Kennislijn psychopathologie
Les 1: Ontwikkelingspsychopathologie
Wat is ontwikkelingspsychopathologie?
- Wetenschap
- Ontwikkeling staat centraal
- Wederzijdse beïnvloeding
- Ontwikkelingsopgave en opvoedingstaak
Wanneer spreken we van een psychische stoornis?
- Abnormaal verschijnsel
- Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid
- Gedrag past binnen een psychopathologisch begrippenkader
Relatie gedrag-probleem-stoornis:
Waarneembaar gedrag – probleemgedrag (dimensionele classificatie) – stoornis
(DSM/ICD, categorale classificatie)
Classificatie:
- Wat is er aan de hand?
- Algemene kennis
- Beschrijvend
- Betreft groepen
- Gedragskenmerken
- Relatief snel te stellen
- Geeft enige richting aan de hulpverlening
Diagnostiek:
- Hoe is dat zo gekomen?
- Specifieke kennis
- Verklarend
- Betreft een individu
- Zijn meerdere niveaus van de persoon en context bij betrokken
- Tijdrovend proces
- Is voorwaardelijk voor goede hulpverlening
Epidemiologie is de wetenschappelijke studie van het voorkomen en de verspreiding
van ziekten onder de bevolking.
Co-morbiditeit is het tegelijkertijd voorkomen van stoornissen.
Prevalentie is het aantal mensen van een groep dat aan een stoornis lijdt.
Verschillende psychologische stromingen:
- Behaviorisme
- Cognitieve psychologie
- Bio-psychologie
- Systeemtheorie
,Les 2: KOPP/KOV
Risico en beschermende factoren:
- 3 niveaus (micro, meso, macro)
- Een beschermende factor is alleen actief in een situatie van risico.
- Van belang bij preventie om factoren in kaart te brengen.
- Synergie: invloed van samen (samenwerking) is groter dan alles op zichzelf.
- Voor individu is optelsom bepalender dan de precieze aard factoren
- Kunnen per stoornis verschillen
Risicofactoren:
Niveau van het kind: (micro)
- Biologische factoren
- Gedragskenmerken
- Ingrijpende gebeurtenissen
Niveau van ouders en gezin: (meso)
- Structurele kenmerken: ouders met psychiatrische problemen
- Proceskenmerken: opvoedstijl, gezinsklimaat.
Niveau van omgeving: (macro)
- Netwerk
- Slechte buurt
- Armoede
- School
Beschermende factoren:
Niveau van het kind: (micro)
- Intelligentie
- Veerkracht
Niveau van ouders en gezin: (meso)
- Aanwezigheid van tenminste een volwassene die bescherming biedt.
Niveau van omgeving: (macro)
- Sociaal netwerk, goed contact met school
Vuistregels:
Ernst van probleemgedrag of psychische stoornis
- Aantal (hoe meer risicofactoren hoe groter de kans op ontwikkeling
psychopathologie)
- Verhouding (tussen risico en beschermende factoren)
- Dosis-responsrelatie: hoe omvangrijker de factor en hoe langer het duurt, des
te groter het effect.
,Invloed van factor:
- Leeftijd
- Omvang en tijdsduur
- Sensitieve periode (corona)
Intelligentie:
- Abstract, logisch en consistent kunnen redeneren
- Problemen kunnen oplossen
- Relaties kunnen ontdekken, leggen en doorzien
- Regels kunnen ontdekken in schijnbaar ongeordend materiaal
- Met bestaande kennis nieuwe taken kunnen oplossen
- Zich flexibel kunnen aanpassen in nieuwe situaties
- Zelfstandig kunnen leren, zonder directe en volledig instructie nodig te
hebben.
KOPP/KOV:
KOPP: kind van ouders met psychische problemen
KOV: kind van ouders met verslavingsproblemen
, Les 3: verstandelijke beperking
Criteria verstandelijke beperking:
- Achterstaand in intellectueel functioneren
- Achterstand in sociale aanpassing en (sociale)zelfredzaamheid
Het IQ is niet het enige criterium dat van belang is. Het IQ alleen blijkt een beperkte
voorspeller van problemen die jeugdigen met een LVB kunnen hebben. Er zal ook
altijd sprake zijn van een tekorten op het gebied van sociale aanpassing en (sociale)
redzaamheid.
Niveaus van intellectueel functioneren:
Verstandelijke beperking IQ
Zwakbegaafd 71- 84
Licht 50/55 – 70
Matig 35/40 – 50/55
Ernstig 20/25 – 35/40
Zeer ernstig 0 – 20/25
Sociale adaptatie:
Sociale aanpassing en (sociale)redzaamheid:
- Communicatie (receptief, expressief, geschreven taal)
- Dagelijkse vaardigheden (persoonlijk, huishoudelijk, maatschappelijk)
- Socialisatie (interpersoonlijke relaties, spel en vrije tijd, sociale vaardigheden)
- Motorische vaardigheden (grove en fijne motoriek)
Relevante functiegebieden waarop problemen tot uiting kunnen komen:
- Communicatie
- Zelfverzorging
- Zelfstandig wonen
- Sociale en relationele vaardigheden
- Gebruik gemeenschapsvoorzieningen
- Zelfstandig beslissingen nemen
- Functionele intellectuele vaardigheden
- Werk
- Ontspanning
- Gezondheid
- Veiligheid
Prevalentie van zwakbegaafdheid en licht verstandelijke beperkingen:
- Bij kinderen met een LVB wordt in 30 tot 50 procent van de gevallen een
psychiatrische stoornis geconstateerd.
- In de hele bevolking 300.000 tot ruim 600.000 personen met een zwakke
begaafdheid en met bijkomende problemen
- Ruim 70 procent van de zwakbegaafde jongeren heeft een beperkte sociale
redzaamheid en daarvan nog een ruim 60 procent bijkomende problemen.
Prevalentie: hoe vaak iets voorkomt op een bepaald moment in een bepaalde
groep.
Les 1: Ontwikkelingspsychopathologie
Wat is ontwikkelingspsychopathologie?
- Wetenschap
- Ontwikkeling staat centraal
- Wederzijdse beïnvloeding
- Ontwikkelingsopgave en opvoedingstaak
Wanneer spreken we van een psychische stoornis?
- Abnormaal verschijnsel
- Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid
- Gedrag past binnen een psychopathologisch begrippenkader
Relatie gedrag-probleem-stoornis:
Waarneembaar gedrag – probleemgedrag (dimensionele classificatie) – stoornis
(DSM/ICD, categorale classificatie)
Classificatie:
- Wat is er aan de hand?
- Algemene kennis
- Beschrijvend
- Betreft groepen
- Gedragskenmerken
- Relatief snel te stellen
- Geeft enige richting aan de hulpverlening
Diagnostiek:
- Hoe is dat zo gekomen?
- Specifieke kennis
- Verklarend
- Betreft een individu
- Zijn meerdere niveaus van de persoon en context bij betrokken
- Tijdrovend proces
- Is voorwaardelijk voor goede hulpverlening
Epidemiologie is de wetenschappelijke studie van het voorkomen en de verspreiding
van ziekten onder de bevolking.
Co-morbiditeit is het tegelijkertijd voorkomen van stoornissen.
Prevalentie is het aantal mensen van een groep dat aan een stoornis lijdt.
Verschillende psychologische stromingen:
- Behaviorisme
- Cognitieve psychologie
- Bio-psychologie
- Systeemtheorie
,Les 2: KOPP/KOV
Risico en beschermende factoren:
- 3 niveaus (micro, meso, macro)
- Een beschermende factor is alleen actief in een situatie van risico.
- Van belang bij preventie om factoren in kaart te brengen.
- Synergie: invloed van samen (samenwerking) is groter dan alles op zichzelf.
- Voor individu is optelsom bepalender dan de precieze aard factoren
- Kunnen per stoornis verschillen
Risicofactoren:
Niveau van het kind: (micro)
- Biologische factoren
- Gedragskenmerken
- Ingrijpende gebeurtenissen
Niveau van ouders en gezin: (meso)
- Structurele kenmerken: ouders met psychiatrische problemen
- Proceskenmerken: opvoedstijl, gezinsklimaat.
Niveau van omgeving: (macro)
- Netwerk
- Slechte buurt
- Armoede
- School
Beschermende factoren:
Niveau van het kind: (micro)
- Intelligentie
- Veerkracht
Niveau van ouders en gezin: (meso)
- Aanwezigheid van tenminste een volwassene die bescherming biedt.
Niveau van omgeving: (macro)
- Sociaal netwerk, goed contact met school
Vuistregels:
Ernst van probleemgedrag of psychische stoornis
- Aantal (hoe meer risicofactoren hoe groter de kans op ontwikkeling
psychopathologie)
- Verhouding (tussen risico en beschermende factoren)
- Dosis-responsrelatie: hoe omvangrijker de factor en hoe langer het duurt, des
te groter het effect.
,Invloed van factor:
- Leeftijd
- Omvang en tijdsduur
- Sensitieve periode (corona)
Intelligentie:
- Abstract, logisch en consistent kunnen redeneren
- Problemen kunnen oplossen
- Relaties kunnen ontdekken, leggen en doorzien
- Regels kunnen ontdekken in schijnbaar ongeordend materiaal
- Met bestaande kennis nieuwe taken kunnen oplossen
- Zich flexibel kunnen aanpassen in nieuwe situaties
- Zelfstandig kunnen leren, zonder directe en volledig instructie nodig te
hebben.
KOPP/KOV:
KOPP: kind van ouders met psychische problemen
KOV: kind van ouders met verslavingsproblemen
, Les 3: verstandelijke beperking
Criteria verstandelijke beperking:
- Achterstaand in intellectueel functioneren
- Achterstand in sociale aanpassing en (sociale)zelfredzaamheid
Het IQ is niet het enige criterium dat van belang is. Het IQ alleen blijkt een beperkte
voorspeller van problemen die jeugdigen met een LVB kunnen hebben. Er zal ook
altijd sprake zijn van een tekorten op het gebied van sociale aanpassing en (sociale)
redzaamheid.
Niveaus van intellectueel functioneren:
Verstandelijke beperking IQ
Zwakbegaafd 71- 84
Licht 50/55 – 70
Matig 35/40 – 50/55
Ernstig 20/25 – 35/40
Zeer ernstig 0 – 20/25
Sociale adaptatie:
Sociale aanpassing en (sociale)redzaamheid:
- Communicatie (receptief, expressief, geschreven taal)
- Dagelijkse vaardigheden (persoonlijk, huishoudelijk, maatschappelijk)
- Socialisatie (interpersoonlijke relaties, spel en vrije tijd, sociale vaardigheden)
- Motorische vaardigheden (grove en fijne motoriek)
Relevante functiegebieden waarop problemen tot uiting kunnen komen:
- Communicatie
- Zelfverzorging
- Zelfstandig wonen
- Sociale en relationele vaardigheden
- Gebruik gemeenschapsvoorzieningen
- Zelfstandig beslissingen nemen
- Functionele intellectuele vaardigheden
- Werk
- Ontspanning
- Gezondheid
- Veiligheid
Prevalentie van zwakbegaafdheid en licht verstandelijke beperkingen:
- Bij kinderen met een LVB wordt in 30 tot 50 procent van de gevallen een
psychiatrische stoornis geconstateerd.
- In de hele bevolking 300.000 tot ruim 600.000 personen met een zwakke
begaafdheid en met bijkomende problemen
- Ruim 70 procent van de zwakbegaafde jongeren heeft een beperkte sociale
redzaamheid en daarvan nog een ruim 60 procent bijkomende problemen.
Prevalentie: hoe vaak iets voorkomt op een bepaald moment in een bepaalde
groep.