Casus onderwijsgroep week 4.2
Centrale vraag :
In hoeverre kan dit handhavingsverzoek worden toegekend?
Leerdoelen :
1. Wat zijn belanghebbenden?
Bestuursorganen moeten bij het uitoefenen van bestuursbevoegdheden de algemene
belangen afwegen tegen de individuele belangen van burgers. Het bestuursorgaan besluit
eenzijdig, maar moet daarbij wel rekening houden met de abbb. Voor de belangenafweging
is het nodig dat een bestuursorgaan zorgvuldig nagaat met wie het te maken heeft en welke
belangen daarbij een rol spelen. Het bepalen van de belanghebbenden is van belang in de
fase van voorbereiding en uitvoering van besluiten en in de fase van rechtsbescherming. Een
belanghebbende is degene wiens belang (personen, rechtspersonen en bestuursorganen)
rechtstreeks bij een besluit is betrokken (art. 1:2 lid 1 Awb).
In de jurisprudentie is er criteria (OPERA-criteria) vastgelegd waarmee kan worden bepaald
of een burger, rechtspersoon of bestuursorgaan belanghebbende is :
1) Het belang moet objectief (feitelijk) bepaalbaar zijn.
2) Het belang moet persoonlijk zijn.
3) Het belang moet een eigen belang zijn (art. 1:2 lid 2 jo. lid 3 Awb).
4) Het belang moet rechtstreeks zijn.
5) Het belang moet actueel zijn.
In de jurisprudentie is er criteria vastgelegd waarmee kan worden bepaald of iemand een
belanghebbende is bij een bepaald besluit :
1) Zichtcriterium (heeft de persoon vanuit zijn woning zicht op het project waarop het
besluit zich richt)
2) Nabijheidscriterium (hoe groot is de afstand tot het project in verband met het ervaren
van mogelijke overlast of juist van het gemis van het project)
2. Wat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb)?
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) zijn fatsoensnormen die
bestuursorganen in acht moeten nemen bij het bestuurlijk handelen (of nalaten). De
algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op de totstandkoming en
uitvoering van besluiten en sommige ook op andere handelingen van een bestuursorgaan.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn in jurisprudentie vastgelegd en de
meeste algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn als rechtsregel opgenomen in de
Awb (geschreven abbb). Een aantal algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet als
rechtsregel opgenomen in de Awb, want deze abbb ontwikkelen zich met de tijd mee en de
rechter blijft daarin een rol spelen (ongeschreven abbb).
1) Formele beginselen van behoorlijk bestuur (de normen die betrekking hebben op de
manier waarop besluiten tot stand komen en uitgevoerd worden)
a. Zorgvuldigheidsbeginsel
Het nemen van een besluit vergt een zorgvuldige voorbereiding. Bij de voorbereiding
van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante
feiten en de af te wegen belangen (art. 3:2 Awb)
b. Formeel motiveringsbeginsel
Een bestuursorgaan moet ervoor zorgen dat een besluit is voorzien van een kenbare
motivering, zodat iedereen kan zien wat het bestuursorgaan heeft overwogen om dit
besluit te nemen. De motivering moet worden vermeld bij de bekendmaking van het
, besluit (art. 3:47 lid 1 Awb). De vermelding van de motivering kan achterwege blijven
indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat
(art. 3:48 lid 1 Awb). Het bestuursorgaan kan voor de motivering verwijzen naar een
advies (art. 3:49 Awb). Het bestuursorgaan moet de afwijking motiveren indien het
wil afwijken van het advies (art. 3:50 Awb).
c. Beginsel van fair play
Een bestuursorgaan is verplicht om eerlijk spel (fair play) te spelen. Het
bestuursorgaan moet open en onbevooroordeeld tegenover burgers staat. Het
bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid (art. 2:4 lid 1 Awb).
d. Formeel rechtszekerheidsbeginsel
Burgers moeten kunnen vertrouwen op het recht. Burgers moeten weten waar zij
aan toe zijn met de overheid. Bestuursbesluiten moeten daarom duidelijk zijn en
vanzelfsprekend behoorlijk bekendgemaakt zijn. Een besluit treedt niet in werking
voordat het is bekendgemaakt (art. 3:40 Awb).
2) Materiële beginselen van behoorlijk bestuur (de normen die de inhoud van besluiten
betreffen)
a. Verbod van detournement de pouvoir (verbod van machtsmisbruik)
Een bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet
voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend (art. 3:3 Awb).
b. Verbod van willekeur (redelijkheidsbeginsel/evenredigheidsbeginsel)
Een bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af,
voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen
bevoegdheid een beperking voortvloeit (art. 3:4 lid 1 Awb).
1. Redelijkheidsbeginsel
Een bestuursorgaan dient op een zorgvuldige manier met de belangen om te
gaan en redelijk te handelen.
2. Evenredigheidsbeginsel
Een bestuursorgaan moet naar evenredigheid besluiten. De voor een of meer
belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig
zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3:4 lid 2 Awb).
c. Gelijkheidsbeginsel
Een bestuursorgaan moet gelijke gevallen gelijk behandelen. Gelijke gevallen dienen
gelijk behandeld te worden (art. 1 GW).
d. Vertrouwensbeginsel (materieel rechtszekerheidsbeginsel)
Burgers moeten kunnen vertrouwen op het recht bij de toepassing van het recht
door het betrokken bestuursorgaan. Burgers moeten zeker kunnen zijn van de
inhoud van hun rechten en plichten. Het bestuursorgaan moet de inhoud van
besluiten bekendmaken en terechte verwachtingen waarmaken.
e. Materieel motiveringsbeginsel
Het bestuursorgaan moet aanduiden waarom het besluit zo moet zijn als het
eruitziet. Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering (art. 3:46
Awb).
3. Wat is een beschikking?
Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 1 Awb). Een besluit kan een besluit van
algemene strekking (bas) of een besluit van niet algemene strekking (beschikking) zijn. Een
beschikking is een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing
van een aanvraag daarvan (art. 1:3 lid 2 Awb). Een beschikking kan betrekking hebben op een
bepaalde persoon of groep personen of op een concreet aangeduide zaak. Met een
beschikking worden voor het concrete geval rechten verleend of plichten opgelegd of
gewijzigd.
Centrale vraag :
In hoeverre kan dit handhavingsverzoek worden toegekend?
Leerdoelen :
1. Wat zijn belanghebbenden?
Bestuursorganen moeten bij het uitoefenen van bestuursbevoegdheden de algemene
belangen afwegen tegen de individuele belangen van burgers. Het bestuursorgaan besluit
eenzijdig, maar moet daarbij wel rekening houden met de abbb. Voor de belangenafweging
is het nodig dat een bestuursorgaan zorgvuldig nagaat met wie het te maken heeft en welke
belangen daarbij een rol spelen. Het bepalen van de belanghebbenden is van belang in de
fase van voorbereiding en uitvoering van besluiten en in de fase van rechtsbescherming. Een
belanghebbende is degene wiens belang (personen, rechtspersonen en bestuursorganen)
rechtstreeks bij een besluit is betrokken (art. 1:2 lid 1 Awb).
In de jurisprudentie is er criteria (OPERA-criteria) vastgelegd waarmee kan worden bepaald
of een burger, rechtspersoon of bestuursorgaan belanghebbende is :
1) Het belang moet objectief (feitelijk) bepaalbaar zijn.
2) Het belang moet persoonlijk zijn.
3) Het belang moet een eigen belang zijn (art. 1:2 lid 2 jo. lid 3 Awb).
4) Het belang moet rechtstreeks zijn.
5) Het belang moet actueel zijn.
In de jurisprudentie is er criteria vastgelegd waarmee kan worden bepaald of iemand een
belanghebbende is bij een bepaald besluit :
1) Zichtcriterium (heeft de persoon vanuit zijn woning zicht op het project waarop het
besluit zich richt)
2) Nabijheidscriterium (hoe groot is de afstand tot het project in verband met het ervaren
van mogelijke overlast of juist van het gemis van het project)
2. Wat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb)?
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) zijn fatsoensnormen die
bestuursorganen in acht moeten nemen bij het bestuurlijk handelen (of nalaten). De
algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op de totstandkoming en
uitvoering van besluiten en sommige ook op andere handelingen van een bestuursorgaan.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn in jurisprudentie vastgelegd en de
meeste algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn als rechtsregel opgenomen in de
Awb (geschreven abbb). Een aantal algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet als
rechtsregel opgenomen in de Awb, want deze abbb ontwikkelen zich met de tijd mee en de
rechter blijft daarin een rol spelen (ongeschreven abbb).
1) Formele beginselen van behoorlijk bestuur (de normen die betrekking hebben op de
manier waarop besluiten tot stand komen en uitgevoerd worden)
a. Zorgvuldigheidsbeginsel
Het nemen van een besluit vergt een zorgvuldige voorbereiding. Bij de voorbereiding
van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante
feiten en de af te wegen belangen (art. 3:2 Awb)
b. Formeel motiveringsbeginsel
Een bestuursorgaan moet ervoor zorgen dat een besluit is voorzien van een kenbare
motivering, zodat iedereen kan zien wat het bestuursorgaan heeft overwogen om dit
besluit te nemen. De motivering moet worden vermeld bij de bekendmaking van het
, besluit (art. 3:47 lid 1 Awb). De vermelding van de motivering kan achterwege blijven
indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat
(art. 3:48 lid 1 Awb). Het bestuursorgaan kan voor de motivering verwijzen naar een
advies (art. 3:49 Awb). Het bestuursorgaan moet de afwijking motiveren indien het
wil afwijken van het advies (art. 3:50 Awb).
c. Beginsel van fair play
Een bestuursorgaan is verplicht om eerlijk spel (fair play) te spelen. Het
bestuursorgaan moet open en onbevooroordeeld tegenover burgers staat. Het
bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid (art. 2:4 lid 1 Awb).
d. Formeel rechtszekerheidsbeginsel
Burgers moeten kunnen vertrouwen op het recht. Burgers moeten weten waar zij
aan toe zijn met de overheid. Bestuursbesluiten moeten daarom duidelijk zijn en
vanzelfsprekend behoorlijk bekendgemaakt zijn. Een besluit treedt niet in werking
voordat het is bekendgemaakt (art. 3:40 Awb).
2) Materiële beginselen van behoorlijk bestuur (de normen die de inhoud van besluiten
betreffen)
a. Verbod van detournement de pouvoir (verbod van machtsmisbruik)
Een bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet
voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend (art. 3:3 Awb).
b. Verbod van willekeur (redelijkheidsbeginsel/evenredigheidsbeginsel)
Een bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af,
voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen
bevoegdheid een beperking voortvloeit (art. 3:4 lid 1 Awb).
1. Redelijkheidsbeginsel
Een bestuursorgaan dient op een zorgvuldige manier met de belangen om te
gaan en redelijk te handelen.
2. Evenredigheidsbeginsel
Een bestuursorgaan moet naar evenredigheid besluiten. De voor een of meer
belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig
zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3:4 lid 2 Awb).
c. Gelijkheidsbeginsel
Een bestuursorgaan moet gelijke gevallen gelijk behandelen. Gelijke gevallen dienen
gelijk behandeld te worden (art. 1 GW).
d. Vertrouwensbeginsel (materieel rechtszekerheidsbeginsel)
Burgers moeten kunnen vertrouwen op het recht bij de toepassing van het recht
door het betrokken bestuursorgaan. Burgers moeten zeker kunnen zijn van de
inhoud van hun rechten en plichten. Het bestuursorgaan moet de inhoud van
besluiten bekendmaken en terechte verwachtingen waarmaken.
e. Materieel motiveringsbeginsel
Het bestuursorgaan moet aanduiden waarom het besluit zo moet zijn als het
eruitziet. Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering (art. 3:46
Awb).
3. Wat is een beschikking?
Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 1 Awb). Een besluit kan een besluit van
algemene strekking (bas) of een besluit van niet algemene strekking (beschikking) zijn. Een
beschikking is een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing
van een aanvraag daarvan (art. 1:3 lid 2 Awb). Een beschikking kan betrekking hebben op een
bepaalde persoon of groep personen of op een concreet aangeduide zaak. Met een
beschikking worden voor het concrete geval rechten verleend of plichten opgelegd of
gewijzigd.