Lecture 6 het oog en oculaire toedieningsvormen
Anatomie van het oog
› Oog = oogbol met omliggende structuren
§ Oogspieren, oogleden, traanklieren, traanbuisjes, traanpunten
Oogbol
› Van voor naar achter:
§ Sclera (oogwit, harde oogrok) met cornea (hoornvlies)
§ Iris (regenboogvlies): scheiding tussen voorste en de achterste
oogkamer
- Met dun waterig vocht gevuld
§ Ooglens
§ Corpus vitreum (glasachtig lichaam met glasvocht)
§ Retina (netvlies)
§ Oogzenuw
Cornea en sclera
› Cornea (hoornvlies) is buitenste deel oog waardoor licht naar binnen valt
› Cornea scheidt kamerwater van traanvocht
› Cornea beschermt inwendige oog tegen invloeden van
buitenaf
› Rest oog omgeven door sclera (harde oogrok)
› Cornea en sclera bevatten geen bloedvaten
§ Infecties kunnen slecht worden bestreden
› Conjunctiva (oogleden) buigen terug waar sclera overgaat in
cornea
› Binnenkant oogleden vormen met conjunctiva de bovenste en
onderste conjunctivaalzak
Cornea beschermt het oog, oog heeft eigen reinigsprincipe.
Traanvocht
› Functies
§ Bevochtiging en voeding cornea
§ Smering cornea (sluiten oogleden)
§ Bactericide werking (lysozym)
› Afvoer naar nasofarynx via traanpunten
› Productie: circa 1 μL per minuut
› Eigenschappen
§ pH 7,4
§ Gebufferd (bicarbonaat, fosfaat, amfotere eiwitten)
§ Isotoon
Traanvocht heeft verschillende functie, produceren 1 uL per minuut. Volume van
oogdruppel is 40/50 microliter (veel meer dan je produceert).
verschillende eigenschappen, pH, gebufferd en isotoon. Oogdruppels, zalf→ je wil zo dicht
mogelijk bij eigenschappen van traanvocht→ minder irritatie
Traanfilm
,› Oogoppervlak met traanfilm (10 μm dik) over hoornvlies (4)
§ 1: vettige laag (voorkomt snelle verdamping)
§ 2: waterige laag (afvoer vuil en stof)
§ 3: slijmlaag (goede verdeling en hechting waterige laag)
Traanfilm, vettige laag en dan waterige laag en slijmlaag.
Traansecretie
› Prikkels kunnen traansecretie stimuleren
§ Droogheid van bindvlies of hoornvlies
§ Mechanische prikkels (zandkorrel, stof, vliegje)
§ Allergische prikkels (hooikoorts)
§ Psychische prikkels (huilen)
§ Chemische prikkels (uien, traangas, geneesmiddelen)
Traansecretie kan op verschillende maniere, verschillende prikkels. Afweer oog.
Bescherming van het oog
› Knipperen (reflex)
› Lacrimatie (reflex)
› Lage pijndrempel cornea
› Pijn of irritatie leidt tot reflex (tranen), waardoor geneesmiddel wordt uitgespoeld
› Verdraagbaarheid oogheelkundig preparaat beïnvloedt biologische beschikbaarheid.
Bescherming van oog verschillende manieren, knipperen, lacrimatie, lage pijndrempel
cornea.
Ophthalmologica
› Oogdruppel
§ pH 3,5-10,4
§ Viskeus: langere contacttijd, therapeutisch voordeel?
› Oogwassing
§ pH circa 7,4
§ Geen buffercapaciteit
› Oogzalf
§ Niet-prikkelende zalfbasis
§ Gezichtsvermogen en traanfilmstabiliteit worden negatief beïnvloed
We hebben ophthalmogica→ oog preparaten
De oogdruppels moeten zitten tussen pH 3.5-10.4 (zijn geneesmiddelen dat ze bij zuurder
pH stabilier zijn). Als je geneesmiddel hebt die snel ontleed→ kies je toch voor pH 3.5.
Er zijn oogdruppels die viskeus zijn. Hoge wassingen hebben pH van 7.4, je hebt lang
contact met oog moet je niet afwijken van pH van oog. Oogwassing is niet gebufferd.
Oogzalf gebruik je niet-prikkelde zalfbasis, je gaat wss wazig zien. Snachts worden
oogzalf sneller gebruikt, druppels overdag.
Eisen oogheelkundige preparaten
› pH
, › Osmotische waarde
› Viscositeit
› Buffercapaciteit
› Steriliteit
› Houdbaarheid
› Verpakking bevat maximaal 10 mL
§ In principe 10 mL afleveren
› Gebruikstermijn maximaal 1 maand na openen (geconserveerd)
Belangrijke slide ! Waar moet je naar kijken: pH, osmoticiteit, visc…
Je vind informaite in FNA voorschriften en LNA procedures. We maken onderscheide
tussen geconserveerde en niet-conserveerde (liever consevereerd kan soms niet).
Je voegt hulpstoffen toe voor pH en osmotische waarde. Verder moet je steriliseren,
verpakking, etikettering, bewaartermijn en gebruiukstermijn.
Chemoflacon of polyflacon. 10 ml is standaard, 5 ml kan je voor helft vullen.
Gebruikstermijn→ 1 maan na openen (geconserveerd)
Oogheelkundige preparaten (1)
› Oogdruppels: 1 druppel per keer in het oog
§ 1 druppel is ongeveer 50 µl
› Traanvocht: 40 µl aanwezig op de cornea en in de conjunctivaalzak
§ Conjuctivaalzak kan slechts 1 druppel bevatten
- Meer oogdruppels per keer is niet zinvol
- Bewust 2 druppels, dan een aantal minuten wachten voor toedienen van de tweede
druppel
- Bij gebruik van meerdere soorten oogdruppels: minimaal 5 minuten interval
§ Afvoer via nasolacrimale buis
Gebruik → 1 druppels per 1 keer in het oog (meer niet nodig, druppelt uit). 2
geneesmiddelen kan prima gedruppeld worden, 5 minuten tussen.
Afgevoerd via nasoalcirmale buis.
Oogheelkundige preparaten (2)
› Bij voorkeur een in water oplosbaar farmacon
§ Suspensie oogdruppels en –zalven: let op deeltjesgrootte en –vorm in verband met
irritatie en uitzakken van de suspensie (oogdruppels)
› Geneesmiddel(en) en hulpstof(fen) worden (achtereenvolgens) opgelost in het
oplosmiddel (water, basisoplossing voor oogdruppels)
§ Eventueel onder zacht verwarmen
› Let op stabiliteit van het farmacon
§ Warmte (niet verwarmen bij oplossen, temperatuur bewaken)
§ Lichtgevoeligheid (werk buiten directe lichtinvloed)
§ Samenstelling preparaat (hulpstoffen)
§ Bewaartermijn
Water oplosbaar farmacon,
geneesmiddel en hulpstoffen oplost in water of conserveermiddel, veel meer is het niet.
Let op stabiliteit van je geneesmiddel. Je moet checken kan het opwarmen.
Soms heb je te maken met lichtgevoeligheid dan werk je in het donker.
Voorbeeld, is geconserveerd.
pilocarpine hydrochloride→ API
twee basis oplossing, borax met booorzuur
vormt een buffer.
Anatomie van het oog
› Oog = oogbol met omliggende structuren
§ Oogspieren, oogleden, traanklieren, traanbuisjes, traanpunten
Oogbol
› Van voor naar achter:
§ Sclera (oogwit, harde oogrok) met cornea (hoornvlies)
§ Iris (regenboogvlies): scheiding tussen voorste en de achterste
oogkamer
- Met dun waterig vocht gevuld
§ Ooglens
§ Corpus vitreum (glasachtig lichaam met glasvocht)
§ Retina (netvlies)
§ Oogzenuw
Cornea en sclera
› Cornea (hoornvlies) is buitenste deel oog waardoor licht naar binnen valt
› Cornea scheidt kamerwater van traanvocht
› Cornea beschermt inwendige oog tegen invloeden van
buitenaf
› Rest oog omgeven door sclera (harde oogrok)
› Cornea en sclera bevatten geen bloedvaten
§ Infecties kunnen slecht worden bestreden
› Conjunctiva (oogleden) buigen terug waar sclera overgaat in
cornea
› Binnenkant oogleden vormen met conjunctiva de bovenste en
onderste conjunctivaalzak
Cornea beschermt het oog, oog heeft eigen reinigsprincipe.
Traanvocht
› Functies
§ Bevochtiging en voeding cornea
§ Smering cornea (sluiten oogleden)
§ Bactericide werking (lysozym)
› Afvoer naar nasofarynx via traanpunten
› Productie: circa 1 μL per minuut
› Eigenschappen
§ pH 7,4
§ Gebufferd (bicarbonaat, fosfaat, amfotere eiwitten)
§ Isotoon
Traanvocht heeft verschillende functie, produceren 1 uL per minuut. Volume van
oogdruppel is 40/50 microliter (veel meer dan je produceert).
verschillende eigenschappen, pH, gebufferd en isotoon. Oogdruppels, zalf→ je wil zo dicht
mogelijk bij eigenschappen van traanvocht→ minder irritatie
Traanfilm
,› Oogoppervlak met traanfilm (10 μm dik) over hoornvlies (4)
§ 1: vettige laag (voorkomt snelle verdamping)
§ 2: waterige laag (afvoer vuil en stof)
§ 3: slijmlaag (goede verdeling en hechting waterige laag)
Traanfilm, vettige laag en dan waterige laag en slijmlaag.
Traansecretie
› Prikkels kunnen traansecretie stimuleren
§ Droogheid van bindvlies of hoornvlies
§ Mechanische prikkels (zandkorrel, stof, vliegje)
§ Allergische prikkels (hooikoorts)
§ Psychische prikkels (huilen)
§ Chemische prikkels (uien, traangas, geneesmiddelen)
Traansecretie kan op verschillende maniere, verschillende prikkels. Afweer oog.
Bescherming van het oog
› Knipperen (reflex)
› Lacrimatie (reflex)
› Lage pijndrempel cornea
› Pijn of irritatie leidt tot reflex (tranen), waardoor geneesmiddel wordt uitgespoeld
› Verdraagbaarheid oogheelkundig preparaat beïnvloedt biologische beschikbaarheid.
Bescherming van oog verschillende manieren, knipperen, lacrimatie, lage pijndrempel
cornea.
Ophthalmologica
› Oogdruppel
§ pH 3,5-10,4
§ Viskeus: langere contacttijd, therapeutisch voordeel?
› Oogwassing
§ pH circa 7,4
§ Geen buffercapaciteit
› Oogzalf
§ Niet-prikkelende zalfbasis
§ Gezichtsvermogen en traanfilmstabiliteit worden negatief beïnvloed
We hebben ophthalmogica→ oog preparaten
De oogdruppels moeten zitten tussen pH 3.5-10.4 (zijn geneesmiddelen dat ze bij zuurder
pH stabilier zijn). Als je geneesmiddel hebt die snel ontleed→ kies je toch voor pH 3.5.
Er zijn oogdruppels die viskeus zijn. Hoge wassingen hebben pH van 7.4, je hebt lang
contact met oog moet je niet afwijken van pH van oog. Oogwassing is niet gebufferd.
Oogzalf gebruik je niet-prikkelde zalfbasis, je gaat wss wazig zien. Snachts worden
oogzalf sneller gebruikt, druppels overdag.
Eisen oogheelkundige preparaten
› pH
, › Osmotische waarde
› Viscositeit
› Buffercapaciteit
› Steriliteit
› Houdbaarheid
› Verpakking bevat maximaal 10 mL
§ In principe 10 mL afleveren
› Gebruikstermijn maximaal 1 maand na openen (geconserveerd)
Belangrijke slide ! Waar moet je naar kijken: pH, osmoticiteit, visc…
Je vind informaite in FNA voorschriften en LNA procedures. We maken onderscheide
tussen geconserveerde en niet-conserveerde (liever consevereerd kan soms niet).
Je voegt hulpstoffen toe voor pH en osmotische waarde. Verder moet je steriliseren,
verpakking, etikettering, bewaartermijn en gebruiukstermijn.
Chemoflacon of polyflacon. 10 ml is standaard, 5 ml kan je voor helft vullen.
Gebruikstermijn→ 1 maan na openen (geconserveerd)
Oogheelkundige preparaten (1)
› Oogdruppels: 1 druppel per keer in het oog
§ 1 druppel is ongeveer 50 µl
› Traanvocht: 40 µl aanwezig op de cornea en in de conjunctivaalzak
§ Conjuctivaalzak kan slechts 1 druppel bevatten
- Meer oogdruppels per keer is niet zinvol
- Bewust 2 druppels, dan een aantal minuten wachten voor toedienen van de tweede
druppel
- Bij gebruik van meerdere soorten oogdruppels: minimaal 5 minuten interval
§ Afvoer via nasolacrimale buis
Gebruik → 1 druppels per 1 keer in het oog (meer niet nodig, druppelt uit). 2
geneesmiddelen kan prima gedruppeld worden, 5 minuten tussen.
Afgevoerd via nasoalcirmale buis.
Oogheelkundige preparaten (2)
› Bij voorkeur een in water oplosbaar farmacon
§ Suspensie oogdruppels en –zalven: let op deeltjesgrootte en –vorm in verband met
irritatie en uitzakken van de suspensie (oogdruppels)
› Geneesmiddel(en) en hulpstof(fen) worden (achtereenvolgens) opgelost in het
oplosmiddel (water, basisoplossing voor oogdruppels)
§ Eventueel onder zacht verwarmen
› Let op stabiliteit van het farmacon
§ Warmte (niet verwarmen bij oplossen, temperatuur bewaken)
§ Lichtgevoeligheid (werk buiten directe lichtinvloed)
§ Samenstelling preparaat (hulpstoffen)
§ Bewaartermijn
Water oplosbaar farmacon,
geneesmiddel en hulpstoffen oplost in water of conserveermiddel, veel meer is het niet.
Let op stabiliteit van je geneesmiddel. Je moet checken kan het opwarmen.
Soms heb je te maken met lichtgevoeligheid dan werk je in het donker.
Voorbeeld, is geconserveerd.
pilocarpine hydrochloride→ API
twee basis oplossing, borax met booorzuur
vormt een buffer.