin Ruinerwold)
Equipotentialiteit en equifinaliteit
- Equipotentialiteit een bepaalde beginsituatie kan leiden tot verschillende
eindtoestanden.
- Bijvoorbeeld: kater, te weinig drinken, stress hoofdpijn
- Equifinaliteit een symptoom kan het gevolg zijn van verschillende
begintoestanden
- Bijvoorbeeld: moeder vond prestatie altijd belangrijk kan zorgen voor later goede
prestatie maar kan ook zorgen voor slechte prestaties