medisch
risicofactoren HVZ
Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak (WHO 2015). In 2012
was wereldwijd ongeveer een derde van alle sterfgevallen te wijten aan HVZ (WHO 2015). HVZ
worden vaak veroorzaakt door atherosclerose. Het proces van atherosclerose begint al op jonge
leeftijd (NHLBI 2011).
Wat zijn hart- en vaatziekten?
Ziekten van het hart en de bloedvaten noemen we hart- en vaatziekten. De bekendste zijn:
● een hartinfarct
● hartkramp (pijn op de borst bij inspanning of emoties)
● een beroerte
● etalagebenen (pijn in de kuiten bij lopen)
De oorzaak van hart- en vaatziekten is een vernauwing van de bloedvaten (aderverkalking). Door zo'n
vernauwing krijgt bijvoorbeeld het hart niet genoeg bloed. Dan ontstaat een hartinfarct. Of de
hersenen krijgen niet genoeg bloed. Zo ontstaat een beroerte.
Iedereen kan hart- en vaatziekten krijgen. Maar sommige mensen hebben een hoger risico. Dit komt
doordat zij bepaalde ziekten of kenmerken hebben die het risico kunnen verhogen, bijvoorbeeld:
● roken
● hoge bloeddruk
● hoog cholesterol
● diabetes
● nierschade (uw nieren werken minder goed)
● reuma
● hart- en vaatziekten in uw familie
● te weinig bewegen
● drugs gebruiken, met name cocaïne
● te veel alcohol drinken
● ongezonde voeding
● overgewicht
● stress of somberheid
● uw leeftijd: mannen hebben boven de 40 jaar een hoger risico. Vrouwen boven de 50 jaar.
Ook vrouwen in de overgang die tussen de 40 en 50 jaar zijn hebben een hoger risico.
● uw geslacht: mannen hebben een hoger risico dan vrouwen
● een Turkse, Afrikaanse (Sub-Sahara), Hindoestaanse, Aziatisch-Surinaamse of Caribische
achtergrond.
,CVRM
Cardiovasculair risicomanagement (CVRM)
Schat het risico op hart- en vaatziekten bij personen met vermoedelijk een verhoogd risico,
bijvoorbeeld bij:
● een belaste familieanamnese voor premature hart- en vaatziekten, vermoeden van erfelijke
dyslipidemie;
● de aanwezigheid van risicofactoren, zoals roken, obesitas, verhoogde bloeddruk of
cholesterol;
● risicoverhogende comorbiditeit.
Het risico op hart- en vaatziekten wordt geschat door het meten van een combinatie van de
belangrijkste risicofactoren voor artherosclerose (het onderliggende lijden bij hart- en vaatziekten).
Het hele concept van interventies om preventie van hart- en vaatziekten te bevorderen is gebaseerd
op het uitgangspunt dat de absolute afname van het risico op hart- en vaatziekten door deze
,interventies is gerelateerd aan het uitgangsrisico. In het algemeen geldt: hoe hoger het
uitgangsrisico, hoe groter het effect van interventies.
Opstellen van een cardiovasculair risicoprofiel
Het cardiovasculair risicoprofiel is een overzicht van de volgende factoren die worden vastgesteld
door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek:
● anamnese: leeftijd; geslacht; roken (in pakjaren); familieanamnese met hart- en vaatziekten;
voeding; psychosociale risicofactoren; alcoholgebruik (in eenheden/dag); lichamelijke
activiteit;
● lichamelijk onderzoek: systolische bloeddruk; body-mass index (BMI) (eventueel aangevuld
met middelomtrek);
● laboratoriumonderzoek: lipidenspectrum (totaalcholesterol (TC), HDL-C, TC-HDL-ratio, LDL-C,
triglyceriden); glucosegehalte; serumcreatininegehalte met (via de CKD-EPI-formule)
geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR); albumine-creatinine ratio in urine.
Zeer hoge plasmaconcentraties LDL-C (>95ste percentiel in geslacht/leeftijdscategorie) in combinatie
met een familiaire voorgeschiedenis van vroegtijdige hart- en vaatziekten en/of verhoogd
cholesterol, en/of klinische kenmerken (peesxanthomen of arcus lipoides bij een leeftijd jonger dan
40 jaar) kunnen verder genetische evaluatie naar Familiaire Hypercholesterolemie rechtvaardigen
Risicocategorieën
Voor veel patiënten is een risicocategorie aan te wijzen zonder dat hun risico kwantitatief geschat
hoeft te worden met een risicoscore. Denk aan patiënten met bestaande hart- en vaatziekten,
diabetes mellitus en daarmee gepaard gaande orgaanschade, ernstige chronische nierschade en
extreem verhoogde risicofactoren. Deze categorieën staan toegelicht in tabel 1.
, De interventies die in algemene zin bij de verschillende risicocategorieën worden aanbevolen kunnen
als volgt worden samengevat:
● zeer hoog risico: leefstijladvies aangewezen, medicamenteuze therapie meestal aangewezen;
● hoog risico: leefstijladvies aangewezen, overweeg medicamenteuze therapie. De beslissing
om medicamenteus te behandelen hangt onder andere af van:
○ het risico op ziekte als gevolg van hart- en vaatziekten, dat fors kan variëren bij
vergelijkbare sterfterisico’s (zie SCORE-risicotabel);
○ de mate waarin effect van leefstijlveranderingen te verwachten is.
● laag tot matig verhoogd risico: leefstijladvies aanbevolen, medicamenteuze behandeling is in
deze risicocategorie zelden aangewezen.
leefstijladviezen HVZ
● Stop met roken.
● Eet gezond.
● Beweeg minimaal 2,5 uur per week actief.
● Zet bij stress op een rij wat u spanning geeft en wat u juist energie geeft.
● Drink geen alcohol. Of liefst zo min mogelijk
● Vertel vrienden, collega’s en familie over uw gezonde leefstijl. Vraag om hulp.
● Maak een ‘volhoudplan’ en bespreek dit met uw huisarts
Met gezonder leven verlaagt u uw risico op hart- en vaatziekten.
Gezonder leven kan voor u betekenen dat u bepaalde gewoontes gaat veranderen.
risicofactoren HVZ
Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak (WHO 2015). In 2012
was wereldwijd ongeveer een derde van alle sterfgevallen te wijten aan HVZ (WHO 2015). HVZ
worden vaak veroorzaakt door atherosclerose. Het proces van atherosclerose begint al op jonge
leeftijd (NHLBI 2011).
Wat zijn hart- en vaatziekten?
Ziekten van het hart en de bloedvaten noemen we hart- en vaatziekten. De bekendste zijn:
● een hartinfarct
● hartkramp (pijn op de borst bij inspanning of emoties)
● een beroerte
● etalagebenen (pijn in de kuiten bij lopen)
De oorzaak van hart- en vaatziekten is een vernauwing van de bloedvaten (aderverkalking). Door zo'n
vernauwing krijgt bijvoorbeeld het hart niet genoeg bloed. Dan ontstaat een hartinfarct. Of de
hersenen krijgen niet genoeg bloed. Zo ontstaat een beroerte.
Iedereen kan hart- en vaatziekten krijgen. Maar sommige mensen hebben een hoger risico. Dit komt
doordat zij bepaalde ziekten of kenmerken hebben die het risico kunnen verhogen, bijvoorbeeld:
● roken
● hoge bloeddruk
● hoog cholesterol
● diabetes
● nierschade (uw nieren werken minder goed)
● reuma
● hart- en vaatziekten in uw familie
● te weinig bewegen
● drugs gebruiken, met name cocaïne
● te veel alcohol drinken
● ongezonde voeding
● overgewicht
● stress of somberheid
● uw leeftijd: mannen hebben boven de 40 jaar een hoger risico. Vrouwen boven de 50 jaar.
Ook vrouwen in de overgang die tussen de 40 en 50 jaar zijn hebben een hoger risico.
● uw geslacht: mannen hebben een hoger risico dan vrouwen
● een Turkse, Afrikaanse (Sub-Sahara), Hindoestaanse, Aziatisch-Surinaamse of Caribische
achtergrond.
,CVRM
Cardiovasculair risicomanagement (CVRM)
Schat het risico op hart- en vaatziekten bij personen met vermoedelijk een verhoogd risico,
bijvoorbeeld bij:
● een belaste familieanamnese voor premature hart- en vaatziekten, vermoeden van erfelijke
dyslipidemie;
● de aanwezigheid van risicofactoren, zoals roken, obesitas, verhoogde bloeddruk of
cholesterol;
● risicoverhogende comorbiditeit.
Het risico op hart- en vaatziekten wordt geschat door het meten van een combinatie van de
belangrijkste risicofactoren voor artherosclerose (het onderliggende lijden bij hart- en vaatziekten).
Het hele concept van interventies om preventie van hart- en vaatziekten te bevorderen is gebaseerd
op het uitgangspunt dat de absolute afname van het risico op hart- en vaatziekten door deze
,interventies is gerelateerd aan het uitgangsrisico. In het algemeen geldt: hoe hoger het
uitgangsrisico, hoe groter het effect van interventies.
Opstellen van een cardiovasculair risicoprofiel
Het cardiovasculair risicoprofiel is een overzicht van de volgende factoren die worden vastgesteld
door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek:
● anamnese: leeftijd; geslacht; roken (in pakjaren); familieanamnese met hart- en vaatziekten;
voeding; psychosociale risicofactoren; alcoholgebruik (in eenheden/dag); lichamelijke
activiteit;
● lichamelijk onderzoek: systolische bloeddruk; body-mass index (BMI) (eventueel aangevuld
met middelomtrek);
● laboratoriumonderzoek: lipidenspectrum (totaalcholesterol (TC), HDL-C, TC-HDL-ratio, LDL-C,
triglyceriden); glucosegehalte; serumcreatininegehalte met (via de CKD-EPI-formule)
geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR); albumine-creatinine ratio in urine.
Zeer hoge plasmaconcentraties LDL-C (>95ste percentiel in geslacht/leeftijdscategorie) in combinatie
met een familiaire voorgeschiedenis van vroegtijdige hart- en vaatziekten en/of verhoogd
cholesterol, en/of klinische kenmerken (peesxanthomen of arcus lipoides bij een leeftijd jonger dan
40 jaar) kunnen verder genetische evaluatie naar Familiaire Hypercholesterolemie rechtvaardigen
Risicocategorieën
Voor veel patiënten is een risicocategorie aan te wijzen zonder dat hun risico kwantitatief geschat
hoeft te worden met een risicoscore. Denk aan patiënten met bestaande hart- en vaatziekten,
diabetes mellitus en daarmee gepaard gaande orgaanschade, ernstige chronische nierschade en
extreem verhoogde risicofactoren. Deze categorieën staan toegelicht in tabel 1.
, De interventies die in algemene zin bij de verschillende risicocategorieën worden aanbevolen kunnen
als volgt worden samengevat:
● zeer hoog risico: leefstijladvies aangewezen, medicamenteuze therapie meestal aangewezen;
● hoog risico: leefstijladvies aangewezen, overweeg medicamenteuze therapie. De beslissing
om medicamenteus te behandelen hangt onder andere af van:
○ het risico op ziekte als gevolg van hart- en vaatziekten, dat fors kan variëren bij
vergelijkbare sterfterisico’s (zie SCORE-risicotabel);
○ de mate waarin effect van leefstijlveranderingen te verwachten is.
● laag tot matig verhoogd risico: leefstijladvies aanbevolen, medicamenteuze behandeling is in
deze risicocategorie zelden aangewezen.
leefstijladviezen HVZ
● Stop met roken.
● Eet gezond.
● Beweeg minimaal 2,5 uur per week actief.
● Zet bij stress op een rij wat u spanning geeft en wat u juist energie geeft.
● Drink geen alcohol. Of liefst zo min mogelijk
● Vertel vrienden, collega’s en familie over uw gezonde leefstijl. Vraag om hulp.
● Maak een ‘volhoudplan’ en bespreek dit met uw huisarts
Met gezonder leven verlaagt u uw risico op hart- en vaatziekten.
Gezonder leven kan voor u betekenen dat u bepaalde gewoontes gaat veranderen.