Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering
Samenvatting hoofdstuk 4- Determinanten van gedrag
Paragraaf 4.1- Inleiding
Om te snappen hoe het gewenste gezondheidsgedrag wordt bevorderd is het van belang om goed te
begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen (inzicht in achtergronden en
determinanten van gedrag).
Doel gedragsdeterminantenanalyse ideeën te genereren over hoe gedragsverandering bereikt kan
worden.
Hiervoor is nodig:
- Inzicht krijgen in welke determinanten nu de belangrijkste determinanten zijn, en dus het
sterkst gerelateerd aan het gedrag (belangrijkheid)
- Inzicht in welke determinanten nu het gemakkelijkste veranderbaar zijn (veranderbaarheid)
De belangrijkste voorwaarde voor het goed kunnen bepalen van determinanten van gedrag is dat het
te onderzoeken gedrag goed en helder geïdentificeerd wordt. Dit is niet eenvoudig doordat:
- Het ‘gedrag’ dat men in de gedragsanalyse als een belangrijkste oorzaak van het probleem
heeft benoemd, vaak in feite uit meerdere gedragingen bestaat
- Het is de vraag of men met name moet zoeken naar de determinanten van het gewenste
gedrag (waarom roken mensen niet?), het ongewenste gedrag (waarom roken mensen?), of
naar de determinanten van gedragsverandering (waarom beginnen of stoppen mensen met
roken?)
- Het is een belangrijke vraag wiens gedrag beïnvloed moet worden.
- Het is van belang dat men zich afvraagt of mensen wel weten dat ze zich gezond of ongezond
gedragen
Paragraaf 4.2- Hoe ontstaat gedrag?
Volgens leertheorieën leren mensen gedrag aan wanneer een bepaalde stimulus een beloning wordt
gekoppeld.
Klassieke conditioneringstheorie de stelling dat gedrag is aangeleerd en ontstaat door de
koppeling van een ongeconditioneerde stimulus aan een
geconditioneerde stimulus.
Operante conditioneringstheorie Leren door straf en beloning
Sociaal-cognitieve theorie volgens deze theorie ontstaat gedrag niet alleen door
directe beloningsmechanismen, maar kan gedrag ook
ontstaan door indirecte beloningsmechanismen.
Automatisch gedrag is vaak een reactie op externe stimuli, mensen komen in een context of situatie
en reageren automatisch op die context, zonder daar bewust over na te denken (essentieel om te
overleven).
Eerder gedrag is vaak een belangrijke voorspeller van toekomstig gedrag. (Het doen van
borstzelfonderzoek is gerelateerd aan of mensen in het verleden ook regelmatig borstzelfonderzoek
deed).
Gezondheidsgedrag wordt ook voor een deel bepaald door biopsychologische factoren:
- Genetische aanleg
- Biologisch meer aanleg om overwicht te krijgen of om verslavingsgedrag te vertonen.
- Geslacht
- Persoonlijkheid
- Evolutionaire factoren
Samenvatting hoofdstuk 4- Determinanten van gedrag
Paragraaf 4.1- Inleiding
Om te snappen hoe het gewenste gezondheidsgedrag wordt bevorderd is het van belang om goed te
begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen (inzicht in achtergronden en
determinanten van gedrag).
Doel gedragsdeterminantenanalyse ideeën te genereren over hoe gedragsverandering bereikt kan
worden.
Hiervoor is nodig:
- Inzicht krijgen in welke determinanten nu de belangrijkste determinanten zijn, en dus het
sterkst gerelateerd aan het gedrag (belangrijkheid)
- Inzicht in welke determinanten nu het gemakkelijkste veranderbaar zijn (veranderbaarheid)
De belangrijkste voorwaarde voor het goed kunnen bepalen van determinanten van gedrag is dat het
te onderzoeken gedrag goed en helder geïdentificeerd wordt. Dit is niet eenvoudig doordat:
- Het ‘gedrag’ dat men in de gedragsanalyse als een belangrijkste oorzaak van het probleem
heeft benoemd, vaak in feite uit meerdere gedragingen bestaat
- Het is de vraag of men met name moet zoeken naar de determinanten van het gewenste
gedrag (waarom roken mensen niet?), het ongewenste gedrag (waarom roken mensen?), of
naar de determinanten van gedragsverandering (waarom beginnen of stoppen mensen met
roken?)
- Het is een belangrijke vraag wiens gedrag beïnvloed moet worden.
- Het is van belang dat men zich afvraagt of mensen wel weten dat ze zich gezond of ongezond
gedragen
Paragraaf 4.2- Hoe ontstaat gedrag?
Volgens leertheorieën leren mensen gedrag aan wanneer een bepaalde stimulus een beloning wordt
gekoppeld.
Klassieke conditioneringstheorie de stelling dat gedrag is aangeleerd en ontstaat door de
koppeling van een ongeconditioneerde stimulus aan een
geconditioneerde stimulus.
Operante conditioneringstheorie Leren door straf en beloning
Sociaal-cognitieve theorie volgens deze theorie ontstaat gedrag niet alleen door
directe beloningsmechanismen, maar kan gedrag ook
ontstaan door indirecte beloningsmechanismen.
Automatisch gedrag is vaak een reactie op externe stimuli, mensen komen in een context of situatie
en reageren automatisch op die context, zonder daar bewust over na te denken (essentieel om te
overleven).
Eerder gedrag is vaak een belangrijke voorspeller van toekomstig gedrag. (Het doen van
borstzelfonderzoek is gerelateerd aan of mensen in het verleden ook regelmatig borstzelfonderzoek
deed).
Gezondheidsgedrag wordt ook voor een deel bepaald door biopsychologische factoren:
- Genetische aanleg
- Biologisch meer aanleg om overwicht te krijgen of om verslavingsgedrag te vertonen.
- Geslacht
- Persoonlijkheid
- Evolutionaire factoren