Eindproduct probleem 2
Leerdoel 1: Wat is coöperatief leren?
Samenvatting handboek Mayer & Alexander – Probleem 2
Coöperatief leren verwijst naar instructiemethodes waarbij leraren de leerlingen in
kleine groepen indelen die vervolgens samenwerken om elkaar te helpen bij het leren.
Coöperatieve leermethodes kunnen wel aanzienlijk afwijken in hoe het er precies uitziet, er
kan gebruik gemaakt worden van hele kleine groepen tot iets grotere groepen, leerlingen
kunnen individueel of groepsgewijs beoordeeld worden etc.
Samenvatting Artikel An Educational Psychology Success Story: Social Interdependence
Theory and Cooperative Learning (Johnson & Johnson, 2009)
De theorie van sociale onderlinge afhankelijkheid (sociale interdependentietheorie/ social
interdependence theory) biedt een basis waarop coöperatief leren is gebouwd.
In dit artikel
Een samenvatting van de sociale interdependentietheorie, een overzicht van het relevante
onderzoek en het bespreken van de toepassing van de theorie op het onderwijs.
De sociale interdependentietheorie
Coöperatief leren komt voort uit de sociale interdependentietheorie. Dit bestaat als de
resultaten van individuen worden beïnvloed door hun eigen en andermans acties.
Er zijn twee vormen:
1. Positieve sociale interdependentie: Wanneer het handelen van individuen het bereiken
van groepsdoelen ten goede komt.
Individuen ervaren dat ze hun doelen kunnen bereiken alleen als de andere
individuen met wie ze samenwerken, hun doelen bereiken. Resulteert in promotieve
interactie (d.w.z. individuen die elkaars inspanningen aanmoedigen wat het
makkelijker maakt om de doelen van de groep te bereiken).
2. Negatieve sociale interdependentie: Wanneer het handelen van individuen het bereiken
van groepsdoelen negatief beïnvloedt.
Individuen merken dat ze hun doelen kunnen bereiken alleen als de andere
individuen waarmee ze competitief verbonden zijn hun doelen niet bereiken.
Resulteert in oppositionele interactie (d.w.z. individuen ontmoedigen en belemmeren
elkaars inspanningen om hun eigen doelen te bereiken).
Interdependentie moet niet verward worden met:
- Afhankelijkheid (dependance), wanneer het bereiken van een doel door persoon A wordt
beïnvloed door het handelen van persoon B maar niet andersom;
- Onafhankelijkheid, waarbij het handelen van personen geen invloed heeft op elkaar;
- Sociale hulpeloosheid (helplessness), waarbij personen geen invloed hebben op de mate
waarin ze doelen bereiken.
Samenvatting handboek Mayer & Alexander – Probleem 2
Coöperatieve leermethodes vallen in twee categorieën:
1. Eerste categorie Gestructureerd teamleren: omvat groepsbeloningen gebaseerd op
de leervoortgang van de groepsleden en individuele aansprakelijkheid, wat betekent dat het
succes van het team afhankelijk is van individuele leerprestaties i.p.v. groepsproducten.
Voorbeelden:
a. Student Team Learning (STL): alle coöperatieve leermethodes benadrukken dat
studenten samenwerken om te leren en dat zij verantwoordelijk zijn voor zowel hun eigen
,leren als dat van de andere groepsleden. STL benadrukt daarnaast ook het gebruik van
teamdoelen en teamsucces. Het gaat hier niet om iets doen als team, maar om iets te
leren als team. Centraal staan groepsbeloningen, individuele kansen, individuele
aansprakelijkheid en gelijke kansen op succes. Meer dan de helft van alle experimentele
studies naar coöperatief leren omvatte STL. Er zijn ook weer verschillende vormen van STL
ontwikkeld. De eerste twee zijn algemene leermethoden die kunnen worden aangepast aan
vakken en leerjaren:
Student-Teams Achievement Divisions (STAD): leerlingen worden in groepen van 4
ingedeeld die gemixt zijn in prestaties, geslacht en etniciteit. De leraar presenteert een les en
de leerlingen werken met hun team samen om te zorgen dat iedereen de stof begrijpt. Aan
het eind maken alle teamleden individueel een toets.
De quizscores van studenten worden vergeleken met hun eigen gemiddelde uit het verleden
en punten worden toegekend op basis van de mate waarin studenten hun eerdere prestaties
kunnen overtreffen of overtreffen. Deze punten worden vervolgens opgeteld tot teamscores
en teams die aan bepaalde criteria voldoen, verdienen certificaten of andere beloningen.
Teams-Games-Tournament (TGT): hetzelfde als STAD, maar de tests worden
vervangen door wekelijkse toernooien tegen andere teams. Net als in STAD verdienen hoog
presterende teams certificaten of andere vormen van teambeloningen.
De overige twee zijn uitgebreide leerplannen die zijn ontworpen voor gebruik in bepaalde
vakken op bepaalde leerjaren:
Team-Assisted Individualization (TAI): combineert coöperatief leren en individuele
instructie voor het aanleren van wiskunde, verschilt hiermee met de bovenste twee. Verder is
deze vooral voor groep 3-6 en wiskunde. Deze is dus veel specifieker.
Coöperative Integrated Reading and Composition (CIRC): alle studenten worden
ingedeeld in twee paren. De leraar werkt met één leesgroep terwijl de andere groepen
werken aan series van cognitief activerende activiteiten, zoals voorlezen, samenvatten etc.
Studenten krijgen pas de test wanneer hun teamgenoten hebben aangegeven dat ze er klaar
voor zijn.
Succes for All (SFA) hervormingsmodel voor de hele school, voornamelijk gericht op
lezen. Gebruik van coöperatief leren en een vorm van CIRC met aanvullende elementen.
Peer-Assisted Learning Strategies (PALS): een leerprogramma waarin paren kinderen om
de beurt de rol van leraar en leerling innemen. Positieve effecten.
IMPROVE: is een Israëlisch wiskundeprogramma dat coöperatieve leerstrategieën
combineert met het aanleren van metacognitieve vaardigheden en regelmatige beoordeling
van de beheersing van kernconcepten. Vergelijkbaar met STAD, maar aanvulling met
metacognitieve vaardigheden en regelmatige beoordeling. Positieve effecten.
2. Tweede categorie Informeel groepsleren: omvat methodes meer specifiek gericht op
sociale dynamiek, projecten en discussie i.p.v. beheersing van bepaalde leerstof.
Voorbeelden:
a. Jigsaw: studenten werken in groepen van 6 aan academisch materiaal dat in stukjes is
opgebroken. De teamleden van verschillende teams die dezelfde stukjes hebben geleerd
bediscussiëren hun bevindingen. Vervolgens gaan ze hun eigen teamleden onderwijzen over
hun deel.
Jigsaw II (Slavin) In plaats van dat elke student een bepaald stuk tekst krijgt
toegewezen, lezen alle studenten een gemeenschappelijk verhaal, zoals een boekhoofdstuk.
Elke student krijgt echter een onderwerp (zoals 'klimaat' in een eenheid over Frankrijk)
waarop hij een 'expert' kan worden.
, Studenten met dezelfde onderwerpen ontmoeten elkaar in expertgroepen om ze te
bespreken, waarna ze terugkeren naar hun teams om hun teamgenoten te leren wat ze
hebben geleerd. Vervolgens doen studenten individuele quizzen, die resulteren in
teamscores op basis van het verbeteringsscoresysteem van STAD. Teams die voldoen aan
vooraf vastgestelde normen verdienen certificaten.
b. Learning Together: studenten werken in groepen samen aan een opdracht die ze als
team inleveren. De nadruk ligt op teambuilding en regelmatige evaluatie.
c. Group Investigation: studenten werken samen in kleine groepen. Ze kiezen een
onderwerp en verdelen dit in subonderwerpen onder de groepsleden. Iedere groep
presenteert de bevindingen aan de gehele groep.
Conclusie:
Coöperatief leren is opgericht als een praktisch alternatief voor traditioneel onderwijs, en
specifieke vormen van coöperatief leren zijn effectief gebleken in honderden studies over de
hele wereld. Toch vinden veel observationele studies dat het meeste gebruik van coöperatief
leren informeel is en niet de groepsdoelen en individuele verantwoordelijkheid omvat die
volgens onderzoek essentieel zijn voor het behalen van positieve prestatieresultaten.
Samenwerkend leren kan duidelijk een krachtige strategie zijn om de prestaties van
leerlingen te vergroten, maar het verwezenlijken van dit potentieel hangt af van het
aanbieden van professionele ontwikkeling aan leraren die is gericht op de vormen van
samenwerkend leren die het meest waarschijnlijk een verschil zullen maken.
Samenvatting Artikel An Educational Psychology Success Story: Social Interdependence
Theory and Cooperative Learning (Johnson & Johnson, 2009)
Formeel coöperatief leren bestaat uit studenten die gedurende een bepaalde tijd
samenwerken om gedeelde leerdoelen te bereiken en specifieke taken of opdrachten te
voltooien.
Informeel coöperatief leren bestaat uit het samen laten werken van studenten om een
gezamenlijk leerdoel te bereiken in tijdelijke, ad-hocgroepen die een paar minuten tot een
lesperiode duren. Er wordt gebruik gemaakt van korte dialogen, waardoor studenten weer
meer aandacht hebben bij het te leren materiaal.
Coöperatieve basisgroepen zijn heterogene, coöperatieve leergroepen op lange termijn
met een stabiel lidmaatschap waarvan de primaire verantwoordelijkheden zijn om
ondersteuning, aanmoediging en hulp te bieden om academische vooruitgang te boeken en
om elkaar verantwoordelijk te houden voor het streven naar leren. Ze zijn heterogeen,
komen meermaals bijeen (wekelijks bijvoorbeeld) en duren het hele jaar = mentorklas
ANTWOORD OP LEERDOEL: samenwerken om een gezamenlijk doel te bereiken
Leerdoel 1: Wat is coöperatief leren?
Samenvatting handboek Mayer & Alexander – Probleem 2
Coöperatief leren verwijst naar instructiemethodes waarbij leraren de leerlingen in
kleine groepen indelen die vervolgens samenwerken om elkaar te helpen bij het leren.
Coöperatieve leermethodes kunnen wel aanzienlijk afwijken in hoe het er precies uitziet, er
kan gebruik gemaakt worden van hele kleine groepen tot iets grotere groepen, leerlingen
kunnen individueel of groepsgewijs beoordeeld worden etc.
Samenvatting Artikel An Educational Psychology Success Story: Social Interdependence
Theory and Cooperative Learning (Johnson & Johnson, 2009)
De theorie van sociale onderlinge afhankelijkheid (sociale interdependentietheorie/ social
interdependence theory) biedt een basis waarop coöperatief leren is gebouwd.
In dit artikel
Een samenvatting van de sociale interdependentietheorie, een overzicht van het relevante
onderzoek en het bespreken van de toepassing van de theorie op het onderwijs.
De sociale interdependentietheorie
Coöperatief leren komt voort uit de sociale interdependentietheorie. Dit bestaat als de
resultaten van individuen worden beïnvloed door hun eigen en andermans acties.
Er zijn twee vormen:
1. Positieve sociale interdependentie: Wanneer het handelen van individuen het bereiken
van groepsdoelen ten goede komt.
Individuen ervaren dat ze hun doelen kunnen bereiken alleen als de andere
individuen met wie ze samenwerken, hun doelen bereiken. Resulteert in promotieve
interactie (d.w.z. individuen die elkaars inspanningen aanmoedigen wat het
makkelijker maakt om de doelen van de groep te bereiken).
2. Negatieve sociale interdependentie: Wanneer het handelen van individuen het bereiken
van groepsdoelen negatief beïnvloedt.
Individuen merken dat ze hun doelen kunnen bereiken alleen als de andere
individuen waarmee ze competitief verbonden zijn hun doelen niet bereiken.
Resulteert in oppositionele interactie (d.w.z. individuen ontmoedigen en belemmeren
elkaars inspanningen om hun eigen doelen te bereiken).
Interdependentie moet niet verward worden met:
- Afhankelijkheid (dependance), wanneer het bereiken van een doel door persoon A wordt
beïnvloed door het handelen van persoon B maar niet andersom;
- Onafhankelijkheid, waarbij het handelen van personen geen invloed heeft op elkaar;
- Sociale hulpeloosheid (helplessness), waarbij personen geen invloed hebben op de mate
waarin ze doelen bereiken.
Samenvatting handboek Mayer & Alexander – Probleem 2
Coöperatieve leermethodes vallen in twee categorieën:
1. Eerste categorie Gestructureerd teamleren: omvat groepsbeloningen gebaseerd op
de leervoortgang van de groepsleden en individuele aansprakelijkheid, wat betekent dat het
succes van het team afhankelijk is van individuele leerprestaties i.p.v. groepsproducten.
Voorbeelden:
a. Student Team Learning (STL): alle coöperatieve leermethodes benadrukken dat
studenten samenwerken om te leren en dat zij verantwoordelijk zijn voor zowel hun eigen
,leren als dat van de andere groepsleden. STL benadrukt daarnaast ook het gebruik van
teamdoelen en teamsucces. Het gaat hier niet om iets doen als team, maar om iets te
leren als team. Centraal staan groepsbeloningen, individuele kansen, individuele
aansprakelijkheid en gelijke kansen op succes. Meer dan de helft van alle experimentele
studies naar coöperatief leren omvatte STL. Er zijn ook weer verschillende vormen van STL
ontwikkeld. De eerste twee zijn algemene leermethoden die kunnen worden aangepast aan
vakken en leerjaren:
Student-Teams Achievement Divisions (STAD): leerlingen worden in groepen van 4
ingedeeld die gemixt zijn in prestaties, geslacht en etniciteit. De leraar presenteert een les en
de leerlingen werken met hun team samen om te zorgen dat iedereen de stof begrijpt. Aan
het eind maken alle teamleden individueel een toets.
De quizscores van studenten worden vergeleken met hun eigen gemiddelde uit het verleden
en punten worden toegekend op basis van de mate waarin studenten hun eerdere prestaties
kunnen overtreffen of overtreffen. Deze punten worden vervolgens opgeteld tot teamscores
en teams die aan bepaalde criteria voldoen, verdienen certificaten of andere beloningen.
Teams-Games-Tournament (TGT): hetzelfde als STAD, maar de tests worden
vervangen door wekelijkse toernooien tegen andere teams. Net als in STAD verdienen hoog
presterende teams certificaten of andere vormen van teambeloningen.
De overige twee zijn uitgebreide leerplannen die zijn ontworpen voor gebruik in bepaalde
vakken op bepaalde leerjaren:
Team-Assisted Individualization (TAI): combineert coöperatief leren en individuele
instructie voor het aanleren van wiskunde, verschilt hiermee met de bovenste twee. Verder is
deze vooral voor groep 3-6 en wiskunde. Deze is dus veel specifieker.
Coöperative Integrated Reading and Composition (CIRC): alle studenten worden
ingedeeld in twee paren. De leraar werkt met één leesgroep terwijl de andere groepen
werken aan series van cognitief activerende activiteiten, zoals voorlezen, samenvatten etc.
Studenten krijgen pas de test wanneer hun teamgenoten hebben aangegeven dat ze er klaar
voor zijn.
Succes for All (SFA) hervormingsmodel voor de hele school, voornamelijk gericht op
lezen. Gebruik van coöperatief leren en een vorm van CIRC met aanvullende elementen.
Peer-Assisted Learning Strategies (PALS): een leerprogramma waarin paren kinderen om
de beurt de rol van leraar en leerling innemen. Positieve effecten.
IMPROVE: is een Israëlisch wiskundeprogramma dat coöperatieve leerstrategieën
combineert met het aanleren van metacognitieve vaardigheden en regelmatige beoordeling
van de beheersing van kernconcepten. Vergelijkbaar met STAD, maar aanvulling met
metacognitieve vaardigheden en regelmatige beoordeling. Positieve effecten.
2. Tweede categorie Informeel groepsleren: omvat methodes meer specifiek gericht op
sociale dynamiek, projecten en discussie i.p.v. beheersing van bepaalde leerstof.
Voorbeelden:
a. Jigsaw: studenten werken in groepen van 6 aan academisch materiaal dat in stukjes is
opgebroken. De teamleden van verschillende teams die dezelfde stukjes hebben geleerd
bediscussiëren hun bevindingen. Vervolgens gaan ze hun eigen teamleden onderwijzen over
hun deel.
Jigsaw II (Slavin) In plaats van dat elke student een bepaald stuk tekst krijgt
toegewezen, lezen alle studenten een gemeenschappelijk verhaal, zoals een boekhoofdstuk.
Elke student krijgt echter een onderwerp (zoals 'klimaat' in een eenheid over Frankrijk)
waarop hij een 'expert' kan worden.
, Studenten met dezelfde onderwerpen ontmoeten elkaar in expertgroepen om ze te
bespreken, waarna ze terugkeren naar hun teams om hun teamgenoten te leren wat ze
hebben geleerd. Vervolgens doen studenten individuele quizzen, die resulteren in
teamscores op basis van het verbeteringsscoresysteem van STAD. Teams die voldoen aan
vooraf vastgestelde normen verdienen certificaten.
b. Learning Together: studenten werken in groepen samen aan een opdracht die ze als
team inleveren. De nadruk ligt op teambuilding en regelmatige evaluatie.
c. Group Investigation: studenten werken samen in kleine groepen. Ze kiezen een
onderwerp en verdelen dit in subonderwerpen onder de groepsleden. Iedere groep
presenteert de bevindingen aan de gehele groep.
Conclusie:
Coöperatief leren is opgericht als een praktisch alternatief voor traditioneel onderwijs, en
specifieke vormen van coöperatief leren zijn effectief gebleken in honderden studies over de
hele wereld. Toch vinden veel observationele studies dat het meeste gebruik van coöperatief
leren informeel is en niet de groepsdoelen en individuele verantwoordelijkheid omvat die
volgens onderzoek essentieel zijn voor het behalen van positieve prestatieresultaten.
Samenwerkend leren kan duidelijk een krachtige strategie zijn om de prestaties van
leerlingen te vergroten, maar het verwezenlijken van dit potentieel hangt af van het
aanbieden van professionele ontwikkeling aan leraren die is gericht op de vormen van
samenwerkend leren die het meest waarschijnlijk een verschil zullen maken.
Samenvatting Artikel An Educational Psychology Success Story: Social Interdependence
Theory and Cooperative Learning (Johnson & Johnson, 2009)
Formeel coöperatief leren bestaat uit studenten die gedurende een bepaalde tijd
samenwerken om gedeelde leerdoelen te bereiken en specifieke taken of opdrachten te
voltooien.
Informeel coöperatief leren bestaat uit het samen laten werken van studenten om een
gezamenlijk leerdoel te bereiken in tijdelijke, ad-hocgroepen die een paar minuten tot een
lesperiode duren. Er wordt gebruik gemaakt van korte dialogen, waardoor studenten weer
meer aandacht hebben bij het te leren materiaal.
Coöperatieve basisgroepen zijn heterogene, coöperatieve leergroepen op lange termijn
met een stabiel lidmaatschap waarvan de primaire verantwoordelijkheden zijn om
ondersteuning, aanmoediging en hulp te bieden om academische vooruitgang te boeken en
om elkaar verantwoordelijk te houden voor het streven naar leren. Ze zijn heterogeen,
komen meermaals bijeen (wekelijks bijvoorbeeld) en duren het hele jaar = mentorklas
ANTWOORD OP LEERDOEL: samenwerken om een gezamenlijk doel te bereiken