Casus onderwijsgroep week 4.6
Centrale vraag :
Wanneer is de Staat aansprakelijk voor onrechtmatige en rechtmatige handelen?
Leerdoelen :
1. Wat is de gemene rechtsleer?
De gemene rechtsleer houdt in dat het aanvankelijk de algemene opvatting was dat het
privaatrecht geldt als het algemene recht. Het bestuursrecht werd als bijzonder aangemerkt,
omdat het speciaal geschreven was voor het verrichten van wettelijke taken door de
overheid.
2. Wat is de gemengde rechtsleer?
De gemengde rechtsleer houdt in dat het privaatrecht en publiekrecht gelijkwaardige
rechtsgebieden zijn die elkaar aanvullen. De tweewegenleer is een aanvulling op de
gemengde rechtsleer. Het openbaar bestuur heeft voor de uitoefening van zijn bestuurlijke
taken de keuze tussen het publiekrecht en het privaatrecht, tenzij de wet de
publiekrechtelijke weg voorschrijft (Eindhoven/Staals arrest en IKON-arrest). Het
doorkruisingsverbod (Windmill-doctrine) is een aanvulling op de tweewegenleer. Het
bestuursorgaan moet kiezen voor de publiekrechtelijke weg wanneer het gebruik van de
privaatrechtelijke bevoegdheden de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze
doorkruist. Hierbij moet worden gelet op de inhoud en strekking van de regeling, de manier
waarop en de mate waarin de belangen van burgers zijn beschermd en de maatschappelijke
gevolgen van de doorkruising.
De volgende vragen moeten worden afgegaan:
1) Is met de publiekrechtelijke weg een vergelijkbaar resultaat te bereiken?
2) Is deze weg niet voorgeschreven? Of is de privaatrechtelijke weg niet uitgesloten?
3) Doorkruist het gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden de publiekrechtelijke
regeling met al haar bestuursrechtelijke waarborgen niet?
3. Wat is het klachtrecht?
Het klachtrecht is het recht om kosteloos een klacht in te dienen over een gedraging van een
bestuursorgaan of een persoon die daarvoor werkzaam is.
1) Intern klachtrecht
De burger heeft het recht om een klacht in te dienen bij een bestuursorgaan over de
wijze waarop het bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of
een ander heeft gedragen (art. 9:1 lid 1 Awb). Een gedraging van een persoon die
werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan wordt aangemerkt
als een gedraging van het bestuursorgaan (art. 9:1 lid 2 Awb). Een klacht kan worden
ingediend tot een jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden (art. 9:8 lid 1 sub b
Awb). De klacht wordt behandeld door een persoon die niet betrokken is geweest bij de
gedraging waarop de klacht betrekking heeft (art. 9:7 lid 1 Awb), tenzij de klacht
betrekking heeft op een gedraging van het bestuursorgaan zelf, een voorzitter of een lid
ervan (art. 9:7 lid 2 Awb). Het bestuursorgaan beoordeelt of de gedraging tegenover de
burger al dan niet behoorlijk is geweest (art. 9:2 Awb). Het bestuursorgaan handelt de
klacht af binnen zes weken (of binnen tien weken indien een klachtenadviescommissie is
ingesteld) na ontvangst van het klaagschrift (art. 9:11 lid 1 Awb). Het oordeel van het
bestuursorgaan is geen besluit, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden
ingesteld (art. 9:3 Awb).
2) Extern klachtrecht
Centrale vraag :
Wanneer is de Staat aansprakelijk voor onrechtmatige en rechtmatige handelen?
Leerdoelen :
1. Wat is de gemene rechtsleer?
De gemene rechtsleer houdt in dat het aanvankelijk de algemene opvatting was dat het
privaatrecht geldt als het algemene recht. Het bestuursrecht werd als bijzonder aangemerkt,
omdat het speciaal geschreven was voor het verrichten van wettelijke taken door de
overheid.
2. Wat is de gemengde rechtsleer?
De gemengde rechtsleer houdt in dat het privaatrecht en publiekrecht gelijkwaardige
rechtsgebieden zijn die elkaar aanvullen. De tweewegenleer is een aanvulling op de
gemengde rechtsleer. Het openbaar bestuur heeft voor de uitoefening van zijn bestuurlijke
taken de keuze tussen het publiekrecht en het privaatrecht, tenzij de wet de
publiekrechtelijke weg voorschrijft (Eindhoven/Staals arrest en IKON-arrest). Het
doorkruisingsverbod (Windmill-doctrine) is een aanvulling op de tweewegenleer. Het
bestuursorgaan moet kiezen voor de publiekrechtelijke weg wanneer het gebruik van de
privaatrechtelijke bevoegdheden de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze
doorkruist. Hierbij moet worden gelet op de inhoud en strekking van de regeling, de manier
waarop en de mate waarin de belangen van burgers zijn beschermd en de maatschappelijke
gevolgen van de doorkruising.
De volgende vragen moeten worden afgegaan:
1) Is met de publiekrechtelijke weg een vergelijkbaar resultaat te bereiken?
2) Is deze weg niet voorgeschreven? Of is de privaatrechtelijke weg niet uitgesloten?
3) Doorkruist het gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden de publiekrechtelijke
regeling met al haar bestuursrechtelijke waarborgen niet?
3. Wat is het klachtrecht?
Het klachtrecht is het recht om kosteloos een klacht in te dienen over een gedraging van een
bestuursorgaan of een persoon die daarvoor werkzaam is.
1) Intern klachtrecht
De burger heeft het recht om een klacht in te dienen bij een bestuursorgaan over de
wijze waarop het bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of
een ander heeft gedragen (art. 9:1 lid 1 Awb). Een gedraging van een persoon die
werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan wordt aangemerkt
als een gedraging van het bestuursorgaan (art. 9:1 lid 2 Awb). Een klacht kan worden
ingediend tot een jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden (art. 9:8 lid 1 sub b
Awb). De klacht wordt behandeld door een persoon die niet betrokken is geweest bij de
gedraging waarop de klacht betrekking heeft (art. 9:7 lid 1 Awb), tenzij de klacht
betrekking heeft op een gedraging van het bestuursorgaan zelf, een voorzitter of een lid
ervan (art. 9:7 lid 2 Awb). Het bestuursorgaan beoordeelt of de gedraging tegenover de
burger al dan niet behoorlijk is geweest (art. 9:2 Awb). Het bestuursorgaan handelt de
klacht af binnen zes weken (of binnen tien weken indien een klachtenadviescommissie is
ingesteld) na ontvangst van het klaagschrift (art. 9:11 lid 1 Awb). Het oordeel van het
bestuursorgaan is geen besluit, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden
ingesteld (art. 9:3 Awb).
2) Extern klachtrecht