Lesdoelen PSYCHOLOGIE
Hoorcollege 1
De student kent het onderscheid tussen sensatie en perceptie.
Sensatie = Zintuigen, stimulatie van zintuigen door prikkels uit de omgeving
Perceptie = (interpretatie van die prikkels door je hersenen) Hersenen gaan de informatie
die ze binnen krijgen verwerken en er een betekenis aan geven
- Je interpretatie van de informatie die binnenkomt in je hersenen is jouw realiteit
- Deze komt meestal overeen met de prikkels die middels je zintuigen zijn
binnengekomen
- Je hersenen maken automatisch een logisch geheel van je waarnemingen
Perceptie geeft betekenis aan sensatie
Doel van perceptie: grip op de wereld overleven
Bijeffect: illusies, vertekeningen van de werkelijkheid
Sensomotorische adaptie: aanpassing bij langdurige prikkeling: je gaat steeds minder voelen
(zintuigen passen zich aan aan de stimuli) (voorbeeld IceMan)
Je bent gevoeliger voor verandering dan voor constante stimuli
Drempels:
- Absolute drempel: Hoeveelheid stimulatie die nodig is voordat de stimulus wordt
opgemerkt.
- Relatieve drempel: verschildrempel: de kleinst mogelijke verandering waarbij het
verschil tussen twee stimuli nog de helft van het aantal pogingen wordt opgemerkt.
(Voorbeeld: iPhone 4 en iPhone 5, zie je de kleinst mogelijke verandering?
Signaaldetectietheorie:
De perceptie is niet alleen afhankelijk van de stimulus, maar ook van de omgeving (ruis) en
de persoon die waarneemt (aandacht).
Signaaldetectie je hebt vier kansen om bepaald gedrag te bekijken. Theorie die je helpt
om gedrag te verklaren dat je aan het observeren bent.
Hit: Je bent beneden bezig en hoort boven de baby
huilen. De baby huilt inderdaad en je neemt de baby
uit het bedje want ze heeft genoeg geslapen.
False alarm: je denkt dat je de baby hoort huilen en
gaat naar boven. Als je boven komt, slaapt de baby
gewoon dus het is vals alarm.
Miss: je zit beneden en de baby huilt maar je hoor
het niet. Signaal is er maar je hebt het niet gehoord)
Correct rejection: de baby huilt niet dus je gaat ook
niet naar boven.
Signal present/absent = signaal aanwezig of afwezig.
Response yes/no = reactie is er wel of niet.
, De student kent het verschil tussen bottom-up en top-downprocessen in perceptie.
Perceptuele verwerking
Top down perceptie:
- De waarneming wordt vanuit de hersenen gestuurd
- Het is een conceptueel gestuurde verwerking
- Vanuit je interpretatie/ verwachting/ visie zoek je naar bepaalde informatie
- Je neemt van daaruit selectief waar
- Vanuit je hersenen naar die zintuigen
Bottom-up perceptie:
- De waarneming wordt door de zintuigen gestuurd
- Het is een stimulus gestuurde verwerking
- Je voelt, hoort, ziet, ruikt, proeft iets en daar gaat je aandacht naar toe
- Vanuit zintuigen naar de hersenen
De student kan het concept aandacht koppelen aan de concepten bottom-up en top-down
en perceptuele blindheid en veranderingsblindheid.
Het geheugen is het meest nauwkeurig
- Als we aandacht schenken aan de informatie, dit wordt gestuurd vanuit je
bewustzijn. Je richt je op hetgeen wat je op dat moment wil verwerken. Dus focus
hebben.
- Je moet het kunnen en willen onthouden
- Als de informatie onze interesse heeft
- Als de informatie ons emotioneel raakt
- Als de informatie aansluit bij eerdere ervaringen
- Als we de informatie repeteren/herhalen
Subdoel onderzoek: De student kent de beperkingen van observeren als
onderzoeksmethode.
Veranderingsblindheid de dingen die buiten ‘het onderwerp’ om gebeuren, ben je blind
voor. Je bent dus blind voor veranderingen. (Filmpje ruimte verandering, klok weg, tapijt
weg)
Perceptuele blindheid je gaat je richten op iets en iets gebeurd voor jou maar dat valt je
ook niet op. (Filmpje met de moonwalking beer met basketballers)
Hoorcollege 2
De student weet hoe het geheugen werkt
3 functies van het geheugen
Coderen opslaan terughalen
- Coderen het selecteren, identificeren en labelen van een stimulus. Er wordt een
selectie gemaakt van prikkels die op je afkomen. Vervolgens wordt dit
geïdentificeerd, daarna wordt de prikkel gelabeld.
- Opslaan het gedurende langere tijd bewaren van gecodeerd materiaal. Geheugen
wordt gecategoriseerd en te organiseren.
Hoorcollege 1
De student kent het onderscheid tussen sensatie en perceptie.
Sensatie = Zintuigen, stimulatie van zintuigen door prikkels uit de omgeving
Perceptie = (interpretatie van die prikkels door je hersenen) Hersenen gaan de informatie
die ze binnen krijgen verwerken en er een betekenis aan geven
- Je interpretatie van de informatie die binnenkomt in je hersenen is jouw realiteit
- Deze komt meestal overeen met de prikkels die middels je zintuigen zijn
binnengekomen
- Je hersenen maken automatisch een logisch geheel van je waarnemingen
Perceptie geeft betekenis aan sensatie
Doel van perceptie: grip op de wereld overleven
Bijeffect: illusies, vertekeningen van de werkelijkheid
Sensomotorische adaptie: aanpassing bij langdurige prikkeling: je gaat steeds minder voelen
(zintuigen passen zich aan aan de stimuli) (voorbeeld IceMan)
Je bent gevoeliger voor verandering dan voor constante stimuli
Drempels:
- Absolute drempel: Hoeveelheid stimulatie die nodig is voordat de stimulus wordt
opgemerkt.
- Relatieve drempel: verschildrempel: de kleinst mogelijke verandering waarbij het
verschil tussen twee stimuli nog de helft van het aantal pogingen wordt opgemerkt.
(Voorbeeld: iPhone 4 en iPhone 5, zie je de kleinst mogelijke verandering?
Signaaldetectietheorie:
De perceptie is niet alleen afhankelijk van de stimulus, maar ook van de omgeving (ruis) en
de persoon die waarneemt (aandacht).
Signaaldetectie je hebt vier kansen om bepaald gedrag te bekijken. Theorie die je helpt
om gedrag te verklaren dat je aan het observeren bent.
Hit: Je bent beneden bezig en hoort boven de baby
huilen. De baby huilt inderdaad en je neemt de baby
uit het bedje want ze heeft genoeg geslapen.
False alarm: je denkt dat je de baby hoort huilen en
gaat naar boven. Als je boven komt, slaapt de baby
gewoon dus het is vals alarm.
Miss: je zit beneden en de baby huilt maar je hoor
het niet. Signaal is er maar je hebt het niet gehoord)
Correct rejection: de baby huilt niet dus je gaat ook
niet naar boven.
Signal present/absent = signaal aanwezig of afwezig.
Response yes/no = reactie is er wel of niet.
, De student kent het verschil tussen bottom-up en top-downprocessen in perceptie.
Perceptuele verwerking
Top down perceptie:
- De waarneming wordt vanuit de hersenen gestuurd
- Het is een conceptueel gestuurde verwerking
- Vanuit je interpretatie/ verwachting/ visie zoek je naar bepaalde informatie
- Je neemt van daaruit selectief waar
- Vanuit je hersenen naar die zintuigen
Bottom-up perceptie:
- De waarneming wordt door de zintuigen gestuurd
- Het is een stimulus gestuurde verwerking
- Je voelt, hoort, ziet, ruikt, proeft iets en daar gaat je aandacht naar toe
- Vanuit zintuigen naar de hersenen
De student kan het concept aandacht koppelen aan de concepten bottom-up en top-down
en perceptuele blindheid en veranderingsblindheid.
Het geheugen is het meest nauwkeurig
- Als we aandacht schenken aan de informatie, dit wordt gestuurd vanuit je
bewustzijn. Je richt je op hetgeen wat je op dat moment wil verwerken. Dus focus
hebben.
- Je moet het kunnen en willen onthouden
- Als de informatie onze interesse heeft
- Als de informatie ons emotioneel raakt
- Als de informatie aansluit bij eerdere ervaringen
- Als we de informatie repeteren/herhalen
Subdoel onderzoek: De student kent de beperkingen van observeren als
onderzoeksmethode.
Veranderingsblindheid de dingen die buiten ‘het onderwerp’ om gebeuren, ben je blind
voor. Je bent dus blind voor veranderingen. (Filmpje ruimte verandering, klok weg, tapijt
weg)
Perceptuele blindheid je gaat je richten op iets en iets gebeurd voor jou maar dat valt je
ook niet op. (Filmpje met de moonwalking beer met basketballers)
Hoorcollege 2
De student weet hoe het geheugen werkt
3 functies van het geheugen
Coderen opslaan terughalen
- Coderen het selecteren, identificeren en labelen van een stimulus. Er wordt een
selectie gemaakt van prikkels die op je afkomen. Vervolgens wordt dit
geïdentificeerd, daarna wordt de prikkel gelabeld.
- Opslaan het gedurende langere tijd bewaren van gecodeerd materiaal. Geheugen
wordt gecategoriseerd en te organiseren.